Marco Raaphorst

muziek, geluid, verhaal

Shit nummers en shit zang

De laatste keer dat ik met een andere gitarist speelde was in 1990. Ik had mijn HEAO studio er voor aan de wilgen gehangen. En nu, 27 jaar later, stond ik in een oefenruimte in Scheveningen ineens hetzelfde te doen. Dat beloofde wat! Alleen maar eigen nummers, zo was besloten. En ik wilde zingen.

Gisteren, vijf repetities later, heeft de andere gitarist er de brui aan gegeven. Het ontbrak hem aan motivatie om toegewijd de tijd op te brengen om met de eigen nummers aan de slag te gaan. Ik zag het met hem heel erg zitten. Pijnlijk jammer dus!

Direct dacht ik dat het aan die shit nummers lag. En aan die shit zang van mij. De gitarist zei dan wel “het is puur persoonlijk en heeft niets met jullie te maken” maar wilde ‘ie ons/mij niet gewoon sparen?

Fuck it! De schaamte bestrijden, daar is het allemaal mee begonnen. Ik weet nog hoe Quintus vlak voor een optreden in De Pater in mijn oor riep: “kijk die mensen staan voor het podium maar wij staan EROP!” Met knikkende knieën op het podium staan, met een klote gevoel het podium verlaten, de twijfel, de angst, het hoort er allemaal bij. Daar is maar 1 antwoord op mogelijk: 

… and we don’t care!

Terug bij af. Alles is mogelijk. Let maar op!

Van praten naar zingen

Een paar jaar geleden nam ik een tijdje zangles. De zanglerares vertelde dat wie een mooie praatstem heeft ook een mooie zangstem kan ontwikkelen. Je hebt tenslotte maar 1 stem. Praten gaat automatisch maar zingen niet, dus daar moet je hard voor werken. Het kost meer lucht en meer beheersing van de stembanden. En zuiver zingen is ook een behoorlijke uitdaging.

Zelfs ervaren zangers kunnen soms vals zingen. Om niet vals te zingen moet je niet alleen je eigen stem beheersen maar je stem ook goed kunnen horen. Dat gaat soms in live situaties mis. Als de zanger zijn eigen stem niet goed hoort kan hij zijn stem ook niet goed tunen.

Een stem zweeft trouwens altijd een beetje in toonhoogte. En dat is prima, want we houden allemaal van die lichte zweving in het geluid. Een starre strakke toon zoals een Auto-tune die kan genereren klinkt als een robot. Het effect wordt tegenwoordig veel geapprecieerd maar ik vind het vaak te levenloos klinken.

Er zijn vele manieren om te zingen. Krachtig en theatraal zoals Maria Callas. Zacht zoals João Gilberto. Breekbaar zoals Elliot Smith. Bijna gesproken zoals Serge Gainsbourg. Omfloers zoals Eefje de Visser. Schoor en vervormd zoals Tom Waits. In het Cockney zoals Baxter Dury. Tussen rappen en zingen in zoals Ghostpoet. Of roepend zoals Sleaford Mods.

Wat je met je eigen stem kunt bereiken heeft natuurlijk te maken met de beperking van je eigen stem maar minstens evenveel met de hoeveelheid tijd die je overhebt om je stem te trainen. Het allerbelangrijkste is denk ik de vraag: hoe wil je klinken?

Die laatste vraag stel ik mijzelf nu ook.

Hoe de geest in de muziek rondwaart

Met de uitvinding van de fonautograaf in 1857 bleek geluid zich te te bevriezen zoals het ooit klonk. Het geluid dat altijd als vergankelijk werd een soort boek, een document van geluid.

De sampler

Tijdens mijn jeugd kwamen de eerste samplers op de markt. Je riep “oh” in de microfoon en vervolgens kon je dat als een smurfenorkest uit de sampler laten klinken. Rappers stopten hun favoriete swingende grooves van ondermeer James Brown in de sampler. Zo vanaf het stoffige vinyl met een ouwe naald. Sfeerverhogend en nooit uit op perfectie. Het doel heiligde alle middelen voor de rappers. Helaas roken de advocaten geld en werd samplen bestempeld als een vorm van jatwerk. Wanneer ik een foto van een schilderij maak heb ik dan dat schilderij ook gejat?

