Tijd

Een van mijn vrienden werd 50. Hij runt een studio met personeel. Op zijn verjaardagsfeest vertelde ik over de podcastreeks waaraan ik werk. Nu al bijna 2 jaar. Het duurde heel lang voordat het verhaal vorm kreeg. Ik vertelde die vriend dat de editing ook een bijzonder tijdrovende klus is. Daar zit ik nog middenin.

Die vriend sprak me aan op mijn leeftijd “we zijn de jongsten niet meer” en dat het misschien aan mijn leeftijd lag dat ik zo traag werk. Mijn vriend heeft personeel in dienst dat heel snel werkt. Zelf doet hij het werk allang niet meer maar houdt zich bezig met andere zaken.

Ik had er geen antwoord op. Ben ook daar bijzonder traag in moet ik zeggen, het moet bij mij eerst indalen als iemand iets zegt waar ik niet direct een antwoord op heb. Of mij doet twijfelen.

Maar ik ben eruit. Of ik traag of snel ben speelt voor mij geen enkele rol. Ik stop de tijd erin die nodig is. Of een ander het sneller kan, boeit me voor geen meter. Ik ben die ander niet en als die ander het doet wordt het anders dan als ik het doe. Anders zou ik het een ander laten doen. Natuurlijk, ik ben koppig en eigenwijs. Juist daarom kan ik het doen op mijn manier. Ik geniet daarvan. Het is de innerlijke noodzaak die ik koester.

Ik vertelde die vriend ook over mijn editing van Oostende Healing. Het kostte me een week, inclusief het schrijven en inspreken van de voice-overs. Dat was krap aan vond ik. Ik bedacht me dat ik voor zoiets een volgende keer 2 weken zou moeten inplannen. Volgens die vriend zou het zijn jonge knapen een dag gekost hebben om zoiets te maken. Hij heeft een commerciële studio en probeert razendsnel te leveren. Vandaar.

Ik denk en handel niet commercieel. Voor mij geldt alleen het eindresultaat. Of je er 1 week of 3 jaar voor nodig hebt, so what!

Een paar maanden geleden sprak ik een paar maal per week met Wim de Bie af. De Radio Jaren die ik voor de VPRO maakte kostte een hoop tijd om te maken. Urenlang hebben we gesproken voordat we tot een onderwerp kwamen die voor ons beide goed voelde. En de editing was ook behoorlijk complex. Dat wilde ik gewoon helemaal goed hebben. En Wim natuurlijk ook. Eindredacteur Anton de Goede stuurde ik dan ook een paar maal na de Allerlaatste Definitieve versie nog Definitievere Allerallerallerlaatste versies toe.

En de teksten die ik Wim stuurde, teksten voor op de site van de VPRO, voor de VPRO Gids, daar ging ik echt wel even goed voor zitten. Dat moet dan gewoon goed zijn allemaal. Logisch toch?

Ik ben erop af te fikken hoor, dat het niet goed genoeg is. Dan wordt het de volgende keer nog beter. Want ik groei nog altijd door, zo merk ik. Het is iets dat je niet ff snel kunt leren maar waar de groei met de jaren komt. Of misschien geldt dat alleen voor mij. Maar dan nog, ik kan het alleen op deze manier doen en weet wat ik zoek. En ik weet dat je de top nooit bereikt, dat is het leuke ervan. Geen lopendebandwerk er is alleen dat verlangen en de motivatie om door te blijven gaan totdat het goed is.

De wil waarin tijd stilstaat.

Belpop versus de Nederlandse toppers

foto onder CC-BY: Marco Raaphorst

Steeds als we hier uidtenken dat de Belgische popscene een beetje dreigt in te zakken en de Nederlandse pop daar wellicht wat ruimte krijgt, komen de grote Belgische acts weer in optocht de grens over.

Zo klopte de Volkskrant onlangs. En gelijk voelden sommige Hollanders zich aangesproken.

Ik voelde me helemaal niet aangesproken want ik vind onze Zuiderburen over het algemeen interessanter. Rauwer en kunstzinniger. En zeker ook op muzikaal vlak.

