Aja 40 jaar later: Walter Becker op bas en gitaar

Aangezien het dit jaar, 2017, 40 jaar geleden is dat het meesterwerk Aja van Steely Dan uitkwam, voel ik mij geroepen om dit album nummer voor nummer door te nemen op mijn blog. Zodoende schreef ik daarvoor een introductie en een analyse van het nummer Black Cow. Maar door de onverwachtse dood van Walter Becker op 3 september jongstleden wil ik daar een stuk aan toevoegen. Walter Becker vervult als bassist en gitarist op Aja namelijk een bijzonder belangrijke rol die ik wil toelichten.

Aja bestaat uit 7 tracks. Op 5 ervan is Walter te horen.

Aja


Op track 2, Aja, de gelijknamige titeltrack van het album, speelt Walter gitaar. Maar naast Walter spelen ook grootmeesters Larry Carlon en Denny Dias gitaar. Dankzij het geweldige arrangement, de precieze gelaagdheid van de instrumenten klinken die 3 gitaristen tezamen totaal niet als muzikale overdaad.

Deacon Blues


Op track 3, Deacon Blues, speelt Walter bas. Een prachtige partij waarbij hij in de coupletten de bas niet laat doorpompen op de drumpartij van grootmeester Bernard Purdie maar juist gaten laat vallen en de coupletten zodoende heel open houdt. In het refrein speelt hij wel met ‘Pretty’ Purdie mee. Walter speelt daarbij niet zozeer de grondtonen uit de akkoorden maar speelt spannende harmonische lijnen die het nummer op een fraaie manier weet voort te stuwen.

Home at Last


Track 5, Home at Last met opnieuw ‘Pretty’ Purdie die in dit nummer zijn wereldberoemde #purdieshuffle tentoonspreidt. Een onwaarschijnlijke drumpartij, een ware klassieker. ‘Pretty’ Purdie speelt een shuffle op de hihat die samen met de ghost notes die hij op zijn snaredrum speelt een triolen-timing vormen, de kenmerkende purdieshuffle. Het grooved als een gek maar is uiterst subtiel. Let ook even op hoe onwijs lekker zijn snaredrum hier klinkt. Aja klinkt sowieso als een klok.

Tegen deze waarschijnlijke groove speelt allereerst Fagen een geweldige solo op zijn synth en neemt Walter het van hem over met een sublieme gitaarsolo.

I Got The News


Op Aja vervult grootmeester Larry Carlton een belangrijke rol, Walter zegt hierover in een interview in Rolling Stone magazine:

“In the past,” said Becker, “it has been Larry who played most of the guitar solos. We’re probably hardest on guitar players. But we get the best work. I suppose other people go into the studio and jam around and it’s, ‘Let’s get something going,’ until they get a few riffs that they can try and write some words around. We’ve real charts and everything. It’s more productive. The musicians enjoy getting asked to do something that’s challenging. We like working with an overview, too. It’s difficult, but it’s fun. It’s not stupid music.”

Opvallend is dat de rol van Larry Carlton op Aja beperkt blijft tot die van ritme gitarist. Wat hij overigens met verve doet. Op Track 6, I Got The News is opnieuw een gitaarsolo van Walter te horen. Bluesy maar voorzien van diverse spannende noten die de solo het blues idioom doet ontstijgen. Lean and mean, kenmerkend voor Walter.

Josie


Het slotnummer van Aja, Josie, track nummer 7 met het geweldige gitaarintro. De gitaristen Dean Parks, Larry Carlton en Walter Becker vormen een trio maar ook hier ontaard het niet in een overdaad aan gitaargeweld. Met subtiel muzikaal doseren weet mijn favoriete #smaakmakerduo Fagen en Becker namelijk wel raad.

En dan die solo! Becker speelt hier met een heerlijk lekker clean geluid met een “randje” een topsolo van Heb Ik Jou Daar. De noten worden op een heerlijke manier opgedrukt, verbogen, kenmerkend van de blues, maar opnieuw wordt hier het blues idioom volledig ontstegen en bijt de solo van Walter op een heerlijke manier door de mix heen.

