Korte documentaire over jazzaccordeonist Mat Mathews: “ik probeer mooi te spelen”

Over jazzaccordeonist Mat Mathews (geboren in Den Haag en in 2009 in Rotterdam overleden) is een korte documentaire gemaakt door vriend Guus Van Waveren.

In Nederland raakte hij in de vergetelheid en kreeg in jazzkringen nooit de erkenning, die hij als jazzaccordeonist had verdiend.

WikipediA

(DJ bedankt!)

Anton Corbijn, de laatste grote muziekfotograaf?

Het hoogtepunt van de populaire muziekcultuur ligt achter ons. Ik zeg niet dat er geen fantastische dingen meer gemaakt worden, alleen zijn ze veel minder belangrijk, ze hebben veel minder impact, omdat jongeren overal met een muisklik aan kunnen. De magie die in mijn jeugd rond muziek hing, is weg.

Anton Corbijn / De Standaard

Een ongemakkelijke Marc Ribot in het Paard van Troje

Via het geweldige album Rain Dogs van Tom Waits uit 1985 leerde ik gitarist Marc Ribot (1954) kennen. Hij viel op met zijn compleet eigen stijl die duidelijk gestoeld is op Amerikaanse rootsmuziek maar daar tegelijkertijd hoorbaar uit probeert te breken. Marc combineert de rauwe sound van blues en rock ‘n’ roll met de tegentonen uit de free jazz. Tegentonen die hij mooi weet te krijgen, zoals ze in het nummer I want you van Elvis Costello klinken. Inclusief de memorabele solo bestaande uit 2 noten.

Zandloper

Het is 17 maart 2015 en Marc Ribot speelt in Den Haag in de Kleine Zaal van het Paard van Troje in Den Haag. Solo. Voor aanvang speculeer ik nog wat met zanger/gitarist Melle de Boer en gitarist Dick Zuilhof over wat ons te wachten staat. “Ik denk dat het een beetje ongemakkelijk zal worden”, voorspelt Dick.

Het concert begint.

Marc neemt plaats op een klapstoel, speelt een paar maten en grist vervolgens naar de zandloper die op de tafel naast hem staat en draait hem om. 40 minuten te gaan. Marc laat het plectrum over de snaren schuren, slaat harde dissonante akkoorden aan en raast over de snaren. Andere stukken worden juist heel ingetogen en breekbaar gespeeld. Maar telkens ligt een kleine of grote ontsporing in het verschiet. Buiten de gebaande paden om. Het is een gevoel van uitersten dat hier tussen de nepkaarsen opsteekt. Oorlog en vrede.

Van zijn bijzonder mooie album Silent Movies uit 2010 speelt Marc diverse stukken. Op dat album beperkt Marc zich. Van echte ontsporing is geen sprake. Maar vanavond is het anders. Vanavond moet alles eruit.

Waxinelichtjes op batterijen

Ik begin het warm te krijgen. Ongemakkelijk warm. Het ligt niet alleen aan de airco die uitstaat. Het vreemde interval dat de airco en ventilatoren produceren kan Marc niet waarderen en dus is het hele spul inclusief verlichting op zijn verzoek uitgezet.

Tijdens het concert wordt het podium slechts verlicht door een halve cirkel aan waxinelichtjes op batterijen. Maar Marc zit ogenschijnlijk prima op zijn gemak te wezen. Zijn colbertjasje blijft aan.

Spannend, inspirerend en soms ronduit mooi.

Na de pauze wordt opnieuw de zandloper omgedraaid.

Dada

Een beetje ontsporen is wat mij juist zo aantrekt in het spel van Marc. Dat randje, dat tegendraadse. Maar vanavond is het niet een kwestie van een beetje ontsporen maar een beetje veel ontsporen. Wonderlijk om mee te maken. Ik hoor en zie hoe deze Dadaïst op akoestisch gitaar er alle mogelijke klanken uitperst.

Met zijn mond maakt ‘ie een vinger nat en laat hem glijden over de top van zijn gitaar alsof het een conga is. Er klinkt wat gegrinnik vanuit de zaal. En razensnel schuift hij een potlood onder de snaren en plaatst een slide op zijn pink. Tweemaal verzet Marc het potlood 1 fret hoger om zo de boel te transponeren. Er heerst controle binnen het ongecontroleerde.

Zijn interpretatie van het bekende lied Happiness Is A Warm Gun van The Beatles maakt me zeer gelukkig.