Hollanders hebben een grote bek. Wij zijn verkopers, handelaars. Het draait bij ons maar om 1 ding: de economie. We zijn grote gladjakkers. Dat zie je al als je met de trein of per auto naar België reist. In Nederland is alles voorbeeldig geregeld, perfect wegdek, voorgevels van de gebouwen staan goed in de verf. In België laat men de verf afbladderen. In België laat men de hekken roesten. In België lijken andere zaken dan de buitenkant prioriteit te hebben.

Als ik ergens in België een spreekbeurt kom geven voel ik mij al snel de bijdehante Hollander. Zo ook toen ik in opdracht van Toerisme Vlaanderen in Brussel 2 jaar geleden vlak na de aanslagen aldaar een lezing moest geven. Mij werd geadviseerd rekening te houden met de houding van de wantrouwende Belg.

En terecht. Want wij Hollanders, wij zijn verkopers. Wij zijn zendelingen. Wij denken het altijd beter te weten.

Op het ritme van de taal

Om het Volkskrant-artikel kracht bij te zetten maakte men een afspeellijst. Deze fantastische lijst:

Daar had evenzogoed iets van Arno Hintjens tussen kunnen staan. Of Luc De Vos van Gorki. Of Stijn Meuris van Noordkaap. In België is het aanbod kwaliteitsmuziek vanzelfsprekend. Zo vanzelfsprekend als dat de garnalenkroketten op het menu staan.

Natuurlijk, Nederland heeft ook geweldige bands. En met name de bands die ook warm onthaald worden in België. Toch kijkt Nederland veel af van Belgische bands. Bijvoorbeeld toen in 1980 Arno Hintjes met zijn TC Matic zijn mosselpot in drie talen, het Engels, Frans en Hollands op tafel zette. Maar we kunnen nog veel verder teruggaan. Jacques Brel trok immers eigenhandig het moderne Chanson naar een hoger niveau. Natuurlijk, de Belgen hebben mazzel met hun tweetaligheid. Het maakt dat het Franstalige lied voor de volle 100% van hen is. En Europeser dan dat gaat het niet worden. Of wacht, Duits zei u?

Bierdrinken en hossen

Onze muziektraditie staat haaks op de poëtische Franstalige muziek. De bekendste Nederlandse liedvorm is het Levenslied. Voorzien van sentimentele, eenvoudige teksten. Voor en door het volk. Zoals de Duitse Schlager maar dan in het Nederlands.

Muzikaal leunen deze genres op de walstraditie, bestaande uit een driekwartsmaat die je vandaag de dag nog maar weinig hoort. De wals wordt in de Chansons ook gebruikt maar veel subtieler dan in het Levenslied. Het ritme van de oude Nederlandse volksmuziek wordt vaak aangeduid als HoemPaPa een term die de lompheid van het ritme al aangeeft: Hoem (sterke 1e tel), Pa (2e tel) en Pa (3e tel).

Nederlandse volksmuziek is veelal amusementsmuziek. Ter vermaak. Om op te hossen en bier bij te drinken. Net zoals de Duitsers dat doen. Feestelijk en carnavalesk. Soms maakt men gebruik van dweilorkesten. En de verhalende teksten begrijpt iedereen direct.

Toch doe ik het Levenslied tekort door het weg te zetten als slechts amusement. Het geldt zeker niet voor alle Levensliederen. Vaak behandelen de teksten pijnlijke episodes uit het leven. De directe teksten laten weliswaar niets aan fantasie over, de rauwheid ervan is ongekend fel. In het Levenslied probeert men vaak juist niet te behagen maar wordt de rauwe pijn bezongen. Als een soort Nederlandse blues.