Wat DJs doen wordt niet beschouwd als jatwerk. De platen van anderen met elkaar mixen en daar filters op loslaten. Sommigen gebruiken de beat van de ene plaat om onder de andere te leggen, 100% vergelijkbaar hoe dat in Hip hop altijd werd toegepast. Het is een traditie die ouder is dan Hip hop en teruggaat naar de jaren 60: Dub muziek. Door met behulp van 2 platenspelers en een echo-apparaat kun je een song in lengte gaan oprekken door deze steeds opnieuw vanaf een bepaald punt opnieuw te starten voordat de zang begint. Dubmuziek legt de nadruk op het ritme, de bas en de drums.

Zowel Hip hop, DJ muziek als Dub muziek leunen dus voor grotendeels op opgenomen muziek. Het is een herbewerking van het bestaande.

Maar laten we deze copyright discussie maar even voor wat het is. Het feit dat je muziek eenvoudig kunt afspelen via een drager is een nieuw instrument gebleken. De sampler is eigenlijk niets anders dan een opname- en weergavetechniek die de opname/sample op verschillende toonhoogtes kan afspelen.

Kleurloos digitaal

Inmiddels is de computer, inclusief de smartphone en de tablet, het apparaat om iets uit het verleden mee te reproduceren. Dit is onze moderne sampler. En de computer kan nog iets anders: het nabootsen van patronen en klanken middels algoritmes en presets. De klank van vroeger. De klank van een ouwe viool. De klank van het drumstel van Ringo Star met theedoeken over de trommels en een Fairchild limiter op de mix terwijl de ruis van de analoge bandrecorder er dwars doorheen klinkt. Het is een stel computer berekeningen om van input naar output te komen.

Daarmee is de computer een tijdsmachine te noemen. Het maakt geen onderscheid tussen oude en nieuwe klanken. De computer is immers neutraal. Voer de computer met een opname en de computer kan het geluid daarvan omzetten naar iets anders. De klank van vroeger bijvoorbeeld, we zijn er dol op. Net als de warme analoge filters die in fotografie en film veel toegepast worden. Het brengt sfeer daar waar digitaal kleurloos en neutraal is.

Als een blank canvas daagt digitaal uit tot vervorming, oneffenheden, ruis, kleuring et cetera.

Hauntology

Het is de Franse filosoof Jacques Derrida (de Britse band Scritti Politti maakten ooit een lied dat zijn naam draagt) die in zijn boek Spectres of Marx uit 1993 de term Hauntology introduceert. Jacques constateert dat een geestesverschijning evenveel met het heden als met het verleden te maken heeft. En de persoon die de geestesverschijning “ziet” behoort daarmee evenveel tot het verleden als het heden. Het is een paradoxaal verschijnsel dat de tijdelijkheid in alles laat zien.

Kortom: het verleden in het heden.

Het omgekeerde geldt ook. Muziek die klinkt als De Toekomst. De synthesizer was het geluid van de toekomst maar wie nu een oude synth hoort, hoort inmiddels een gedateerde klank. Technologie maakt van ons allemaal geesten. Alles wat we nu doen kan ooit weer opgeroepen worden.

Dankzij de opgenomen muziek, de sampler, de computer, kunnen we geest in de fles stoppen en deze er op elk moment weer uithalen. Exact zoals het ooit was, zoals het ooit klonk. De klank, inclusief kraak, ruis, het gevoel van Toen.

