Wat als de computer de melodieën componeert?

Bob van Luijt twitterde in een discussie over copyright iets belangrijks:

De computer als bedenker

Het document Importance of Being Digital (gratis PDF) beschrijft hoe door de digitale techniek het ongelofelijk eenvoudig is om muziek op te wekken en daar afgeleiden van te maken. Ik geloof dat werkelijk geen enkele politicus, rechter of advocaat op de hoogte is van hoe moderne tools de creaties van vandaag de dag bepalen. Nog altijd blijft men volhouden aan copyrightsysteem voor creaties waarin een duidelijk melodie waarneembaar moet zijn die vervolgens wordt geregistreerd door een persoon of bedrijf. Daarin wordt de melodie heilig verklaard.

Maar wat nu als de bedenker, de componist, een computer blijkt te zijn?

In het document Importance of Being Digital worden diverse zinvolle voorbeelden gegeven hoe je met behulp van moderne tools muziek kunt creëren. Weet ik alles van, is mijn vakgebied. Bijvoorbeeld door peak frequenties om te zetten naar andere muzikale elementen. Zo kun je bijvoorbeeld een fragment waarin iemand spreekt de noten van viool-samples laten triggeren, om maar wat te noemen. Het klinkt als muziek in de oren terwijl de bron bijvoorbeeld juist a-muzikaal is. De computer kun je tenslotte met van alles voeden.

Witte ruis en andere random algoritmes

Witte Ruis bestaat al zolang als de weg naar Rome. Het is de perfecte Random Generator. En op basis van zo’n random algoritme, witte ruis of iets soortgelijks kun je melodieën At Random laten genereren door de computer. Brian Eno doet dit al jaren.

Je kunt juist ook beperkingen gaan verzinnen waardoor het ineens “muzikaler” gaat klinken, want te random klinkt vaak te abstract. Grappig dat, des te meer we de computer beperken, des te meer deze muzikaler klinkt. Een leuke mind-fuck niet waar? Muziek = random noise beperken.

Een van die muzikale beperkingen is bv de toonsoort en de manier hoe harmonieën gecreëerd moeten worden. Sommigen zullen het als Artificiële Muzikale Intelligentie bestempelen. Komende jaren zal in dit gebied enorm veel ontwikkeld worden. We gaan de computer steeds meer voeden met muzikale presets, stijlidiomen en patronen. De computer kan zodoende op basis van historische muzikale ideeën nieuwe creëren.

Generieke muziek

In een van mijn eigen tracks gebruikte ik een poos geleden deze generieke techniek. Het vertoont overeenkomsten met het werk van Brian Eno.

Deze generieke muziek wordt al massaal ingezet maar zal in de toekomst een vlucht nemen. Met name de computer “leren” hoe te reageren op beelden zal de wereld van de filmmuziek komende jaren totaal op z’n kop gaan zetten. Ik voorspel generieke muziek die klinkt als bijvoorbeeld oude funk of klassieke muziek.

Een aardig voorbeeld, een blik in de toekomst, is track Daddy’s Car die geheel door de computer gecomponeerd werd op basis van “45 songs of The Beatles”:

Wie claimt het copyright?

Wie geven we hiervoor het copyright? De computer? Het computerprogramma? De persoon die wat instellingen deed? De persoon die de export maakte? Is er al een jurist die hier iets zinvols over geroepen heeft?

Een ding dat zeker is: het zet copyright VOLLEDIG op z’n kop.

De mogelijkheden van het hergebruiken van muzikaal materiaal is dankzij de computer oneindig. Maar moeten we dit vanuit copyright bezien beschouwen als een inbreuk?

Paul Lansky werd de bron van Radiohead

Paul Lansky bouwde in het midden van de jaren 70 zijn allereerste stuk op de computer. Het stuk Mild und Leise bijvoorbeeld:

Radiohead gebruikte een stukje uit dit stuk in haar song Idoteque op het album Kid A. Het oorspronkelijk stuk van Paul klinkt behoorlijk abstract, het is een computer die at random klanken opwekt. Toch hoorde Radiohead er dus duidelijk muziek in.