Het Chanson kenmerkt een totaal andere stijl. Chanson betekent in het Frans letterlijk “lied”. En kenmerkend daaraan zijn juist de poëtische teksten. Nederlandse artiesten zoals Ramses Shaffy of een Boudewijn de Groot leunen op het Chanson en niet op het Levenslied. En dat zit ‘m in de teksten. En ook een artiest als Spinvis leunt op die andere omgang met, en kijk op, taal. Teksten die een geheim in zich dragen, vol beeldend taalgebruik en waarin letterlijke betekenis soms zelfs afwezig lijkt. Of wat te denken van Stromae? De poëtische geest van Brel heeft zich genesteld in de genen.

Toppers

In Nederland wil men de handjes snel op elkaar zien te krijgen. En alleen wat succes heeft krijgt in Nederland aandacht. De Toppers trekken volle zalen en krijgen alle aandacht van de pers maar een band die weinig publiek trekt krijgt dat niet.

Sla de artikelen er maar op na die op Nederlandse muzieksites en in magazines te lezen zijn. Ze gaan vrijwel alleen nog maar over succesvolle artiesten. Taylor Swift hoeft maar te roepen “ik release mijn album niet op Spotify” of mevrouw krijgt van de Nederlandse pers volledig de aandacht.

Het gaat alleen nog maar over het aantal fans, geld, marketing. Het is godsgeklaagd want ik wil juist dat het over de artistieke prestaties gaat. Welke journalist kan dat nog duiden anno 2017? Waarom meneer of mevrouw de journalist van mening is dat een bepaalde band beter is, dat juist wil ik weten! Populariteit kan nooit als argument voor kwaliteit gebruikt worden. Populariteit slaat immers op kwantiteit. En is hooguit het gevolg van kwaliteit, maar duid deze dan!

Kwaliteit uitleggen is natuurlijk veel lastiger dan het simpelweg roeptoeteren van wat cijfertjes. Daarom zijn er ook zo weinig echt goeie journalisten omdat het met name gaat over de dingen die juist niet cijfermatig te onderbouwen zijn.

En ook de Nederlandse muzikant is vaak gemakzuchtig. Hij jat de muziek en de stijlidiomen inclusief slecht Engels maar wat graag uit het buitenland zonder zich te verdiepen in de vaderlandse muziekgeschiedenis. Je kunt afgeven op de weinig fantasievolle straattaal van de Levensliederen, authentiek Nederlands is hij zeker wel!

Ik vermoed dat wij in Nederland niet eens meer weten wat een artistieke prestatie is. Kwaliteit en kwantiteit halen we door elkaar. En zelfs schrijvers hebben we jarenlang ingedeeld in De Grote Drie. Alsof er maar 3 echt goeie schrijvers zijn. Wat alles zegt over ons taalgevoel. Je hebt de Bijbel en 3 Grote Schrijvers. De rest doet niet mee.

Kunst een linkse hobby noemen, dat kan alleen in Nederland.

Radio?

En natuurlijk speelt de Nederlandse radio ook een rol in de België versus Nederland discussie. Een uitzondering daargelaten, maar de Nederlandse radio is het toonbeeld van wansmaak. Radio 1 van België kent zijn weerga in Nederland niet. En dat is altijd zo geweest.

Liever verbroederen dan narcistisch te zijn

De Nederlandse HipHop doet het goed maar vlak de Belgische HipHop ook zeker niet uit. Daar waar de Nederlandse HipHop zich laat bedwelmen middels Drank & Drugs zorgt de Brusselse HipHop voor daadwerkelijke verbroedering. Juist vanwege de terroristische aanslagen, juist vanwege de tegenstellingen die er in Brussel zijn, slaat de Brusselse HipHop een brug tussen culturen. Tot in Parijs, het epicentrum van de Europese HipHop. Als dat het effect van taal en van popmuziek is, fantastisch toch?

Maar denken dat je de beste bent, het is een gevaarlijk narcistisch trekje en het verbroedert niet. Zo worden we nooit 1 Europa en blijft het slechts amusementsmuziek.

Niets gemist

Ben nu 1 maand gestopt met sociale media. Heb gisteren wel even op Facebook en Twitter gekeken naar wat ik gemist zou hebben. Tussen de meldingen van Twitter en Facebook zat werkelijk helemaal niets dat ik belangrijk acht. Ik heb dus HELEMAAL NIETS GEMIST. Twitter en Facebook zijn irritante discussieplatforms geworden. Instagram staat vol zielloze foto’s waar ik geen enkele behoefte aan heb. Al die diensten lijken in niets op de anarchie die op blogs nog altijd leeft. Op Twitter en Facebook is de dataverhoering zo zichtbaar. Ik kreeg er vele mails over. Wie me allemaal zouden missen. Zo vals! Want geen hond die me mist. Prima hoor. Duidelijk. Twitter en Facebook willen me graag terugzien omdat ze centjes aan me kunnen verdienen.

Valse media dus!

Ik blog al bijna 2 decennia in absolute vrijheid. In woorden die van mij zijn en van mij blijven op mijn eigen blog, op mijn eigen domein.

Ik blog dus ik besta.

Ger van Elk

De documentaire Adieu à G liet me kennismaken met het werk van Ger van Elk. Zijn generatiegenoot en studiegenoot, Wim T. Schippers, kende ik zeer goed maar Ger nog niet. Bij de Volkskrant las ik:

Uitvinder van de ‘A-dynamische’ kunst, waardoor Nederland ineens vooropliep in de conceptuele kunst van de jaren zestig.

Het pakte me meteen. Prachtig werk.

Pure shit

Stel,

je wordt betrapt bij het poepen op een openbaar toilet.

Een opgeschoten jongen gooit de toiletdeur open die jij vergeten bent op slot te doen.

Je staat van schrik op en kijkt naar achteren.

De opgeschoten jongen kijkt over jouw schouders mee en zegt: “wow man, da’s echt een perfecte drol!”

Hij pakt z’n iPhone en zet ‘m op de foto. Die drol van jou.

En voor je het weet gaat jouw drol viraal op sociale media.

Meer dan 800.000 likes.

Jij houdt je schouders op.

Pure shit…

De kunstenaar is aan niemand uitleg verschuldigd

Muziek is een kunstvorm. Toch wordt muziek vaak helemaal niet als kunst gezien. Iets waar ik me enorm aan kan ergeren. Reden waarom ik over dit onderwerp, popmuziek in het bijzonder, graag schrijf en er audiodocumentaires over maak.

Onze muzikale kennis is zeer beperkt. We leren lezen en schrijven op school maar het 12-toons stelsel waarop onze Westerse muziek gebaseerd is blijft voor de meesten van ons één groot mysterie. Over die muzikale kennis wil ik het nu niet gaan hebben, ik wil me inhoudelijk beperken tot de teksten die we in popmuziek gebruiken. En de uitvoering ervan.

De tekst

Het nummer Bohemian Rhapsody van Queen staat elk jaar in de hoogste regionen van de Top 2000. Meestal op nummer 1 of hooguit een paar punten lager. Met een tekst die velen maar onbegrijpelijk vinden.

Mama, I just killed a man

Put a gun against his head, pulled my trigger, now he’s dead

Zal Freddie Mercury echt een man hebben gedood?

Nee natuurlijk niet! Maar is het dus fictie? Uhm, nee!

Het zijn metaforen. Freddie rekent af met zijn eigen ik. De man die zich voorheen nog schaamde voor zijn homofilie.

Mama, life had just begun
But now I’ve gone and thrown it all away
Mama, ooh, didn’t mean to make you cry
If I’m not back again this time tomorrow
Carry on, carry on as if nothing really matters

Bohemian Rhapsody is de coming out song van Freddie. Toch zijn er hele volksstammen die werkelijk geen flauw benul hebben waar Freddie nu over zingt. Dat mag want een tekst is aan de luisteraar, deze interpreteert.

Ander voorbeeld. Randy Newman.

Short People got no reason
Short People got no reason
Short People got no reason
To live

Wat een lul die Randy! Knoop ‘m op aan de hoogste boom! Verketter hem via social media!

Oh wacht… het is cynisme!

Maar ook al was het geen cynisme, ook al zou Randy echt een hekel hebben aan kleine mensen, wat dan nog? Er is vrijheid van meningsuiting maar die geldt niet voor het lied?

