Flexibel samplen met Ableton Live 9.5

Sampling is sinds de jaren 80 een populair middel voor muzikanten om de beat, of een kort fragment uit de muziek van anderen in een eigen track te gebruiken. Zo heeft rap-muziek kunnen ontstaan, rapping over a beat. Een beat die vaak afkomstig was van Clyde Stubblefield, de drummer van vele James Brown hits. James verzon ze niet maar Clyde verzon ze al spelende. Hij stak een hele generatie aan met die vette grooves van hem.

Geld

Clyde heeft er nooit een cent teruggezien van al dat samplen. James Brown daarentegen wel want hij staat als songwriter vermeld en ontving er royalties over. Alleen heeft James die groove niet verzonnen maar Clyde. Een beetje oneerlijk dus.

Yet Mr. Stubblefield’s name almost fell through the cracks of history. The early rappers almost never gave credit or paid for the sample, and if they did, acknowledgement (and any royalties) went to Brown, who is listed as the songwriter.

– New York Times

Clyde is niet de enige. Met hem zijn er vele andere muzikanten met exact hetzelfde verhaal. De sampler heeft hun geen geld of naamsbekendheid opgeleverd.

Samplen als creatief proces

De eerste samplers waren heel primitief. Zelf heb ik nog met een Ensoniq Mirage, een 8-bit sampler, gewerkt. Maar inmiddels dankzij software zoals die van Ableton Live, Duitse software waar ik sinds 2002 mee werk, zijn de mogelijkheden voor het creatief samplen enorm toegenomen. Heden ten dage kun je een sample zo veranderen dat het origineel er vrijwel niet meer in terug te ontdekken valt.

Bekijk vanaf 12:27 onderstaande video en zie hoe je vrij eenvoudig in een stuk audio kunt gaan transponeren naar andere toonhoogtes in real time. Op die manier kun je nieuwe muziek creëren op basis van bestaande muziek door de melodie en harmonie aan te passen.

Het gave hieraan vind ik dat je de unieke aspecten van het origineel kunt behouden. Als een soort eerbetoon. Het geluid van de opname bijvoorbeeld en de algehele feel. Hoewel je dat ook weer kunt aanpassen als je dat wenst, noten, timing en het geluid. Zo ver zelfs, zodat het origineel onherkenbaar is. Maar nogmaals: dit eerbetoon met een twist is toch een geniale creatieve uitdaging die deze techniek ons heden ten dage biedt?

Juridische hel

Het is toch te gek om een prachtige partij van bijvoorbeeld Herbie Hancock te kunnen veranderen naar iets anders? Met die oude sound, maar dan wel heel anders dan het origineel. Helaas ga je dan nat in een rechtszaak. Want zodra het origineel te ontdekken valt ben je aan het “jatten”, zo beschouwen niet-creatieve juristen en rechters het. Andy Warhol mocht de soepblikken van Campbell zeefdrukken en voor veel geld verkopen maar muzikanten die zoiets doen dat worden financieel helemaal uitgekleed. Als ik het muziekje Always Coca Cola sample en met een toetsenbord laat klinken als “Always, always, always Coca Cola” dan moet ik diep in de buidel tasten.

Alles in de kunst is een kwestie van doorgeven, van nadoen wat anderen doen. Stijlidiomen hebben zo kunnen ontstaan doordat iedereen iets op eenzelfde manier speelt. De blues met haar 3 akkoorden bijvoorbeeld waar popmuziek uit heeft kunnen ontstaan.

Of neem Igor Stravinsky die in zijn stuk Le Sacre du Printemps melodieën uit volksmuziek letterlijk overnam. Vrijwel alle klassieke componisten namen overigens eeuwenlang populaire notenreeksen van mekaar over. Hetzelfde geldt voor jazzmuziek dat bol staat van de licks en harmonische overgangen die men van mekaar “leende”.

Met de komst van de sampler in de 80-er jaren veranderde deze visie. De juristen roken geld. Maar inmiddels is de tijd misschien rijp voor een wat meer open blik en kunnen we echt de nieuwe mogelijkheden van software gaan benutten zonder telkens in rechtszaken te eindigen.

