in samenraapsel

Misschien kun jij je nog herinneren dat er in Nederland zoiets als dienstplicht bestond?

Voor ik het wist zat ik op de HEAO en vroeg mij af wat de F ik daar te zoeken had. Het 2e jaar maakte ik dan ook niet af. Ik ging de muziek in. Helaas hing het zwaard van de dienstplicht boven mij. Ik wist dat ik ooit een oproep zou ontvangen en dat dat een wissel op mijn toekomstplannen zou leggen. Mijn compagnon Quintus Kessler stelde voor dat ik de oproep voor dienstplicht ging aanvragen, want alleen dan kon ik er bezwaar te gaan maken. Zelf weigerde ‘ie alles toen hij na jaren in het buitenland te hebben gedeserteerd weer terug in Nederland kwam. Ze konden geen kant met hem op en lieten hem gaan.

Dat leek mij ook wel wat, dus zo gezegd, zo gedaan. Voor ik het wist zat ik in een vrachtwagen die me naar een kazerne in Ermelo bracht. Daar heb ik de hele dag verzet gepleegd in de geest van “nee ik ga je niet doodschieten en nee ik ga niet naar de kapper en nee ik trek dat achterlijke apepakkie niet aan”. Het resulteerde erin dat ik nog dezelfde dag op een andere slaapzaal apart geplaatst werd. De volgende dag kon ik naar huis. Bij de uitgang van de kazerne kreeg ik van welwillige burgermannen in vol ornaat saluten.

Mijn brein werd kort daarna gevalideerd en kreeg het stempel Erkende Gewetensbezwaren mee. Ik moest aan de vervangende dienstplicht geloven. En die was ook nog eens een paar maanden langer dan de “normale” dienstplicht, voor straf.

Maar goeds, ik legde me er maar bij neer, wat kon ik ook anders? Zodoende kwam ik bij Novib terecht. Tegenwoordig heet dat Oxfam Novib. Zodoende werd mij een werkend burgerbestaan opgedrongen. Maar goeds, de mensen waren er aardig en ik voelde me goed bij de doelstelling van Novib. Voor ik het wist raakte ik gepassioneerd om wat zaken bij Novib te verbeteren. Het was een gevoel dat niet te stoppen was. Ik werkte op de debiteuren administratie en de automatisering ervan kon nog behoorlijk verbeterd worden. Daarom kreeg ik op een gegeven moment altijd alle binnengekomen poststukken van de Postbank (nu ING) en de banken voor op mijn bureau. Begin jaren ’90 was dat, nog voordat we email gingen gebruiken.

Ik herinner me de dag nog dat ik in zo’n brief las dat de gegevens van Girotel voorzien zouden worden van Naam/Adres/Woonplaats gegevens van de klant. Deze gegevens ontving NOVIB dagelijks op een grote tape die ons mainframe kon verwerken. Voor ik het wist stelde ik mijn manager voor om een programmawijziging door te laten voeren op ons systeem zodat voortaan deze Girotel betalingen niet langer handmatig verwerkt moesten worden door 1 van onze medewerkers maar automatisch zouden “weglopen”. Het vergde slechts een kleine programma wijziging die in 1 dag doorgevoerd kon worden.

Nog diezelfde week zat ik met een programmeur deze verandering op mijn wensen door te voeren. En van de een op de andere dag liepen voortaan vrijwel alle GT-betalingen van NOVIB automatisch weg. Mijn manager stelde voor dat ik de besparing die Novib daarmee had gemaakt uitrekende. Dat bleek iets van een volledig jaarsalaris te zijn!

De kracht van automatisering was mij allang duidelijk geworden, ik gebruikte het ook bij het componeren en opnemen van muziek. Maar ook de lol om bedrijfsprocessen te verbeteren en te automatiseren ging er sindsdien bij mij niet meer uit. Ik kreeg een vaste aanstelling aangeboden en bleef er 8 jaar werken, had er diverse functies en heb vele veranderingen kunnen doorvoeren. Dat zorgde er soms voor dat ik mijn eigen werk wegautomatiseerde, wat een logisch gevolg van innovatie is. Maar ik kan me ook de medewerkers voor de geest halen die alles altijd bij het oude wilden laten. Die zouden het liefst alle centjes met de hand willen tellen. Ze waren als de dood voor die computers.

Ik ben nog steeds nauw betrokken bij de ontwikkeling van software, zoals die van Propellerhead Reason voor muziek en WordPress. Mijn handen gaan jeuken als ik denk dat er iets verbeterd kan worden. Vaak ligt het zo voor de hand. Ook merk ik bugs razendsnel op. Het is een soort niet te onderdrukken gevoel, als je het ziet dan blijf je het zien. Zoiets als een vlek. En die vlek moet dan weg.

Zo kijk ik ook naar webtechnologie vandaag de dag. Toch merk ik dat het merendeel van de mensen daar geen gevoel bij heeft. Die snappen niet hoe de processen lopen, laat staan dat ze een vertaalslag zouden kunnen maken naar eventuele veranderingen. Zij beschouwen de huidige wereld zoals hij is waar ze geen invloed op hebben. Ik weet dat voor mij het tegendeel geldt want ik heb die verbeteringsdrang wel. En er valt niet aan te ontkomen.

Geef een reactie

  1. Mooi verhaal, Marco. Ik was zelf de laatste verplichte lichting Dienstplichtigen en had daar helemaal geen zin in omdat ik op het punt stond om in de Verenigde Staten te gaan wonen. Gelukkig heb ik me er toen uitgepraat. Daarbij was ik anti-geweld en anti-leger en heb ik moeite met mannetjes die autoritair gedrag vertonen. Was nog leuk geworden als ik wel in dienst had gemoeten.

  2. Als lid van een katholiek gezin, maakte ik mee dat ik als derde zoon van de vrijstelling broederdienst gebruik kon maken. Ik had zelfs al een dienstplichtnummer en werd goedgekeurd. Later was het ministerie van Defensie nog één van mijn dertien werkgevers en mocht ik de aanvragen voor vrijstelling zelf administratief napluizen bij de bevolkingsregisters van de gemeentes. Het was puur handmatig werk zonder computer en alleen de bakelieten telefoon als technisch hulpmiddel. Met de hoorn kon je met gemak iemand de hersens inslaan. En dat realiseerde ik mij maar al te vaak binnen het ambtelijk apparaat zoals daar gewerkt werd. Er zaten daar vrouwen op de afdeling met een chef die waren zo dom dat je je af moest vragen hoe zij hier aangesteld konden worden. Steeds als er een domme opmerking werd geplaatst probeerde ik de boel te verbeteren tot ergernis van mijn chef de heer Seinstra. Want de chef is natuurlijk degene die zich bij mijn verbeteringen gepasseerd voelt. Op een zeker moment werd het de heer Seinstra teveel en kwam hij dikbuikig als hij was met gekruiste armen voor mijn bureau staan en zei op bijna dreigende toon: “mijnheer ’t Hart, u moet ook altijd alles beter weten!” Hierop sprak ik de bijna gedenkwaardige woorden uit: “Meneer Seinstra, beter weten bestaat niet; je weet het, of je weet het niet!”, waarop hij niet wist hoe snel hij weer op zijn plaats moest gaan zitten.