Marc kijkt eerst op zijn horloge en daarna naar de zandloper. A done deal. Na luid applaus mag ‘ie nogmaals terugkomen. De klassieker There Will Never Be Another You wordt voorzien van wat ongemakkelijke bebop licks en nog eenmaal worden alle zijwegen op de gitaar verkend. Dan is ‘ie klaar.

Tolstoj op het hobbelpaard verlaat het podium. De airco kan weer aan.

Had de Volkskrant me toch tuk met dat stuk over Toto

Bassist Mike Porcaro is afgelopen zondag 15 maart 2015 overleden aan de gevolgen van de spierziekte ALS.  Vandaag publiceerde de Volkskrant daarom een analyse van muziekjournalist Rovert van Gijsel over de oude band van Mike, Toto. Ik moest hem 2 maal lezen om te snappen dat Rovert niet uit was op het bashen van de band maar juist een kleine middelvinger opstak naar alle popjournalisten die dat wel deden.

Ik denk er net zo over.

Gewoon een potje herrie?

Sommige popjournalisten vinden het verdacht als muzikanten zo goed kunnen spelen als de muzikanten van Toto. Vreemd want van popjournalisten mag je toch ook een goeie taalbeheersing verwachten?

Nu vind ik de Punk een belangrijke stroming in de muziek waar ik bovendien een groot liefhebber van ben. De liefde voor imperfectie, het zelfdoen, de anarchie, het schoppen tegen de heilige huisjes en de voorliefde voor eenvoud en rauwe kantjes, het spreekt mij bijzonder aan. En natuurlijk ben ik dol op John Lydon en zijn Sex Pistols. En The Clash. Maar hoewel zij beschouwd kunnen worden als de architecten van de Punk, hun boodschap “dit kun jij ook, koop een gitaar en ga je ding doen!” blijkt in de praktijk toch een heel stuk lastiger te zijn.

Iedereen die een gitaar oppakt weet dat het bloed, zweet en tranen kost om er echt goed op te leren spelen. Zo strak als The Ramones speelden is zeker niet voor elke band weggelegd. En ook hun Beach-Boys-achtige-liedjes lijken misschien eenvoudig maar zijn toch echt met een sterk melodieus gevoel gecomponeerd.

Pathetische muziek

De Sex Pistols en de band Queen zaten ooit op hetzelfde moment in dezelfde studio, de West End studios in Londen. Sid Vicious stapte de verkeerde studioruimte binnen en trof Freddie Mercury aan de piano aan:

Ah, Freddie Mercury, still bringing ballet to the masses are you?

Waarop Freddie antwoordde met:

Oh yes, Mr Ferocious, dear, we are doing our best.

Punk was natuurlijk Het Grote Verzet Tegen Symfonische Bands Zoals Queen. En ik vermoed dat het verzet tegen Toto eenzelfde soort verzet is. Omdat Toto niet voldoet aan het concept “pak een gitaar en ga gewoon een potje herrie maken!” Wat je Queen kunt verwijten kun je dus ook Toto verwijten. Koorzang? Check. Melodieuze gitaarpartijen? Check. Rijke harmonie? Check. Langdurige studiosessies? Check. Verfijnde arrangementen? Check. Hoge kopzang? Check.

En natuurlijk is Queen pathetisch. Net zo goed als Toto dat is. Maar vergis je niet: elke Punkband is dat ook. Sterker nog: het is de basis van alle volksmuziek. Verdiep je er maar eens in. Onderzoek de kerkelijke muziek. Of de Italiaanse Opera. Zet een album van Nirvana op en je staat verstelt van de pathetische boodschappen.

Het is niet voor niets dat menig popmusicus met gebalde vuisten in de lucht zijn lied staat te zingen. Het predikt theatraal zijn boodschap.

En voor sloppy playing die aan alle kanten rammelt schaamt iedere muzikant zich. Zo was Sid Vicious weliswaar een leuk visueel boegbeeld van de Sex Pistols maar ook een gruwelijk slechte bassist die slechts op 1 nummer van het album Never Mind The Bollocks te horen is.

Het wegpoetsen van schoonheidsfoutjes

Op het bekende album Nevermind van Nirvana werd een computer met het programma Pro Tools ingezet om de gitaarpartijen van Kurt Cobain in het nummer Something In De Way helemaal strak en zonder schoonheidsfoutjes te krijgen, want schoonheidsfoutjes, daar schaamden deze pathetische dominees zich toch voor.