Voor de komst van de sampler klonk muziek Modern wanneer je gebruik maakte van een nieuw muziekinstrument, de polyphone synth bijvoorbeeld die ook pas tijdens mij jeugd op de markt kwam (kun je nagaan hoe nieuw dit allemaal is!). Nu door sampling en de computer halen we juist het oude terug. Dankzij de computer slaan we een brug met ons verleden. Kunnen we het verleden oproepen en stelt het ons in staat om alle patronen uit de muziekgeschiedenis op te roepen. Alle geluiden uit het verleden staan tot onze beschikking. En omdat we het verleden koesteren, roepen we maar wat graag de imperfectie uit het verleden op. En wordt het verleden even belangrijk als het heden.

Moderne grootstedelijke muziek

De Tachtigers, een groep Nederlandse impressionistische schilders, verwoordde in schilderijen de verstedelijking eind 19e eeuw. Zij hebben daarmee de verstedelijking vastgelegd op een manier die mij nog altijd aanspreekt. Zoals Breitner de Dam schilderde zo zie ik de Dam nog steeds als de avond allang is gevallen. In de schilderijen van de Tachtigers zie je de overeenkomsten tussen de grote steden terug. Of het nu Amsterdam is, Parijs, of Den Haag waar ik woon.

Het is de grote stad waar dankzij precies uitgekozen straatverlichting de stad sfeer krijgt. Zoals het licht bij een toneel- of dansvoorstelling. In de stad wordt sfeer geschapen dankzij kunstmatig licht. Luxe, elektriciteit, grootstedelijke sfeer.

In moderne muziek wordt het grootstedelijke verklankt, soms in liedvorm zoals The Velvet Underground het deden, Bebop jazz, early HipHop en soms instrumentaal zoals Steve Reich dat doet. De laatste – pak ‘m beet 10 jaar – is dankzij de computertechniek een nieuw soort muziek ontstaan die, voor mij althans, een grootstedelijk geluid tentoonspreidt. Een type muziek dat zich lastig laat omschrijven. Muziek die wezenlijk anders gemaakt wordt en op nieuwe muzikale principes gestoeld is. Vernieuwende muziek die prachtig samengaat met bijvoorbeeld modern dans waar ik ook zeer van hou.

Een toon heeft ritme

Een toon beweegt als een golfbeweging van voren naar achteren. Beweegt tussen een plus en min op en neer met een bepaalde snelheid. De snelheid geeft daarbij de toonhoogte aan. Het is een ritmische beweging. In dat ritme bewegen jouw luidsprekers ook van voren naar achteren.

Als we een ritme nu drastisch in snelheid gaan verhogen dan krijgt het een toonhoogte, het verandert langzaamaan in een muzikale toon. Kijk en luister maar:

Een klank bevat behalve de ritmische frequentie/toonghoogte vaak ook nog andere ritmische elementen. Neem bijvoorbeeld het vibrato in de klank, een lichte zweving in toonhoogte die ook met een vast cadans hoorbaar is. Ook dat is een ritmisch element.

Vrijwel elk geluid wordt muzikaal bruikbaar

Als je een ritme versnelt ontstaat er een toonhoogte. En in klanken zijn vaak ritmes waar te nemen. Dit geldt eigenlijk voor alle geluiden, ook voor bijvoorbeeld straatgeluiden. Door deze te vertragen of juist te versnellen kun je er tonen of ritmes mee creëren, ze meer of minder muzikaal maken en inpassen in de muziek.

De moderne muziek waar ik op doel heeft niet altijd een duidelijk waarneembaar ritme. Of beter gezegd: een vast ritme. Vaak worden de klanken gecombineerd en zorgt de zweving of duidelijke ritmiek in de klanken voor een gelaagd samenspel waarin er niemand de baas is. Er is geen vast tempo waar alle muzikale klanken op gebaseerd zijn. De klanken vallen soms samen of gaan juist tegen elkaar in. Het zijn pulsen die om elkaar heen wentelen. Als een lijnenspel van Mondriaan.

Composition No. 10. 1939-42. – Piet Mondriaan

De toonhoogte erin of eruit filteren

Het gaat te ver om alle moderne technieken te behandelen maar eentje mag in dit stuk niet ontbreken. Een die onze kijk op muziek en manier van muziekmaken wezenlijk op zijn kop heeft gezet. Het is het gebruik van filters.