Conclusie: ons copyright systeem loopt achter

Copyright loopt achter op de techniek. Toch is het niet zo moeilijk om een toekomst te voorspellen die gelijk is aan open source. Een toekomst waarin we we de bronnen zullen moeten respecteren (plagiaat is wat ik haat!), maar hergebruik zal altijd moeten mogen en niet langer een inbreuk op iemands rechten zijn. Want hergebruik is precies wat de computer tot een computer maakt. Het is het perfecte kopieerapparaat dat alles voor ons kan maken. En geheel autonoom. Als een zelfsturende auto. Als een chatbot.

Kortom: de computer als componist is een feit.

P.S. Net nadat ik op publish had gedrukt schoot de herinnering aan een uitzending van Podium Witteman naar boven. Hoe we inmiddels zelfs de componist der componisten Bach uit de computer kunnen halen.

Mastodon, een soort Twitter maar dan beter

Mastodon is een nieuw sociaal netwerk dat als kool aan het groeien is. Ik zit er sinds 1 week op. Het is een soort tegenhanger van Twitter maar dan geheel open source en decentraal van opzet. Precies dat wat wij al jaren als kritiek op Twitter hebben aangevoerd. Twitter wilde nooit luisteren en werd door de jaren heen (ik zit er sinds 2007 op) meer en meer een gesloten netwerk. De RSS/Atom-feeds werden verwijderd (dag open internet! EVIL!) en zelfs de open API’s werden van de een op de andere dag afgeschaft. Maar een alternatief was er niet. En nee, de breiclub van Facebook is dat al helemaal niet!

Fucked up businessmodel

Tja en nu sukkelt Twitter ver achter Facebook aan. Zit boordevol overbodige advertenties (zonder geld flikkert het om! een dom niet-strategisch model). Manipuleert de persoonlijke timeline (droom zacht in je internetbubbel!). En maakt sneaky dealtjes met bedrijven en overheden (geld geld geld, anders gaan we dood! ….).

Kortom: totaal fucked up qua opzet en businessmodel. Wie niet open source denkt en handelt is gewoon nog altijd niet klaar voor het internet.

Mastodon doet precies het tegenovergestelde. Het systeem is verzonnen en ontwikkeld door Eugen Rochko die zich totaal niet door geld laat leiden. Zijn eigen mastodon.social instantie, waar hij een dagtaak aan heeft, wordt betaald middels de vele donateurs die gebruikmaken van zijn sublieme service.

Groningen en Adam Curry hebben al een eigen Mastodon instantie!

Iedereen kan een Mastodon server/instantie opzetten met behulp van de sourcecode. Zo heeft de stad Groningen al een eigen instantie. En ook Adam Curry heeft voor de fans en producers van zijn podcast NoAgenda een eigen Mastondon instantie opgezet. Inmiddels zijn er een kleine 250.000 gebruikers en een kleine 700 instanties/servers wereldwijd. De mammoet groeit als een dolle progressief!

Daar waar Twitter nog altijd vol blijft houden aan de limiet van 140 karakters met vele ruzies op Twitter tot gevolg, heeft Mastodon de limiet op 500 gezet. Dus voor wie de nuance zoekt…

Iedereen kan dus een Mastodon instantie/server met eigen spelregels beginnen. Zo stelt mastodon.social bijvoorbeeld:

Content illegal in Germany and/or France, such as holocaust denial or Nazi symbolism

Wat Vice overigens niet goed begrepen heeft, getuige haar artikel ‘Mastodon Is Like Twitter Without Nazis, So Why Are We Not Using It?’. Je zou namelijk zelfs een server/instantie kunnen opzetten die juist pro-nazis is. De truc is dat het systeem in de basis neutraal en decentraal is. Dus koppelingen maakt tussen Mastodon servers/instanties, maar daarin hebben de instanties zelf de keuze. De instanties kunnen zelf bepalen wat ze eventueel willen filteren. Het kenmerk van Mastodon is natuurlijk juist vanuit vrijheid opgezet en dus is filtering en uitsluiting op dit moment niet aan de orde. Maar theoretisch kan het.

Slimme oplossingen voor privacy en gevoelige content

Wel heeft Mastodon al standaard een paar slimme settings ingebouwd om gevoelige content en privacy te waarborgen. Zo kun je een bericht op Public (openbaar), Unlisted (niet te zien in publieke tijdslijn), Private (alleen zichtbaar voor volgers) en Direct (= DM). Ook is er een CW-knop aanwezig voor het verbergen van een bericht achter een waarschuwingsmelding (CW = content warning) waar de gebruiker eerst op moet klikken alvorens de content getoond zal worden.

Een bericht op Mastodon heet overigens een Toot. Wat mij betreft had het Tootah moeten heten. Dat terzijde.

UX

Mastodon lijkt erg op Tweetdeck en er zijn al wat apps voor Android en iOS. Zo gebruik ik Amaroq op de iPhone en dat werkt als een dolle. Zuiniger qua batterijgebruik dan de Twitter-app. Kortom: qua gebruikersgemak zit het enorm snor met Mastodon.

Wildgroei aan dezelfde namen?

Er zit een lastig addertje onder het gras. Omdat het decentraal van opzet is en er dus vele instanties/servers zijn, kan het zomaar zijn dat ik Marco Raaphorst op mastodon.network geregistreerd heb terwijl een andere Marco Raaphorst zich op mastodon.geefhetbeestjemaareennaampje geregistreerd heeft. Dat kan en mag. Geen naam is uniek. Je kunt (helaas, misschien) accounts niet koppelen op dit moment. En het is natuurlijk niet te doen om je bij alle, nu bijna 700, servers te registreren. Je zou kunnen stellen dat Mastodon op dit moment op een manier werkt die lijkt op email.

RSS/Atom: openheid en transparantie for the win!

Dit is nog maar het begin. De vele ontwikkelaars wereldwijd maken Mastodon met de dag beter. Vergelijkbaar met WordPress waar ik overigens sinds 2005 mee werk. En het lijkt ook wat op blogs omdat die ook 1000% decentraal zijn en middels RSS/Atom met elkaar kunnen communiceren. Bij Mastodon is die communicatie een stuk directer, instant en echt live. En dat maakt het zo te gek. Mastodon werkt overigens ook met een Atom-feed voor de publieke tijdslijn. Zie bv mijn eigen Mastodon-profiel dat ook met elke feedreader te lezen is.

Het is dus eigenlijk een soort super Twitter. En verzonnen zonder groot geld. Ja lieve mensen, het is 2017 en de wereld is weer veranderd. Openheid en transparantie is de sleutel voor ons voortbestaan en voor minder moeten we het niet doen!

Wat aanvullend leesvoer:

En Google er zelf maar even op want er wordt heel veel geschreven over Mastodon!

Tot zover. Er valt nog zoveel over te vertellen… een andere keer!

Twitter gaat dood en ik sla de begrafenis maar eens over denk ik

De NOS klopte vandaag nav van deze blogpost van BuzzFeed:

‘Twitter lanceert komende week niet-chronologische tijdlijn’

Er is nog geen officieel bericht maar het is zeer waarschijnlijk dat dit principe dat eerst uitgetest is op een kleine groep nu voor iedereen gaat gelden. Kortom: de tijdslijn gaat voor ons algoritmisch, automatisch, bepaald worden. Zoals Facebook dat ook doet. Het werkt op basis van relevantie. Lees: alleen wie betaalt is relevant. Qua poen ligt Twitter helemaal aan het infuus. Ik riep jaren geleden al dat Twitter de boel zoals WordPress had moeten aanpakken – open sourcen die handel! – maar nee hoor, men kiest voor ouderwetse businessmodellen en gelooft alleen maar in Het Groeimodel.

Twitter is nooit een slim bedrijf geweest. De ReTweet vonden de gebruikers uit. Wie lang op Twitter zit kent de RT nog. En de @reply werd ook door ons uitgevonden. Wij gebruikten het al in 2007 en het duurde toen maanden voordat Twitter dat van ons overnam en de @replies ging verzamelen zodat je kon zien wie er op jouw tweet gereageerd heeft. Een enorme domme denkfout van Twitter dus, die dankzij slimme gebruikers (lees: Nederland speelde hier een grote rol in met haar super actieve early adopters!) een mooi oplossing kreeg.

