in samenraapsel

Het meeste doe je toch voor jezelf

Ik was in gesprek met mijn oom, vader van mijn broer. Moeders was jarig. 77 jaar alweer. Hij had een nieuwe fotocamera gekocht met een diafragma van f/1.4 en kon nu ook zonder flits fraaie plaatjes schieten. Het liefst deed hij dat thematisch. Een serie foto’s van mensen op banken. Een serie van foto’s van benen. En soms werd van een foto een schilderij gemaakt. Oom schildert al sinds zijn jonge jaren en is tijdens zijn werkend bestaan altijd reclametekenaar geweest. Totdat de computer haar intrede deed. Toen werd hij een aantal jaar voor hij met pensioen kon ontslagen en moest ‘ie als 60 plusser ineens weer aan de sollicitatieplicht voldoen. Mijn oom is in de oorlog geboren. Het zal toen geen prettig gebeuren zijn geweest zo met een gezin tijdens de oorlog.

Ik vertelde hem dat eigenlijk veel van wat ik doe online terecht komt. Wellicht veel te veel moet ik zeggen. Wie gaat dat nu allemaal lezen? Beluisteren? Zien? En bovendien: wat heeft het me allemaal gebracht?

Naar de antwoorden op die vraag, het blijft gissen. Puur omdat ik een keuze voor het ene gemaakt heb is al het andere uitgesloten. Die andere kant kan evenzogoed interessant blijken te zijn. Bijvoorbeeld de kant van het geld. Ik lees op dit moment diverse publicaties van mensen die na jarenlang van alles gratis online te hebben gedeeld ineens besloten dat niet meer te doen. Zoals het interessante stuk Slaves of the Internet, Unite! van Tim Kreider.

Waarom werk je eigenlijk? Om geld te verdienen? Om een pensioen op te bouwen totdat je vlak voor je pensioen de laan wordt uitgestuurd zodat je alsnog een grote pensioenbreuk oploopt?

We zijn overactief online. Al dat gecommuniceer en geïnformeer. Moe word je ervan. Die grote schreeuw om aandacht. Blogposts worden op Twitter een paar maal per dag herhaald door dezelfde persoon. Wie trekt dat? Nou ik niet. Twitter is een grote marketingbende. Je vrienden gaan je gek spammen. Ik heb Twitter afgesloten en niet meer geopend. We zullen zien, misschien hou ik er wel helemaal mee op. Facebook idem dito.

Recentelijk was een expositie van het werk van fotograaf Brian Duffy in FOAM Amsterdam te zien. Pas op zeer late leeftijd, toen zijn gezondheid hard achteruit aan het gaan was en zijn zoon en anderen hem flink aan de kop zeurden om toch echt eens te exposeren, ging hij overstag. De eerste expositie werd georganiseerd voor iemand die bekend stond om zijn vernieuwende fotografie. Bekend onder andere van zijn werk met David Bowie. Een man die schijt had aan alles dat hem niet aanstond. Een man die op een dag zowat zijn volledige foto archief gewoon in zijn tuin verbrandde. Hij was er klaar mee met die tering fotografie. Gaf geen reet om aandacht. Alles wat mensen zeiden over kunst vond ‘ie gelul. Ook wat ‘ie er zelf over zei.

The work is the statement

Hoewel ik die quote dus wel serieus neem.

Geef een reactie

  1. Waar we het allemaal voor gedaan hebben zullen we volgens mij pas later ontdekken. Misschien is het allemaal deel van een revolutie zie z’n weerga niet kent. Of misschien is het uiteindelijk toch allemaal zinloos en nutteloos. Of komen we ergens in het midden uit: beetje revolutie, beetje zinloos? Later zullen wij of onze kinderen het weten.