Schrijvers zijn niet populair, muzikanten ook niet, net als alle andere makers

Marcel van Driel, schrijver van voornamelijk kinderboeken, kreeg een uitnodiging voor een Facebookgroep van een gratis e-bookbibliotheek. In deze groep bleken meer dan 6.000 leden honderden e-books met elkaar te delen via een gezamenlijke dropbox. Dat triggerde Marcel om er een gepeperde blogpost aan te wijden want hij is het er niet mee eens.

Marcel stelt in het stuk overigens heel duidelijk dat hij zelf muziek en films downloadt zonder er voor te betalen:

De derde reden waarom ik er zelden over schrijf, is omdat ik zelf ook veel heb gedownload. En hoewel ik tegenwoordig slechts niet-op-dvd-verkrijgbare series download, heb ik ook muziek en films binnengehaald zonder er voor te betalen. Wie ben ik dan om er iets negatiefs over te zeggen?

Zijn punt is echter:

Moet ik nog toevoegen dat daar geen auteur of uitgever geld van ziet?

Kortom: door het vele gratis downloaden lopen auteurs inkomsten mis.

Ik heb een poos geleden een paar tracks die ik gemaakt heb onder de noemer Klankbeeld Raaphorst op Free Music Archive aangeboden als album. Het is gratis te downloaden. Op het moment van schrijven is dat 42.000 keer gedaan. Je zou zeggen: men is geïnteresseerd in mijn muziek. Of doet men het omdat het gratis is?

Om zo’n album te kunnen maken (hoewel er natuurlijk wel meer is dat ik op muziek- en geluidsgebied doe) heb ik veel moeten investeren in apparatuur en vooral ook muzieksoftware. Ik denk dat ik sinds 2001 meer dan 5.000 euro aan muzieksoftware alleen al heb uitgegeven. Deze week nog investeerde ik in 2 plugins, eentje van 29 en eentje van 59 euro.

Wat zal een schrijver investeren? Een laptop en een legale versie van Word of iWork? Echt heel veel meer aan kosten heb je als schrijver niet. Maar de concurrentie is inmiddels groter dan ooit tevoren: heel veel mensen kunnen namelijk schrijven. En veel waardevols valt er ook op blogs te lezen. Kortom: schrijvers die voor hun digitale waar geld willen hebben, hebben het zwaar. En hoe groot is het aanbod gratis e-books? Groot.

Ik kocht laatst een e-book van 29 dollar. Best duur, maar zeer de moeite waard.

Je hebt muzikanten die gehackte software gebruiken. Spinvis bedankt zelfs het hackers collectief Radium op zijn eerste CD in de creditslijst. Wellicht heeft hij een gekraakte versie van Cubase of Pro Tools gebruikt om dat album te maken.

Er zullen dus inkomsten misgelopen worden. Maar het 1 op 1 verwijt dat een downloader een klant is die je misloopt, dat klopt niet. Vele downloaders zijn namelijk niet echt geïnteresseerd in de producten. Die zijn alleen geïnteresseerd omdat het gratis is en relatief eenvoudig is om het te downloaden.

Vaak wordt het tot een morele kwestie verheven. Zoals Marcel ook doet. Onder het motto: “mensen moeten het werk van schrijvers waarderen door ervoor te betalen”. Dat lijkt mij logisch. Maar die schrijvers moeten ook toestaan dat net zoals met fysieke gedrukte boeken het geval is, deze boeken ook uitgeleend kunnen worden. Nu is dat vaak niet het geval omdat de uitgever er DRM – Digital Rights Management – vaak aan toevoegt.

De strijd van clubs als Stichting BREIN is daarbij zeer dubieus. Zo probeert Tim Kuik van BREIN ons al jaren te overtuigen dat clubs als The Pirate Bay enorme bedragen wegkaapt van de muziek- en filmindustrie. Maar Tim doet hetzelfde, zijn mega riante salaris zal vast niet te vergelijken zijn met het salaris van de zeer alternatieve heren van de Pirate Bay. Ik vind dat moreel verwerpelijk. Het salaris van menig musicus is belachelijk laag, maar de mensen die het zogezegd voor hen opnemen verdienen bakken met geld.

Muziek en boeken online met elkaar delen is zo oud als de weg naar het internet. En het woordje sharing is met de jaren een steeds belangrijker begrip geworden. Een site als YouTube is er groot mee geworden. En overigens juist dankzij die “illegale” content van oude Monty Python video’s, MTV, muziek en dergelijke. Juist omdat men die video’s met de hele wereld wilde delen is het zo succesvol geworden. Gratis delen moet ik zeggen, want had YouTube er geld voor gevraagd dan was het niets geworden.

Geldverdienen via het verkopen van content online is en blijft lastig. Het aanbod legale en illegale content is mega groot en groeiende. Waarvoor willen wij nog betalen? Alleen voor het allerallerbeste? Voor de artiest die we het gunnen en waarvan we weten dat het geld rechtstreeks in zijn of haar zak terecht komt in plaats dat het bij graaiende tussenfiguren terecht komt? En wat te denken van de prijs?

Internet heeft alles in een internationale wereldmarkt veranderd. Wij Nederlanders blijken dan een heel duur volk te zijn. En als het aanbod gratis dan ook nog eens heel goed is en niets kost, ja dan wordt het lastig. Met name voor ons en andere dure landen in de wereld. Maar misschien is ook onze methode om waarde mee uit te drukken niet langer effectief. Is geld haar macht aan het verliezen. Maar om niet gelijk een blik met wormen te openen wil ik het daar bij laten…

Ons meer op internet richten

windows

Het bedrijf Marlies Dekkers is failliet maar met een nieuwe investeerder kunnen elf winkels geopend blijven. Ze heeft goede hoop en zegt:

We richten ons vanaf nu meer op de online verkoop, een groot deel van de omzet komt daar nu al vandaan.

Ook de Bijenkorf kondigde 2 weken terug aan dat zij vijf van haar twaalf winkels moet sluiten en gaf daarbij aan:

De Bijenkorf zet verder sterker in op het online verkopen van producten, en investeert daarin ‘substantieel’.

Gisteren werd bekend dat het bedrijf HUB Uitgevers (van bladen als Computer Idee, PC-Active en PCM) faillissement heeft aangevraagd.

Het zijn zomaar een paar recente gevallen waaruit weer eens blijkt dat als je je als ondernemer niet voldoende op internet richt het snel naar beneden kan gaan met je bedrijf. Natuurlijk zit er meer achter, dure panden, en een hele dure directie en managementstructuur bijvoorbeeld die een boel geld kosten. Maar het is vooral ook het denken in fysieke winkels versus virtuele winkels. Het is vooral het denken in gedrukt papier versus virtueel drukwerk.

Er zullen altijd fysieke producten overblijven en die zullen zelfs hier en daar in winkels verkocht worden, maar ze zullen de minderheid vormen. Winkels voor producten die je ook online kunt kopen zijn langzaamaan aan het verdwijnen en daar komt niets voor terug. Ja, lege gebouwen. En dat geldt ook voor drukwerk. Met name het vergankelijke drukwerk, zoals kranten. Natuurlijk bestaan die straks niet meer. Allemaal niet. Maar wat doen de kranten? In plaats van zich realiseren dat ze een journalistieke onderneming zijn denkt menig uitgever dat ‘ie in de printbusiness zit. En dus blijven ze zich richten op print, totdat het omvalt.

Iedereen die zich afvraagt of ‘ie “meer met internet zou moeten doen” stelt zich die vraag rijkelijk laat. Het internet is namelijk niet iets dat je erbij doet. Het is geen andere markt. Het is geen andere doelgroep. Het internet is de wereld in digitale vorm. Als een verlengstuk van wie we zijn, wat we denken, wat we willen en wat we doen. En het feit dat je dat hier op mijn domein kunt lezen, dat zegt iets. Over mij en misschien ook wel over jou, denk je niet?

Stukje bij beetje muziekmaken

Atari_1040ST

Samen met wat vrienden kocht ik ooit – ik moet een jaar of 16, 17 geweest zijn – een 4-sporen recorder om muziek mee op te nemen. Alles wat je ermee opnam klonk als een demo maar je kon er prima liedjes mee opnemen. En door het beperkt aantal sporen bleven de arrangementen overzichtelijk en eenvoudig. Vrijwel alle albums van The Beatles zijn ook op 4-sporen recorders opgenomen. Het geweldige Revolver bijvoorbeeld.

Toch zijn 4-sporen best weinig. Want zet je de drums in stereo dan hou je er nog maar 2 over voor bas, gitaar en zang. En wat als je aanvullende percussie en keyboards wilt opnemen? Diverse tracks zullen dus samen opgenomen moeten worden, of je moet van het ene spoor naar het andere gaan bouncen. Dat laatste deden wij ook, maar daarmee ging de geluidskwaliteit wel achteruit want dat vergat ik nog te zeggen: die 4-sporen recorder nam op een cassettebandje op.

Wat jaren later ben ik met mijn inmiddels overleden vriend Quintus Kessler met een 8-sporen recorder gaan werken die we aan een Atari 1040ST computer koppelden. We gebruikten er ook een groot rack vol synthesizers bij. Toch was er nog steeds een groot verschil tussen het geluid dat uit onze homestudio kwam en het geluid dat we op CD’s hoorden. Helemaal tevreden waren we dus niet. In die tijd waren DDD CD’s, CD’s die van voren naar achteren digitaal opgenomen waren, het summum.

Doordat mijn vriend Conno van Wijk technicus werd in Studio BMG in Voorburg, een studio van Aad Link (manager Nits) en Robert Jan Stips (toetsenist Nits en producer van vele bandjes waaronder Gruppo Sportivo), kon ik daar ook gaan opnemen. We moeten een jaar of 19, 20 zijn geweest toen dat feest begon. De studio was een paradijs waar we uren achtereen zaten te werken aan van alles en nog wat. In Studio BMG stond een 16-sporen recorder en grote analoge mengtafel en veel synths van Robert Jan en Peter Calicher (toetsenist Gruppo Sportivo). Ik mocht dat allemaal gebruiken. Het was een speeltuin.

In die tijd was het heel normaal om de muziek stukje bij beetje op te nemen. Vaak werd eerst de begeleiding van bas en drums (vaak drumcomputer) opgenomen. En speelde de bassist een foutje dan werd er vanaf een bepaald moment “ingeprikt”. Alle fouten werden hersteld en vaak werden bijvoorbeeld gitaarpartijen heel strak gemaakt. We, Conno en ik, waren liefhebbers van het album Cupid & Psyche 85 van Scritti Politti en meer van dat soort mega strakke muziek. Slave to the Rhythm en andersoortige Trevor Horn producties. Quincy Jones’ Back in the Block album en ga zo maar door. Maar je kunt je afvragen: waarom wil je dat zelf ook?

Het was de tijdgeest denk ik. Heel veel tijd ging zitten in het editen op de Atari computer. Toch moet ik zeggen dat de groove vaak vergeten werd. We speelden eerder strak op de tel dan er omheen. HipHop daarentegen lette veel meer op die feel en grooves dan popmuziek. Luister maar naar menige popproductie uit de 80 en 90-er jaren en let op de strakheid. Veel van die muziek klinkt nu super saai in mijn oren.

Alles werd opgenomen met een clicktrack, een metronome. Die voerde de maatverdeling, niet de drummer, en maatversnellingen waren uit den boze. Ringo Starr gebruikte op de albums van de Beatles nooit een metronone. Maar mede daarom klinken ze zo geweldig “losjes”. En als je het mij vraagt klinkt de muziek uit de jaren 60 en 70 lekkerder dan de jaren erna. Uitzonderingen daargelaten, uitzonderingen die wat mij betreft te maken hebben met de groove, met de swing rondom het tempo. Met name HipHop ben ik zeer dankbaar voor het terugvinden van feel in gecomputeriseerde muziek.

Nadat mijn band MAM na de allerlaatste CD Look: Nederlands! uit elkaar was gevallen (in’94 al terwijl de CD pas in ’95 uitkwam) besloot ik me 100% op live spelen te richten. Ik was de computer compleet beu geworden en speelde een paar keer week live. In die tijd leidde ik met wat muzikanten diverse jamsessies, soms 2 per week, een in het Musicon en een in de Paap hier in Den Haag.

Inmiddels heb ik de computer weer hervonden. En natuurlijk zijn de mogelijkheden in de loop der jaren sterk verbeterd. Toch blijft het fenomeen “fouten verbeteren” aan me knagen. De computer leent zich er inmiddels zo goed voor om die foutjes te herstellen. Maar ik moet zeggen dat daarmee veel verloren gaat. De muziek wordt er statischer van. Het is niet voor niets dat HipHop vaak gebruik maakt van sleepende ritmes die achter de tel worden gespeeld. Ook zet HipHop vaak rauw klinkende samples in als kleur die het eendimensionale artificiële karakter van de computer verdoezelt en de boel levendiger maakt. Als een soort weeffout in de muziek.

Tegenwoordig is het in om alle fouten te verwijderen. Zelfs valse noten in de zang kunnen vrijwel onhoorbaar via de Autotune zuiver gemaakt worden. Veel muziek klinkt dan ook vandaag de dag gladder en strakker dan ooit. Geeft niet. Niemand heeft mij gevraagd ervan te gaan houden, maar ik ben inmiddels door schade en schande wijs geworden. Een beetje althans.

Mijn muziek, sounddesign, audionabewerking en mixage voor Hidden Champions documentaire

punk-voorhout

Gisteravond hebben Henk-Jan Winkeldermaat a.k.a. Punkmedia en ik handjeklap gedaan: voor de documentaire Hidden Champions van Henk-Jan ga ik de muziek, sounddesign, audionabewerking en mixage verzorgen.

Wij werkten al eerder samen. Een paar maanden geleden bijvoorbeeld toen Henk-Jan en ik een video in opdracht van de Belastingdienst maakten die van het Ministerie van Financiën het advies kreeg “NIET TE PLAATSEN OP YOUTUBE EN OOK NIET OP DE SITE VAN DE PRODUCENT”.