Natuurlijk mag je het lelijk vinden dat de gitarist van Toto, Steve Lukather, vrijwel altijd een chorus-effect ter verfraaiing van zijn gitaargeluid gebruikt. Maar dat effect gebruikte Kurt Cobain gewoon ook. In de hitsingle Come As You Are wordt het chorus-effect naast op alle gitaren zelfs ook op de basgitaar ingezet. Overigens niets bijzonders want Billy Duffy van The Cult gebruikt vaak een flanger, Eddie van Halen een phaser en Hendrix een Uni-Vibe.

Deze modulatie-effecten zorgen ervoor dat de toon van de gitaar wat gaat zweven. En het is puur een geluidstechnische keuze. Een kwestie van smaak.

Miles Davis

Toto kon mij nooit echt boeien totdat in 1986 het album Fahrenheit uitkwam. Ook dit album heeft de bekende gelikte en suikerzoete sound. En ja ook dit album maakt er geen geheim van dat de heren goeie muzikanten zijn. Maar wat mij er vooral zo in aantrekt is de rol van Miles Davis op de laatste track van het album, Don’t Stop Me Now. De gitaar van Luke met zijn zijde zachte chorus vloeit prachtig samen met de ijzige klank die uit de trompet van Miles vloeit. Het is van een onwaarschijnlijke schoonheid.

Miles vroeg Luke om bij zijn band te komen spelen maar de trouwe hond Luke sloeg het voorstel af en bleef trouw aan zijn maatjes van Toto.

In de beginjaren van Miles waren de critici het er allemaal over eens: Miles, dat doe je gewoon niet, dat klinkt nergens naar zo vibratoloos met een demper op je trompet spelen. Maar Miles trok zich er niets van aan. Net zoals Luke. En gelijk hebben ze want muzikanten hebben namelijk altijd gelijk. In tegenstelling tot al die critici.

Interview Marc Weidenbaum over installatie Sonic Frame met mijn muziek

Ik voelde me al vereerd dat mijn muziek door Marc Weidenbaum werd uitgekozen voor de installatie Sonic Frame dat tot het eind van deze maand (februari 2015) in het San Jose Museum of Art (Californië, Amerika) te zien en te horen is (zie deze eerdere post daarover). Maar ik voel me vandaag opnieuw vereerd nu blijkt dat het San Jose Museum of Art ook voor een interview met Marc Weidenbaum op video mijn muziek heeft gebruikt. Dit terwijl men ook uit de 20 andere muziekstukken had kunnen kiezen.

Mijn muziekstuk Neziba is gebaseerd op 3 akoestische gitaarpartijen die ik opnam en vervolgens bewerkte met muzieksoftware. Het was een korte sessie van slechts een paar uur, maar ik merkte direct dat het gevoel van het stuk naadloos aansloot bij de beelden van de video waarvoor dit stuk bedoeld was.

Het gaat om de volgende video van videokunstenaar Josh Azzarella (druk daarna op de SoundCloud-player met mijn muziekstuk Neziba om ze tegelijkertijd af te spelen):

Mijn werk:

Onderweg naar 20 jaar later: compassie

We zijn onderweg naar Oostende en het regent. Tom America is mijn chauffeur. En op de achterbank zit Massimo, zijn zoon. De laatste keer dat ik hem zag was ‘ie minstens een meter kleiner.

Ik kijk op mijn telefoon. 28 februari 2014.

We komen aan bij de plek waar Marvin Gaye vroeger weleens een potje basketbal speelde. Het lijkt nog precies als toen. Maar Marvin is er niet. Niet meer.

Even later staan we oog in oog met de toetsenist van Arno Hintjens, Serge Feys die ons nogal opgewonden toevertrouwt:

Hebben jullie het al gehoord? Spinvis heeft een huis in Oostende gekocht!

Maar Spinvis pakt een naald en laat de ballon knappen:

Ik heb -helaas- nog nooit een huis gekocht in Oostende. Er zal een persoonsverwisseling in het spel zijn.

Alleen een creatieve geest ziet verbindingen die niemand anders ziet. Ondanks de omstandigheden, plaats, tijd en geld.

We proberen het te begrijpen. Wat zocht Marvin Gaye in Oostende? En natuurlijk willen we het hem het liefst persoonlijk vragen. Maar dat kan niet meer want Marvin is al 30 jaar dood.

