NTR academie: Olga Franssen over muzikale schoonheden

Erg leuk dat NTR academie aandacht schenkt aan het begrijpelijk uitleggen van wetmatigheden in de muziek. Olga Franssen (bekend van o.a. het Amsterdams Gitaartrio) geeft een boeiende lezing over hoe klassieke componisten te werk gingen, werk dat beschouwd werd als een ambacht zoals een bakker zijn broden bakt, en een proces dat de regels van de muziektheorie volgt en een vaste vorm en structuur kent.

Verplicht kijkvoer wat mij betreft want je steekt er nog wat van op! Zie hieronder de insluiting van Uitzending Gemist:

Get Adobe Flash

Waarom lijken popliedjes vaak op elkaar?

snare drumPopliedjes lijken vaak op elkaar. De reden hiervoor is heel simpel: het aantal ingrediënten is zeer beperkt. Er valt weinig te kiezen en dus voor je het weet lijkt jouw lied op het lied van een ander.

Ritme

Hèt ritme van een popliedje bestaat uit een vierkwartsmaat (1,2,3,4) waarbij de drummer op de 2e en 4e tel een harde slag op zijn snaredrum geeft. Dit heeft het bekende boem-tsjak boem-tsjak patroon tot gevolg.

Harmonie

De harmonie van de meeste popliedjes bestaat uit slechts een paar simpele akkoorden. Ze zijn meestal niet verfraaid met additionele noten zoals in de klassieke, jazz en niet-westerse muziek juist wel gebruikelijk is.

Deze akkoorden worden het vaakst gebruikt in popmuziek:

popularchords
plaatje van hooktheory.com

Om de vingerzetting daarvan te noteren heb je slechts 1 A4-tje nodig. En met een paar weken gitaarles moet je in staat zijn deze te spelen.

Een E mineur akkoord wordt overigens in de meeste gevallen opgevolgd door een F of een A mineur. Hoe ik dat weet? Lees maar eens het artikel ‘I analyzed the chords of 1300 popular songs for patterns. This is what I found.’

Melodie

De meeste mensen vinden de melodie van een nummer iets speciaals. Toch lijken die heel vaak op elkaar. De reden: ze bestaan veelal uit maximaal 5 verschillende noten, de noten van de pentatonische ladder. Zo heel veel combinaties tussen die 5 noten zijn er dus niet te maken. En vrijwel iedereen voelt aan hoe die toonladder werkt, check deze video maar eens:

Zo simpel zit het dus. Wil je wat leuke voorbeelden horen? Check dan deze site: soundsjustlike.com →

Contrastrijk

selfie

Het is niet erg als een bepaald geluid wat doffig klinkt.
Het is niet erg als er soms teveel galm klinkt.
Het is niet erg als een bepaalde partij niet zo soepel grooved.
Het is niet erg als er wat vervorming op de bas zit.
Het is niet erg als een patroon gecomputeriseerd klinkt.
Het is niet erg als de gitaar wat ruist en bromt.
Het is niet erg als het ene kanaal wat harder klinkt.
Het is niet erg als de zang niet loepzuiver is.

Waar het om gaat is dat de muziek contrastrijk is.
Met contrasten tussen hard en zacht.
Tussen warm en koud.
Tussen diep en helder.
Tussen schoon en vervormd.
Tussen spaning en ontspanning.

Hoe schrijf ik een liedje?

Toen ik een jaar of 16 was wilde ik heel graag liedjes schrijven. Aangestoken door The Beatles, Steely Dan en de muziek van de dag (1984). Op een akoestische gitaar verzon ik ze. Eerst kwamen de akkoorden en de melodie. Later verzon ik er een tekst bij. Sommigen van die liedjes nam ik op met een 4-sporen cassetterecorder, die ik samen met wat vrienden had aangeschaft. Hier en daar speelden zij ook een basje of een extra gitaartje in.
Lees verder Hoe schrijf ik een liedje?

“Je moet wiskunde gaan studeren!”

Ferry Robers

Op de foto hierboven zie je mijn oude gitaarleraar, Ferry Robers. Ik heb het al vaker over hem gehad en ik dacht dat ik zelfs over het voorval dat ik zo meteen ga aanhalen al eerder geschreven had, maar zeker weten doe ik dat niet.

Het voorval

Ferry gaf gitaarles op de Stedelijke Muziekschool in Den Haag. Hij was als leraar en mens 100% van de praktijk en 0% van de theorie. Op allerlei vragen die ik hem stelde over muziektheorie antwoordde hij steevast met: “gewoon luisteren”. En ik luisterde maar begreep niet precies wat mijn vingers daarbij moesten doen. Met name in het soleren op complexe jazzharmonie was ik geïnteresseerd. Volgens Ferry moest ik gewoon de noten uit de akkoorden spelen. Ferry vroeg me hem te begeleiden en speelde een solo, als voorbeeld. Na een maatje of 2 heel braaf noten uit de akkoorden te hebben gespeeld besloot Ferry weer gewoon vrijuit te spelen zoals hij altijd deed. “Maar nu speelde je heel veel noten die niet in die akkoorden zitten!”, wierp ik op. “Ach die komen wel, gewoon luisteren!”, antwoordde Ferry.

Waar die noten vandaan moesten komen, ik had geen idee. Zouden die komen als ik eerst heel braaf wekenlang de noten uit de akkoorden zou spelen? Iets dat nog knap lastig bleek. Hoe lang zou het duren voordat het een beetje zou gaan klinken? Ik oefende me te pletter, maar hoorde en voelde niet wat ik bij Ferry hoorde.

Ik besloot op onderzoek uit te gaan en wat boeken over harmonieleer te kopen. Dat werkte wel. En op een dag na afloop van een les besloot ik Ferry te vertellen over mijn opgedane kennis. “Als je Dm7 en dan G7 speelt om naar Cmaj7 te gaan, dan zit je de hele tijd eigenlijk al in C majeur”, vertelde ik trots aan Ferry. Modaal soleren heette dat, zo vertelde ik, zelfs vriend Miles Davis was er bekend mee. Maar ik plaats van een schouderklopje (daar grossierde Ferry trouwens in) keek hij mij bozig aan. “Weet jij wat jij moet gaan doen?”, vroeg ‘ie me. Ik had geen idee.

“Je moet wiskunde gaan studeren!”

Wat hij bedoelde te zeggen is  dat ik moest luisteren en spelen en niet zo moest nadenken over al die dingen. Anders kon ik maar beter wiskunde gaan studeren.

Hij had gelijk, want Fer speelde te gek. Maar toch had de theorie mij op de een of andere manier geholpen om ook te kunnen soleren. En ik werd steeds beter, wat resulteerde in een optreden op North Sea Jazz net na mijn 18e verjaardag. Geregeld door Fer, die inmiddels behoorlijk onder de indruk was van mijn kunnen.

In die tijd zat ik op de HAVO/MBO, een soort versnelde MEAO. Om daarna door te gaan naar de HEAO voor een studie Commerciële Economie. In plaats van het conservatorium, koos ik dus voor deze stoffige studie, hoewel nog net geen wiskunde. Het gebeurde allemaal zo’n beetje in de periode dat Ferry kwam te overlijden, een laatste snedige opmerking over die foute studiekeuze heb ik helaas nooit van Fer mogen ontvangen.

De HEAO werd door mij na 2 jaar abrupt afgebroken om me volledig op de muziek te kunnen storten. En hoewel mijn harmoniekennis vaak van pas kwam, ik ergerde me er ook vaak aan. Die automatische piloot, die logica. En Fer heeft nog steeds gelijk. Muziek is een kwestie van luisteren en spelen. Je kunt er veel woorden aan vuil maken, zoals ik doe hier op mijn blog, maar het voegt geen bal toe. En stiekem wist ik dat 30 jaar geleden dus ook al. Ja, Fer, ik luisterde wel. Maar ja, gemakzucht …

Baroque.me: Bach Cello Suites No. 1, Prelude gevisualiseerd

Er zijn mensen die niets met muziektheorie te maken willen hebben. Vooral popjournalisten hebben hier een handje van. Sla deze post dan maar over.

Chen Alexander, werkzaam bij Google Creative Lab, maakt interactieve muzikale javascript toepassingen die in een moderne browser te gebruiken zijn. Zo ook Baroque.me een website die de 1e prelude uit Bach’s Cello Suites visualiseert. Wiskundigheden vallen hieruit op te maken:

  • de cirkels zijn even groot
  • in beide cirkels staan beide balletjes precies in 180 graden tot elkaar
  • de cirkels draaien in hetzelfde tempo

Bovenstaande video is de statische variant van Baroque.me maar probeer deze laatste ook vooral uit omdat je de balletjes beet kunt pakken en ergens anders naartoe kunt slepen. Hierdoor zal er andere muziek klinken om vervolgens na een poosje zich geheel weer te resetten naar de Prelude van Bach.

Het mag duidelijk zijn dat de lange snaren een lagere toon vertegenwoordigen dan de korte snaren. Net zoals dat bij muziekinstrumenten het geval is; groot/lang staat voor diep, klein/kort staat voor hoog.

Zie ook het volledige verhaal van Chan over zijn geweldige muzikale toepassing op zijn eigen blog →

(via Create Digital Music)

Update: qua visualisaties van deze Prelude, hier is er nog een: