Het nummer dat kwaliteit heet

VanGogh-zelfportret

Het lijkt erop alsof we allemaal besmet zijn met het cijferobsessie virus. Op jacht naar de meeste retweets. Op jacht naar de meeste “vrienden”. Op jacht naar de meeste views. Des te meer, des te beter. En ook al vinden we het een beetje vies dat onze Publieke Omroep in de loop der jaren de kijkcijfers steeds meer als ijkpunt is gaan gebruiken, wij doen zelf tegenwoordig niet anders. We zoeken de aandacht in de hoge getallen. En de hoogte van het getal geeft aan of het aandacht krijgt. Of het gewaardeerd wordt. Of  het goed is. En of wij het goed doen.

En die gedachte deugt niet.

Kwantiteit zegt namelijk niets, helemaal niets, over de kwaliteit van het gebodene. Je door kwantiteit laten leiden is dan ook ronduit dom te noemen. Ook al doen we het massaal. Gegrepen door de kijkcijfers. Tijdens Nazi-Duitsland liep men massaal achter die idioot van een Hitler aan. Gegrepen door de massa omdat de massa altijd gelijk heeft, toch?

Of wat te denken van, ik gebruik hem wel vaker als voorbeeld: Vincent van Gogh. Het verhaal gaat dat deze kunstenaar tijdens zijn leven slechts 1 schilderij verkocht. Hij maakte er zo’n 800 tot 900. Zat er geen enkele goeie tussen dan? Inmiddels wordt Vincent van Gogh beschouwd, niet alleen als een de grootste Nederlandse schilders ooit, maar ook als een van de allergrootsten wereldwijd.

Wat vind jij eigenlijk van de schilderijen van Vincent van Gogh?

Het waarderen van kunstwerken zoals die van Vincent van Gogh schijnt voor veel mensen een heel lastig klusje te zijn. Deze mensen kijken naar een schilderij van hem en vervolgens blijft het leeg van binnen. Geen gevoel. Doods. “Oh, hij heeft slechts 1 schilderij verkocht? Ja, dat kan je wel zien ook!”. De meeste mensen kunnen de zaken pas op waarde inschatten als ze een voorbeeld kunnen nemen aan wat anderen ervan vinden. Of als er een hoog nummer aan verbonden kan worden. Een broek die in de mode is. Een smartphone die veel verkocht wordt. Een band die al weleens bij de Wereld Draait Door is geweest. Een DJ die volle zalen trekt.

Het kleine, de niche, het onopgemerkte, de underground, de tegenstroom, het beangstigt de meeste mensen.

Geef alles een cijfer en ineens kunnen de meeste mensen eenvoudig kiezen. Niet langer hoeven zij hun gevoel te laten spreken of moeten zij moeilijk gaan nadenken. In plaats daarvan kunnen ze een afweging maken op basis van het cijfertje. Het rapportcijfertje. Een duimpje omlaag voor Vincent van Gogh en een duimpje omhoog voor Hitler. Sure, dream on…

Machteloosheid in Nederland

NSA

Al een tijd zit ik met die afluisterpraktijken van de NSA in mijn maag. Het afluisteren op grote schaal en het uitwisselen van deze data tussen onze AIVD en de NSA. 1,8 miljoen telefoongesprekken in Nederland alleen al. Is ons betalingsverkeer nog wel te vertrouwen? Worden alle banktransacties online ook niet gewoon afgetapt? En al onze creditcardbetalingen ook? Internet aftappen is immers veel eenvoudiger dan een telefoon aftappen.

En ze doen er allemaal aan mee, Google, Apple, Microsoft, Facebook en ga zo maar door. Allemaal Amerikaanse services. Geen enkele komt er uit Europa. Laat staan uit Nederland. En wij maar roepen dat we moeten innoveren…

Het punt is dat we onze bestuurders niet kunnen vertrouwen. Dat vermoeden was er al veel langer maar de bewijzen ervoor zijn nu dankzij klokkenluider Edward Snowden glashelder op tafel komen te liggen.

En met de dag neemt de machteloosheid toe. Mijn machteloosheid. Maar wat kan ik doen? De machteloosheid maakt me radeloos. Het is een vorm van onderdrukking. Onze politici controleren de media en onze communicatiemiddelen via Google, Apple, Microsoft, via de telefoon, via Whatsapp en ga zo maar door.

Nu is de NSA nog niet eens het enige. Neem bijvoorbeeld de absurde bezuinigingen in de gezondheidszorg die haaks staan op de belachelijke uitgaven voor bijvoorbeeld de JSF. Of banken die zogezegd gered moeten worden. Banken die naar de kloten geholpen zijn door managers die met een grote zak met geld onder de arm zo naar buiten liepen.

Wat kan ik doen? Ook ik ben afhankelijk van Apple, van Google. Ook ik ben afhankelijk van het bestuur van mijn land. Van een dak boven mijn hoofd. Van eten op tafel.

Voor de The Post Online schreef psychologe Esther van Fenema een geweldig stuk De gedissocieerde samenleving. Het stuk benoemt precies hoe ik mij vaak voel. Het onderdrukken van deze gevoelens. De schouders ophalen zonder iets te doen. Terwijl ik drommels goed weet dat ik wel iets kan doen. En moet doen. Omdat het niet langer zo kan doorgaan!

Er is wel degelijk reden om ongerust te zijn, al is het maar omdat de misstanden gevoelsmatig de menselijke maat zijn ontstegen waardoor we het contact met de maatschappij zijn verloren met alle gevolgen van dien voor de zwakkeren in onze samenleving.

Ambitie NU!

boefies

Werkte met ze samen.
Ben nieuwe dingen met ze begonnen.
Unieke plannen tegen ze aangehouden.
Heb er koffie mee gedronken.
Legde mijn ziel en zaligheid bij hen op tafel.

Die van mij rijkt heel ver.
AMBITIE
Die van de ander vaak niet.

Moedeloos word je ervan. Dat rotzooit maar wat aan. Doelloos. Zonder passie. Om vervolgens ooit als laatste wens, wachtend op de dood, nog uit te roepen:

“oh had ik maar!”

Laten we het godverdomme NU doen!

(foto: Peter van der Velde – Manchester)

Donald Fagen graaft zich autobio: Eminent Hipsters

eminent hipsters

Donald Fagen was van plan om leraar Engels te gaan worden. Of journalist. Maar een mix van een psychedelisch goedje en een stel slechte muzikanten deden hem anders besluiten. Die slechte muzikanten speelden in een band en bleken de grootste lol te hebben. En dat sprak de jonge Donald wel aan. Tijdens zijn literaire studie aan Bard College in die goeie ouwe tijd, the sixties, ontmoette hij daar zijn muzikale partner Walter Becker. Wat volgde was een geniale muzikale samenwerking onder de noemer Steely Dan die tot op de dag van vandaag voortduurt.

In de jaren 80 komt onze Donald muzikaal en mentaal op een dood spoor te zitten. Vlak voor die dip levert hij nog wel zijn geniale soloalbum The Nightly af. Het is een van de eerste CD’s die geheel digitaal opgenomen werd. Hoewel dat proces een nachtmerrie bleek. Verhalen over een digitale bandrecorder van Sony die om de haverklap stuk ging tijdens de opnames. Dat verhaal staat overigens niet in zijn zojuist uitgekomen memoires Eminent Hipsters.

Donald laat de muziek even voor wat het is in de jaren 80. Hij wordt gevraagd om over filmmuziek voor Premiere magazine te schrijven en rolt op die manier alsnog de schrijvelarij in. Wat dat de laatste 30 jaar heeft opgeleverd is nu gebundeld in zijn eerste boek Eminent Hipsters. Aangevuld met een paar nieuwe stukken. De insteek hier is persoonlijk. Donald legt zijn helden onder de loep en grijpt de kans aan om de perikelen van een band op tournee aan het papier toe te vertrouwen. Dat is niet Steely Dan maar de band Dukes of September Rhythm Revue waarmee ‘ie samen met Michael McDonald en Boz Scaggs oude rhythm and blues songs van andere vertolkt naast hun eigen materiaal.

Donald is een meesterlijk schrijver. Uit zijn vingers vloeien de zwartgallige humor en ironische metaforen die we ook van Steely Dan gewend zijn. Donald presenteert zichzelf als een half dooie ouwe lul maar zijn publiek is minstens zo hard aan het ontbinden. De regel dat je je eigen publiek nooit moet aanvallen is aan Donald niet besteed. Hij haat het rechtse publiek. Hij haat sowieso rijke mensen. En hij haat de TV Babies, de generatie die vanaf de 60s opgegroeide met de TV als babyzitter. En recentelijk is ‘ie iedereen die de hele dag naar zijn handpalm loopt te staren gaan haten.

Door een toeval van het lot werd ik een grote Steely Dan fan. Wellicht de grootste van Nederland. Misschien wel van heel Europa. Ik ben 20 jaar jonger dan Donald, hij is van ’48, ik van ’68. Ik herinner me inderdaad de TV als altaar centraal gepositioneerd in de woonkamer. Maar ik herinner me ook vooral die eerste keer dat ik Aja van Steely Dan op de pickup van mijn pa over prachtige KEF boxen rondjes hoorde draaien. En hoewel ik toen al wist hoe ik met mijn gitaar over een E7#9 akkoord kon soleren, waar ik hier op stuitte bleek een geheel nieuw universum te zijn. “Dat dat er ook allemaal op zit”, om mijn oude gitaarleraar Ferry Robers maar weer eens te citeren.

Eminent Hipsters is een dun boekje van nog net geen 180 pageturners schoon aan de haak. Mijn literaire honger werd er nog lang niet mee gestild. En laten we hopen dat dat voor Donald ook geldt.