in samenraapsel

4 verhalen Bij de bakker

4 verhalen Bij de bakker – oefeningen gedaan op de 1e avond van de Introductiecursus Poëzie van Harry Zevenbergen

1. Een feitelijke beschrijving van het kopen van een brood

Ik loop naar de bakker omdat ik een brood nodig heb.
Bij de bakker begroet ik de bakker en spreek mijn bestelling uit.
Met het brood loop ik terug naar huis.

2. Beschrijf dat je verliefd bent op de bakkersvrouw

Ik kijk naar de bakkersvrouw. En blijf kijken, minutenlang.
U bent aan de beurt! “Nee hoor, laat deze mevrouw maar voorgaan”, zeg ik.

Zonde dat zo’n bakkervrouw zo warm gekleed in zo’n warme winkel moet werken.
Ik begin te transpireren terwijl ik blijf kijken naar de bakkersvrouw.

Als ik er toch echt niet onderuit kom om aan de beurt te zijn zeg ik: “laat dat brood maar zitten!”
En zoek de verkoeling op.

3. Wat nu als je zelf het brood bent?

Ik weet wel hoe dat gaat. Meestal is het zo’n snotkind dat van zijn moeder – ja zo’n moeder die nooit tijd heeft – brood moet gaan halen.
En als de bakker dan vraagt “een half of een hele”, zegt dat kind: “ach doe maar een halve”. En daar ga je dan, door de helft!

“Gesneden?” En alsof het nog niet erg genoeg is ga je met dat halve lijf van je de machine in.

Ik hoop dat ze hun tanden breken op m’n kontje.

4. Verzin zelf een variant op het bakkersverhaal

Een van de dingen die je nooit moet doen als bakker, is je verslapen.
Om 3 uur ‘s ochtends moet je eruit om dat fokking brood te gaan bakken.

Op zomaar een dag nu 2 jaar geleden besloot ik me om te draaien toen de wekker ging.
Pas om 9 uur ben ik naar de winkel gelopen. Niet helemaal.
Vanaf een afstandje bleef ik toekijken.

De straat stroomde langzaam vol met mensen.
Ik besloot ze te turven. 230 mensen, half 10.
En maar denken “hij zal zo toch zeker wel komen?”

Ik heb het maar zo gelaten en ging terug het bed in.

Geef een reactie