Het filter vormt een belangrijk onderdeel van elke synthesizer. Het filtert letterlijk het signaal. Je stuurt een klank door het filter en kunt bepaalde frequenties eruit filteren, of juist benadrukken. Een filter is in staat om het karakter van een klank wezenlijk te veranderen en onze digitale filters kennen een detaillering die in het analoge domein niet eerder mogelijk was. Op het vlak van filters innoveert de techniek nog altijd waardoor de mogelijkheden tot het filteren van klanken de komende jaren nog verder uitgebreid zullen worden.

Eenvoudige voorbeelden zijn het Low Pass filter, een filter dat alleen maar diepe klanken doorlaat. Hierdoor kun je bijvoorbeeld een bas uit het geluid filteren waardoor je het bijvoorbeeld kunt combineren met klanken die door een High Pass filter zijn behandeld, klanken die juist geen lage frequenties meer bevatten. Ineens onstaat er een scala aan nieuwe mogelijkheden. Dankzij het High Pass filter kun je muziek gaan filteren die een bas bevat die niet past bij de rest van het stuk, geen probleem, je filtert het simpelweg weg. En dankzij een Low Pass filter kun je er een muziekstuk bij zoeken wat hierdoor wel gaat passen.

Kortom: dankzij filters kunnen klanken passend gemaakt worden. Als een soort digitale mozaïek-kunst die heel fijnmazig is en het mogelijk maakt om in theorie alles met alles te kunnen combineren.

Dankzij filters kun je de toonhoogtes en duidelijk waarneembare noten eruit filteren. Of er juist erin filteren, gaan benadrukken (***). Het zijn zaken die een muzikant met een instrument bepaalt middels het kiezen van specifieke noten. Bij traditionele muziek is de muzikant die de noten kiest zelf Het Filter. Maar middels de filtering techniek doen we het omgekeerde: de opgenomen noten van de muzikant kunnen we filteren waardoor nieuwe toonhoogtes ontstaan.

Om een voorbeeld te geven van deze moderne muziek, luister naar mijn afspeellijst Grootstedelijk op Spotify:

*** = een filter kan ook frequenties benadrukken, laten resoneren, waardoor ze versterkt worden. Hoewel een filter lijkt te slaan op het wegfilteren van frequenties, dit is dus slechts 1 kant van de medaille.

Popmuziek anno nu: “ja, vroeger was het dus wel beter!”

Vanmorgen las ik het interessante stuk ‘Pop, niche en The National’ van Peter Bruyn. Ik kan me er zeer in vinden maar benader de pijnpunten op een wat andere manier. Het zat al een tijdje in mijn hoofd, vandaag moest het eruit.

Popmuziek is een soort klassieke muziek geworden. Het blikt vooral terug en voegt niets toe aan wat er al was. Je ziet het ook bij de opleidingen, de rockacademies en dergelijke, je kunt opgeleid worden tot musicus. Perfecte instrumentbeheersing heeft men, maar eigenheid en de wil alle regels te breken ontbreekt vrijwel volledig. Bowie, Prince en Radiohead worden smachtend aanschouwd op de YouTube.

Nederland, slaap zacht

Men is tegenwoordig aards commercieel. Dat lag vroeger anders. Popmusici waren vroeger kunstenaars en dachten progressief. Die gingen desnoods arm dood. En waren voor de duvel niet bang. Nu streeft men ernaar op een gesponsord lijstje in Spotify te komen. En staat men slaafs die 1 minuut bij De Wereld Draait Fokking Door te doen. Of wil men als reclametune gebruikt te worden. Vroeger weigerde men voor Pepsi of Sun City in Afrika te spelen. Die uitgesprokenheid mis ik tegenwoordig totaal. Hooguit laat men de uitnodiging van een Trump varen om op zijn inhuldings”feestje” te spelen. Maar alleen omdat men anders kritiek krijgt want voor de poen doet men tegenwoordig immers alles. Principes, geen.

