#kritiek

Gisteren tijdens Picnic ’12 deed ik 2 audio-interviews. Eentje met David Clinch (Storyful) en eentje met Erik van Heeswijk (VPRO).

Het is onderdeel van een middagverslag dat ik voor De Nieuwe Reporter maakte (lezuh hierrrr →).

Maar waar ik het in deze post even over wil hebben zijn de dingen die mij vaak opvallen als ik een interview opneem. En dan met name interviews die wat verder van mij afstaan, waarbij er sprake van enige druk is. Niet een potje voor de vuist weglullen, maar scherp wat vragen stellen. Ik merk dan:

  • dat ik heel slecht ben in het onthouden van namen en functies, dat levert altijd slordige introducties op
  • ik heb de neiging tot stotteren (factchecked door een vriendin ooit die logopediste is)
  • ik ben te weinig kort en bondig in mijn vragen

Mijn redding is:

  • ik ben rete handig in het editen van audio, kan naadloos knippen in de audio en oeverloos geouwehoer eruit rossen
  • ik heb een goed oor voor het verhaal, de boodschap en hoe dat gebracht moet worden

Ik vraag me ook even af wat ik met muziek moet in deze vorm van korte audio. Ergens voegt het weinig toe maar aan de andere kant is dat nu juist wel iets waar ik nog meer het verschil mee zou kunnen maken. Ik wil geen audio maken die op die van anderen lijkt, dus het mag best opvallen, alleen moet ik het nog zien te vinden qua vorm. Het is dus ook een minpuntje wat mij betreft. Maar als ik daar een pluspunt van weet te maken is het meer een kick om dit soort interviews te doen.

Gisteren hadden we het tijdens #blogpraat over het omgaan met kritiek. Wat mij betreft is kritiek, zowel positief als negatief, noodzakelijk om te kunnen groeien. Want dat wil ik namelijk, enorm goed worden in wat ik doe omdat ik dat nu nog lang niet ben. Geef het de suffe term uitdaging, maar zo is het wel. Uitgedaagd worden door je eigen zwakke punten, omdat je weet: ooit ben ik daar waar ik wil zijn.