Toewijding

“IJver in de kunst wordt niet beloond.”

Het is een uitspraak die ik weleens gehoord heb. Kunst wordt vaak gekoppeld aan het vinden van een vondst en het zoeken naar eigenheid. Vakmanschap wordt daarbij door sommigen niet als een vaardigheid beschouwd die de kunstenaar vormt.

Ik betwijfel dat ten zeerste.

Het vinden van een vondst is louter toeval. Een kwestie van mazzel hebben. Als kunst niet voorkomt uit iets dat de kunstenaar moet laten groeien, iets dat hij of zij moet ontwikkelen, dan is kunst niet iets dat voorkomt uit zijn of haar kunnen maar zuiver iets is dat hem of haar toeviel. Pure mazzel dus. Net zoals de ene persoon knap is en de ander minder knap. Ook pure mazzel, niet iets waar je zelf ook maar iets voor hebt hoeven doen.

Het punt is dat de kunstenaar kunst maakt. Deze persoon moet er dus iets voor doen.

Ik denk dat het woord toewijding essentieel is en niet mag ontbreken als we het over kunst hebben. Iemand die gewoon mazzel heeft maakt geen kunst. Kunst komt niet toevallig tot stand. Kunst is ook geen kwestie van talent. Talent, een complex woord, is meer op toeval gebaseerd dan op verworvenheden.

Maar indien de kunstenaar toegewijd is kunnen verworvenheden ontwikkeld en verbeterd worden. Dat vraagt om een inspanning. Jarenlang, door toewijding. Waarmee de verworvenheden groeien. Of de kunstenaar nu muziek maakt, literatuur of wat dan ook. Een kunstenaar probeert zijn verworvenheden toegewijd continu te verbeteren. Een reis die pas stopt op het moment dat de kunstenaar het niet langer kan opbrengen ermee door te gaan.

Toegewijd je verworvenheden optimaliseren noem ik vakmanschap. En dat kost tijd, heel veel tijd, soms zelfs een leven lang.

Een toegewijd persoon neemt de tijd. Wat kan resulteren in grote kunstenaars, filosofen, wetenschappers en ga zo maar door.

De computer kan componeren dus moet de componist zichzelf opnieuw uitvinden

Het ontstaan van de fotografie heeft de schilderkunst beïnvloed. Daar waar schilderkunst voor een groot deel leunde op het vastleggen van de realiteit beseften schilders tijdens de opkomst van de fotografie dat men daar qua realisme niet tegen opgewassen was. Schilders vonden het vak opnieuw uit. Realisme was passé, impressionisme en abstractie werden key.

In de kunst zie je dit opnieuw gebeuren door de creative computers die steeds beter in staat zijn om creatieve werken te genereren. Vaak als variatie op wat er al is “in de stijl van…”

Het is al een tijdje aan de gang. Ook in de muziek. We luisteren al jaren naar drummachines, basmachines, loopjes en allerlei geautomatiseerde patronen. Daarbij gaat de computer ook steeds meer zelf meespelen als een echte muzikant. Zo zit al jaren een Drummer in Logic, Garageband en Muziekmemo’s (iPhone/iPad) die automatisch, net als een echte drummer, meespeelt met bijvoorbeeld een gitaarpartij. En in Muziekmemo’s dat ik op mijn iPhone gebruik wordt er naast een automatische drumpartij ook automatisch een baspartij bij verzonnen.

Muziek is een kwestie van wiskunde. Rekenwerk met vaste patroontjes .

Nu de computer steeds creatiever wordt zullen we onze eigen creativiteit opnieuw moeten beschouwen en uitvogelen wat onze toegevoegde waarde moet zijn. Misschien verliezen we die wedstrijd. Net zoals we het van de schaakcomputer dus allang verloren hebben. Kijk, wij mensen denken dat we het belangrijkste op deze wereld zijn. Belangrijker dan dieren, belangrijker dan de natuur. Maar ik ben toch bang dat die zelfoverschatting nogal lachwekkend is. Zo belangrijk zijn we namelijk echt niet. We vergallen het milieu en schieten onze medemensen massaal af. We doen dus best gerichte pogingen om het mensenras te laten uitsterven. Wat dat betreft blijven we zoogdieren natuurlijk: uitsterven behoort tot de mogelijkheden.

Maar goeds, laat ik niet te negatief zijn. Die creatieve computers zijn heel interessant. We zullen daardoor realistisch moeten zijn. Het confronteert ons met een realiteit die vergelijkbaar is toen de fotografie ontstond. En dus zullen we moeten zoeken naar nieuwe manieren die ons doen opwinden. En wellicht zullen we dat samen met de computer moeten doen want de concurrentie aangaan met de computer is bij voorbaat een verloren strijd.

Wat als de computer de melodieën componeert?

Bob van Luijt twitterde in een discussie over copyright iets belangrijks:

De computer als bedenker

Het document Importance of Being Digital (gratis PDF) beschrijft hoe door de digitale techniek het ongelofelijk eenvoudig is om muziek op te wekken en daar afgeleiden van te maken. Ik geloof dat werkelijk geen enkele politicus, rechter of advocaat op de hoogte is van hoe moderne tools de creaties van vandaag de dag bepalen. Nog altijd blijft men volhouden aan copyrightsysteem voor creaties waarin een duidelijk melodie waarneembaar moet zijn die vervolgens wordt geregistreerd door een persoon of bedrijf. Daarin wordt de melodie heilig verklaard.

Maar wat nu als de bedenker, de componist, een computer blijkt te zijn?

In het document Importance of Being Digital worden diverse zinvolle voorbeelden gegeven hoe je met behulp van moderne tools muziek kunt creëren. Weet ik alles van, is mijn vakgebied. Bijvoorbeeld door peak frequenties om te zetten naar andere muzikale elementen. Zo kun je bijvoorbeeld een fragment waarin iemand spreekt de noten van viool-samples laten triggeren, om maar wat te noemen. Het klinkt als muziek in de oren terwijl de bron bijvoorbeeld juist a-muzikaal is. De computer kun je tenslotte met van alles voeden.

Witte ruis en andere random algoritmes

Witte Ruis bestaat al zolang als de weg naar Rome. Het is de perfecte Random Generator. En op basis van zo’n random algoritme, witte ruis of iets soortgelijks kun je melodieën At Random laten genereren door de computer. Brian Eno doet dit al jaren.

Je kunt juist ook beperkingen gaan verzinnen waardoor het ineens “muzikaler” gaat klinken, want te random klinkt vaak te abstract. Grappig dat, des te meer we de computer beperken, des te meer deze muzikaler klinkt. Een leuke mind-fuck niet waar? Muziek = random noise beperken.

Een van die muzikale beperkingen is bv de toonsoort en de manier hoe harmonieën gecreëerd moeten worden. Sommigen zullen het als Artificiële Muzikale Intelligentie bestempelen. Komende jaren zal in dit gebied enorm veel ontwikkeld worden. We gaan de computer steeds meer voeden met muzikale presets, stijlidiomen en patronen. De computer kan zodoende op basis van historische muzikale ideeën nieuwe creëren.

Generieke muziek

In een van mijn eigen tracks gebruikte ik een poos geleden deze generieke techniek. Het vertoont overeenkomsten met het werk van Brian Eno.

Deze generieke muziek wordt al massaal ingezet maar zal in de toekomst een vlucht nemen. Met name de computer “leren” hoe te reageren op beelden zal de wereld van de filmmuziek komende jaren totaal op z’n kop gaan zetten. Ik voorspel generieke muziek die klinkt als bijvoorbeeld oude funk of klassieke muziek.

Een aardig voorbeeld, een blik in de toekomst, is track Daddy’s Car die geheel door de computer gecomponeerd werd op basis van “45 songs of The Beatles”:

Wie claimt het copyright?

Wie geven we hiervoor het copyright? De computer? Het computerprogramma? De persoon die wat instellingen deed? De persoon die de export maakte? Is er al een jurist die hier iets zinvols over geroepen heeft?

Een ding dat zeker is: het zet copyright VOLLEDIG op z’n kop.

De mogelijkheden van het hergebruiken van muzikaal materiaal is dankzij de computer oneindig. Maar moeten we dit vanuit copyright bezien beschouwen als een inbreuk?

Paul Lansky werd de bron van Radiohead

Paul Lansky bouwde in het midden van de jaren 70 zijn allereerste stuk op de computer. Het stuk Mild und Leise bijvoorbeeld:

Radiohead gebruikte een stukje uit dit stuk in haar song Idoteque op het album Kid A. Het oorspronkelijk stuk van Paul klinkt behoorlijk abstract, het is een computer die at random klanken opwekt. Toch hoorde Radiohead er dus duidelijk muziek in.

Conclusie: ons copyright systeem loopt achter

Copyright loopt achter op de techniek. Toch is het niet zo moeilijk om een toekomst te voorspellen die gelijk is aan open source. Een toekomst waarin we we de bronnen zullen moeten respecteren (plagiaat is wat ik haat!), maar hergebruik zal altijd moeten mogen en niet langer een inbreuk op iemands rechten zijn. Want hergebruik is precies wat de computer tot een computer maakt. Het is het perfecte kopieerapparaat dat alles voor ons kan maken. En geheel autonoom. Als een zelfsturende auto. Als een chatbot.

Kortom: de computer als componist is een feit.

P.S. Net nadat ik op publish had gedrukt schoot de herinnering aan een uitzending van Podium Witteman naar boven. Hoe we inmiddels zelfs de componist der componisten Bach uit de computer kunnen halen.

Kunstenaar versus Zakenman

love-op-ruit

Kan de Kunstenaar ook een goeie Zakenman zijn? Een Kunstenaar die met zijn werk veel geld verdient maakt hem nog niet direct een groot Zakenman. Veel musici verdienen soms in een bepaalde periode veel geld, om in een andere periode weer straatarm te zijn. Veel beroemde fotografen moeten modefotografie erbij doen om de kost te kunnen verdienen. Hun echte werk hangt in musea. Hoewel je kunt betwisten of dat wat er in musea hangt altijd wel zo goed is. Tegenwoordig vind je de beste kunst vaak gewoon op straat en op internet. Los van de poen, recht uit het hart van de kunstenaar.

Bob Lefsetz ging er helemaal op los vanmorgen. De vlammende blogpost die hij schreef ga ik dus niet overdoen. Even een korte quote en daarna de link naar zijn post daar moet je het maar mee doen. Niets meer aan toe te voegen.

A businessman plays by the rules, an artist breaks them.

A businessman puts money first, an artist sees money as a byproduct.

A businessman has a plan, an artist flies by the seat of his pants.

A businessman is looking to sell out, an artist is looking to continue, forever.

A businessman is all about domination, an artist does not believe in competition.

An artist believes in inspiration, a businessman believes in calculation.

A businessman is a team player, an artist is an individual, a party of one.

Art, Not Business →

Iets afmaken

Hoe zou ik kunnen bepalen wanneer iets goed is dat ik maak? Moet ik mijn werk gaan vergelijken met het werk van anderen? Moet mijn werk aan bepaalde criteria voldoen om het als goed te bestempelen?

Ik vraag me liever af: is het af?

Heel vaak begin ik aan iets vanuit een klein ruw idee. En van daaruit sla ik een pad in en kom ik op andere zijpaden terecht. Dat maakproces start ik vanuit het gevoel dat ik het ooit als af zal kunnen beschouwen. Dat is het streven. Ik begin iets en maak het af.

Het werk is af als ik niet langer het gevoel heb dat ik er iets aan kan veranderen. Het is af als ik moe geworden ben en er nooit meer iets aan zal willen veranderen. Ik heb wel iets beters te doen! En het is af als de opdrachtgever met de hamer slaat en mij een zak met geld toeschuift.

Of het daarmee ook goed is? JAZEKER! Goeier dan het goeiste van de allergoeisten. Affer dan af!

P.S. Er zijn mensen die nooit iets afkrijgen. Die denken niet in af. Die denken alleen maar. Maar voor af moet je iets maken. Iets afmaken.

Het beste werk

scriptum

Een week of wat terug zat ik in de prachtige tuin van uitgeverij Scriptum. Mijn vriendin was uitgenodigd voor de jaarlijkse barbecue en de aanhang mocht ook weer meekomen. Met de verkoper van Scriptum, Ruud Binkhorst en zijn vrouw had ik een leuk gesprek over mijn bezigheden. Over muziek dus.

Ik probeerde te ontkrachten dat het maken van muziek gemakkelijk en alleen maar lollig was. Dat dacht Ruud ook zeker niet. Een vriend van hem was ook componist en Ruud vond het een wonder telkens als hij die vriend in zijn studio aan het werk zag. Dat klopt, met muziek is het altijd maar afwachten of je iets moois weet te maken. En afwachten of die ander het ook mooi vindt. En als dat dan ontstaat, ja dat kun je best een wonder noemen.

Ik vertelde over mijn pa, mijn jeugd, meer dan 30 jaar gitaarspelen en dat ik ben grootgebracht met de muziek van Bach. Ruud kon er niet naar luisteren, naar die Bach. Ik wel. Apart toch want dan heb je het over die Grote Bach waarvan velen zich niet kunnen voorstellen iemand die muziek niet mooi zou vinden. Zelfs al zou ik Bach zijn dan lijkt het me toch nog knap lastig om dat te moeten accepten. Dat niet iedereen van het hetzelfde houdt. Ook al ben je Bach.

Het ligt zo gevoelig allemaal en eigenlijk ben je nooit 100% tevreden. “Dat moet je ook zijn”, vond Ruud. Nooit tevreden zijn. Altijd denken dat het beter kan. “Je hebt geluk, je bent nog zo jong. Je beste werk maak je waarschijnlijk pas als je stokoud bent”, aldus Ruud.

Ik herinner me een uitzending van ’24 uur met’ met Willem Nijholt. Wilfried de Jong vroeg hem of ‘ie weleens helemaal tevreden was. Dat was Willem eigenlijk nooit. Het zei het met een blik op zijn gezicht die mij verdomd bekend voorkwam. Da’s ook mijn blik. Ik ervaar alleen tevredenheid dankzij mijn relativeringsvermogen. Dat ik mijn best heb gedaan. Dat ik alles heb gegeven. Dat de inner mountain flame heeft gewoekerd. Maar dat is wat anders dan helemaal tevreden zijn.

Ach wat zit ik nou te zeuren, het is immers nog lang niet zover.

Een klein beetje inspiratie en heel veel ambacht

hero

De jaren glijden aan mij voorbij. Zelfs moeders riep van de week nog: “ja, je gaat ook al richting de 50”. WTF! Ik ben pas 45!

Maar laat ik niet ontkennen dat ik moeders’ punt begreep: ouderdom komt met gebreken. Inmiddels ben ik 1 kroon in mijn mond armer en constateerde ik van de zomer dat door een combinatie van warmte en spataderen mijn linkervoet in staat is om wat op te zwellen. Mijn vriendin begon mij zelfs Bigfoot te noemen. Hoewel ik dat als wannabe Indiaan nog wel als een compliment kan beschouwen.

Hoe dan ook, een pluspuntje, met het ouder worden neemt de wijsheid toe. Ik kan mijzelf prijzen met een enorm geduld en doorzettingsvermogen. Hierdoor heb ik enorm kunnen groeien in de afgelopen 10 jaar dat ik mijn muzikale onderneming Melodiefabriek run. Ik ben enorm gepassioneerd om de dingen zo goed als mogelijk te doen. Een neiging tot perfectionisme is mij zeker niet vreemd. En na 10 jaar constateer ik dat het een ambacht geworden, een routine op basis van does and don’ts.

Daardoor ligt de kwaliteit standaard hoog. Door het 10 jaar lang, dag in dag uit te doen. Fouten te maken, doorgaan, experimenteren, nog meer fouten maken, doorgaan, leren en weer opstaan. En vooral: volhouden. Overigens zijn die fouten heel persoonlijk. Ze vallen mij op, maar verder heeft niemand ze in de gaten. Dat was 10 jaar geleden trouwens ook zo. Ik was toen nog perfectionistischer dan nu en ging door totdat het goed was. Desnoods dagen achter elkaar. Desnoods 15 keer renderen. Geduld. Heel veel geduld.

Vaak merk ik dat opdrachtgevers veel minder kritisch zijn dan ik ben. Ik pas me dan aan. Een les die ik geleerd heb, want anders raak ik gefrustreerd. Wel heb ik mensen om me heen nodig die me echt weten uit te dagen. Soms hebben zij de kleinste budgetten of soms zijn ze lastig om mee samen te werken. Maar alleen het eindresultaat telt. Gruwelijk goed is een heerlijk gevoel.

Mijn vak zit vol met ambachtelijkheid. Ik moet instrumenten kunnen bespelen. Ik moet de muziektheorie kennen. Ik moet weten hoe ik brom en ruis kan verwijderen. Ik moet weten hoe muziek samenhangt met bewegende beelden, stilstaande beelden, met mensen die spreken, met achtergrondgeluiden die klinken. Ik moet de muziekhistorie kennen. Ik moet de relatie tussen geluid en muziek kennen. En zo kan ik nog wel een tijdje doorgaan. En omdat het een creatief vak is, is die ambachtelijkheid geen statisch gegeven. Elke dag leer ik wel iets over muziek en geluid dat mij verder helpt. Daarom daagt dit vak mij ook zo uit, omdat het een oneindige diepgang kent.

De ambacht, de routine stelt mij in staat om razendsnel allerlei gangbare zaken uit te voeren. Maar mijn eigen brandende creativiteit stelt mij in staat om uit dat gangbare te breken, zodat het niet teveel routine wordt en meer van hetzelfde. Hoewel klanten en het publiek dat vaak wel willen. De massa wil namelijk graag een herhaling van een herhaling. Anders begrijpt de massa het niet meer. Maar dat wat de massa vernieuwing noemt is nooit echte vernieuwing. Het is zuiver underground dat mainstream werd. Zoals het met de bebop jazz gegaan is (pas toen het in de grotere bekende clubs te horen was werd het door blanke journalisten “ontdekt”). En de rock and roll (Hilversum weigerde het begin jaren 6o te draaien waardoor Veronica vanaf zee deze muziek begon uit te zenden). Internet, via de blogs met name, is natuurlijk ook een goed voorbeeld.

Het gevecht tussen de voorhoede en de mainstream is een lastige. Je moet het voor jezelf interessant kunnen houden, maar er moet ook brood op de plank. Mijn oude gitaarleraar Ferry Robers moest weleens voor Vader Abraham een dingetje doen: “pagina 1 uit het eerste gitaarboekje, van die kampvuur akkoorden”. Ferry mocht van Abraham niet te moeilijke muziek spelen. Dat is een pijniging voor een muzikale ziel. Da’s 0 inspiratie en 0 ambacht. Creativiteit moet daarom een kans krijgen. Altijd. Omdat de meeste van die “gekke dingen” die kunstenaars doen namelijk ooit mainstream zullen worden.

Het is, zoals ik begon, immers allemaal een kwestie van tijd.

Het samenvallen van Johan Simons

Met sommige kunstenaars voel ik direct verwantschap. Dat had ik gisteravond bij het zien en horen van Johan Simons in Zomergasten. Het ging vooral over het moment dat alles samenkomt. Het moment dat je weet: potdomme, ik heb HET!

Johan sprak over het moment dat acteur Jeroen Willems overleed. Omlijst met beelden van Jeroen die Jojo van Jacques Brel uitvoerde.

Hij explodeerde gewoon!

En hoewel die uitspraak op Willems sloeg, op het moment van diens overlijden, deze kon even zo goed van toepassing zijn op Jacques Brel.

In mijn timeline zag ik diverse tweets van cultuurhaters voorbijkomen. Toch hoop ik dat ze iets mee hebben gekregen van de drive, de passie en het blijven nastreven van het onbereikbare wat kunstenaars in zich hebben. Ik denk dat er heel veel mensen op een relatief eenvoudige manier geld verdienen. Vaak ten koste van een ander. Dat soort mensen moeten maar niet een mening hebben over kunstenaars. Die moeten gewoon hun bek houden.

Een kunstenaar daarentegen kiest voor de aller aller moeilijkste weg. Omdat er iets moet. Het kan niet anders. Het moet.

Er kwam een prachtig fragment voorbij van fotograaf Jeff Wall. We zagen hem aan het werk terwijl hij een man met witte schoenen fotografeerde die stilstond in de gang van een hotel en wat naar beneden keek. Jeff had precies in zijn hoofd hoe de man naar beneden moest kijken. Hoe het licht op de schoenen moest schijnen, kortom: over alle details was nagedacht. Hij maakte een hele serie foto’s die hij vrijwel allemaal rommel vond. “These are bad”.

Ik denk dat veel mensen dat niet begrijpen. Die kennen niet dat gevoel dat de kunstenaar heeft. Dat onmiskenbare gevoel. Dat alles soms ineens samenvalt. Het moment. Dat dit hem is. Hebben.

Dus daarom: onwijs bedankt Johan!

(foto: Jeff Wall)

Aan het woord in Slow Management over mijn werk en Creative Commons

slow management

Een poos geleden werd ik door Maria Genova geïnterviewd over mijn werk en Creative Commons voor het Slow Management magazine. Vandaag viel ‘ie bij ons op de mat. Het onderwerp van deze editie is creativiteit. Hoe kan het ook anders met mijn beroep. Het magazine ziet er verzorgt uit en staat vol met interessant ogende onderwerpen. Ik zal het van het weekend gaan lezen. Misschien doe ik dan nog een update op deze post.