Picasso

“Good artists copy, great artists steal”, zei Pablo Picasso ooit. Pablo was schilder. Die moest alles met de hand schilderen. Maar wat nu als je een foto maakt? Dat is een heel stuk eenvoudiger. Het maken van een foto zou je kunnen zien als het maken van een sample van wat je door de lens ziet. Een visuele sample. Veel fotografen fotograferen kunstwerken, schilderijen, of architectuur die ontworpen is door anderen. Ook dat levert enorme copyrightdiscussies op. Maar muzikale samples zijn vaak geen letterlijke opnames zoals een fotograaf doet, maar meer creatieve behandelingen van de samples.

Ik hoop dat sampling algemeen geaccepteerd gaat worden als een creatieve uitdaging om de muziek en klanken van onze voorgangers te recyclen in nieuwe werken. Zodat ze voortleven. Juristen moeten daarom wat meer creatief durven te denken en het meer benaderen vanuit de artistieke prestatie die geleverd wordt. Een fotograaf laten we immers ook redelijk vrij. Dat moet voor componisten dan helemaal gelden. Laat de artistieke presentatie daarin de sleutel zijn en niet het geld. Muziek is een kwestie van voortbouwen op wat er al was. Een verbintenis met het verleden, verbonden door notenreeksen en stijlidiomen die ons bekend in de oren klinken.

P.S. In een interview met The Atlantic maakt copyrightactivist Kembrew McLeod een slimme opmerking:

Q: Do any examples from history prove that a frictionless licensing system can work?

A: We can look to the 1909 copyright act, which made it possible for the cover song tradition to exist—which shaped 20th century popular music. If you look at the history of 20th century popular music, the bulk of sound recordings produced were covers, and it was possible because congress allowed for frictionless transactions on cover songs.

Think about what cultural value was added to 20th century popular culture because people had the freedom to cover and reinterpret songs. That freedom generated tons and tons of fantastic recordings—and revenue. We can have a vibrant, thriving culture—and at the same time, make sure artists get paid. We can look to the past to find fixes for the future.

Ben ik te min?

Lucky Fonz III vertelde gisteren in het tv-programma Pauw hoe hij ooit aan Armand had gevraagd:
“Vind je het niet jammer dat je maar 1 hit gehad hebt?”

Waarop Armand met een glimlach had geantwoord:
“Natuurlijk niet! De meeste mensen hebben helemáál geen hit.”

Op het eind van het programma boden Lucky en zijn muzikale collega van The Kik, Dave von Raven, joints aan de tafelgasten aan. Pauw inhaleerde een paar keer diep. Er werd gelachen. En een afgetrainde Dolf Jansen riep uit: “dit moet dan mijn eerste keer zijn!”

Terroristen met hun kalashnikovs knijsen humor en vermaak niet. Dan snap ik wel dat je zelfmoord pleegt door jezelf op te blazen.

Armand ging lachend in rook op. Wat ‘ie nalaat is zeker niet te min.

Slaap zacht gave vogel!

(omslagfoto onder CC BY: Guido van Nispen)

Bassel en de prijs van vrijheid

De Syrische programmeur Bassel Khartabil die sinds maart 2012 gevangen genomen is, maakt wat los in de open source/content communities wereldwijd. Zijn strijd voor een open internet is ook mijn strijd. En de strijd van vele anderen. We gaan Bassel vrij krijgen, dat is een ding dat zeker is!

In dit kader heb ik een poos geleden een muziektrack gecomponeerd: Free Bassel!

En een paar dagen geleden verscheen een gratis epub/pdf met als titel The Cost of Freedom. Download en lees dat boek!

This book is not a statement about freedom and culture — IT IS A PRIMAL SCREAM — the sum of our questions and desires. It is the raw expression of our lives. It talks about what is ultimately made through the dream of free culture: us.

Daarom geven niet op, omdat de strijd van Bassel de onze is. En het uiteindelijk over menselijkheid en vrijheid gaat. De essentie van ons bestaan.

Man plant zelfmoord maar ziet er na een weekje coke en hoeren vanaf

Een goed verhaal, dit is er eentje:

Went to Mexico to buy barbiturates for a humane and peaceful death.

Decided that if I was gonna die anyway I might as well fuck a prostitute before it was all over. After that a cab driver offered to sell me cocaine. One thing lead to another, and I got a room above a whore house equipped with a heart shaped bed, a stripper pole, and a hot tub.

Spent a full week snorting coke off tits, popping pain meds, drinking tequila, eating handfuls of Viagra to fight the whiskey/coke dick, and had three FFM threesomes.

Somewhere in the midst of my coke-fueled orgy, I decided life wasn’t so bad after all.

Reddit

(via)

Hoe popmuziek pas laat de electronica ontdekte

Vanuit de popmuziek beschouwd was er eerst elektrische popmuziek en deed vanaf eind 60-er jaren de electronica haar intrede. Toch leert de geschiedenis ons dat elektronische instrumenten al decennia lang gebruikt werden door klassieke componisten voordat popmusici ze ontdekten.

De Moog van George Harrison

Pas in 1966 is op de Beach Boys hit Good Vibrations voor het eerst een Theremin te horen, een instrument dat te boek staat als een van de allereerste elektronische instrumenten. Een jaar later gebruiken The Supremes op hun single Reflections voor het eerst een modulaire Moog synthesizer. En weer twee jaar later, in augustus 1969, gaan The Beatles met datzelfde instrument aan de slag tijdens de sessies voor het Abbey Road album. Een instrument dat door George Harrison was aangeschaft.

De Theremin en de Frying pan

De eerste elektronische instrumenten werden begin vorige eeuw nog lang voor de komst van de elektrische gitaar uitgevonden. Een van die eerste instrumenten was het apparaat dat de Beach Boys ook gebruikten: de Theremin. Deze werd al in 1919 uitgevonden door de rus Leo(n) Theremin. Ruim 12 jaar voordat George Beauchamp een eerste Frying pan bouwde, de voorloper van de elektrische gitaar. En om precies te zijn: de allereerste elektronische instrumenten werden aan het eind van de 19e eeuw uitgevonden!

Algemeen wordt aangenomen dat de elektronische muziek pas na de oorlog echt in de armen gesloten werd door progressieve klassieke componisten. Waarin Nederland dankzij het Philips Natuurkundig Laboratorium in Eindhoven in de 50-er jaren een belangrijke rol heeft gespeeld. Het vormde de bakermat voor de elektronische muziek waarin met name Dick Raaijmakers een grote rol speelde. Raaijmakers keerde in de 60-er jaren naar Den Haag, begon daar een studio voor elektronische muziek en was vanaf 1966 docent Elektronische en Hedendaagse Muziek aan het Koninklijk Conservatorium Den Haag. Hoewel Den Haag te boek staat als beatstad mag deze zeer belangrijke elektronische geschiedenis zeker niet vergeten worden!

Het fysieke aspect speel geen rol

Elektronische instrumenten hebben als kenmerk dat het fysieke aspect van het instrument en de klank los van elkaar staan. Om een diepte toon te generen hoeft een electronisch instrument niet een grote klankkast te hebben met bijvoorbeeld lange snaren. In een electronisch instrument is er geen klankkast aanwezig maar worden de klanken juist geheel electronisch opgewekt. Een nogal geniale uitvinding dus omdat het ons muzikanten en componisten in staat stel om voorheen onbekende geluiden te produceren.

De mens is een gewoontedier en heeft misschien daarom moeite met geluiden die men niet kan plaatsen. En al helemaal als ze veroorzaakt worden door een muzikant die iets staat te doen wat we visueel niet kunnen plaatsen. Een rockmuzikant die met gespreide benen hard op een gitaar staat te hakken dat snappen we allemaal, ook al is dat vooral puur show. Maar iemand die heel geconcentreerd achter een tafel met electronica staat, nog altijd lijken we daar moeite mee te hebben. De relatie tussen wat je hoort en wat je ziet ontbreekt. Maar moeten we dat misschien niet langer als een handicap zien maar puur als gegeven gaan beschouwen? Ja dus, want moderne muziek is abstract. Kijk dus liever met je oren.

(omslagfoto via Beatle Photo Blog)

The Future of Audio in De Balie: Nederland blijft achter

Vanmiddag werd in De Balie, Amsterdam, gesproken over de toekomst van audio. Audio als zijnde: gesproken woord. Maartje Duin en Tjitske Mussche die samen regelmatig luisteravonden organiseren onder de noemer Grenzeloos Geluid openden de bijeenkomt door een paar korte fragmenten van populaire podcasts te laten horen. Ze kwamen allemaal uit Amerika, op 1 Zweedse uitzondering na. En dat Zweden het goed doet op podcast gebied, dat kwam Jakob Munck van het Zweedse productiebedrijf Munck vertellen.

Jaloers op Zweden

Munck vertelde een lovend verhaal over het enorme succes in Zweden van on-demand radio. Dat heeft kunnen ontstaan doordat de Zweedse publieke radio omroep een paar jaar geleden besloten heeft om te gaan samenwerken met externe partners, waaronder het bureau van Munck. Het levert ongekend hoge cijfers op: 6,5 miljoen luisteraars per week waarvan 2 miljoen op basis van podcasts/om-demand. En dat op een inwonersaantal van 9 miljoen! Alle programma’s zijn in Zweden voor 30 dagen na live-uitzending beschikbaar. Het zijn cijfers waar wij in Nederland stikke jaloers op zijn. Download in dit kader het document Swedish Radio 2013 (PDF) ook eens, met nog veel meer info over hoe die slimme Zweden het doen, ook hoe ze de brug slaan tussen social media en radio/on-demand.

Munck werd gevraagd op welke manier men on-demand luistert. Zijn antwoord was kort en simpel: mobile.

Jaloers op Amerika

In Nederland kijken alle verhalende radiomakers naar Amerika. Want daar gebeurt het echt. Daar is de toekomst van radio dankzij het fenomeen podcasting een gegarandeerde stralende toekomst, met bakken vol geld en super creatieve podcasts. Ik noem This American Life, Radiolab, SerialLove + Radio of een WTF podcast (What The Fuck) die zelfs Obama te gast had.

Jonathan Mitchell, maker van de bijzonder populaire podcast The Truth (meer dan 150.000 abonnee’s), kreeg van de dames Duin en Mussche het woord om zijn Amerikaanse droom te verwoorden. The Truth podcast was Mitchell ooit begonnen omdat hij na zo’n 20 jaar ervaring als traditioneel radiomaker meer vrijheid zocht. En die vrijheid kreeg hij. Vandaar zijn boodschap: get it out there. Denk niet teveel na over geld maar ga iets maken en zet het online zodat men het kan delen. Want ook al is het een kleine groep, mensen willen immers graag delen.

Mitchell kan er inmiddels goed van leven. Adverteerders kunnen een paar korte timeslots kopen die Mitchell op eigen wijze aanprijst in zijn podcast. Het levert hem zo’n 5000 dollar per episode op wat voldoende is om ze te kunnen produceren. Mitchell werkt vanuit huis en zegt geen zorgen te hebben over zijn inkomen. Die relaxtheid dankzij de solide stroom aan inkomsten via adverteerders heeft Mitchell ook zeker te danken aan het podcast-platform Radiotopia waar hij vanaf het begin bij betrokken is. Radiotopia hanteert een samen-staan-we-sterk methodiek voor alle aangesloten podcasts door ze gezamenlijk te promoten en gezamenlijk op zoek te gaan naar adverteerders, donaties en andere vormen van funding. Het is een ongekend succes gebleken.

Nederland blijft achter

Frustrerend is het dan om vervolgens geen enkel positief geluid uit Nederland te horen. Jan Westerhof (Directeur Radio NPO) kreeg het woord maar wilde vooral graag benadrukken dat hij fan is van de term radio. Radio sluit het sharen/delen uit en is een oude term van alleen maar zenden. Als Westerhof blijft vasthouden aan die term dan is radio echt ten dode opgeschreven, zo voorspel ik. Omarm het internet of sterf, dat idee.

Ik heb ervaring met het maken van radiodocumentaires. Na het maken van mijn eigen productie Oostende Healing voelde ik me geroepen om een podcast te gaan produceren. Toch is dat tot op heden niet gebeurd maar ik sluit niet uit dat dat een keer gaat veranderen. Want de kans die Nederland laat liggen is eigenlijk te mooi om waar te zijn.

P.S. De live-stream is on-demand te bekijken, niet in super lage kwaliteit via de NPO maar in HD via het Vimeo-account van De Balie: