in samenraapsel

Bassist Mike Porcaro is afgelopen zondag 15 maart 2015 overleden aan de gevolgen van de spierziekte ALS.  Vandaag publiceerde de Volkskrant daarom een analyse van muziekjournalist Rovert van Gijsel over de oude band van Mike, Toto. Ik moest hem 2 maal lezen om te snappen dat Rovert niet uit was op het bashen van de band maar juist een kleine middelvinger opstak naar alle popjournalisten die dat wel deden.

Ik denk er net zo over.

Gewoon een potje herrie?

Sommige popjournalisten vinden het verdacht als muzikanten zo goed kunnen spelen als de muzikanten van Toto. Vreemd want van popjournalisten mag je toch ook een goeie taalbeheersing verwachten?

Nu vind ik de Punk een belangrijke stroming in de muziek waar ik bovendien een groot liefhebber van ben. De liefde voor imperfectie, het zelfdoen, de anarchie, het schoppen tegen de heilige huisjes en de voorliefde voor eenvoud en rauwe kantjes, het spreekt mij bijzonder aan. En natuurlijk ben ik dol op John Lydon en zijn Sex Pistols. En The Clash. Maar hoewel zij beschouwd kunnen worden als de architecten van de Punk, hun boodschap “dit kun jij ook, koop een gitaar en ga je ding doen!” blijkt in de praktijk toch een heel stuk lastiger te zijn.

Iedereen die een gitaar oppakt weet dat het bloed, zweet en tranen kost om er echt goed op te leren spelen. Zo strak als The Ramones speelden is zeker niet voor elke band weggelegd. En ook hun Beach-Boys-achtige-liedjes lijken misschien eenvoudig maar zijn toch echt met een sterk melodieus gevoel gecomponeerd.

Pathetische muziek

De Sex Pistols en de band Queen zaten ooit op hetzelfde moment in dezelfde studio, de West End studios in Londen. Sid Vicious stapte de verkeerde studioruimte binnen en trof Freddie Mercury aan de piano aan:

Ah, Freddie Mercury, still bringing ballet to the masses are you?

Waarop Freddie antwoordde met:

Oh yes, Mr Ferocious, dear, we are doing our best.

Punk was natuurlijk Het Grote Verzet Tegen Symfonische Bands Zoals Queen. En ik vermoed dat het verzet tegen Toto eenzelfde soort verzet is. Omdat Toto niet voldoet aan het concept “pak een gitaar en ga gewoon een potje herrie maken!” Wat je Queen kunt verwijten kun je dus ook Toto verwijten. Koorzang? Check. Melodieuze gitaarpartijen? Check. Rijke harmonie? Check. Langdurige studiosessies? Check. Verfijnde arrangementen? Check. Hoge kopzang? Check.

En natuurlijk is Queen pathetisch. Net zo goed als Toto dat is. Maar vergis je niet: elke Punkband is dat ook. Sterker nog: het is de basis van alle volksmuziek. Verdiep je er maar eens in. Onderzoek de kerkelijke muziek. Of de Italiaanse Opera. Zet een album van Nirvana op en je staat verstelt van de pathetische boodschappen.

Het is niet voor niets dat menig popmusicus met gebalde vuisten in de lucht zijn lied staat te zingen. Het predikt theatraal zijn boodschap.

En voor sloppy playing die aan alle kanten rammelt schaamt iedere muzikant zich. Zo was Sid Vicious weliswaar een leuk visueel boegbeeld van de Sex Pistols maar ook een gruwelijk slechte bassist die slechts op 1 nummer van het album Never Mind The Bollocks te horen is.

Het wegpoetsen van schoonheidsfoutjes

Op het bekende album Nevermind van Nirvana werd een computer met het programma Pro Tools ingezet om de gitaarpartijen van Kurt Cobain in het nummer Something In De Way helemaal strak en zonder schoonheidsfoutjes te krijgen, want schoonheidsfoutjes, daar schaamden deze pathetische dominees zich toch voor.

Natuurlijk mag je het lelijk vinden dat de gitarist van Toto, Steve Lukather, vrijwel altijd een chorus-effect ter verfraaiing van zijn gitaargeluid gebruikt. Maar dat effect gebruikte Kurt Cobain gewoon ook. In de hitsingle Come As You Are wordt het chorus-effect naast op alle gitaren zelfs ook op de basgitaar ingezet. Overigens niets bijzonders want Billy Duffy van The Cult gebruikt vaak een flanger, Eddie van Halen een phaser en Hendrix een Uni-Vibe.

Deze modulatie-effecten zorgen ervoor dat de toon van de gitaar wat gaat zweven. En het is puur een geluidstechnische keuze. Een kwestie van smaak.

Miles Davis

Toto kon mij nooit echt boeien totdat in 1986 het album Fahrenheit uitkwam. Ook dit album heeft de bekende gelikte en suikerzoete sound. En ja ook dit album maakt er geen geheim van dat de heren goeie muzikanten zijn. Maar wat mij er vooral zo in aantrekt is de rol van Miles Davis op de laatste track van het album, Don’t Stop Me Now. De gitaar van Luke met zijn zijde zachte chorus vloeit prachtig samen met de ijzige klank die uit de trompet van Miles vloeit. Het is van een onwaarschijnlijke schoonheid.

Miles vroeg Luke om bij zijn band te komen spelen maar de trouwe hond Luke sloeg het voorstel af en bleef trouw aan zijn maatjes van Toto.

In de beginjaren van Miles waren de critici het er allemaal over eens: Miles, dat doe je gewoon niet, dat klinkt nergens naar zo vibratoloos met een demper op je trompet spelen. Maar Miles trok zich er niets van aan. Net zoals Luke. En gelijk hebben ze want muzikanten hebben namelijk altijd gelijk. In tegenstelling tot al die critici.

Geef een reactie

Reactie

  1. Goed stuk en inderdaad de muzikanten hebben altijd gelijk en de critici niet. En ook als je positief bent word je als criticus snel vergeten en is het de muziek die overleeft.