Van gerommel naar georganiseerd

Het is mijn grootste fout. Ik steek teveel tijd in details. Natuurlijk zijn details belangrijk maar niet vanaf het moment dat je ergens aan begint. Door teveel bezig te zijn met details vergeet ik vaak het grotere geheel. En da’s stom.

Ik steek ook een middelvinger op richting de computer omdat de computer al veel te snel je de keuze biedt om iets goed te laten klinken. In mijn muzieksoftware heb ik zeer veel geluidsbronnen, gave geluiden en meer van dat lekkers. Al snel zit ik minutenlang te zoeken naar een geluid voordat ik überhaupt een serieuze noot heb ingespeeld. En aangezien mijn gitaargeluid tegenwoordig geheel via versterkersimulatie software tot stand komt bestaat ook daarbij het risico dat ik met mijn gitaar op schoot eerst even te uitgebreid op zoek ga naar een goed geluid. En dat geldt voor de klopgeesten onder jullie even zo goed. Die rooie lijntjes onder foutief getypte woorden geven het schrijversbreintje gelijk het gevoel “oeps, foutje! corrigeren!”. Doe het maar niet, corrigeren kun je beter pas in een later stadium doen.

Zoveel tijd stoppen in detaillering heeft bij mij vaak tot gevolg dat ik moe word van dat korte stuk muziek (lees: ik begin het hartgrondig te haten) en het misschien nooit meer af zal maken. Op mijn computer staan dan ook veel van die korte ideetjes, helemaal gedetailleerd uitgewerkt maar die nergens toe leiden. Goed klinkende meuk.

Details zijn voor later. Niet iets om tijd en energie in te stoppen aan het begin van het creatieve proces.

Kortom: ik wil dit niet meer. Nooit meer.

Voortaan ga ik eerst pielen zonder op details te letten. Kritisch nadenken is daarbij verboden, alles mag, alles kan. Als een kind in zijn speelparadijsje (lees: studio) die er van alles muzikaal uit ramt. En pas als het kind helemaal uitgespeeld is mag het geheel in elkaar gezet gaan worden. De meuk dient verwijderd te worden en er zal ingezoomd moeten worden op details. Maar niet eerder, want een kers op de taart heeft namelijk eerst een taart nodig. En liefst een beetje een grote ook!

Geestdodend werk

Techniek moet het werk waar wij nu ons geld mee denken te moeten verdienen gaan overnemen. Dat is de ware innovatie die gaande is.

Alles wat je kunt automatiseren zal vroeg of laat geautomatiseerd worden. Ineens staat er dan een apparaat of een stuk software processen uit te voeren die voorheen door mensen afgehandeld werden.

Het is geestdodend werk maar computers en machines klagen niet. Houden wij tenminste tijd over om nuttige zaken met onze hersenpan te verrichten.

Verbeteringsdrang

Misschien kun jij je nog herinneren dat er in Nederland zoiets als dienstplicht bestond?

Voor ik het wist zat ik op de HEAO en vroeg mij af wat de F ik daar te zoeken had. Het 2e jaar maakte ik dan ook niet af. Ik ging de muziek in. Helaas hing het zwaard van de dienstplicht boven mij. Ik wist dat ik ooit een oproep zou ontvangen en dat dat een wissel op mijn toekomstplannen zou leggen. Mijn compagnon Quintus Kessler stelde voor dat ik de oproep voor dienstplicht ging aanvragen, want alleen dan kon ik er bezwaar te gaan maken. Zelf weigerde ‘ie alles toen hij na jaren in het buitenland te hebben gedeserteerd weer terug in Nederland kwam. Ze konden geen kant met hem op en lieten hem gaan.

Dat leek mij ook wel wat, dus zo gezegd, zo gedaan. Voor ik het wist zat ik in een vrachtwagen die me naar een kazerne in Ermelo bracht. Daar heb ik de hele dag verzet gepleegd in de geest van “nee ik ga je niet doodschieten en nee ik ga niet naar de kapper en nee ik trek dat achterlijke apepakkie niet aan”. Het resulteerde erin dat ik nog dezelfde dag op een andere slaapzaal apart geplaatst werd. De volgende dag kon ik naar huis. Bij de uitgang van de kazerne kreeg ik van welwillige burgermannen in vol ornaat saluten.