Dan maar herinneringen ophalen bij de mensen die hem gekend hebben. Mensen die hem opzochten in zijn appartement aan de Albert 1 Promenade waar ze Marvin aantroffen met zijn drumcomputer, de Roland TR-808 en zijn Jupiter 4 synthesizer. In het appartement waar hij zijn grootste hit Sexual Healing schreef. Waar zijn buren klaagden over de geluidsoverlast. Vrijwel niemand wist wat daar te gebeuren stond.

In het eerste jaar dat Marvin in Oostende zat, 1981, kwam Todd Rundgren uit met een album dat Healing heet. Is dat toeval? Ik zou het niet weten. Niemand die het Marvin ooit vroeg.

Mocht je onbekend zijn met dat album dan moet je maar eens het nummer Compasion opzoeken op Spotify of iets degelijks.

Everybody needs compassion.
If you want to be healed.

En het is compassie dat ik ook hoor in de muziek van Marvin Gaye. Het verdriet en de melancholie. Marvin voorzag zijn muziek weliswaar van dansbare uplifting grooves, maar de tragiek die uit de harmonie en melodie telkens weer naar voren komt spreekt boekdelen. Die pijn valt niet te ontkennen. De moderne blues.

Door de zoektocht die bij Marvin is begonnen, begint het bij Tom en mij ook weer te broeien. Tijdens onze ritjes naar Oostende en Brussel ontstaan er nieuwe plannen.

In Brussel laat Tom mij de legendarische club Ancienne Belgique zien. Tom heeft daar vaker gespeeld, maar ik niet. Het lijkt mij een feest om daar te mogen spelen voor de Belgen. En in De Grote Post van Oostende, waar we eerder met Serge Feys spraken, moet het ook een feest zijn om te spelen. Spinvis speelt er weleens.

20 jaar is een lange tijd. Maar de compassie zit er nog. En daar moeten we iets mee.

(fotograaf omslagfoto: Massimo America)

Zo word je echt goed

Je bent meestal niet gelijk ergens goed in. Je kunt het wel worden. Volgens velen is talent daarin essentieel. Ik denk van niet.

Van te voren zeggen dat je iets niet kunt zonder het echt te hebben geprobeerd wordt puur ingegeven door angst. Je kunt iets niet weten tenzij je het probeert. En dat proberen kan best een tijd duren. Trek er maar gerust een mensenleven voor uit.

a-muzikaal

Een tijd geleden hoorde ik een bekend muzikant vertellen over hoe hij vroeger de ene noot niet van de ander kon onderscheiden. Hij was volslagen a-muzikaal! Toch werd hij gegrepen door de liefde voor muziek en wilde hij persé gitaar leren spelen. Dit kostte hem dan ook de grootst mogelijke moeite. Maar wie had ooit kunnen bedenken dat deze Robert Fripp ooit ondermeer op de albums Heroes en Scary Monsters van David Bowie te horen zou zijn?

Er is de wil om echt goed te worden. En die wil, dat is alles, dat is jouw drive, jouw inner mountain flame. De rest, het doet er geen reet toe. En de mening van anderen? Wat denk je zelf?

Radiomaken

Ira Glass is de producer en stem van het zeer succesvolle radioprogramma This American Life. In al zijn interviews en lezingen praat Ira over Het Gat, de kloof die zit tussen de mensen die je bewondert en wie je zelf bent.

Ira werd al vrij jong gegrepen door het fenomeen radio en wilde dat ook gaan maken. Al snel kreeg hij de gelegenheid om dat te gaan doen. Maar daar waar hij andere starters in het vak al snel echt goed zag worden, bleef hij worstelen. Maar hij gaf niet op, hij wist wat hij wilde. Hij werd gedreven door smaak en een kritische houding. Hij wist wat hij zocht.

Natuurlijk is het angst. Om te zeggen dat je het niet kunt. Hoeveel angsten moet een mens zien te overwinnen in het leven? Het is niet anders tenzij je zwicht voor die angsten. Wat velen doen. En zij geven het op.

Quintus

Ik had een vriend die helaas te jong is overleden. Samen hebben we diverse bands gehad. En ik weet nog goed van een avond samen in muziekcafé De Pater in Den Haag. We hadden de gitaren omgedaan en Quintus fluisterde in mijn oor: “kijk, die mensen staan allemaal voor het podium naar ons te kijken, maar wij staan OP het podium.”

quintus-marco

Daarna ging het steeds beter. En soms ook niet. Soms speelde ik zo slecht dat ik er de brui aan wilde geven. Soms voelde de kloof tussen mij en het publiek te groot. Ook al speelde ik in een uitverkocht Paradiso, of Tuitjenhorn. De plek waar het gebeurt maakt namelijk geen reet uit. Je speelt voor 1 ding en dat is de muziek. Het applaus en de aandacht, allemaal leuk en aardig maar dat is niet het ding. Het ding is de muziek. En dus geef je niet op omdat die muziek in je zit, omdat je het in je donder voelt. En omdat je er bezeten van bent en het eruit moet!

Als je een doorzetter bent dan ben je in mijn ogen een winnaar. Da’s pas echt goed.

Slaappraatjes van Jeff Bridges: Sleeping Tapes

sleeping-eyes

The world is filled with too many restless people in need of rest – that’s why I filled my sleeping tapes with intriguing sounds, noises and other things to help you get a good night’s rest. – Jeff

In de Sleeping Tapes probeert acteur Jeff Bridges ons in slaap te praten. Met de ogen dicht is het net alsof The Dude tegen ons praat.

Het is een samenwerkingsproject met componist Keefus Ciancia en het combineert Jeff’s stem met veldopnames, ambient muziek, speciale effecten en fraai sounddesign.

In de stem van Jeff hoor ik soms wat ruis. Alsof Jeff het met zijn smartphone heeft opgenomen. En dat heeft ‘ie misschien ook wel. Jeff is vooral buiten te vinden. Je hoort zijn voetstappen, de takjes die breken. Jeff praat op zachte toon, het is immers nacht. Zacht praten is altijd geruststellend. Kalm en warm. Jeff’s donkerbruine stem met opgewekte kinderlijke toon is hier natuurlijk uitstekend geschikt voor.

Het is een veel spannendere audiotrip dan alle audiobooks die ik tot nu toe hoorde.

Deze lichtvoetige meditatieve poëtische trip wordt als album aangeboden en is middels het Pay what you like principe te downloaden. En wie 10 dollar of meer betaalt, ontvangt een paar bonus tracks. Ook is er te bieden op een exclusieve 180-gram gulden persing van de vinyl versie naast de normale vinyl versie en een cassette. De opbrengsten gaan naar No Kid Hungry. Jeff heeft er zelf niets aan verdiend.

dreamingwithjeff.com

Het project is bovendien een showcase van de webhosting service van Squarespace.

Way to Go, een interactieve wandeling

Way to Go is een interactieve wandeling. Geproduceerd door het geweldige National Film Board of Canada (ik volg ze natuurlijk al jaren!) in een co-productie met de Franse televisie.

Het is een prachtige showcase van wat er mogelijk is met HTML5, de standaard opmaaktaal voor websites. Diverse onderdelen worden dynamisch gegenereerd. Met name de muziek en geluidseffecten hebben natuurlijk mijn bijzondere aandacht. Zo worden de duizenden geluiden on-the-fly gekozen en gemixt. De muziek is generatief (automatisch gegenereerde muziek) en interactief.

De geluiden van het lopen en rennen zijn afhankelijk gemaakt van de ondergrond. En toen ik erachter kwam dat de hoofdpersoon in het 360-graden spectrum ook nog eens blijkt te kunnen vliegen viel het mij op dat die overgang van lopen of rennen naar vliegen via een prachtig filter-effect verloopt en dat de muziek meer ambient elementen gaat bevatten. De geluidsmogelijkheden van HTML5 worden hier echt super mooi benut en de kijker speelt interactief een soort spel met de route die gelopen wordt en de muziek en de  geluiden die klinken.

Ook ik maak vaak gebruik van generatieve elementen in mijn muziek en sounddesign werk. Zo programmeer ik vaak geluiden, of korte muzikale frases die telkens bij herhaling net weer even iets anders klinken. Ook het inzetten van bijvoorbeeld witte ruis die gefilterd wordt, zoals wanneer het poppetje gaat vliegen, pas ik natuurlijk vaak toe. Voor een sounddesigner zoals ik is dit een droomproject. Helaas worden dit soort projecten, zover ik weet, in Nederland nog niet gedaan. En zo ja dan zou ik er dolgraag aan mee willen werken want het uit elkaar trekken van muziek en geluid en ze als een soort lego-blokjes interactief aan elkaar lijmen via HTML5 is natuurlijk bijzonder kickûh!

Innovatief Nederland, waar zijt gij? Ik zit hier, dat u het weet.

a-way-to-go.com

Het geklooi met een goed gitaargeluid

Als gitarist ben ik altijd geïnteresseerd geweest in te gek goeie gitaargeluiden. Een interesse die al sinds mijn jeugd goed gevoederd werd dankzij de allergrootste muziekwinkel van heel Europa die in de Haagse binnenstad was te vinden. Voor ik het wist was mijn speurtocht naar het ideale gitaargeluid begonnen.

Meesterverkoper Nico Servaas en de Stille Zuidzee

De winkel van Nico Servaas , een meesterverkoper met een valse lach die altijd te herkennen was aan een lichtblauwe stofjas en 3 pond Brillcream in het haar. Regelmatig sprak hij mij handenwrijvend en grijzend aan:

“Mooi ding he? Wou je ‘m hebben? Hebbie centjes bij je?”

De man was a-muzikaal maar kon wel heel goed rekenen en de kassa opmaken. Hij woont al jaren op een eiland in de Stille Zuidzee. Van ondermeer mijn centen.

Leo Blokhuis schreef een paar jaar geleden op verzoek van Den Haag Marketing een boek over Servaas. Dit boek is op Bol te koop. Aanrader!

Ik heb van alles gekocht en weer verkocht. Zo herinner ik me de Mesa Boogie Quad voorversterker. Ik kocht hem omdat diverse gitaristen zweerden bij het super strakke cleane geluid dat eruit kwam. Wat waar was, maar ze vergaten erbij te vertellen dat het ding een ton woog. En dan hebben we het nog alleen over de voorversterker. Tel daar dus maar een zware eindversterker en een stel speakers bij op. Bovendien kostte het ding een klein fortuin. Zelfs tweedehands, althans voor mij.

“Waar komt toch die vreemde geur vandaan?”

Het is begin jaren 90 en ik zit met mijn band MAM in Studio BGM (Bureau Goeie Muziek) in Voorburg. Mijn gloednieuwe Koch-versterker staat er inmiddels al 2 dagen lekker op studiotemperatuur te draaien als een paar bandleden zich beginnen af te vragen waar toch die vreemde geur vandaan komt. Uit mijn versterker dus! Die we vervolgens bijna in rook zien opgaan…

Let wel: gitaristen zweren bij buizenversterkers. Menig gitarist is conservatiever dan de paus en zweert zelfs vandaag de dag nog bij het aloude concept van een triode buis om het geluid mee te versterker en er een mooi randje vervorming aan mee te geven. Wat goed voor Jimi was, moet nog steeds goed zijn, zo is de gedachte.

In de band MAM gebruikte ik in het begin ook weleens de Fender Twin versterker van bandlid Tom America. Ik woonde toendertijd in Voorburg op een bovenwoning maar de versterker bleef lekker in de flightcase onderaan de trap staan. Onmogelijk dat ik dat ding de trap op zou kunnen krijgen zonder halverwege te sterven.

Laatst stond ik nog met mijn drummer in een oefenruimte. En precies op het moment dat ik denk “wat hoor ik nu weer?” laat de versterker een zucht en houdt ‘ie ermee op. The tube that died on me, deel 2, of zoiets.

De opkomst van koelkasten en windmolens

In de 90-er jaren besloten alle gitaristen, incluis ondergetekende, over te stappen op 19″ units. De gitaarpedalen raakten uit de mode en alles moest in een rackje geplaatst worden. Het we-hebben-alles-onder-controle-geluid deed haar intrede. Ook ik deed er driftig aan mee en programmeerde allerlei combinaties van effecten zodat ik mijn rack met een groot voetpedaal/afstandsbediening kon bedienen. Helaas stond ik toch altijd op het podium tijdens de soundcheck en het optreden heel moeilijk naar mijn spullen te kijken omdat het daar toch weer anders klonk dan thuis of in de studio.

Ik herinner me nog een mooie uitspraak van gitarist Mark Boon (bekend van de band Diesel) uit die tijd: “die koelkast is vooral handig om mijn collectie colaflesjes op uit te stallen.”

