Cockney is een soort Haags

Het Cockney-accent van de Londenaars heb ik altijd prachtig gevonden. Het is verwant aan het Haags met name door de platte ‘âh’ in plaats van een volle A. In plaats van mother spreekt men van ‘mâdâh’. De Hagenees spreekt van moedâh. Bovendien verwijderen beide accenten dus de R want die is immers volkomen voor ovâhbodàg.

Hoewel er veel over taal geouwehoerd en geschreven wordt, over de verwantschap tussen Cockney en het Haags heb ik nog niemand gehoord. Toch gek want wat mij betreft is het volkomen logisch omdat Londen en Den Haag in een rechte lijn liggen. Schepen tussen beide steden hebben eeuwenlang zo lopûh te pingpongûh. Dan steek je mekaar aan omdat je met mekaar mot kennen communiceren. Ja tòg?

Voor wie mij ff niet helemaal ken volgen, hier een goed lesje Cockney:

Ik ben altijd dol geweest op die uiige accenten in films en in muziek. Toch maf want als ikzelf ga zingen betrap ik me er toch op dat ik overstap op een soort kleurloos ABN. Onlangs raakte ik op het muzikale spoor van de zoon van Ian Dury, Baxter Dury die net als zijn vadàh een mooi staaltje Cockney langs zijn huig laat waaien. Vandaar eigenlijk dit stukje. Met een soort opdracht aan mezelf.

Sommige mensen vinden het verdacht als een Hagenees ook ABN lult, zo van: “zie je nou wel, dat Haags van hem is gewoon een trucje.” Terwijl elke Hagenees in elke groengele-vezel voelt dat het omgekeerde het geval is. Vraag het anders Wim de Bie of Kees van Kooten maar eens…

Jan Vollaard was zeker ongesteld of moest het worden

Jan Vollaard pende voor de NRC ondermeer het volgende:

Al te vaak klonk Keiths gitaarspel alsof er een mortiergranaat boven het samenspel van de anderen werd losgelaten.

Tuurlijk, ze zijn stokoud en niet meer zo fris en scherp als ze ooit waren. De magische dynamiek tussen Ronnie en Keith vindt zich tegenwoordig waarschijnlijk alleen nog buiten het podium af. Al jaren aait Keith de snaren als ie Gimme Shelter struikelend speelt. En af en toe slaat ie het verkeerde akkoord aan. Zoals bv hier duidelijk te horen en te zien is:

So fucking what!

De Stones hebben nooit perfectie nagestreefd. Wat dat betreft zijn het de The Beatles niet. De Stones stammen uit de blues. En ze gaan met de dag meer met hun helden samenvallen. Ze hebben eenzelfde soort slordigheid en rauwheid. En ze lachen iedereen uit. Keith al helemaal. Zo herinner ik me nog een interview van Jip Golsteijn dat ik in een jubileumuitgave van muziekkrant OOR ooit las. Het stamde uit de begin jaren 70 en Jip gaf Keith nog een paar jaar. Niet dus want Keith heeft iedereen overleefd, ook Jip.

Ronnie, de virtuoos van de 2 gitaristen, en onlangs medisch gezien ook weer helemaal in shape weten te krijgen, speelt trouwens nog best een paar puntige zeer gedoseerde solos. Ik heb de YouTube videos van het concert van gisteren hier en daar wat kunnen bekijken en het viel niet tegen. Ik heb heel veel respect voor het feit dat ze nog gewoon spelen en er lol in hebben. Het is hun leven. Een stijl die ze zelf gecreëerd hebben. En dat Keith wanneer ie een fout maakt een kop opzet van “I don’t fucking care!” Man, dat siert de man. Die houding vind ik te gek. Op zo’n leeftijd niet luisteren naar de azijnpisser die zich meneer de muziekjournalist noemt. De muzikant heeft namelijk Altijd gelijk.

Man, ik heb Miles Davis nog zien spelen toen hij zowat doodging van de pijn. Pijn in zijn heup en teveel medisch gedoe gewoon. Maar man, man, man wat een genot om Miles over dat podium te zien sjokken. Hoefde voor mij niet eens een noot te spelen. Kind of Blue all over the place. Alleen al uit zijn houding sprak een belangrijke les: trek je geen REET aan van wat ze van je zeggen. Ga door. Spelen!

Het was rock and roll die ons calvinisme eruit sloeg. Het werd fucking tijd! Opendraaien die versterker en hard aanslaan. Desnoods als je boven de 70 bent. Al zit je haar niet. Who cares?

Het neutrale geluid manipuleren

waveform

Met de komst van de opnametechniek in de vorige eeuw probeerde men muziek in haar meest perfecte vorm vast te leggen. In plaats van een enkele liveopname voor publiek kon men hierdoor in de studio zoveel takes doen als men nodig had voor het vastleggen van de “perfecte” uitvoering.

Les Paul vond eind jaren 40 uit dat je met twee recorders stukje bij beetje een soort orkestje van gitaren en stemmen kon opnemen door de ene recorder op afspelen te zetten terwijl de andere recorder opneemt terwijl je er een andere partij bij speelt. Een soort audiopingpong. En Les verzon nog een revolutionaire truc, door op halve snelheid zijn partijen op te nemen klonken deze bij weergave op normale snelheid als razendsnel virtuoos spel:

De klassieke pianist Glenn Gould raakte in de 60-er jaren gefrustreerd van het geven van concerten. Nooit was de uitvoering naar zijn idee perfect terwijl hij die perfecte uitvoering wel in zijn hoofd hoorde. Hij stopte daarom geheel met het geven van concerten en was alleen nog maar in de studio te vinden. In de studio koos Glenn de beste delen uit en plakte de audiotapes daarvan aan elkaar om zo zijn perfecte uitvoering te creëren.

Met de komst van de multitrack-recorder midden jaren 50 werd het mogelijk om instrumenten spoor voor spoor verspreid over meerdere kanalen op te nemen. Hierdoor kreeg men nog meer controle over de muziek en klank. The Beatles met name waren ware pioniers op dit vlak. Hun muziek klonk niet meer als een live uitvoering maar als muziek die je alleen in een studio kunt maken. The Beatles stopten in dezelfde periode als Glenn Gould met het geven van liveoptredens vanwege eenzelfde argument. Het vormt een opvallend parallel tussen deze pioniers.

Vervolgens kwamen achtereenvolgend de drumcomputers, de polyfone (meerstemmige) synthesizers en de samplers op de markt en werden de partijen steeds vaker geprogrammeerd in plaats van door muzikanten ingespeeld. Hiermee werd de controle over het geluid ook steeds preciezer. Inmiddels is met behulp van de computer en de digitale techniek het spel van muzikanten totaal elastisch geworden. Zodoende kan de klankkeur achteraf, na opname, aangepast worden, kan de timing verbeterd worden en kan de toonhoogte onhoorbaar aangepast. Zelfs zanglijnen die behoorlijk vals klonken tijdens opname kunnen perfect in tune gemaakt worden zonder dat het publiek hoort dat de stem slechts een klankbron vormt voor een melodie die door de engineer geboetseerd is.

We kunnen stellen dat tegenwoordig elk geluid een bron kan zijn voor het maken van klanken die als muziek klinkt. Zo maakte ik een keer in opdracht van Disquiet Junto een muziekstuk dat als basis 1 sample had: een opname die ik maakte van een uitklontje in een glas. Dankzij de sampler en uitgebreide manipulatie tools kon ik uit die ene sample van slechts een paar seconden een heel muziekstuk persen:

Dankzij de complete controle over geluid kunnen we elk geluid produceren. Het levert een ongekende vrijheid op. We zijn hooguit afhankelijk van onze fantasie, kennis van geluid en de kunde om het te manipuleren. De kennis over hoe we geluid kunnen manipuleren neemt nog altijd toe. En daarmee ook de mogelijkheden en de tools die ons daarbij helpen. We kunnen als het ware steeds dieper inzoomen in het geluid en het aanpassen.

