Nog nooit eerder was techniek zo goed. Altijd hebben we te maken gehad met beperkingen van de techniek. Je hoorde ruis. Of je zag rare blokjes in beeld. Maar heden ten dage kunnen we zelfs met onze smartphones in HD filmen. Okay die fokking accu is te snel leeg is, internet is hier en daar tergend traag en ons dataverbruik wordt ons te duur doorberekend, maar verder hoor je ons niet klagen.
Voor een wat ouwere lul zoals ik die uit 1968 stamt, is het ongelofelijk die techniek. Omdat ik weet dat het ook anders kan. Omdat ik nog van voor de CD-speler ben. Zelfs nog van voor de Walkman. Je wist toen niet beter. Een cassettebandje ruiste gewoon. Een foto verkleurde in de zon. Dat idee.
De hedendaagse techniek daarentegen is kraakhelder en zonder vervormingen. Of je nu de 1e of de 30e kopie maakt, het blijft evenzogoed als het origineel. Er is geen verschil.
Techniek is onzichtbaar en kleurloos geworden. Perfect in staat om het beeld vast te leggen zoals het echt is, perfect in staan om geluid vast te leggen zoals het echt klinkt. Zonder vervorming.
En zonder karakter. Want karakter zit hem nooit in perfectie maar juist in de imperfectie. In leuke ‘foutjes’: kleurverdraaiingen, vervorming, ruis in beeld, et ceterea. En dus, omdat we het missen, laten we filters los op de perfecte foto’s die onze smartphones maken, zodat we dat oude gevoel weer terugkrijgen. Ook videomakers doen dat. En ook muzikanten. Analoog wordt digitaal nagebootst.
Dat techniek alsmaar beter wordt, is logisch. Maar dat techniek vlak en karakterloos wordt niet. Neutraal en kleurloos. Perfect en saai.