Popmuziek was vroeger uitermate rebels. Het was het antwoord op de tuttige jaren 50. Alles moest alles. In Engeland was de kloof tussen arm en rijk groter en was de impact van de sluiting van de mijnen in de 70-er jaren enorm. Er was daarom dus ook meer en harder verzet. Dat hoor je terug in de muziek. Zo kwam met de punk eind jaren 70 weer een stijl terug zoals de oude rock ‘n’ roll, gebaseerd op slechts 3 akkoorden (ala de blues), simpel en rauw. Wij hadden geen Margaret Thatcher, een gestoorde bitch zonder gevoel waar je je echt keihard tegen moest verzetten. Nederlandse muziek wil vooral voor vermaak zorgen. De handjes op elkaar krijgen. Niet vanuit innerlijke noodzaak maar puur om het volk te vermaken. Entertainment. Het gezellig houden. Je ziet het op tv ook. Niets mag meer ontsporen. Alles moet volgens een strak schema voorspelbaar verlopen. Jules Deelder vragen ze niet meer omdat ze bang zijn dat hij zijn mond open doet. Daarom zie je altijd dezelfde gedrilde koppen bij DWDD. Slaafs volk dat braaf doet wat Matthijsje van ze eist.

Popmuziek leunt op specifieke instrumenten en opnametechnieken

Er zijn bands geweest die van enorme invloed zijn geweest, die de muziek voor altijd hebben veranderd. Het loopt parallel aan de ontwikkelingen van muziekinstrumenten waar popmuziek door heeft kunnen ontstaan en kunnen groeien.

Popmuziek is precies ontstaan toen men de contrabas inruilde voor een elektrische bas. De contrabas was het instrument van de rock ’n’ roll. Precies daarom zijn Paul McCartney en Brian Wilson grote vernieuwers op dat vlak, zij herkenden de melodische waarde van de elektrische bas. Die waarde had een bas nog nooit gehad. Een contrabas heeft een doffig dreunend geluid, een elektrische bas kun je perfect horen. Is dus melodisch in te zetten. Het is een van de fundamentele kenmerken van popmuziek. De bas is zeer aanwezig samen met de drums. En om dat laatste nog even te verduidelijken: het drumstel is afkomstig uit de jazzmuziek. En de opstelling ervan is ongewijzigd.

Zo kun je verder gaan. De opkomst van de mulittrackrecorder (voor het eerst echt goed gebruikt bij de Beatles), de synthesizer, de POLYphone synthesizer, de drummachine, de sampler, MIDI, de computer, de autotune en toen? Toen niets dus. Er zijn geen instrumenten meer aan toegevoegd. Men gebruikt veelal software tegenwoordig en ook daar is het retro dat de klok slaat. Men probeert in software de klanken van Bowie en dergelijke na te bootsen. De oude Linndrum van Prince als een stel samples. Hip Hip en classic house samples. Alles is een preset geworden. Even oproepen en je klinkt precies als die of die.

Men vernieuwt niet maar kijkt terug. Elke moderne rockband is tegenwoordig schatplichtig aan Radiohead of bands die ouder zijn dan zij. En je ziet het ook terug in de apparatuur die ze gebruiken. Sommigen gebruiken de analoge synths van ruim 35 jaar geleden!!! En nemen weer op middels analoge bandopnames!!! Dat is terugblikken terwijl je zachtjes fluistert: “ja, vroeger was het dus wel beter!”

Een maand lang zonder “sociale” media?

Wat nu als ik volgende maand me een maand lang afzonder? Dan zal de documentairereeks waar ik al bijna 2 jaar aan werk lekker opschieten. Heerlijk doorwerken aan de editing zonder afgeleid te worden door “sociale” media die op basis van een algoritme denkt te weten wat ik leuk vind. Dat bepaal ik ZELF wel! Fuck you Twitter, YouTube, Facebook, Instagram met jullie ranzige algoritmes!

