in samenraapsel

Ik weet het, spijt is wat de koe schijt, maar van #metablog 7 heb ik wel een beetje spijt. Wat de neuk was I thinking?

Maar goeds de creatieve geest wappert soms alle kanten uit. *kuch* Anyhoe, geld verdienen met een blog is niet zo eenvoudig. Maar je laten verleiden door een bedrijf dat met kralen en spiegeltjes of een gratis ijsje staat te wapperen is natuurlijk zo gedaan. Of wat te denken van duurdere gadgets zoals smartphones?

Met een beetje doping achter de kiezen ramt menig blogger er zo hele volzinnen uit ten faveure van de drugsdealer het bedrijf. God god god wat is dit toch een heerlijke game. God god god wat is dit toch een fijne smartphone.

Geef mij lui die goed kunnen vloeken en tieren dan maar. Dat kan ik ook goed. Oh man ik vloek wat af over muzieksoftware. Of Apple als ik weer eens gezeik heb met een nieuwe poepdure MacBook Pro. Ik ben ook maar een mens. Maar ben wel oprecht eerlijk. Recht voor zijn Raaphorst.

Kritisch zijn, het is slechts weinigen gegeven. Lef hebben ook. De meeste bloggers zijn rete bang en schrijven laffe stukken vol marketing geleuter. Je hebt er tenminste een gezonde dosis wantrouwen en twee opgetrokken wenkbrauwen voor nodig. Gelukkig sta ik daarin niet alleen want op Urbanchicks werd heden vandaag een leuk vers blogsel van Annemarie van Campen gepubliceerd bestaande uit een stel woorden van ongeveer dezelfde strekking als ik hierboven ingetypt heb. Daaruit wat quotaties:

Ik erger me dood aan mails die ik krijg waarin ik word uitgenodigd voor reviews of kortingscodes-in-ruil-voor-een-blog of tweet. Kraaltjes en spiegeltjes. Bedenk een betere marketingstrategie.
(…)
Ga eens de diepte in, wordt boos over issues, het nieuws, de politiek. Lees een krant (oh nee, Blendle) en vertel wat je vindt. Show me your brains. Ik mis blogs van vrouwen van mijn leeftijd waar het ergens over gáát in plaats van het tonen van het gewenste plaatje. Over meningen, over issues in de samenleving, hoe we er voor staan als vrouwen, wat jij vindt dat moet veranderen, toon me je autoriteit als professional.
(…)
Ik steek er mijn hand voor in het vuur dat de bloggers die ik zo verwonderd volg echt wel meer inhoud hebben dan ze op hun blog laten zien. Waarom komt er dan slechts een gefilterde Instagram foto van de nieuwste Starbucks latte naast de lengte van je haar dankzij een ecologisch verantwoorde shampoo naar boven?

Kan het ons dan echt niet schelen?

Mij kan dat wel wat schelen! We moeten helden zijn en vechten voor onze vrijheid. Vechten voor ons bestaan. Desnoods met woorden alleen.

Geef een reactie

  1. Wie zich laat betalen door bedrijven om over producten te schrijven heeft al snel de schijn tegen zich. Ze kunnen wel zeggen dat ze alleen schrijven over de dingen die ze goed vinden, maar onderstussen denk je: “uh-huh.” Ik recenseer strips en films maar krijg er van de uitgevers en filmmaatschappijen geen cent voor. Wel sturen ze de boeken gratis op, dat is waar. Maar dat is dan ook de enige manier voor mij om als stripjournalist te kunnen functioneren op deze manier. Als ik alle albums zelf zou moeten kopen dan is het niet te doen. Ben je als journalist/blogger een verlengstuk van het pr-apparaat? Ja, deels wel. Zoals alle media.

    • Eigenlijk zou het geld dat bloggers verdienen doordat ze hun expertise delen moeten komen van de mensen die daar baat bij hebben. Het publiek, de crowd dus. Op die manier wordt een blog een echt zuiver medium. Je ziet dat ook steeds meer. Crowdfunding en sponsoring van websites neemt steeds grotere vormen aan. Terwijl de oudere media een businessmodel heeft dat niet langer zal kunnen overleven, zo lijkt het.

  2. Twee wenkbrauwen had ik ook nodig bij internetbeelden van Heleen van Royen in ons Letterkundig Museum. In DWDD (gevolg van mijn Adhd Zapp gedrag) vertelt zij “sperma zo mooi te vinden om te zien. Alleen als het vers is dan zit daar zo’n mooi glansje overheen.” Omdat ik er altijd op let of sprekers bij hun verhaal zweetdruppeltjes op hun gezicht vertonen, viel het mij op dat ook zij hierbij toch wel begon te parelen. De directeur van het museum was wijselijk niet aan de gesprekstafel gaan zitten maar op achtervangrij van het DWDD publiek. Fotograaf Hans Aarsman stond haar bij. Eigenlijk was dit een beetje bloggen in het kwadraat.