Het manipuleren van geluid lijkt grenzeloos. Het is niet gebonden aan een bepaalde stijl. Niet gebonden aan een bepaalde vorm. Het is neutraal van karakter, blanco. Als een wit scherm waar de schrijver in staart. Het daagt me uit.

Op zoek naar de hardnekkige calvinisten met Leo Blokhuis

Het tv-programma Achter de dijken van Leo Blokhuis heeft mijn aandacht. Ik zet er een alarm voor en kijk het live, zover het kan. Gisteravond lukte dat niet omdat ik op het moment van uitzending keek en luisterde naar oud-Brood gitarist David Hollestelle die een hand door zijn zwartgeverfde haar had gehaald waardoor het piekerig alle kanten uitsprong terwijl hij onderwijl nonchalant op een Teye gitaar hoge noten op een overstuurde versterker eruit stond te persen. Maar eenmaal weer thuis keek ik de uitzending van Blokhuis gelijk terug. Omdat ik nou eenmaal heel benieuwd ben naar die volksaard van De Hollander.

Deze aflevering – Aflevering 4: De echo van Calvijn – stond in het teken van muziek en schilderkunst. Leo constateert dat we een volk van koren zijn, een direct gevolg van Calvijn die in de 18e eeuw alle Psalmen liet voorzien van unieke melodieën zodat de kerkgangers deze mee konden zingen. Ook de beeldenstorm en Van Gogh kwamen aan bod. Van Gogh zou een groot calvinist zijn omdat hij zich kapot werkte en het hem niet om roem te doen zou zijn geweest. “Doe maar normaal dan doe je al gek genoeg.”

In het zaaltje waar David Hollestelle van snaar ging zaten opvallende Hollanders. Ook oud-Brood manager Koos was meegekomen. Hij droeg een shirt zonder kraag maar had wel een stopdas om de nek. Imago, mode, eigenwijzigheid, een middelvinger richting Calvijn? Ook aan David Hollestelle kun je zo op het blote oog geen greintje calvinisme ontdekken.

En zelfs bij Van Gogh zie ik eigenlijk een enorme afkeer van onze volksaard. Van Gogh zocht net als vele schilders toentertijd zijn heil in Parijs. Daar riekte het naar de avant-garde. En daar werd enorm veel gezopen. Een calvinistische gematigheid  kun je bij hem toch niet constateren? Afgezien van zijn enorme werkelan dan. “Doe maar normaal dan doe je al gek genoeg.” Ook die vlieger gaat voor Van Gogh niet op. Vincent was bij vlagen compleet gek, dat weet iedereen. Daarbij vergeleken is Herman Brood een zacht eitje.

Ik geloof zeer dat onze volksaard voor een belangrijk deel door Calvijn bepaald werd. Maar ik geloof ook in een tijd na Calvijn. Ging na de tuttige jaren 50 onze volksaard door de kunst en de rock ‘n’ roll in het bijzonder, de hippies, de provo’s, Koot en Bie, Wim T. Schippers, Jan Wolkers, de Stones in het Kurhaus, de Dolle Mina’s, de krakers, de punkers, van die dingen dus, niet definitief op de schop?

Zij die hard gierend op hun gitaar hun Sympathie voor Duivel betuigen, houdt achter dat stoere schild toch een hardnekkig calvinist zich schuil?

Wat je altijd al had willen weten: muziekgebruik in podcasts op SoundCloud

Een poos geleden nog schreef ik over hoe Buma/Stemra muziek in podcasts beter zou kunnen stimuleren. De podcastregeling van Buma/Stemra is nogal vaag en onduidelijk. En dat met name voor wat betreft de hosting van de podcast.

SoundCloud hosting

Eerstens: naar mijn idee is SoundCloud de allerbeste host voor een podcast. Voor 6 Euro per maand kun je 6 uur uploaden en voor 9 Euro per maand is die capaciteit zelfs ongelimiteerd. Bovendien levert het statistieken en een geweldige player die je kunt insluiten op elke website en kunt delen via Twitter en dergelijke. SoundCloud is een soort YouTube voor audio. Onmisbaar voor elke podcaster.

De SoundCloud deal voor DJ Sets, mixtapes, remixes

Een poos geleden schoot het me ineens door het hoofd dat SoundCloud een poos geleden een deal had gemaakt met de grote platenmaatschappijen Sony BMG, Universal Music Group en Warner Music Group. Een deal over de muziekrechten zodat voortaan DJs hun sets op SoundCloud konden uploaden en konden delen met de rest van de wereld. Deze Premier Partnership regeling van SoundCloud maakte definitief een einde aan de DMCA takedowns waar men de afgelopen jaren mee kreeg te maken. Aan het Premier Partnership kunnen ook onafhankelijke producers, DJ’s, kleine labels en artiesten meedoen. Dus alle rechthebbenden worden hiermee bediend. Zie ook het blog dat SoundCloud over de regeling schreef.

En terwijl dat door mijn hoofd schoot viel er bovendien een kwartje: waarom zouden DJ’s hele uren muziek mogen uploaden terwijl iemand als ik naast zijn SoundCloud maandabonnement ook nog eens Buma/Stemra geld zou moeten betalen voor het gebruik van een beetje muziek? Dat zou erg krom zijn!

Regeling Buma/Stemra met SoundCloud

Vorig jaar maakte Buma/Stemra de Europese deal met SoundCloud bekend (kortom: Buma/Stemra maakte hiermee bekend dat men meedeed aan het Premier Partnership van SoundCloud):

Deze overeenkomst houdt in dat componisten, tekstschrijvers en muziekuitgevers die bij Buma/Stemra zijn aangesloten en door Buma/Stemra voor de online exploitatie worden vertegenwoordigd, een vergoeding ontvangen voor het gebruik van hun werk op SoundCloud. De overeenkomst is ook van toepassing op de toekomstige uitrol van SoundClouds door advertenties ondersteunde service en SoundCloud Go in Europa.

Omdat het woord podcast in de tekst ontbreekt besloot ik de Buma te mailen. Vanmorgen kreeg ik daarop officieel antwoord van de Accountmanager Online van Buma/Stemra:

Wij hebben inderdaad een licentie met SoundCloud voor het onlangs in Nederland gelanceerde SoundCloud Go en SoundCloud Go+. Deze dekt al het muziekgebruik uit het repertoire dat Buma/Stemra vertegenwoordigt, onder meer in mixen en podcasts.

Te gek!!! Als ik mijn oude band MAM in mijn podcast op SoundCloud wil laten horen of een oud nummer van Focus dan kan dat dus. Het is 2017 en de regeling rondom muziekgebruik in een podcast is voor wat betreft SoundCloud dus glashelder. Muziek in podcasts laten horen stimuleert de artiesten zowel qua aandacht voor hun muziek als in financiële zin. En dat is precies wat we willen.

Geverifieerd door De Correspondent als Sounddesigner

Een poosje terug kreeg ik een mailtje van De Correspondent:

Sinds kort kunnen we bij De Correspondent de expertises van leden verifiëren. Gezien u als sounddesigner reageerde: heeft u ook interesse om door ons geverifieerd te worden?

Dat klopt niet helemaal want ik reageerde niet slechts als sounddesigner maar onder vermelding van ‘muzikant, sounddesigner en documaker’. En ik had eigenlijk documentairemaker willen schrijven maar dat paste niet vanwege het beperkt aantal letters.

Mijn bezigheden beperken zich niet tot een enkele expertise. En ik vraag me af voor wie dat anno 2017 nog wel geldt. Toch ziet De Correspondent dat anders. Voor wie geverifieerd wordt geldt slechts 1 functietitel. Een beperking want wat moet ik kiezen als mijn 3 belangrijkste expertises zich met elkaar in balans verhouden?

Ik stelde voor aan De Correspondent om mijn expertise als volgt te vermelden: muziek-, geluiden- en verhalenmaker. Met daarbij 3 korte referenties:

De Correspondent koos voor de titel Sounddesigner. Waarom precies, dat weet ik niet, maar volgens De Correspondent is dat wat ik ben en doe. En dat klopt, voor een deel.