Ik zal nogal wat appjes moeten weggooien van mijn telefoon. Hoewel dat mij een tof gevoel zal geven. Met zo min mogelijk meuk leef je simpelweg lichter. Ik ken dat gevoel en ben sowieso redelijk minimalistisch ingesteld en weet me te beperken. Ik word er productiever en creatiever van.

Geen Twitter, Facebook, YouTube, Instagram en ga zo maar door. Ik kan nog wel een blogje tikken als ik daar zin in heb. Maar dat ga ik dus niet roeptoeteren op “sociale” media. Ik stuur hem gewoon het universum in. Voor wie mijn blog volgt en voor wie mij googlet. Zo niet, ook goed.

Ik. Wil. Het. Zelf. Doen.

En dat ga ik doen. 1 november 2017 trek ik me een maand lang terug. Die ervaring zal ik delen hier op mijn blog. En misschien gaat het me bijzonder goed bevallen en ga ik voor een verlenging voor onbepaalde tijd.

Het gevecht om de aandacht en het kweken van behoefte door Facebook

Bij De Correspondent las in een aanklacht tegen Facebook:
https://decorrespondent.nl/7483/wat-je-terugkrijgt-als-je-van-facebook-gaat/

Facebook wil zolang mogelijk onze aandacht vasthouden door ons continu berichten voor te schotelen die wij leuk vinden. Sommigen beklagen zich erover maar blijven Facebook wel gebruiken. Heeft Facebook ons verslaafd gemaakt en wij zijn echt zo willoos?

Tja, over de Vrije Wil wordt al eeuwenlang een flinke boom opgezet. Het vragen om aandacht is wat iedereen doet. Elk bedrijf, elke omroep, elk nieuwsplatform, elk mens.

De televisie wordt vaak gezien als een domme doos die om aandacht vraagt. Je zit zinloos op de bank te kijken en wordt automatisch een avond lang vermaakt. Alsof er geen verzet tegen mogelijk is.

Steeds meer mensen doen de tv weg en gaan vervolgens Netflixen. Waar het woordje binge watching op van toepassing is. Weerloos zit men in plaats van 1 aflevering de hele serie in een klap te bekijken.

Weerloos zonder Vrije Wil?

In 1999 maakte Frans Bromet een documentaire over de mobiele telefoon:

De geïnterviewden zijn stellig: ze hebben geen enkele behoefte aan zo’n ding. Inmiddels zullen zij ook allemaal een mobiel hebben en vast en zeker inclusief mobiel internet. Zo gaat het altijd. Behoefte wordt gekweekt. Zelfs software updates verlopen zo. Je doet het maar, terwijl je er soms ook op achteruit gaat. Soms raakt de computer op hol en moet de slimme broer of buurman weer gebeld worden om de ellende op te lossen. En voor wat eigenlijk? Voor die ene feature extra waar geen mens op zit te wachten?

Een schreeuw om aandacht.

Kijk als ik in een roze tangaslip de straat op loop word ik uitgelachen maar mensen die eerst beweren dat ze iets echt niet willen en vervolgens een paar jaar later beweren er niet zonder te kunnen worden als heel normaal gezien.

Zo heb ik de plotselinge adoratie voor Pim Fortuyn – “onze Pim” – altijd apart gevonden. Lui die in voetbalstadions de hele wedstrijd “homo” riepen raakten helemaal in de ban van Pimmetje. Zelfs straatarme mensen raakten verknocht aan de dandy die zijn danderiaans niet eens onder stoelen of banken schoof.

Een gevalletje American Beauty?

Maar goeds, zijn wij allen zo weerloos en moeten we daartegen beschermd worden?

Ja dus, dat we weerloos zijn mag duidelijk zijn. Mensen die zelfs Facebook haten zitten zelfs op Facebook omdat ze anders zoveel moeten missen. Zijn ze eraan verslaafd geraakt net als aan de tv?

De Correspondent doet een oproep om van Facebook af te gaan maar adverteert wel op dit medium. Nogal hypocriet dus want men zorgt zelfs voor geldstromen richting Facebook. Wees dan principieel en weiger daaraan mee te doen. In het stuk van De Correspondent staat “Zet je automatische betaling aan Mark Zuckerberg stop”, maar men adverteert toch echt op Facebook. Of is De Correspondent weerloos? Men wil wel, maar men kan het niet weerstaan?