In zo’n rack werd het een verschrikkelijke sauna vanwege al die lollige stroomverslindende gitaareffecten en amps. Vandaar dus dat menig ingewikkeld gitaarrack voorzien was van een paar loeiende ventilatoren om de boel te koelen. En wat had ik daar een gruwelijke hekel aan zeg! Nu moest je het rack in een studio in een eigen hok opsluiten wilde je niet helemaal lijp worden van het geloei van die windmolens.

In navolging van wat sessiejongens zoals Steve Lukather kocht ik op een gegeven moment een Palmer Speaker Simulator PDI-03. Een wereldding! De Palmer is een signaalverzwakker die het keiharde signaal van een speaker-output verzwakt naar een line-signaal. Nu kon ik elke technicus een prachtig gefilterd gitaarsignaal aanbieden. En niet langer was ik overgeleverd aan hard blazende gitaarversterkers in de studio. Ik gebruikte het ding overigens ook live, net als Steve.

De kruisbestuiving tussen een Walkman en een gitaarversterker

Jaren ervoor was het begonnen met de Rockman (release was al in 1982). Een apparaat dat lijkt op een rare kruisbestuiving tussen een Walkman en een gitaarversterker. Er kwamen maar twee soorten geluid uit: volkomen clean, of volkomen overstuurt. Het ding klonk heavy ook al plugde je er een elektrische banjo of een mondharmonica in. En qua dynamiek was het dus he-le-maal niets. Maar goeds, ook ik was zo rooms als de paus toentertijd. Voor minder dan buizen haalde ik mijn gitaar niet uit de koffer en dus diste ik deze wannabe-Marshall-Walkman volledig.

Uiteindelijk stapte ik toch van m’n geloof af

Na de Rockman en de Palmer is het snel gegaan. Ik liet me diverse malen verleiden door het spul dat ik in Nico’s toko aantrof.

Zo kocht ik een van de eerste apparaten op dit gebied van de firma Zoom. Tom America van MAM herinnert zich de ellende er nog van. Hoewel dat ding nog in Tom’s huisstudio best lollig had geklonken, bleek ‘ie eenmaal op een grote-mensen-volume gebracht in een club vol uitzichtloze jongeren vooral te willen feedbacken/rondzingen. En zoals altijd met die dingen is het altijd een ander die het als eerste opmerkt. Het was Tom die tijdens de soundcheck droog opmerkte: “wat is toch dat pieptoontje dat ik de hele tijd hoor?”

De sessie met Rick de Leeuw

Minstens een kwart van mijn leven heb ik vergooid aan het geklooi met die dingen. Vaak met een handleiding op schoot, geschreven door een Japanner die een hard piemeltje kreeg van het apparaat. Nou ik niet!

Ik herinner me een sessie voor de band Bon met Rick de Leeuw in de studio van de Tröckener Kecks. Mijn super dure buizenjongens had ik meegenomen. Maar Rick beschikte ook over een computer met Pro Tools en Amp Farm. Het was in het jaar 2000 of begin 2001. Een sessie van 3 dagen die een rare twist kreeg.

Omdat ik de band daarna verliet was ik niet meer betrokken bij de mixage en hoorde ik vervolgens niets meer van mijn opnames. Totdat 7 jaar later, Pieter Bon de zanger van de band, op de radio tijdens Wintertijd een nummer voorbij laat komen. Ik hoor het meteen: potdomme, dat ben ik!

Het hele album Alles Moet Anders staat op Spotify. De andere gitarist van dat album is Phil Tilli, die toendertijd in de Tröckener Kecks speelde. Ik kon het best goed met hem vinden. Na het uiteenvallen van de Kecks is ‘ie in de britrockband Moke gaan spelen.

Bon - Alles moet anders

In de liner notes word ik opgevoerd voor additionele bijdragen. Gelukkig herken ik mijzelf uit duizenden en weet ik hoe het precies zit. Ik ben te horen op de tracks (inclusief solo’s):

  • Vat Geen Kou
  • Alles Wordt Anders
  • Terug
  • Jij Slaapt
  • Zelf Verzinnen
  • Rondom Auto’s

Een poos terug hernieuwde ik het contact met Rick via Facebook. We zijn inmiddels bijna 15 jaar verder en een stukje wijzer geworden.

Of ik de Amp Farm of toch mijn oude buizenbak gebruikte, ik ben het een beetje vergeten. Volgens mij hebben we beiden gebruikt. In eerste instantie mijn buizenbak en als dat niet werkte, de Amp Farm in Pro Tools. Maar zeker weten doe ik het dus niet.

Wordt vervolgd…