Opvallend is dus dat Walter op Aja op de laatste 3 nummers van deze wereldplaat dus de solos voor zijn rekening neemt. Tel daar de geweldige baspartij van Deacon Blues bij op en zijn ritmegitaar op Aja en we moeten toch echt tot de conclusie komen dat Walter een topmuzikant was. Naast dat ongelofelijk compositorische talent van hem. Naast zijn onwaarschijnlijk muzikaal oor voor harmonie en fraai samenspel. En naast zijn literaire topkwaliteiten en groot gevoel voor zwarte humor en cynisme.

Walter was zondermeer one of a kind.

Wehkamp Stratovarius

Bas Krumperman is de meest veelzijdige gitarist die ik ken. Ooit ontmoet. Zijn ouders ook. Verhaaltje. Maar goeds als je Bas vroeg “doe ff wat in de geest van Eddie van Halen” dan speelde Bas (2:15) dus iets dat beyond Eddie vandaan schoot. Ik heb Bas ooit gruwelijk goed bebop horen spelen. Kon ‘ie dus ook. Niet normaal die gast. En hij speelde dat allemaal op een Wehkamp Stratovarius. Hattie ooit besteld via het gidsje. Een goedkoop stukkie hout dattie in een Ampeg bassversterker stak. Dus op de vraag “doen spullen ertoe?”…

John Nuyten: “Hoe wil je klinken?”

Ruim een jaar ben ik bezig aan een audiodocumentaire dat als aanknopingspunt de single Maternité van mijn oude band MAM heeft. Een zoektocht. Naar authenticiteit? Naar succes of naar wat succes in de weg staat?

Een van de mensen die ik interviewde was gitarist John Nuyten. Hij was mijn voorganger. Op 25 januari 2017 in Tilburg hadden wij een gesprek als gitaristen onder elkaar. Luister naar dit korte fragment:

Qua planning laat deze audiodocumentaire nog even op zich wachten aangezien ik komende tijd tot eind mei met iets anders groots bezig ben.  Daarover een andere keer meer… dus heb geduld!

Terug bij het begin

Midden in het proces van het produceren van een podcast zit ik op dit moment. Het moet een serie van 10 afleveringen gaan worden. Een serie over het vinden van eigenheid in de muziek. Het vinden van een artistieke ziel. Ik ben niet de hoofdpersoon in de podcast, toch gaat het ook over mij. Alles wat er gezegd wordt is onderhevig aan zelfreflectie want alles wat ik erin wil hebben en wat niet, het is allemaal aan mij om dat te bepalen.

Elke documentaire is gekleurd. Je kunt maar 1 kant opkijken met de camera en dwing je de kijker echt om ergens naar te kijken. Hij of zij ziet niet wat er naast of achter de camera gebeurt. Met audio heb je dat minder in de hand. Geluid speelt zich tenslotte als een wolk rond de microfoon af en die vangt ook het geluid van opzij en van achteren op. Een camera kan dat niet, tenzij je een moderne 360 graden camera gebruikt…

Maar goeds, waar zit mijn eigûh eigenheid als het aankomt op muziek? Ik heb de afgelopen jaren veel verkend en geëxperimenteerd op muzikaal gebied als componist, sounddesigner en uitvoerend muzikant. Veelzijdigheid is iets wat mij redelijk ligt, maar toch knaagt er iets.

De keuzes die je maakt, ze vormen je.

Ik weet nog hoe ik een jaar of 13 was en op een open dag van de Haagse Stedelijke Muziekschool aanwezig was. Als ik toen de muziek van de jazzgitaar workshop van Ferry Robers niet gehoord had was ik er ook niet aan begonnen. Dan had ik misschien gekozen voor een workshop popmuziek. Maar ik koos voor jazz.

Toen ik op mijn 16e in een schoolbandje terecht kwam begreep ik geen ene donder van de blueslicks die je over Rolling Stones songs behoorde te spelen. Hoe je over complexe jazz akkoorden moest soloren snapte ik wel. Ik speelde modaal over de Stones en het klonk voor geen meter. Que!? Bovendien swingde ik en dat is niet goed voor rock ‘n’ roll. Rock moet je hoekig, rauw en fel spelen. En in een solo moet je met een behoorlijk overstuurd geluid de gitaar laten gillen, met licks die omhoog gaan. Sizzling to the top…

De complexe harmonie van de jazz, ik ben er altijd dol op geweest. Daarom hou ik ook zo van Steely Dan. En daarom raakte ik ook verknocht aan Braziliaanse muziek. Harmonisch, melodisch en ritmisch is die muziek zo verschrikkelijk rijk. En tekstueel zijn de Brazilianen ook nog eens de grootste poëten op aarde. Een werelddeel dat op muzikaal gebied behoorlijk miskend wordt door de rest van de wereld!

