in blog

Interview met Marc Weidenbaum over zijn boek ‘Selected Ambient Works Volume II’

Marc-Weidenbaum-w800

Selected Ambient Works Volume II-w160Het album ‘Selected Ambient Works Volume II’ van Aphex Twin (echte naam: Richard D. James) bevat elementen van generatieve muziek, muziek die gegenereerd wordt door een systeem. Alle tracks vallen in de categorie ambient muziek maar zonder dat Richard zijn voorgangers zoals Steve Reich, Philip Glass and Brian Eno probeert te imiteren. Het album stamt uit 1994 maar klinkt nog altijd tijdloos.

Marc Weidenbaum schrijft veel over ambient en experimentele muziek op zijn blog Disquiet.com en heeft een boek aan dit album gewijd. Het wordt uitgegeven door uitgeverij Bloomsbury en valt in de 33 1/3 reeks.

Hoe kwam je op het idee om een boek over dit album te schrijven?

Marc: Ik heb veel geschreven over muziek, geluid en kunst en heb lang gewacht om een boek te schrijven omdat ik gefixeerd was op de hoeveelheid aandacht die nodig is voor een dergelijk streven. Ik heb bewondering voor de 33 1/3 serie, in het bijzonder voor hoe divers ze zijn. Om de paar jaar stelt de uitgever Bloomsbury zich open voor voorstellen voor nieuwe boeken. Ik stelde dit boek in april 2012 voor nadat een eerder voorstel in 2007 niet werd aanvaard. Ik wilde schrijven over een album waar ik persoonlijk echt evangelisch over ben. Na bestudering van dit type albums met inbegrip van het werk van Monolake, Oval, Pauline Oliveros, Boxhead Ensemble, DJ Krush en anderen besloot ik voor het Aphex Twin album te kiezen. Het is naast een persoonlijke favoriet van mij ook een plaat waar veel andere mensen van houden maar waarover zeer weinig uitvoerig geschreven is. Dit suggereerde een vacuüm dat ik kon helpen te vullen.

Wat maakt dit album zo speciaal voor jou?

Marc: Het is een van mijn weinige favoriete albums aller tijden die me niet gelijk vanaf het begin raakte. Ik acht hem van hetzelfde niveau als Bitches Brew, van Miles Davis. Ik was een fan van ambient muziek voor een lange tijd voordat het uitkwam – Brian Eno’s Thursday Afternoon vormde een hoogtepunt – en dit album heeft me echt uitgedaagd, sinds de release, om te begrijpen. Ik denk dat ik Aphex Twin’s album Selected Ambient Works Volume II bewonderde lang voordat ik het kon waarderen, en waardeerde het voordat ik het geweldig vond, en vond het geweldig voordat ik het begreep.

Wat vond je moeilijk aan het schrijven van dit boek?

Marc: Het moeilijkste deel was het begin en het einde. Het moeilijkste deel van het einde was de deadline. Ik gaf mezelf een zeer strikte opdracht om ervoor te zorgen dat het boek klaar zou komen. Maar die laatste paar weken waren heel intens. Het begin was moeilijk, om het boek te schrijven zoals ik het wilde schrijven. Daarvoor moest ik eerst het boek schrijven dat ik niet wilde schrijven, een veel eenvoudiger boek met een traditionele verkenning van alle nummers op de plaat. Ik schreef meer dan 45.000 woorden voordat ik me echt kon richten op het boek dat ik echt wilde schrijven.

Er verhalen van Richard D. James die zijn opname-apparatuur in zijn slaapkamer heeft staan. Is hierdoor het idee ontstaan om doormiddel van lucide dromen muziek te maken?

Marc: De rol van lucide dromen is zeer handig bij het begrijpen van het album. Die lucide staat is er een tussen waken en slapen. Je creëert een soort van bewustzijn dat los staat van de alledaagse ervaring, een waarin tijd van minder belang is. Niet alleen is dit de manier waarop Aphex Twin zoals gezegd veel van zijn muziek creëerde, het is ook de staat waarin je als luisteraar dankzij deze muziek in terecht kunt komen.