Mijn brein werd kort daarna gevalideerd en kreeg het stempel Erkende Gewetensbezwaren mee. Ik moest aan de vervangende dienstplicht geloven. En die was ook nog eens een paar maanden langer dan de “normale” dienstplicht, voor straf.

Maar goeds, ik legde me er maar bij neer, wat kon ik ook anders? Zodoende kwam ik bij Novib terecht. Tegenwoordig heet dat Oxfam Novib. Zodoende werd mij een werkend burgerbestaan opgedrongen. Maar goeds, de mensen waren er aardig en ik voelde me goed bij de doelstelling van Novib. Voor ik het wist raakte ik gepassioneerd om wat zaken bij Novib te verbeteren. Het was een gevoel dat niet te stoppen was. Ik werkte op de debiteuren administratie en de automatisering ervan kon nog behoorlijk verbeterd worden. Daarom kreeg ik op een gegeven moment altijd alle binnengekomen poststukken van de Postbank (nu ING) en de banken voor op mijn bureau. Begin jaren ’90 was dat, nog voordat we email gingen gebruiken.

Ik herinner me de dag nog dat ik in zo’n brief las dat de gegevens van Girotel voorzien zouden worden van Naam/Adres/Woonplaats gegevens van de klant. Deze gegevens ontving NOVIB dagelijks op een grote tape die ons mainframe kon verwerken. Voor ik het wist stelde ik mijn manager voor om een programmawijziging door te laten voeren op ons systeem zodat voortaan deze Girotel betalingen niet langer handmatig verwerkt moesten worden door 1 van onze medewerkers maar automatisch zouden “weglopen”. Het vergde slechts een kleine programma wijziging die in 1 dag doorgevoerd kon worden.

Nog diezelfde week zat ik met een programmeur deze verandering op mijn wensen door te voeren. En van de een op de andere dag liepen voortaan vrijwel alle GT-betalingen van NOVIB automatisch weg. Mijn manager stelde voor dat ik de besparing die Novib daarmee had gemaakt uitrekende. Dat bleek iets van een volledig jaarsalaris te zijn!

De kracht van automatisering was mij allang duidelijk geworden, ik gebruikte het ook bij het componeren en opnemen van muziek. Maar ook de lol om bedrijfsprocessen te verbeteren en te automatiseren ging er sindsdien bij mij niet meer uit. Ik kreeg een vaste aanstelling aangeboden en bleef er 8 jaar werken, had er diverse functies en heb vele veranderingen kunnen doorvoeren. Dat zorgde er soms voor dat ik mijn eigen werk wegautomatiseerde, wat een logisch gevolg van innovatie is. Maar ik kan me ook de medewerkers voor de geest halen die alles altijd bij het oude wilden laten. Die zouden het liefst alle centjes met de hand willen tellen. Ze waren als de dood voor die computers.

Ik ben nog steeds nauw betrokken bij de ontwikkeling van software, zoals die van Propellerhead Reason voor muziek en WordPress. Mijn handen gaan jeuken als ik denk dat er iets verbeterd kan worden. Vaak ligt het zo voor de hand. Ook merk ik bugs razendsnel op. Het is een soort niet te onderdrukken gevoel, als je het ziet dan blijf je het zien. Zoiets als een vlek. En die vlek moet dan weg.

Zo kijk ik ook naar webtechnologie vandaag de dag. Toch merk ik dat het merendeel van de mensen daar geen gevoel bij heeft. Die snappen niet hoe de processen lopen, laat staan dat ze een vertaalslag zouden kunnen maken naar eventuele veranderingen. Zij beschouwen de huidige wereld zoals hij is waar ze geen invloed op hebben. Ik weet dat voor mij het tegendeel geldt want ik heb die verbeteringsdrang wel. En er valt niet aan te ontkomen.

Het bureel van Nick Cave

Marc Maron voert de mooiste gesprekken. Ze worden meestal vanuit zijn eigen garage “The Cat Ranch” in Los Angeles opgenomen. Ik luister er al jaren naar, vanaf toen hij met de WTF podcast (What The Fuck) begon. Toen Robin Williams voorbijkwam en veel andere stand-up comedy collega’s van Marc, want dat is wat ‘ie ook doet. Hoewel het podcasten een evenzo serieuze bezigheid van Marc is.

Marc spaart zichzelf niet en neemt nooit een blad voor de mond.

What The Fuck buddies!

Maar goeds, iets anders. Marc heeft Iggy Pop al in zijn garage gehad. Zonder shirt aan. En sprak recentelijk met Nick Cave. Hoewel dat gesprek voor Marc wat stroefjes verliep, zo zegt ‘ie zelf, ik vind het een prachtgesprek. Omdat meneer Cave hele mooie dingen zegt.

Die hele Nick Cave is natuurlijk een interessant geval. Heeft zich altijd uitgesproken. Vond de muziekscene in Engeland na de punk geen snars voorstellen en vertrok naar Berlijn. Niet gek voor een Australiër‎. In Berlijn beviel het enorm. Er vloeide onder andere een werkrelatie met Wim Wenders uit voort. En een paar albums met The Bad Seeds.

Het leven van Nick Cave is een eigenwijs zelfgekozen leven. En dat is behoorlijk knokken, nogal logisch dus dat er interessante woorden er uit de mond van meneer Cave vloeien. En het werd vooral dik genieten toen het in het gesprek over zijn manier van werken ging. Meneer Cave maakt afspraken met zichzelf wanneer hij aan teksten en muziek voor een nieuw album of boek gaat werken. Een enkele keer kan dat ook een scenario voor een film zijn. Hij legt zichzelf vast in de agenda en houdt zich eraan. In een kantoor aan huis kan hij zich terugtrekken. Helemaal leeg begint ‘ie daar telkens aan een klus. Soms slaat de verveling toe. Of de inspiratie blijft uit. Maar ja, zo gaat dat als je dag in dag uit achter je bureau aan de slag gaat.

Zo’n werkritme heeft iets magisch. Ik ken het want het heeft er bij mij een lange tijd aan ontbroken. Ook al verlangde ik ernaar. In die tijd pakte ik duizend dingen op, maar raakte snel gedemotiveerd en veranderde mijn werkzaamheden weer. Om kort te gaan: de discipline die ik jaren geleden wel had was er bij mij tussenuit gegleden. Inmiddels heb ik de ijzeren discipline weer helemaal te pakken.

Het levert een mooi beeld op, zo’n Nick Cave achter zijn bureau. Wellicht zelfs in maatpak en met een gestreken overhemd. Schoenen die blinken. En dan met niets beginnen. Vanachter je bureau naar de zee staren. Omdat je iets aan het maken bent. Werk.

(CC BY-SA foto: Fabrizio Sciami)

Handel

Mijn eerste grote internationale klus in 2004, 1 jaar naar oprichting van mijn bedrijf Melodiefabriek, heb ik te danken aan mijn passie en enthousiaste voor muzieksoftware.

Dat zat zo. Toen ik in 2001 het softwarepakket Reason van de Zweedse firma Propellerhead kocht was ik er direct zo enthousiast over dat ik er een website voor begon. Alle geluiden die ik met het pakket maakte zette ik online op die website. En zo kwam ik in contact met andere enthousiaste gebruikers internationaal. Toen ik vervolgens mijn eigenbedrijf Melodiefabriek begon vroeg Propellerhead mij om voor de nieuwe versie van Reason, versie 3, een hele lading geluiden te maken.

Kristoffer ‘Stoffe’ Wallman, de verantwoordelijke binnen Propellerhead Software voor de sound content liet me per email weten dat mijn professionele toekomst er rooskleurig uit zou komen te zien door met hen te gaan samenwerken. Hij kreeg gelijk, want ook los van Propellerhead maakte ik op eigen initiatief geluiden die ik online verkocht. Het probleem was altijd wel dat het proces van het creëren van een lading geluiden nogal vermoeiend is. Wekenlang zat ik super intensief te luisteren en minuscuul veranderingen in het geluid aan te brengen. Steeds maar weer dezelfde tonen aanhoren, op herhaling, de hele dag door, daar werd ik luistermoe van.

Toch deed ik dat diverse malen, wekenlang aaneengesloten. Ook voor versie 4 van Reason maakte ik vele geluiden. En dat alles volgens een strakke planning in teamverband met internationale sounddesigners. We beoordeelden elkaars werk, dat was een onderdeel van het proces. Mijn geluiden die meegeleverd worden met het pakket Reason kregen zeer vaak de hoogste A-rating. Het werkt lag me overduidelijk. Of misschien moet ik zeggen: het werk ligt me. Want ja ik ga het weer serieus oppakken. Ik ben mijn Melodiefabriek ervoor aan het omkatten.

En ik ga mijn muziek online verkopen. Hoewel dat 10 jaar geleden ook allang kon, het is er alleen maar makkelijker op geworden. Ik zou er graag in het Nederlands over willen bloggen maar die markt is helaas veel te klein. Dus moet ik dat in het Engels doen. Een klein nadeel, maar het is niet anders.

(bovenstaande foto van Stoffe en mij maakte ik tijdens het releasefeestje voor Reason 3 in Stockholm, 2005)

Raak

Waarvan akte:

Mooi. Volg je hart, altijd.

Veel tijd gaat zitten in perfectioneren. Heb ik soms veel last van. Terwijl ik weet dat het er niet veel toe doet als het basisidee goed is. Een paar hele goeie noten komen dwars door de ruis en het getik van een plaat ook wel door.

Vorig jaar werd ik gevraagd om muziek te maken bij een serie video's over kunst. Ze lieten me de eerste montage zien. Een man stapte van zijn fiets, zo begon elke video. Ik vertelde dat ik er een licht fluitend melodietje bij hoorde. Goeie zin. We vangen aan. Dat idee. Een paar maanden later leverde ik mijn muziek af waaronder de leader. Het was inderdaad een fluitend melodietje geworden. De editor vond het helemaal te gek. Ikke blij.

Dat melodietje schoot me ineens te binnen. Ik legde het vast op mijn mobiele telefoon en nam het vervolgens super primitief op in een kamer waar de verhuisdozen nog stonden. Nee sterker nog: de gitaar nam ik in de slaapkamer op zonder metronome, gewoon uit den losse pols. In de provisorische studio annex kantoor floot ik er vervolgens een melodietje bij. En ook nam ik een soort jazzdrum met brushes op. Zonder trommel, ik speelde op een van de verhuisdozen. Het is niet perfect getimed, niet super zuiver (ik ben geen meesterfluiter *duh*) maar het was compleet onbevangen en ik zag een mannetje op een fiets voor me. Hollandia vermuzikaliceerd. Pakken ze me niet meer af, dat idee.

En op verzoek van de editor, we besloten het intro ook als outro te gebruiken voor de 10 video's, maakte ik een paar varianten van het thema, luister maar:

Het Zeker Weten. Pats. Raak.

Jij bent de expert Henk-Jan. Ga daarvoor. Eis die ruimte op. Jouw terrein is jouw terrein. En dan dat er soms een dag voorbij komt dat je een traan moet laten omdat het echt werkt. Raak.

Tot vrijdag!

#kritiek

Gisteren tijdens Picnic ’12 deed ik 2 audio-interviews. Eentje met David Clinch (Storyful) en eentje met Erik van Heeswijk (VPRO).

Het is onderdeel van een middagverslag dat ik voor De Nieuwe Reporter maakte (lezuh hierrrr →).

Maar waar ik het in deze post even over wil hebben zijn de dingen die mij vaak opvallen als ik een interview opneem. En dan met name interviews die wat verder van mij afstaan, waarbij er sprake van enige druk is. Niet een potje voor de vuist weglullen, maar scherp wat vragen stellen. Ik merk dan:

  • dat ik heel slecht ben in het onthouden van namen en functies, dat levert altijd slordige introducties op
  • ik heb de neiging tot stotteren (factchecked door een vriendin ooit die logopediste is)
  • ik ben te weinig kort en bondig in mijn vragen

Mijn redding is:

  • ik ben rete handig in het editen van audio, kan naadloos knippen in de audio en oeverloos geouwehoer eruit rossen
  • ik heb een goed oor voor het verhaal, de boodschap en hoe dat gebracht moet worden

Ik vraag me ook even af wat ik met muziek moet in deze vorm van korte audio. Ergens voegt het weinig toe maar aan de andere kant is dat nu juist wel iets waar ik nog meer het verschil mee zou kunnen maken. Ik wil geen audio maken die op die van anderen lijkt, dus het mag best opvallen, alleen moet ik het nog zien te vinden qua vorm. Het is dus ook een minpuntje wat mij betreft. Maar als ik daar een pluspunt van weet te maken is het meer een kick om dit soort interviews te doen.