Samen met Tom America heb ik de formatie ‘zegzeg’. Dat vraagt om een eenvoudige en droge aanpak wat mij betreft. Een gitaar in al zijn naaktheid, zonder poespas. Gewoon zorgvuldig gekozen noten. Geen episch gegil met veel vervorming. Geen theater en geen stoerdoenerij.

We etaleren helemaal niets behalve waar de muziek zelf om vraagt. Zoals het was op die open dag van de Stedelijke Muziekschool. Het was de muziek die me toen raakte. De rest doet er namelijk helemaal niet toe.

Product nummer 3 in mijn webshop: Rockmen

Ruim een week terug heb ik aan mijn webshop een derde product toegevoegd: Rockmen. Het is een set gitaarversterker-presets + aanvullende effect-presets voor Propellerhead Reason gebruikers. Voor dit product heb ik mijn eigen amp simulator in Reason gebouwd zonder gebruik te maken van amp-simulatie van derden of convolution techniek.

Ik wil hiermee aantonen dat je de geweldige klank van een buizenversterker uitstekend kunt nabootsen middels het schakelen en stapelen van EQ-, compressie- en vervormings-effecten.

Mijn product Rockmen kreeg internationaal aandacht via het super populaire Create Digital Music (link) en Rekkerd.org (link). De verkoop, nu iets langer dan een week, loopt goed en de reacties van mijn klanten zijn waanzinnig positief.

Lees verder

1e optreden van ‘zegzeg’ in 2 foto’s

Gisteren deden we ons eerste optreden tijdens de paaseditie van Cultureel Café Tilburg in Cinecitta. Tom America en ondergetekende, zijnde ‘zegzeg’.

Tom:

  • laptop met Keynote slideshow (voor muzikale begeleiding, video + ondertiteling)
  • keyboard
  • sampler met samples van stemmen

Marco:

  • gitaar
  • chorus pedaaltje voor een beetje zweef hier en daar
  • DI met amp simulatie (standje: clean)

Ging niet onaardig voor een eerste keer hoewel, zul je altijd zien, de soundcheck beter ging. Voor een volle zaal met cultuurvolk.

(foto’s van Karin)

Soundcheck
soundtrack-zegzeg-tilburg-w990

Optreden
optreden-zegzeg-tilburg-w990

“Uhm, ja sorry hoor voor de rommel!”

Wat zullen ze wel niet van mij denken?

Vanmorgen had ik een fotograaf op bezoek voor een interview dat ik voor Den Haag Centraal heb gegeven vanwege mijn muziek voor de time lapse ‘Portrait Of Lotte 0 to 16 years’. Ik had hem voor zijn bezoek even goed voorbereid op wat hij zou aantreffen. Kijk, als mensen het woord studio noemen dan verwachten ze natuurlijk ook een studio. En hoewel ik mijn studio ook echt als mijn studio beschouw, je kunt er met gemak ook een opslagplek voor gitaren en verhuisdozen in zien. In het inspreekhok, dat ik zelf gebouwd heb met mijn buurman van een paar huizen verderop, staat een mega grote doos vol geluidsisolatie materiaal. Al maanden. Als ik er iets wil opnemen, een stukje zang, een voice-over of een akoestische gitaar, dan moet ik eerst die doos ergens anders parkeren. Mij boeit dat niet, maar die fotograaf, die zal wel denken. Toch?