Nog voor het tekenen van het contract met Warp verdiende Richard al heel veel geld aan bedrijven die zijn muziek wilden gebruiken in reclames. Had Richard geen artistieke problemen met dit commerciële gebruik van zijn muziek?

Marc: Mijn gevoel zegt dat het tegendeel het geval is. Volgens verschillende gesprekken die ik met  zijn voormalige vertegenwoordiger van de muziekuitgever Chrysalis had bevrijdde het werken met zakelijke klanten hem van de verplichting om te gaan touren en een massapubliek aan te hoeven spreken. Het gaf hem financiële vrijheid en de mogelijkheid om de muziek te maken die hij wilde maken. Maar voor alle duidelijkheid: dit is nog steeds informatie uit de tweede hand, informatie die ik niet van Richard zelf heb.

In het algemeen is er veel verwarring over veel muziek die Richard heeft geproduceerd en hoe hij deze muziek heeft gecreëerd. Waarom is veel informatie over deze artistieke beslissingen onbekend?

Marc: Het enige wat ik denk dat we duidelijk kunnen zeggen over Richard D. James is dat hij niet wil dat deze dingen duidelijk zijn. Hij heeft al heel vroeg die verwarring omarmd, de duistere zelf-definitie door gebruik te maken van meerdere pseudoniemen, en is de media gaan voeren met Verhalen Voor Trainspotters.

Wanneer was de laatste keer dat je hebt gesproken met Richard?

Marc: Dat moet in 1996 zijn geweest toen ik hem interviewde in verband met de release van zijn Richard D. James Album (aanvulling: check dat interview hierrrr!).

Het lijkt erop dat hij niet zo actief meer is als voorheen, weet jij waarom?

Marc: Ik heb veel verhalen gehoord tijdens mijn onderzoek maar geen van allen kan ik presenteren als feit. Het meest concreet lijkt dat Richard gelukkig is met hoe hij zijn muziek kan maken en dat hij zich niet teveel zorgen hoeft te maken over het routinematig uitbrengen van nieuwe albums en het doen van tours. (aanvulling: 13 jaar na zijn laatste album komt Richard dit jaar nog, 2014, met een nieuw album)

De muziek op ‘Selected Ambient Works Volume II’ voelt als generatieve muziek. Net als die oude wind chimes. Een effect dat Richard ook op dit album gebruikt. Het voelt alsof willekeur een belangrijke factor vormt op dit album.

Marc: Ik ben het met je eens. De wind chimes track die je noemde – meestal “White Blur I” genoemd – samen met een instrument dat erop lijkt, de eolische harp, zijn voorbeelden van vroege generatieve instrumenten: instrumenten die zowel een apparaat als de compositie bevatten, compositie-door-systeem. Veel, zo niet alle tracks van Aphex Twin’s album Selected Ambient Works Volume II, maken gebruik van een zeer repetitief geluid en zijn in de meeste gevallen uitvoeringen en composities die slechts subtiele veranderingen in timbre in de loop van de song laten horen. Deze subtiele veranderingen lijken een natuurlijke willekeur te hebben die voor kleine verschuivingen zorgen en een natuurlijke invloed op het werk lijken te hebben.

Terugkijkend op dit album, nu 20 jaar later, wat denk je dat het belangrijkste muzikale erfgoed van dit werk is?

Marc: Net als bij een heleboel mensen die hun tijd ver vooruit waren kan zijn erfenis een beetje in de war raken als een ooit zo ongebruikelijke aanpak de norm blijkt te zijn geworden. De nadruk ligt hier op zeer rustige muziek met super eenvoudige melodieën die een evenwicht biedt tussen de werelden van dansmuziek en kunstzinnige muziek.  Ik hoop dat het blijvend zal worden gezien als een voorbeeld in al die gebieden en des te meer als een succesvol voorbeeld van gebieden die in verschillende mate ook in conflict zijn met elkaar.


 

Wil je dit boek bestellen? Dat kan via deze link op Bol.com.

Mijn foto gebruikt als voorblad Fietsnota Gemeente Hoorn

Mijn foto gebruikt als voorblad voor Fietsnota van Gemeente Hoorn

In het document Fietsnota Gemeente Hoorn – Fietsend Verder naar 2020 – werd mijn foto als voorblad gebruikt. De PDF is gratis te downloaden.

Hier het origineel van mijn foto:

fietst

De foto maakte ik in 2008 en valt onder een Creative Commons Naamsvermelding licentie (CC BY).

P.S. Het document stamt al uit 2009 maar aangezien online heel veel werk van van mij gebruikt wordt ben ik niet in staat om alles echt bij te houden. Misschien moet ik daar toch eens iets op verzinnen…

“Ik ben ff door mijn huis aan het lopen met de laptop”

Het is maart 2008 en vanuit de studio van de RVU in Hilversum bellen we een paar van mijn vrienden en kennissen op. Ik ken ze via Flickr. Het zijn Haagse fotografen. Bert Kommerij vraagt ze naar hun internetgedrag. Hij zit in de droog klinkende spreekruimte.

“Beschrijf eens hoe je huis eruit ziet?”

Want de luisteraar kan immers niets zien.

Radiomaker Willem Davids zit aan de knoppen en ik zit naast hem te luisteren. Bert laat lange stiltes vallen nadat de persoon aan de andere kant van de lijn helemaal uitgesproken lijkt te zijn.

Want soms komt er nog iets moois op ‘t end.

“Hallo zijn jullie daar nog?”

Ik neem de gesprekken mee naar huis en maak een korte versie van iets dat later op 9 grote schermen tijdens Beamlab in Pakhuis de Zwijger in Amsterdam te horen en te zien zal zijn. De audio is dan voorzien van een stroom aan stilstaande foto’s van mensen die achter laptops zitten en met hun smartphones in de weer zijn. Zij en hun media-apparaten. Omdat wij ons erin herkennen.

Het is voor mij een nieuwe vorm van taal, ritme, muziek en een nieuwe vorm van podcasting.

Claudia de Breij: “dat allerlei mensen weblogs beginnen over NIKS, over HUN KAT!”

Ooit maakte ik elke week een stuk muziek dat ik KlankBeeld Raaphorst noemde. Zo ook op 8 februari 2008 toen ik een interview met Claudia de Breij verknipte tot een stuk muziek. Een stuk dat overigens later gebruikt zou gaan worden in een productie voor de RVU (inmiddels is opgegaan in de NTR). Zo ging dat in die tijd. Het was één grote remix allemaal. Ook mijn samenwerking met radiomaker Bert Kommerij is op die manier ontstaan, doordat ik online zoveel van mij liet horen en van alles en nog wat remixte. En in die tijd werkte ik zo ook men Bert samen, ik maakte iets, publiceerde het dan meteen online en kreeg via mijn blog een reactie van hem.

Op ritme lullen klinkt simpelweg beter. En dat zonder te gaan rappen. Kijk, iemand sec interviewen en online knallen, ik heb het ook gedaan, maar daar ligt mijn kracht niet. Ik wil het gesprek, de woorden, het ritme van de taal, kunnen buigen. Dus als we het dan over podcasting hebben… die nieuwe vorm waarna ik op zoek ben, die ligt in het verlengde van dit.

In bovenstaand muziekstuk zit trouwens een muziekfragment van “Ik kan loggen waar ik wil”. Hier het origineel:

En nu is een deel van de tekst van “Ik kan loggen waar ik wil” ook weer gebaseerd op iets anders, op de tekst Sharing Economy namelijk die ik samen met Irene van Nispen-Kress heb geschreven, zie deze blogpost. Kortom: het is één grote remix allemaal. Een beetje zoals het leven…