Hidden Champions zal natuurlijk wel online te zien zijn. Kortom: wordt vervolgd…

Good Vibrations: ultrasoon geluid om je stemming mee te beïnvloeden

waveform

Onderzoekers van de Universiteit van Arizona hebben in een recente studie ontdekt dat ultrasoon geluid (extreem hoge en onhoorbare trillingen/frequenties) toegepast op specifieke gebieden van de hersenen in staat lijkt om stemmingen van patiënten te veranderen. De ontdekking heeft ertoe geleid dat de wetenschappers verder onderzoek gaan doen om vast te stellen of deze techniek op een dag kan worden gebruikt om aandoeningen zoals depressie en angst mee te behandelen.

After 15 seconds with an ultrasound transducer, a standard ultrasound imaging device, placed against his head, Hameroff felt no effect.
“I put it down and said, ‘well, that’s not going to work,'” he said. “And then about a minute later I started to feel like I’d had a martini.”

Zie uanews.org →

(foto onder CC BY: Mikael Altemark)

VLF brengt de sonische equivalent van het poollicht aan het “licht”

VLFatPalmer

De interactie van zonne-energie met het geladen deel van de atmosfeer kan via VLF techniek (Very Low Frequency) geregistreerd worden. Het is de sonische equivalent van het poollicht. Onzichtbaar voor het blote oog, maar middels deze techniek wel hoorbaar.

Deze audiodocumentaire is geproduceerd door Patrick Sykes. Sound artiest Dan Tapper en VLF artiest Stephen McGreevy komen aan het woord.

Of beluister (of download op Archive.org) het album van Stephen McGreevy. het levert een soort natuurmuziek op die verwant is aan de elektronische muziek van bands zoals Autechre.

(foto: publiek domein)

De Kortegolfmuziek van Myke Dodge Weiskopf

kortegolf radio

Myke Dodge Weiskopf in zijn eigen woorden:

I’m a radio producer and historian, broadcast artist, multi-instrumentalist, sound recordist, and composer based in Los Angeles, CA

Ik stuitte op zijn «ALL NIGHT FLIGHT» productie via theradius.us. Het is een collage van geluiden die hij heeft samengesteld uit een bundel van zijn eigen opnames van natuurgeluiden, opnames van kortegolf radiostations, gesproken woord in zowel natuurlijke als elektronische varianten en eigen muziek. Het geheel is met aanvullende geluidseffecten gemixt waardoor een unieke geluidstrip ontstaat.

Deze video geeft ook wat tekst en uitleg:

Maar goeds, we moeten niet teveel lullen maar luisteren! De productie is ook gratis te downloaden zodat je hem op een mp3-speler of smartphone mee naar buiten kunt nemen o.i.d.

(foto onder CC BY: FaceMePLS)

Het samenvallen van Johan Simons

Met sommige kunstenaars voel ik direct verwantschap. Dat had ik gisteravond bij het zien en horen van Johan Simons in Zomergasten. Het ging vooral over het moment dat alles samenkomt. Het moment dat je weet: potdomme, ik heb HET!

Johan sprak over het moment dat acteur Jeroen Willems overleed. Omlijst met beelden van Jeroen die Jojo van Jacques Brel uitvoerde.

Hij explodeerde gewoon!

En hoewel die uitspraak op Willems sloeg, op het moment van diens overlijden, deze kon even zo goed van toepassing zijn op Jacques Brel.

In mijn timeline zag ik diverse tweets van cultuurhaters voorbijkomen. Toch hoop ik dat ze iets mee hebben gekregen van de drive, de passie en het blijven nastreven van het onbereikbare wat kunstenaars in zich hebben. Ik denk dat er heel veel mensen op een relatief eenvoudige manier geld verdienen. Vaak ten koste van een ander. Dat soort mensen moeten maar niet een mening hebben over kunstenaars. Die moeten gewoon hun bek houden.

Een kunstenaar daarentegen kiest voor de aller aller moeilijkste weg. Omdat er iets moet. Het kan niet anders. Het moet.

Er kwam een prachtig fragment voorbij van fotograaf Jeff Wall. We zagen hem aan het werk terwijl hij een man met witte schoenen fotografeerde die stilstond in de gang van een hotel en wat naar beneden keek. Jeff had precies in zijn hoofd hoe de man naar beneden moest kijken. Hoe het licht op de schoenen moest schijnen, kortom: over alle details was nagedacht. Hij maakte een hele serie foto’s die hij vrijwel allemaal rommel vond. “These are bad”.

Ik denk dat veel mensen dat niet begrijpen. Die kennen niet dat gevoel dat de kunstenaar heeft. Dat onmiskenbare gevoel. Dat alles soms ineens samenvalt. Het moment. Dat dit hem is. Hebben.

Dus daarom: onwijs bedankt Johan!

(foto: Jeff Wall)