Twitter is door de gebruiker gemaakt. Alle functionaliteit die we nu als belangrijk beschouwen werd door ons verzonnen. Op 1 uitzondering na: de DM. De 1e versie van Twitter (ja ik ben zo oud) bestond uit een tijdslijn en een lijntje voor de afgeschermde DM’s. En dat was alles wat Twitter te bieden had in die dagen. En dankzij wij gebruikers groeide het groot. Ondanks die enorme beperkingen.

Het geldt voor open source software ook: de gebruikers bepalen de functionaliteit en de source code. Twitter hangt trouwens van een enorme berg aan open source scripts aan elkaar, eigenlijk is het gewoon schofterig dat men de boel niet open sourced. Maar goeds, geld he?

Toch durf ik te wedden dat Twitter over een paar jaar niet meer bestaat. En WordPress wel. Ach, ik ben het wel een beetje veel beu allemaal. Wat een gerotzooi daar in dat Amerika. Innovatie? Kus mijn kloten zeg! Wij weten het beter. Omdat wij het gebruiken en er echt in geloven. Of beter: in geloofden.

Bassel en de prijs van vrijheid

De Syrische programmeur Bassel Khartabil die sinds maart 2012 gevangen genomen is, maakt wat los in de open source/content communities wereldwijd. Zijn strijd voor een open internet is ook mijn strijd. En de strijd van vele anderen. We gaan Bassel vrij krijgen, dat is een ding dat zeker is!

In dit kader heb ik een poos geleden een muziektrack gecomponeerd: Free Bassel!

En een paar dagen geleden verscheen een gratis epub/pdf met als titel The Cost of Freedom. Download en lees dat boek!

This book is not a statement about freedom and culture — IT IS A PRIMAL SCREAM — the sum of our questions and desires. It is the raw expression of our lives. It talks about what is ultimately made through the dream of free culture: us.

Daarom geven niet op, omdat de strijd van Bassel de onze is. En het uiteindelijk over menselijkheid en vrijheid gaat. De essentie van ons bestaan.

Indie Web: wees eigenaar van jouw data

Grote kans dat je ook op Facebook zit. En op Twitter. Misschien heb je een eigen blog. Je hebt soms het gevoel dat je je online versnippert. Maar je bent niet de enige, we doen het allemaal. Alle kenmerken van wat we zijn, alle kenmerken van onze digitale zielen zit in die data opgesloten. Alleen zijn we de controle over die data volledig kwijt aan het raken. Terwijl Facebook ons met de dag beter in controle lijkt te kunnen houden. Wordt het niet eens tijd om die rollen om te draaien?

“Hee zit jij niet op Facebook?!?!?!?!?!”

Tegenwoordig ben je een uitzondering als je niet op Facebook zit. Zelfs mensen zonder een computer kennen Facebook. In winkels wordt je vandaag de dag verleid om de winkel te liken op Facebook voor “unieke” kortingen. En voor alle evenementen wordt tegenwoordig de RSVP (Répondez s’il vous plaît) afgehandeld door het event-systeem van Facebook. Facebook lijkt belangrijker dan het hebben van een eigen site of een eigen domein. Het is Facebook, Facebook, Facebook, FACEBOOK! dat de klok slaat.

Ook in de discussie volgend op mijn recente blogpost ‘Jason Kottke blogt dat het bloggen weer een heet nieuw ding is‘ laaide een discussie op die alweer snel richting Facebook ging. Richting de massa. Een totale afhankelijkheid die met een zucht becommentarieerd werd. Een mens moet op Facebook zitten, zo is telkens de eenzijdige boodschap.

Als ik moet kiezen tussen mijn eigen site of Facebook dan is de keuze snel gemaakt en wel om een simpele reden: de data hier op mijn eigen domein is ook echt van mij. Het is mijn eigendom en mijn bezit. Zet ik die data op Facebook dan is dat niet langer het geval en gaat Facebook mijn data gebruiken om er geld mee te verdienen. Dat doet ze overigens zelfs met onze beeltenissen, onze profielfoto’s. Ethisch gezien is dat op zijn minst vreemd want onze gezichten worden als advertenties ingezet.