Geen hobby, dat lijkt alleen maar zo

Eigenlijk had ik de wanden al maanden geleden met geluidsisolatie materiaal moeten beplakken. Ziet het er gelijk een stuk professioneler uit. Ik had ook een mannetje kunnen inhuren in plaats van het zelf te moeten doen. Zo’n mannetje die de ruimte helemaal opmeet en precies de juiste akoestische materialen ophangt om een prachtig mooi uitgebalanceerd geluid te krijgen. Maar ik heb er de poen niet voor over. Dan koop ik liever een lekkere gitaar of pot ik het op voor tijden dat ik de broekriem moet aantrekken.

Maar goeds toen de fotograaf vanmorgen op de stoep stond ging ik toch gelijk weer in de verdediging en maakte ik hem excuses voor de wat onhandige opstelling van mijn gitaren, de synthesizer in de hoek, de controllers op de stapel verhuisdozen, het losgekoppelde Nakamichi cassettedeck (lees: die Raap gebruikt hem dus vrijwel nooit meer!) en meer van dat soort spul dat doet vermoeden dat de man een hobby heeft. Maar het is geen hobby, het is mijn professie!

Het is te zot voor woorden om je te schamen voor je spullen, hoewel dat natuurlijk in mijn geval wel degelijk het geval is. Sterker nog: ik schiet telkens weer spontaan in de verdediging!

Meer dan 2 kanalen is pure overkill

Een grote imposante mengtafel heb ik niet. Nergens voor nodig ook want ik neem altijd in mijn uppie op. Slechts heel af en toe moet ik de microfoon bedienen voor iemand die in mijn inspreekhok plaatsneemt (“oh wacht, ik zet even die grote doos voor je weg, ja, sorry hoor!”)  om een voice-over in te spreken. Kortom: een mengtafel met meer dan 2 kanalen is in mijn geval pure overkill. Die 2 kanalen zitten namelijk ook op mijn geluidsinterface en dat is dik voldoende. Ik kan er mijn geweldige Joemeek condensator microfoon op aansluiten of ik plug mijn gitaartje er ook direct op in. Heerlijk toch die moderne minimale spullen?

Sinds 2003 werk ik voor de volle 100% vanuit de laptop. Hoewel veel van mijn collega mediacomponisten met hele zware computers en externe drives zitten voor de opslag van hun gigantische geluidsbibliotheken vol violen en ander strijkwerk, ik geef daar niets om. Ik wil de mogelijkheid hebben om vanaf de bank aan tracks te werken als ik dat wil.

Godsgruwelijk zaligmakend topgeluid

Let wel, het is een zeer bewuste keuze wat en wanneer ik iets koop. Want ik koop niet zoveel, dus als ik iets koop heb ik daar eerst grondig onderzoek naar gedaan. Mijn geluidsprekers heb ik dan ook zeer zorgvuldig uitgekozen. En mijn laptop is van het type De Duurste MacBook Pro Die Je Kunt Kopen. Ook wat er op die computer qua software en plugins geïnstalleerd is, is uitermate zorgvuldig uitgekozen. Ik kan dan ook mijn software, Propellerhead Reason en Ableton Live dromen. Zonder schroom durf ik het te zeggen: ik ben een mega expert op het gebied van die pakketen. Je zult mij dus niet zo snel iets extra’s zien aanschaffen. Ik heb geen tienduizend compressors nodig, maar kan een godsgruwelijk zaligmakend topgeluid bereiken met de paar compressors die ik wel heb.

Menig hobby muzikant heeft meer spullen dan ik, maar ik hoef die spullen niet. Ik wil eerder minder dan meer spullen bezitten. Met gemak koop je zo 15 microfoons maar wat heb je eraan als je er toch maar 1, of hooguit 2 voor de opname zult gebruiken? Met 15 van die apparaten wordt de keuze lastiger en zullen er steevast 13 of 14 stof liggen te happen. Welke zou ik nu eens gebruiken? Keuzestress, doe normaal zeg! Met een beetje EQ kun je overigens de karakteristiek van elke microfoon compleet aanpassen. Digitale editing stelt je in staat om het geluid naadloos te Designen vandaag de dag. Daar ben ik dus een grootmeester in. Misschien steek ik in dit stukkie iets te opzichtig een paar veren in mijn kont, maar ik zou liegen als het niet waar is. Ik heb TOTALE controle over mijn eigen topgeluid. En ik ken mijn spullen door en door. Zit er echt uren mee te experimenteren en te knoeien. Ik ben daar heel analytisch in. Op het neurotische af. Deze levenslange obsessie gekoppeld aan een grote dosis perfectionisme heeft ervoor gezorgd dat ik mijzelf inmiddels als mijn grootste fan ben gaan beschouwen. Trots dus, wel degelijk!

Mijn studiootje ziet er misschien niet uit maar vergis je niet, ik ken mijn spullen zo goed, dat valt niet uit te leggen, dat moet je gewoon horen. De rest, is bijzaak.

Ik hou er dus maar over op.

Het North Sea Jazz van 1987

Mijn North Sea Jazz van 1987

Komend weekend vindt de 40e editie van het North Sea Jazz Festival plaats. Een datum die voor mij makkelijk te onthouden is omdat het jaarlijks een week na mijn verjaardag valt. En het werd mij door de “goden” nog gemakkelijker gemaakt met de komst van mijn dochter Puck, 13 jaar geleden op 13 juli 2002. Op een snikhete dag.

Paul Acket

North Sea Jazz werd jarenlang georganiseerd door Paul Acket. Het is de man die de muzikale geschiedenis vorm heeft gegeven. Ik noem:

  1. uitvinder van muziekbladen Muziek Express en Popfoto
  2. in 1964 de Rolling Stones voor het eerst naar Nederland halen (1000 pluspunten voor het goeie verhaal: de Kurzaal van het Kurhaus werd door Stones-fans tot een ruïne omgevormd; stoelen vlogen door de zaal en een kroonluchter kwam naar beneden)
  3. uitvinder van North Sea Jazz waarmee Den Haag en Scheveningen swingde en bruiste als de neten (helaas viel het festival in 2006 in handen van Rotterdam, wat nog altijd een historisch dieptepunt te noemen is dat qua ernst te vergelijken valt met de Slag bij Waterloo)

Zelf heb ik ook een keer op North Sea Jazz opgetreden. Jawel! Dat was namelijk tijdens de 12e editie van 1987. Ik was 19 jaar en mocht dus van snaar gaan.

2 dagen spelen

“Je had wat vaker moeten komen man. Ik heb die indeling voor North Sea al gemaakt!”, mijn gitaarleraar Ferry Robers riep het me toe.

1987 was het jaar waarin ik slaagde voor HAVO/MBO, een soort versnelde MEAO (2 jaar ipv 3 jaar) dat ik aan het Tinbergen College volgde. Hierdoor had ik veel lessen moeten missen van de workshop jazzgitaar die ik aan de Haagse Stedelijke Muziekschool bij Ferry Robers volgde. Ik moest en zou dat HAVO/MBO examen halen. Ik had er dus geen moment bij stilgestaan dat ik weleens op North Sea Jazz zou kunnen spelen en drong er verder bij Ferry dan ook niet op aan.

Maar Ferry dacht daar heel anders over. De week erop liet Ferry me namelijk weten dat hij mij voor de zaterdag en zondag ingedeeld had! Op vrijdag kon ik niet, zo had ik Ferry al de week eerder verteld. Ik MOEST namelijk op vrijdag Miles Davis zien en had al een kaartje. Maar nu speelde ik er zelf ook. En zelfs 2 dagen!

Dankzij het prachtige archief van North Sea Jazz zijn zelfs alle blokkenschema’s – overigens een brilliante uitvinding van Acket zelf – nog terug te vinden op de site. En dus ook die van mijn 2 dagen (zaterdag en zondag).

blokkenschema-1987-zaterdag

De “introductie” van vrienden

De optredens van beide dagen liepen volgens mij wel lekker. Niets om me voor te schamen, zelfs niet als het broekie van het ensemble waarmee we optraden. Ook herinner ik me nog dat ik de artiestenbar in mocht met mijn Artist-kaart dat zich op de begane grond bevond en waar ik ook een paar bekende muzikanten aantrof, evenals de grote Acket in pak en rokend. Het hele Congresgebouw stond toentertijd overigens blauw van de rook. De hoofdsponsor was zelfs een sigarettenfabrikant. Een verleden dat compleet haaks staat op het conservatisme en de doorgeschoten truttigheid van de huidige maatschappij.

Ook herinner ik me dat een medestudent die meespeelde samen met zijn vriendin zo kon doorlopen via de artiesteningang. Hij droeg de versterker en zij droeg zijn gitaar in koffer. Ook dat kon dus allemaal gewoon in die tijd. Men was gewoon erg chill en deed niet zo moeilijk. Binnen bij de kassa kon je met een Artist-kaart een polsbandje halen zodat je makkelijk in en uit kon lopen. Wat handig was want op die manier kon ik toch maar mooi 2 vrienden gratis “introduceren” op het festival.

Hoewel ik de optredens aan Ferry Robers te danken heb, ik weet werkelijk niet meer of ik hem daar ook nog gezien heb dat weekend. Ferry was overigens een te gekke gitarist, qua timing, qua dik geluid en nootkeuze. Echt een voorbeeld voor mij. En het heeft altijd onwijs tussen ons geklikt, ondanks het leeftijdsverschil.

1987 was een omslagjaar voor mij en North Sea vormde een mooi afscheid van de Stedelijke Muziekschool voor mij. Wellicht ook de laatste keer dat ik Ferry zag, of daar op North Sea was, of die keer er vlak voor toen hij mij vertelde over de North Sea gig. Helaas bezweek Ferry een paar jaar later aan hartfalen. Met hem ging een bijzonder muzikant verloren. En ook een enorme typisch Haagse grapjas. Met Ferry heb ik me helemaal gek gelachen.

Terug naar 1987 en North Sea Jazz. Van de rest van het programma dat weekend herinner ik me niet meer zo heel veel. Wel dat het concert van Miles Davis niet zo geweldig was. John Scofield zat niet meer bij de band en ook bassist Darryl Jones was al overgelopen naar Sting, dacht ik. Maar goeds Miles Davis was een levende legende en om daar een metertje of 10 vanaf naar te staren was eigenlijk al genoeg.

Fat Time

Maar wie ik me nog goed herinner is Mike Stern. Eigenlijk had hij met Miles moeten spelen naar mijn idee, zoals jaren ervoor. Maar nu speelde Mike in de Michael Brecker Band. Ik had natuurlijk een behoorlijke gitaarobsessie, zeker in tijd, dus keek ik vooral naar Mike.

Het mooiste wapenfeit dat Mike bij Miles heeft weggezet is de solo die hij op Fat Time speelt op het comeback album The Man With The Horn.

Het nummer was voor Mike bedoeld en droeg de bijnaam die Miles hem gaf: Fat Time dus. De gitaarsolo op die track is legendarisch. Hier speelt Mike als een soort van Hendrix Met Moeilijke Noten het nummer helemaal kaal met een stuwende backing band achter hem. Gewoon live in de studio gedaan. Met ondermeer basistengod Marcus Miller op de electrieken bas. Laat die avond met Michael Brecker op North Sea Jazz zich nu ontvouwen als één grote Fat Time! Ik zweer het je! Mike speelde grotendeels zittend op een kruk. Zat daar dus een beetje die akkoorden op weg te compen. Maar telkens wanneer de opwinding bij Mike begon te vlammen stapte hij van die kruk af om een distortion pedaal in te drukken en dan begon het Fat Tim Avontuur weer van voor af aan. Zijn sound was toen ook nog 1000% viezer dan zijn latere werk.

Kut HEAO

Voor je het weet ben je het allemaal vergeten. Maar goed mede daarom ook dat ik een track componeerde en inspeelde als eerbetoon aan de belangrijkste jazzmuzikant uit mijn leven: Ferry Robers.

Sommige dingen voelde ik slecht aan (lees: North Sea Jazz). Noem het naïviteit en ook mijn behoefte aan zekerheid speelde een rol (lees: laffe schoolkeuze). Maar Ferry voelde het allemaal wel aan. Dankzij mijn behaalde examen in 1987 begon ik na die zomer met een studie HEAO. Een verkeerde keuze zo bleek achteraf. Al het gezanik over marketing en statistieken, ik werd er helemaal naar van. Na mijn propedeuse, aan het eind van het 2e jaar, gaf ik het op. Daaag HEAO. Halloooo muziek! En zo is het. Nog altijd. En met name dankzij Ferry. En North Sea Jazz dus.

35e verjaardag Parkpop 2015 met waslijnbas en warme melancholie

Op dezelfde dag dat het 35-jarig bestaan van Parkpop gevierd wordt, vindt ook de afscheidsbijeenkomst van Thé Lau in Paradiso plaats. John van Vueren, manager van The Scene in haar roemruchte jaren, was ook jarenlang de programmeur van Parkpop.

De cirkel is rond en het was weer als vanouds. Parkpop is en blijft een heerlijk divers festival dat in het mooie Zuiderpark elk jaar plaatsvindt op de laatste, vaak snikhete, zondag van juni. Gisteren was het prima te doen, met wat verkoelende wolken.

Ik heb een poging gewaagd om Frans Bauer te doorstaan maar vond zijn muziek niet te pruimen en ben snel afgehaakt. Later hoorde ik dat hij het Haagse inkoppertje ‘Oh oh Den Haag’ ook had gezongen. Daar houden die Brabanders namelijk wel van.

Er waren naar het schijnt dit jaar 225.000 bezoekers. In het topjaar 1992 werd het maximum van 500.000 bezoekers bereikt. Nota bene het jaar dat The Scene ook optrad. En nooit eerder zongen zoveel mensen “Iedereen is van de wereld” mee. Een legendarisch Parkpop-moment.

Maar hoe zit het met het huidige Parkpop? Wat zag en hoorde ik gisteren tijdens de 35e-editie? Twee bands sprongen er voor mij uit:

Ben Miller Band: een hoogtepunt

De band die werd ontdekt door zanger/gitarist Billy Gibbons van ZZ Top. Ze spelen een mix van blues, rock, country en bluegrass die rauw, hees, teder ten gehore gebracht wordt. Zo speelt zanger Ben Miller op een sigarenkist-gitaar en zingt hij door de hoorn van een oude telefoon. Bassist Scott Leeper bedient zich van een waslijnbas (met behulp van een wastobbe) waar hij overigens wonderbaarlijk virtuoos op speelt. En drummer Doug Dicharry ruilt zijn drumstel maar wat graag in voor een wasbord of een stel lepels die door een reeks gitaarpedalen worden gehaald. Met name de combinatie wasbord + wahwah-pedaal deed ’t hem wel bij mij.

Ben Miller Band

Scott Leeper van Ben Miller Band

Ben Miller Band

Het feest der herinnering van OMD

Orchestral Manoeuvres in the Dark was vroeger zeker geen band waar ik warm voor liep. Gisteren veranderde dat. Het werd hun 2e optreden op Parkpop. De 1e keer was *kuch* 30 jaar geleden.

Zanger/bassist Andy McCluske pakt het complete Parkpop-veld in met wilde dansbewegingen langs de rand van het podium. Ook maakt ‘ie kleine plagerige opmerkingen naar de andere bandleden. Bijvoorbeeld wanneer de drummer een defecte snaredrum moet verwisselen. Volgens Andy had meneer beter voor een compleet electronisch drumstel kunnen kiezen. OMD is immers toch een elektronische band? Links en rechts van de, overigens uitstekende, drummer staan twee grote keyboards opgesteld. Andy bedient zichzelf op diverse songs van een elektrische basgitaar.

We moeten even wachten want er gaat weer iets mis. Zanger/toetsenist Paul Humphreys deelt ons mede dat hij zojuist uit zijn broek gescheurd is. Waar Andy overheen gaat met de opmerking: “Oh en dat laat je aan het publiek weten? Handig hoor, nu ziet iedereen het!” De boel wordt met gapper-tape gerepareerd terwijl Paul glimlachend achter zijn keyboard op de verhoging blijft staan.

Het optreden levert een reeks aan hitsingles op. En het is opvallend hoeveel OMD er gehad heeft want ik ken vrijwel alle nummers. De ooit zo kille synthesizer-klanken maken bij mij plaats voor warme melancholie.

Popmuziek gaat toch een stuk langer mee dan we altijd gedacht hebben. Het is voor de zoveelste keer bewezen: Roll Over Beethoven!

OMD

OMD

P.S. Voor al mijn foto’s zie Parkpop-2015 Flickr-set.

En vergeet ook dit niet: