Doe Maar kan niet Nederlandser klinken

doe maar

Kijkend naar de documentaire ‘Doe Maar: Dit Is Alles’ werd ik overvallen door vaderlandsgezinde gevoelens. Toentertijd, toen Doe Maar heel populair was, vond ik het niets. Pas jaren later ben ik het enorm gaan pruimen. En vanavond pruimde ik het weer.

Eigenlijk is het vreemd want vrijwel alle liedjes van Doe Maar zijn gebouwd op de onderstroom van een straffe authentieke reggae groove. En als er iets niet-Nederlands is dan is het reggae wel, zou je denken.

Het zit hem in de melodieën. En de samenklanken. De rare effectjes. De koortjes. De instrumentkeuze. En de Nederlandstalige teksten. Op de een of andere manier zijn die ingrediënten zo oer-Nederlands dat ook al combineer je ze met een zwart Jamaicaanse ziel, het gevoel is en blijft onmiskenbaar Nederlands. Hoekig maar toch swingen met die lekkere billen.

(en schudden met die tieten)

Steve Lukather is kwaad

Ruim een jaar geleden publiceerde Mike Collins op zijn Tumblrblog de post ‘Steve Lukather tells it like it is…’.

Ik las het pas gisteren. Steve vindt dat teveel talentloze mensen muziek maken.

TOO many people can make records. Period.

Volgens hem willen ze alleen beroemd zijn.

What the fuck ? People want to be famous NOT good!

En volgens hem is er maar 1 weg:

REAL music played by REAL musicians

Steve Lukather is zanger en gitarist van de band Toto.

Je zult Steve gelijk moeten geven dat veel van de hedendaagse artiesten niet kunnen spelen of kunnen zingen. Britney Spears staat al jaren niet meer alleen. De autotune (apparaat om de valse noten automatisch naar zuivere te corrigeren) wordt door bijna alle zangers en zangeressen gebruikt, zelfs in snoeiharde rock. En zelfs bij live concerten is playbacken tegenwoordig heel normaal. De visuele aspecten staan voorop. Zonder je tieten en/of je kont laten zien kom je er niet meer tegenwoordig.

En je moet het Steve nageven dat ‘ie kan spelen. Als sessiemuzikant deed en doet ‘ie op een enorme hoeveelheid albums mee. Om er eentje te noemen: Beat It van Michael Jackson. Het is Eddie van Halen die de gitaarsolo speelt maar de rest van de gitaren zijn afkomstig van Steve.

Ook stichtend lid van en drummer bij Toto, Jeff Porcaro was een rasmuzikant. En het was deze Jeff die het concept van een drumcomputer met samples van digitale drumgeluiden bij expert Roger Linn voorlegde. Dit resulteerde in de allereerste drumcomputer met realistische samples, de Linn LM-1. Hoewel Roger het zich niet meer helemaal kan herinneren is Jeff waarschijnlijk ook verantwoordelijk voor de drumgeluiden van het apparaat. Bekend is dat Jeff op veel muziekproducties in plaats van als sessiemuzikant achter het drumstel plaats te nemen, de Linndrum programmeerde.

Veel drummers schreeuwden bij het uitkomen van die Linndrum moord en brand. Ze waren niet langer nodig.

Is muziek nog wel echt?

Die drummers kregen gelijk. Vandaag de dag zijn producties waarin echt gedrumd wordt veruit in de minderheid. De sampler en de computer hebben ervoor gezorgd dat je niet meer hoeft te kunnen spelen, je kunt de noten rustig een voor een programmeren. En dat geldt dus niet alleen voor drummers.

Of neem filmmuziek, je hoort een orkest maar het is gewoon een of andere vogel die met een paar gigabytes aan samples van violen en celli via de computer ff een orkestje doet.

Bij opgenomen muziek is het vrijwel niet na te gaan hoe de muziek werd opgenomen. En dat hoeft ook  niet eigenlijk. Het eindproduct, dat telt. Hoeveel takes de Sex Pistols nodig hadden voor hun Anarchy in the UK is niet echt relevant. En of de gitaar van Wood Beez van Scritti Politti een sample is of rete strak op de groove ingespeeld is, boeit ook niet. Het is een sample, laat ik je dat vertellen.

Zelfs de Rolling Stones maken er al jaren gebruik van. Hun platen klinken rete strak, maar dat komt door de computer, met dank aan: Pro Tools.

Van de vernieuwende dirigent van het Philadelphia Orchestra, Leopold Stokowski, is bekend dat hij door pionierszin met opname-apparatuur al begin vorig eeuw bedacht dat je een orkest kon terugbrengen tot 1/3 van het orkest. Opgenomen partijen zouden door extra speakers eenzelfde volheid kunnen realiseren als een compleet orkest. Alleen, zou het publiek het accepteren?

Inmiddels accepteert het publiek alles.

Met de komst van synthesizers, samplers en computers werd het geluid van muziek pas echt abstract. Wat klinkt als een basgeluid, wie associeert dat nog met een contrabas of een elektrische bas? Wie een drumbeat hoort, wie associeert dat nog met een drummer die met zure oksels achter het drumstel zit? Wie een zanger hoort, wie associeert dat nog met een zanger die achter zijn microfoon de boel in 1 keer inzingt? En om Steve er weer even bij te halen: wie kan dat nog?

Steve heeft een punt

We vinden het niet kloppen dat fietsers op doping de Tour de France rijden. Maar we vinden het wel kloppen dat muzikanten net doen of ze kunnen zingen, terwijl ze een computer nodig hebben om hun fouten te herstellen.

Het punt is echter, dat het niet langer om muzikanten gaat. Vroeger kon je alleen muziek registreren door muzikanten te laten spelen en dat op te nemen. Dat is tegenwoordig niet langer het geval. Je hoeft niet te drummen of een heel orkest in te huren. Opgenomen muziek is artificieel. Gemaakt. Het is geen geregistreerde live uitvoering. En zelfs bij klassieke opnames worden letterlijk honderden edits toegepast. Muziek wordt opgebouwd en geëdit stukje bij beetje.

Het laatste woord is aan Miles Davis. Hij speelde op Don’t Stop Me Now van Toto. Hier zijn live uitvoering. Wat je ziet is wat je krijgt. Er kwam geen computer aan te pas. En geen tiet en geen kont. Een kwestie van aftellen en gaan. En de lucht trilde zolang het kon.

(foto: Roberto Scorta onder CC BY)

Hart van Nederland over de vloer voor mijn #selfie

selfie-hart-van-nederland

Vanmiddag had ik 2 heren van Hart van Nederland op bezoek. Ze wilden van mij weten waarom ik soms een selfie maak. Dat wilde ik wel op camera vertellen. De selfie is immens populair en werd onlangs zelfs uitgeroepen tot het woord van het jaar.

Tegenwoordig maak ik veel minder selfies dan heel wat jaartjes terug. Toen het nog geen selfie heette. In het jaar 2008 maakte ik er 365. Elke dag 1. Zoals bijvoorbeeld nummer 76:

76/365

Het item werd vanavond om 7 uur uitgezonden. Terugkijken kan HIERRRR!

#selfie voor Hart van Nederland

Google maakt iedereen wijs dat ik in Den Haag heb gewoond

Samsung S4

Hoezeer we de NSA ook mogen vrezen, wat we nog veel meer moeten vrezen is de falende interpretatie van al die verzamelde gegevens. En hoewel mensen grootheden toedichten aan fabrikanten als Apple en Google, ik zie het tegendeel evenzogoed bewezen. Hun techniek laat regelmatig steken vallen. Dus.

interniek-googleplus

Het staat er inderdaad. Google+ zegt dat ik in Den Haag woonde. Verleden tijd. Het zal iets met GPS te maken hebben en het feit dat ik vorige week in Brugge ben geweest.

Google weet niet langer waar ik woon. Ik ben begonnen met turven. Vandaag zit op ik op dag 4.

Interniek bedankt!

Duurzaamheid Flickr versus vluchtigheid Instagram

brugge

Al ruim 9 jaar heb ik een Flickr account. Pas sinds kort zit ik ook op Instagram.

Gek eigenlijk dat je er zomaar weer een account bijneemt. Mijn dochter vond het te gek dat ik “op Insta” besloot te gaan. Alleen bezorgt het mij nu een nieuwe brainwave, want wanneer moet ik iets op Insta en wanneer op Flickr zetten? Of op beiden toch maar?

Vooralsnog lijkt Instagram heel vluchtig en beperkt in haar mogelijkheden. De korte videofunctie die er sinds een poosje op zit vind ik wel heel handig, met name door sound designers en muzikanten waar ik internationaal contact mee heb wordt dat veel gebruikt. Het heeft een voordeel ten opzichte van YouTube omdat deze video’s slechts 15 seconden lang mogen zijn en direct beginnen met afspelen. Op die manier krijg ik snel een indruk van waar mijn collega’s mee bezig zijn.

Instagram lijkt een beetje het visuele broertje van Twitter. Men laat zien waar men mee bezig is. Alleen de laatste paar foto’s worden bekeken als ze langskomen in de stream en men klikt dan al dan niet op like of laat een reactie achter. Nogmaals, het is vluchtig tooltje.

Instagram biedt geen mogelijkheden tot het opbouwen van een serieus fotoarchief. Instagram slaat de foto’s in een totaal onbruikbaar 612×612 pixels formaat op (what the fuck were they smoking?) wat het gebruik ervan voor andere doeleinden drastisch beperkt. Bovendien is het bedrijf een onderdeel van de slangenkuil van Facebook hetgeen bij mij in twee opgetrokken wenkbrauwen resulteert.

Flickr is daarentegen de meest serieuze fotosite met een belangrijke archieffunctie. Niet alleen kun je jouw foto’s in hoge resolutie uploaden. Je kunt sets en groepen maken. Nou goeds, dat weet je vast allemaal wel. Maar het punt wat ik juist wil maken is dat Flickr heel veel aandacht aan je gehele foto-archief geeft, ipv alleen tijdelijke aandacht voor de laatste paar in je stream, zoals de concurrentie dat doet. Dat zie ik in mijn statistieken terug. Veel oude foto’s worden nog dagelijks een paar maal bekeken. Mijn meest bekeken foto heeft meer dan 8000 views. Het is geen uitzondering, veel van mijn foto’s zijn duizenden keren bekeken. Diversen zijn gebruikt in boeken, soms zelfs voor een omslag, en op veel websites (zoals BoingBoing, NOS, NRC) en Wikipedia.

Deze week bezocht ik samen met mijn vriendin de stad Brugge. Een goed moment om de camera van mijn nieuwe smartphone eens flink uit te proberen. In combinatie met de geweldig app van VSCO blijkt dat ik geen dure camera en laptop meer nodig heb om foto’s te schieten, te bewerken en te uploaden naar Flickr, Instagram, Facebook, Twitter of andere hipster-plekken. De smartphone alleen volstaat uitstekend. En qua views zit ik op Flickr de laatste paar dagen weer ruim boven de 1000 per dag. Hoewel dat vrijwel nooit lager is 500 views trouwens. Gisteren stond de teller op 2590. Dankzij Flickr krijgen die foto’s dus behoorlijk veel aandacht. Meer dan ik via mijn blog zou kunnen bewerkstelligen. Vandaar dus dat ik er al 9 jaar zit.