De tekst hoeft niet over de schrijver te gaan. Sterker nog: vaak zijn de beste teksten juist niet autobiografisch. Toch is dé grote denkfout die het publiek en de pers vaak maakt dat de tekst juist wel over de zanger of zangeres gaat.

Romanschrijvers krijgen dan ook altijd deze vraag voorgelegd: “In hoeverre is het boek autobiografisch?” Op die vraag hoeft een schrijver geen antwoord geven. Net zo goed als Queen nooit heeft willen vertellen waar Bohemian Rhapsody precies over gaat.

Er bestaat een geheime relatie tussen het werk en de kunstenaar zelf. En de kunstenaar is aan niemand uitleg verschuldigd.

Het werk staat geheel op zichzelf. Het werk is volwassen.

De uitvoering

Wie op een podium staat doet aan theater. Die speelt een showtje. Freddie zong avond aan avond “Mama, I just killed a man” maar dacht misschien aan iets anders.

De gescheurde jeans, met de benen wijd, de gitaar die laag hangt, het is een van de clichébeelden die popmusici maar wat graag uit de kast halen. “Kijk eens, wij zijn stoer!” Maar check eens hoe die musici er in de studio bijzitten en je zult de dodelijke ernst op hun gezichten zien.

Geeft ook niet, wat er in de studio gebeurt gaat immers niemand wat aan.

Maar noem het Performance art en je verbreedt de wereld die in popmuziek vaak zo smal is. Daar hoef je echt geen Marina Abramovic voor te heten. Een performance is een staaltje visuele kunst. Alles kan! En ook hier bestaat de geheime relatie tussen de uitvoerder/kunstenaar en de performance zelf. En ook hierover is de kunstenaar dus aan niemand uitleg verschuldigd.

Moet popmuziek gesubsidieerd worden?

De terugkerende hamvraag, de titel van dit stuk, houdt de gemoederen nog altijd bezig. Zo deed de uitspraak “Subsidie is een schaars goed” van Tweede Kamerlid voor de VVD, Arno Rutte, op Radio 1 Atze de Vrieze genoodzaken er een stuk aan te wijden voor 3voor12.

Het is een complex vraagstuk want je hebt een artiest zoals Lil’ Kleine die letterlijk dure champagne staat weg te spuiten op het podium. En je hebt de dance waar miljoenen verdiend worden. Maar je hebt ook bands die in DWDD te zien zijn en in de clubs van Nederland optreden terwijl ze er niet van rond kunnen komen.

In het begin van de jaren 90 speelde ik gitaar in de Tilburgse band MAM. We speelden in de clubs, van Tuitjenhorn tot Paradiso. En af en toe waren we op de radio te horen en op tv te zien. We konden er niet van rondkomen, verre van dat, we hadden allemaal een baan ernaast. Onze geweldige toetsenist Dave Green (bekend van oa The Icicle Works) moest vanwege de armoede in Nederland terugkeren naar Manchester, Engeland. Ikzelf werkte in die tijd bij Oxfam Novib. Mijn snipperdagen gingen op aan optredens in de clubs, optredens voor televisie en opnames in studios. Ik bofte met een soepele werkgever.

Ondanks het uitblijven van groot succes, waren we volhardend. In het lied jaren jaren van onze laatste CD verwoordden we het zo:

jaren jaren – sjouwen douwen

jaren jaren – plank voor je kop

MAM was te vroeg in de tijd. Het publiek was er nog niet klaar voor. Teksten zonder grote betekenissen. Zonder letterlijk benoemde emoties. Geen Van Dik Hout Zaagt Men Planken maar met tederheid gebracht.

Totdat in 2002 na het uitkomen van het debuutalbum van Erik de Jong, oftewel Spinvis, hij de naam MAM regelmatig liet vallen:

Mam, weet jij nog wanneer ik voor het eerst een boterham met kaas gegeten heb?’ Dat klonk onhandig en tegelijkertijd zo goed. Zo wou ik het. Geen boodschap, geen afgerond verhaal maar een soort sfeer.