We raken verslaafd aan de middelen die onze verveling kan doorbreken. Die onze stemming even kan opkrikken. Daarom kijken we tv en vingeren we die socialstream van Facebook de hele dag door. En alles vraagt onze aandacht, maar dat is altijd zo geweest. Op straat zelfs word ik geconfronteerd met reclame. De hele tijd door. Mijn aandacht moet daar naartoe geleid worden en mijn behoefte moet gekweekt worden, ook al roep ik dat ik er geen behoefte aan heb. Weerloos heb ik daar niets over te zeggen.

Voor de Vrije Wil moet je wel iets doen.

Persoonlijk denk ik dat er tot op zekere hoogte een Vrije Wil bestaat. Wees je ervan bewust dat je zelf ook dingen kunt doen en maken. Dat het wereldnieuws geen prioriteit hoeft te zijn. Dat de Vrije Wil er alleen maar kan zijn op het moment dat jij je realiseert dat zolang jij gezond bent en je niet in een levensbedreigende situatie verkeert er helemaal niets aan de hand is. Niets hoeft dan je aandacht te vragen met de grootste prioriteit, maar je kunt zelf beslissen. Je werkt gewoon je werklijstje af, of je lummelt wat. Jouw keuze, koester het!

De Vrije Wil kan ook alleen maar ontstaan op het moment dat je beseft dat je kunt kiezen. Dat er geen enkele reden tot paniek is. De meeste mensen, ondanks de uitstekende situatie waaronder ze verkeren, stellen zichzelf de vraag “maar wat nu als dat niet zo blijft?” Die hebben een baan maar zijn bang dat ze die baan verliezen. Ze zijn bang voor de toekomst. En dat maakt ze weerloos. Maar het is een verkeerde gedachte die ingegeven is door angst. Iedereen gaat uiteindelijk dood, maar zolang dat juist NIET het geval is, zit er maar 1 ding op: LEVEN!

En voor diegenen die dat niet snappen of willen snappen is er vermaak. De hele dag door. Here we are now entertain us.

*gitaar pakken doet*

Cockney is een soort Haags

Het Cockney-accent van de Londenaars heb ik altijd prachtig gevonden. Het is verwant aan het Haags met name door de platte ‘âh’ in plaats van een volle A. In plaats van mother spreekt men van ‘mâdâh’. De Hagenees spreekt van moedâh. Bovendien verwijderen beide accenten dus de R want die is immers volkomen voor ovâhbodàg.

Hoewel er veel over taal geouwehoerd en geschreven wordt, over de verwantschap tussen Cockney en het Haags heb ik nog niemand gehoord. Toch gek want wat mij betreft is het volkomen logisch omdat Londen en Den Haag in een rechte lijn liggen. Schepen tussen beide steden hebben eeuwenlang zo lopûh te pingpongûh. Dan steek je mekaar aan omdat je met mekaar mot kennen communiceren. Ja tòg?

Voor wie mij ff niet helemaal ken volgen, hier een goed lesje Cockney:

Ik ben altijd dol geweest op die uiige accenten in films en in muziek. Toch maf want als ikzelf ga zingen betrap ik me er toch op dat ik overstap op een soort kleurloos ABN. Onlangs raakte ik op het muzikale spoor van de zoon van Ian Dury, Baxter Dury die net als zijn vadàh een mooi staaltje Cockney langs zijn huig laat waaien. Vandaar eigenlijk dit stukje. Met een soort opdracht aan mezelf.

Sommige mensen vinden het verdacht als een Hagenees ook ABN lult, zo van: “zie je nou wel, dat Haags van hem is gewoon een trucje.” Terwijl elke Hagenees in elke groengele-vezel voelt dat het omgekeerde het geval is. Vraag het anders Wim de Bie of Kees van Kooten maar eens…