in samenraapsel

Buwalda

Fictie is de core business, daar gaat het mij om. Ik lees andermans fictie omdat ik stemmen nodig heb, panache, toon, de stijl, de vervoering. Schrijvers die ik echt goed vind zijn mij dierbaarder dan familie. Stemmen als die van Houellebecq, V.S. Naipaul of Philip Roth zijn met niets en niemand te vergelijken. Je kunt in de kroeg gaan zitten, daar tien jaar blijven, maar je komt ze niet tegen. Als ik dat niet ontdekt had in mijn leven, was ik een stuk armer. Een krachtige literaire stem overtreft het sociale contact. Zou je mannen als Roth en Naipaul in een café tegenkomen, dan vallen ze waarschijnlijk tegen. Wat ze me laten lezen is een concentraat, hun essentie. Daar moet de lat liggen wanneer ik zelf een boek schrijf, vind ik. De wereld van de fictie is een urgent complement bij de echte wereld. Uit erkentelijkheid daarvoor schrijf ik. Kijken wat ik tegen de grote romans aan kan zetten. Als het de vergelijking niet doorstaat, stop ik.

interview Peter Buwalda: ‘Ik ben fed up met zielepoten in fictie’

Geef een reactie