Gisteren hadden we het tijdens #blogpraat over het omgaan met kritiek. Wat mij betreft is kritiek, zowel positief als negatief, noodzakelijk om te kunnen groeien. Want dat wil ik namelijk, enorm goed worden in wat ik doe omdat ik dat nu nog lang niet ben. Geef het de suffe term uitdaging, maar zo is het wel. Uitgedaagd worden door je eigen zwakke punten, omdat je weet: ooit ben ik daar waar ik wil zijn.

Lesjes geleerd tijdens het werk

Een poosje terug sprak ik met Michael Minneboo over mijn muzikale werk. Michael houdt van mijn muziek en gebruikt het vrijwel onder al zijn video’s. Voor mij is dat erg prettig want aangezien ik de meeste muziek gewoon voor de lol heb gemaakt, word ik dus telkens verrast wanneer ik de beelden en montage van Michael zie.

[green_box]Lesje geleerd (1): als ik van te voren de muziek maak zonder dat ik weet waarvoor het gebruikt gaat worden dan is de verrassing het grootst.[/green_box]

Vaak maak ik de muziek in opdracht. Ik maak ze dan terwijl ik naar de beelden kijk. Helemaal gemakkelijk verloopt dat proces niet, zeker niet als je gitaar speelt. Ik moet namelijk de techniek bedienen, goed gitaar spelen en tegelijkertijd naar de beelden kijken. Alle filmcomponisten doen niet anders. Toch denk ik dat het ook anders kan en doe dat dan ook.

Vaak maak ik de muziek al van te voren op gevoel, op basis van misschien een paar beelden die ik van te voren gezien heb. Als ik een gevoel bij die beelden krijg en weet welk verhaal er verteld gaat worden, dan kan ik vaak al aan de slag. En vaak pakt dat heel goed uit. Dan maak ik iets en laat de video-editor mij al voordat ik naar zijn studio rij per SMS weten dat de muziek heel goed werkt.

[green_box]Lesje geleerd (2): werk alleen met mensen samen die van mijn muziek houden en vertrouwen hebben in mijn talent.[/green_box]
Lees verder Lesjes geleerd tijdens het werk

Zit er nog een beetje logica achter, meneer Raaphorst?

Ik kan een lijstje blogs opsommen die op mijn naam staan. De meesten worden ook daadwerkelijk door mij en soms in samenwerking met anderen up-to-date gehouden.

Toch zorgt het vaak voor hoofdbrekens. Met name het verschil tussen mij als persoon en mijn bedrijf. Toen ik me in 2003 inschreef bij de KvK leek een bedrijfsnaam mij leuk. Vandaag de dag zou ik dat waarschijnlijk niet meer doen, hoe leuk Melodiefabriek ook is.

Ook weet ik dat de focus op muziek moet liggen. Simpelweg omdat daar mijn hart ligt. Maar er zijn ook andere dingen die leuk zijn om te doen en soms leveren die ook goed geld op. Maar muziek moet, en moet geld opleveren. Dus daar ligt de focus.

Mijn bedrijf Melodiefabriek is een onderdeel van mij. marcoraaphorst.nl ben ik compleet. Hoewel ik genoeg intieme zaken alleen voor vrienden en dierbaren bewaar. En op internet ben ik aanwezig op alle mogelijke manier. Weet ik veel wat het allemaal voorstelt en wat het mij allemaal brengt? Nee. Maar we zien wel. Volop in verandering.

Zo, dan kan ik nu weer aan de slag met de muziek. Ik werk op het moment aan een leader tune voor Seats2Meet.