Zo verdienen ze geld aan jou

Wanneer je gebruikt maakt van een derde partij zal jouw data onder de gebruikersvoorwaarden van die derde partij vallen. Daarmee vervalt de volledige zeggenschap over eigen data. Dat geldt als je gebruik maakt van de iCloud service van Apple en het geldt ook voor Flickr, Instagram, Twitter, Facebook, Tumblr, SoundCloud, Google enzovoorts. Deze gebruikersvoorwaarden veranderen regelmatig, zoals SoundCloud onlangs deed toen het bedrijf besloot met adverteerders te gaan werken. Dit terwijl SoundCloud jarenlang met trots beweerde advertentievrij te zijn en alleen betaalde accounts zou verkopen. Zo veranderlijk is de mens, zo veranderlijk is de derde partij.

De meeste webservices zijn gratis voor de gebruiker, zodat de drempel laag ligt om jouw data er naartoe te brengen. Hierdoor groeien deze webservices vaak als kool. Realiseer je wel dat jouw data verkocht wordt aan adverteerders. Inzage in jouw gegevens is goud waard. Menig adverteerder heeft heden ten dage toegang tot al jouw data afkomstig van diverse websites die geaggregeerd gebruikt kunnen worden om er goed geld mee te verdienen. Je zult het zelf niet doorhebben omdat het geheel onbewust plaatsvindt. Ook jouw surfgedrag wordt hierin meegenomen en wat je ziet online wordt hierop geheel nauwkeurig afgestemd. Jijzelf bent allang het overzicht kwijt van alles wat je online doet maar die bedrijven niet, want zij kopen jouw data en weten beter wie jij bent en wat je doet dan jijzelf denkt te weten.

Eigen content op een eigen domein

Met een eigen website heb je deze problemen niet. Natuurlijk is het wel zo dat als je een grote hoeveelheid foto’s, of misschien zelfs video’s op een eigen domein wilt aanbieden, je relatief veel geld kwijt bent, maar realiseer je wel dat als je gebruik maakt van bijvoorbeeld YouTube dat Google de kosten die zij maakt om deze video’s van jou op te slaan en te streamen toch echt terugverdiend moeten worden.

Met een eigen website blijf je zelf eigenaar van je eigen gegevens. Maar er is nog een gigantisch voordeel wat vaak onvermeld blijft in online discussies hierover: via een eigen site kun je duidelijk maken dat jij de auteur bent die iets voor het eerst publiceerde. Zo kun je bijvoorbeeld op een blog onder eigen naam, zoals ik met marcoraaphorst.nl doe, een stuk publiceren als bron. Vervolgens zou je dat complete stuk ook op andere sites kunnen publiceren met onderaan de regel: 'Dit artikel werd oorspronkelijk gepubliceerd op: <URL van oorspronkelijke blogpost>'

De meeste derde partijen gooien hun beleid drastisch om in de loop der jaren. Vaak worden ze overgenomen (meestal is dit zelfs het uitgangspunt bij oprichting van de investeerders, de boel zo snel mogelijk zien te verkopen) en verdwijnt daarmee alle data. Dat gebeurde langgeleden met mp3.com, met MySpace en met web-log.nl en Hyves. Al die data van al die gebruikers ging daarmee verloren. Wat dat betreft zijn die derde partijen vaak niet duurzaam qua data-opslag.

Het investeren in een eigen domein en de daarbij behorende kosten van hosting van data is een goeie investering. Het is een investering in jezelf en in wat jij maakt. Sta daar eens goed bij stil. En maak een rekensommetje. Stel dat je voor 39 euro per maand (ik weet het, dit klinkt duur, al is het vast minder dan je voor je vaste internet en tv-abonnement betaalt) alle data kunt hosten die je hebt, je foto’s, je video’s, alles. Zet dat bedrag eens af tegen de kosten van een laptop of een tablet. Geloof mij: het zelf hosten van jouw eigen data zal een veel langere levensduur opleveren dan die van jouw laptop en tablet.

Own your own data

In Amerika is de groep van slimme data bewuste makers veel groter dan in Nederland, zo is mijn indruk. Ook lijkt er een groot verschil te zitten tussen onze cultuur en die van de Amerikanen. In Nederland zijn we teveel gericht op de gezondheid (lees: afzetgrootte) van de economie. Daarom denk ik dat wij in Nederland het heel logisch vinden dat bedrijven veel geld aan onze persoonlijke data verdienen. In Amerika merk ik dat de grote onafhankelijke webontwikkelaars zich allemaal verzetten tegen de grote concerns die deze data van gebruikers manipuleren en misbruiken. Het wordt daar veel eerder afgedaan als onethisch dan bij ons.

Onder de noemer Indie Web worden oplossingen gecreëerd om de afhankelijkheid van Facebook, Twitter en dergelijke webservices te verkleinen. De oplossingen zijn veelal relatief technische oplossingen die een gemeenschappelijk focuspunt hebben: own your own data!

Onlangs schreef Craig Mod het stuk ‘All you need is publish‘ een stuk dat vooral over de nieuwe basisprincipes van dat Indie Web gaan. Het is een bemoedigend stuk voor iedereen die los wil komen van de macht van Zuckerberg en zijn eigen kracht op zijn een eigen domein wil herpakken.

Alle tweets, likes en reacties verzamelen

Een van de nadelen van het huidige web is dat vrijwel iedereen op al die services te vinden is en zijn data daarmee versnippert op het web plaatst. De discussies over de zaken die we publiceren vinden steeds meer verspreid plaats omdat immers overal waar je een link naar een eigen stuk plaatst weer nieuwe reacties kunt verwachten. Het is een van de zaken die het Indie Web wil oplossen door de gegevens van al die services te gaan verzamelen en op de eigen site te koppelen aan het oorspronkelijke artikel. Zo is onlangs www.brid.gy ontwikkeld. Je kunt het zien als een online connector tussen jouw site/blog en diensten zoals die van Twitter, Facebook en Instagram. Via Brid.gy kunnen je de reacties, tweets en likes als reacties onderaan een blogpost tonen. Voor mijn eigen site hoop ik dat ook op termijn zo te kunnen aanbieden.

Het Indie Web heeft oog voor de bron, heeft oog voor het oorspronkelijke domein waarop de content voor het eerst gepubliceerd werd. En het Indie Web heeft oog voor de auteur daarvan. Daarbij wil men het dupliceren van content niet bestrijden, het web is immers gebaat bij duplicaten, maar men wil technieken ontwikkelen om de relatie tussen bron en kopie gestructureerd vast te kunnen leggen in webpagina’s zodat er geen misverstanden kunnen ontstaan over de bron en de auteur. Dit is een geweldig uitgangspunt naar mijn idee. Het is iets waar het web jarenlang mee geworsteld heeft. Het web was altijd al indie, onafhankelijk. Ook al probeert Facebook ons van dat idee af te helpen. Dat gaat helaas niet lukken. Ik ben marcoraaphorst.nl, een burger van het internet. Ik uit mij hier en ik uit mij elders. Ik ben mijn data.

3D-printer maakt kopietje van Stradivarius viool

Alle hedendaagse muzikanten weten dat digitaal tegenwoordig als analoog kan klinken. Kwestie van programmeren. En ook met de 3D-printer gaat het hard. Luister maar eens naar dit kopietje van een Stradivarius viool gemaakt door een 3D-printer. Hoor hoe diep het geluid ervan is. En straks staat zoiets dus in elk huis en gaan de ontwerpjes ervan gewoon totaal open source. Echt, geloof mij maar.

(via @evastegeman)

ALAC Apple audio codec nu open source

En nee het gaat niet om het bekende iTunes AAC/MP4/M4A formaat maar om ALAC. Sinds gisteren, 27 oktober 2011, stelt Apple dit formaat dat via datacompressie is opgebouwd onder een open source licentie ter beschikking.

Een logische keus, want ALAC is met name geschikt om audio mee te achiveren. En als je iets niet wil dan is het wel dat de audio over een jaar of 5 niet meer af te spelen is. Daarom snap je ook wel dat onze Publieke Omroep dom bezig is om te investeren in beschermde formaten zoals Silverlight en Flash. In het verleden heeft ze haar archief al aardige verziekt met Real Audio en Microsoft WMV en WMA die met name op Apple/OSX voor veel problemen zorgt en straks totaal niet meer af te spelen is. Waarom open source? Nou daarom dus! Zo simpel? Ja, zo simpel.

Het welbekende ‘wij zijn zo goed’ egobedrijfje met de naam Apple heeft nu ook het licht gezien. Waarschijnlijk simpelweg omdat FLAC, Apple’s grote concurrent op dit vlak, al vanaf dag 1 open source was en enorm populair is.

(via @bertboerland)

Nederlandse overheid committeert zich aan open data

Piet Hein Donner, minister van Binnenlandse zaken en Bertholt Leeftink van Economische Zaken hebben gisteren op Picnic ’11 bekend gemaakt dat de Nederlandse regering ondernemerschap en innovatie gaat stimuleren via open data. Daarbij lanceerden zij de site data.overheid.nl.

(download het persbericht – PDF – via de Picnic-site)

Vaste bezoekers van mijn website weten dat ik me sinds jaar en dag als professional inzet om open content (via Creative Commons licenties) en open source meer onder de aandacht te krijgen. Helaas publiceert onze Publieke Omroep nog exclusieve content via methoden (Microsoft Silverlight) die de levensduur van deze content zeer beperkt en onder licenties die niet toestaan dat deze content her te gebruiken door derden is (terwijl wij ervoor, middels belastinggeld, betaald hebben). Ook zijn alle nieuws-, tv- en radioplatforms nog verre van open en hanteren zij dezelfde copyright restricties. Daarom is dit besluit van onze Nederlandse regering zo’n belangrijke stap voorwaarts. En een dus noodzakelijke stap. Echte innovatie kan vrijwel alleen via open modellen plaatsvinden.

open-licensing-CC-NL

Gistermiddag nam ik deel aan een discussie over ‘open licensing’ georganiseerd door Creative Commons Nederland over intellectueel eigendom met o.a. Creative Commons oprichter Lawrence Lessig en Marleen Stikker (oprichter Waag Society). Later die middag legde Lessig in zijn geniale lezing Help US, Please de vinger precies op de wond. Sommige landen hebben werkelijk niets begrepen van Internet. Doen alsof het internet niet bestaat. Zijn eigen land de Verenigde Staten bijvoorbeeld. Hij vertelde het verhaal van Napster, de grootste muziekcollectie ooit op aarde, die door de muziekindustrie werd bestreden ipv op waarde geschat. En dorpsgek Jack Valenti verklaarde het de ‘war against terrorism’. Kinderen worden in Amerika als terroristen beschouwd omdat ze muziek downloaden. Je mag hopen dat ze op fikkie stoken in de US niet de doodstraf zetten. Zoiets heeft dus rampzalige gevolgen voor een land dat ooit aan de wieg heeft gestaan van internet. Dat ooit op dat gebied innovatief genoemd kon worden. Dat is nu niet langer het geval. Inmiddels staat Amerika op de lijst van landen met de slechtste internet voorzieningen. Sinds 2000 loopt Amerika door het slechte beleid van Bush zwaar achter. Het ontkent dat er zoiets als het internet is dat ons kan helpen. Het ontkent sharing, open content, open source, het ontkent Wikileaks. Nee sterker nog: het bestrijd deze ontwikkelingen.

Maar ook Frankrijk kwam er niet best af in Lessig’s betoog. Het land van Sarkozy dat net als vele andere landen denkt dat innovatie van de grote bedrijven moet komen, terwijl internet heeft aangetoond dat YouTube, Skype, Twitter en ga zo maar door juist NIET door de Microsofts, de Apples en de Googles verzonnen zijn maar door kleine ontwikkelaars, de startups.

Nederland, kiest gelukkig een wijzer pad en erkent de noodzaak van open data. Internet, is gebouwd open source, zonder eigendom. En met data moet het net zo gaan. Wij mogen onszelf op de borst kloppen als een van de meest innovatieve landen op dit gebied. Data wants to WILL be free!

12 megapixels op een rij in een ‘telefoon’

ik ken die kop

Hier een beeld uit mijn nieuwe ‘telefoon’. Eentje waarmee je hele mooie foto’s en hele mooie video’s kunt maken. De Nokia N8. Met minder apps dan de iPhone, Android en BlackBerry toestellen maar wel met een camera van 12 megapixels en een Carl Zeiss lens met een diafragma van f/2.8.

100% Open Source en altijd in de broekzak.