Het MAM nummer Maternité (in de volksmond ‘boterham met kaas’ genoemd) bleek Spinvis enorm geïnspireerd te hebben.

Toen ik een jaar terug met Spinvis zat om hem daarover te interviewen, vertelde ik hem over de overeenkomst die ik direct hoorde toen ik zijn debuutalbum voor het eerst draaide. “Dat kan geen toeval zijn”, vulde me Erik aan.

Het geld is natuurlijk vaak het directe gevolg van populariteit. Maar het hangt evenzogoed samen met de timing. Van Gogh verkocht bij leven slechts 1 schilderij maar inmiddels behoort zijn werk tot de absolute wereldtop. Van Gogh was simpelweg te vroeg voor zijn tijd, te modern voor het klootjesvolk. En hij is niet de enige.

Kunst moet vaak, net als goeie wijn, rijpen.

Wie echt een groot publiek trekt heeft macht, maar wie dat niet doet en in het B-circuit zit, die heeft het moeilijk. En misschien wordt dat zelfs veroorzaakt door subsidie. De plekken waar deze bands optreden trekken namelijk wèl subsidie. DWDD (hallo Mathijs van Nieuwkerk met je bijzonder hoge salaris!) en de mooie clubs van Nederland.  Zoals Atze het verwoordt:

Popzalen zijn de afgelopen vijfentwintig jaar getransformeerd van voormalige kraakpanden tot moderne zalencomplexen die iedere Nederlander moeten bedienen, niet alleen de linkse elite.

En die popzalen willen volle zalen trekken. Dus trekken ze de bands aan die dat kunnen leveren. Zodoende krijgt het B-circuit het extra lastig en komt maar matig aan de bak. Mening bandje treedt zwaar onderbetaald op omdat men nog liever voor niets speelt dan dat men thuis op de bank moet zitten.

Tja, wat kun je doen? Als je geen volle zalen trekt kun je niet heel veel geld vragen. Je machtspositie is dan klein. Er gelden overigens wel minimum vergoedingen. Het komt erop neer dat je per bandlid voor een concert een vergoeding van minimaal 108,90 euro mag eisen van de organisator. Nu weet ik dat vele organisatoren zich daar niet aan houden.

Wat ontvangt een band eigenlijk voor een optreden bij DWDD?

Naast het geven van live optredens ontvangen artiesten ook inkomsten via de rechten die BUMA/STEMRA en SENA voor hen int. En ontvangt men geld via de verkoop van digitale downloads, CD/vinyl verkoop en de royalties via streaming services zoals Spotify. Ook dat lijkt in vele gevallen zwaar onvoldoende te zijn om van rond te komen. Met name streaming levert belachelijk weinig geld op. Zo zag ik onlangs een rekensommetje dat voor Donald Fagen van Steely Dan gemaakt was omdat hij in een interview voor Rolling Stone Magazine had gezegd:

I need to tour to make a living. I get maybe eight percent of the royalty money I used to get.

Was Donald een ouwe zeur geworden? Iemand besloot het rekensommetje te maken. Het komt erop neer dat Donald via streaming slechts 1200 dollar (!) per jaar verdient.

Maar niet alleen popmusici hebben het zwaar hoor. Zo hoorde ik gisteren in het TV-programma Podium Witteman de klassieke dirigent, organist en klavecinist Ton Koopman vertellen dat als hij voor een volgende subsidie-aanvraag opnieuw zou worden afgewezen, zoals nu al jaren het geval is, hij zijn ensemble zou gaan opheffen!

Het beleid van Halbe Zijlstra (ook VVD) heeft in de culturele sector schandalig veel schade aangericht. Die man is een ramp voor ons land. Maar anno 2017 gaat de VVD nog een stap verder door te stellen dat de overheid helemaal geen subsidie meer moet vertrekken aan popmuzikanten en -bands.

Moeten we allemaal gaan worden zoals Lil’ Kleine? Of de instrumenten in de wilgen hangen en dance maken? Slechts 1 mannetje op het podium, hoef je het geld ook niet meer te gaan verdelen… boem, boem, boem, neem de blauwe pil, boem, boem, boem…

(wordt vervolgd)

 

De mythe van de arme kunstenaar

Mythes. De werkelijkheid romantiseren. De werkelijkheid mooier maken. Vaak zijn het verkooppraatjes. Dat zie je nu ook met het begrip Storytelling gebeuren. Ik ben dol op goeie verhalen, maar wie gaan er met het begrip vandoor? Marketeers die dankzij Storytelling hun gebakkenluchtverhalen denken te kunnen aanscherpen.

Een vals verhaal kan toch nooit een geloofwaardig verhaal worden? Jawel want de meeste mensen willen maar wat graag geloven dat iets waar is. Daarom is er zoveel mythevorming en verafgoding.

De realiteit laat zich slecht grijpen en mythevorming gaat daar echt niet bij helpen. Eerder het tegenovergestelde zal het resultaat zijn. Het doet afbreuk aan de realiteit en kan miljarden mensen eeuwen lang in zijn greep houden, zo leert de geschiedenis ons telkens weer.

Ooit schreef ik al eens eerder een blogpost over een belangrijk mythe: ‘Klinken dure spullen echt beter?’

Maar een andere belangrijke mythe is die van de Arme Kunstenaar. Natuurlijk, Vincent van Gogh was zo’n arme kunstenaar die bij leven slechts 1 schilderij verkocht heeft. Zijn broer Theo was gedurende zijn hele leven zijn mecenas. De aanname is dat dankzij het geld van Theo, Vincent zijn kunstenaarschap optimaal heeft kunnen uitoefenen. Maar wat was er gebeurd als Theo dat geld niet aan zijn broer had gegeven en hem had verteld: “Kom op zeg, ga jij eens even je eigen geld verdienen!” Had Vincent zijn doeken dan aan de wilgen gehangen en was hij bijvoorbeeld predikant geworden? We weten het niet, het leven laat zich niet net zoals in de film Lola Rennt in een paar varianten vertellen. Maar grote kans dat Theo en Vincent in de mythe van de Arme Kunstenaar geloofden.

De kunstenaars uit mijn jeugd, Bach, The Beatles, Miles Davis, Steely Dan en ga zo nog maar een eind door, het waren geen Arme Kunstenaars. Toch geloofde ook ik in die mythe. Het verhaal van Van Gogh had immers een bijbelse kracht.

De mythe van de Arme Kunstenaar is handig om creatievelingen mee te ontmoedigen. Het beeld om te sterven zoals Van Gogh, wie wil dat nou? Het is de mythe die ook eeuwenlang (!) rond Michelangelo hing. Pas door toedoen van de Amerikaanse kunstprofessor Rab Hatfield die de bankrekeningen van Michelangelo analyseerde kwam in 2002 de waarheid naar boven dat het tegenovergestelde het geval was: Michelangelo was een multimiljonair die omgerekend naar de huidige maatstaven een vermogen van meer dan 35 miljoen euro zou hebben gehad! De kunstenaar leefde weliswaar spartaans, maar die keuze werd dus absoluut niet ingegeven door het vermogen dat hij bezat.

We moeten af van de mythe van de Arme Kunstenaar. Het is een vals verhaal dat mensen die creatief zijn weinig vertrouwen geeft in de toekomst. Het is heel gevaarlijk om in dat verhaal te geloven. En het is heel jammer om daardoor te kiezen voor iets dat meer voor de hand ligt. Te kiezen voor de veilige weg, een niet-creatieve weg. Om de lat juist niet heel hoog te durven leggen. Niet te kiezen voor iets dat misschien jaren aan toewijding kost. Zoiets als de Sixtijnse Kapel. De geschiedenis leert ons toch echt dat die toewijding vaak juist zeer ruim beloond wordt.

Geloof in jezelf broeders en zusters! Creativiteit for the win!

foto onder CC BY-SA: Antoine Taveneaux