in samenraapsel

De naam Charlie Parker is een blijvertje. Met geen mogelijkheid krijg je hem uit de muziekgeschiedenisboeken gewist. In zijn eentje verzon hij een nieuw idioom voor elke saxofonist die na hem zou komen. En tot op de dag van vandaag is elke jazzmusicus schatplichtig aan die knaap met de bijnaam Bird die helaas zo vroeg overleden is. Hij werd 34 jaar.

Samen met Thelonious Monk en Dizzy Gillespie vond de man een geheel nieuw genre uit: de Bebop. Vrijwel alle muziekjournalisten wilden Charlie en zijn makkers uit de muziekgeschiedenisboeken houden omdat het zwarten waren. Charlie in het bijzonder want die was ook nog eens zwaar verslaafd aan de heroïne.

Er is nog een belangrijk punt dat ik wil maken. Wie de verhalen van De Wonderkinderen gelooft moet daar maar eens mee ophouden. Want het zijn leugens. Je bent niet automatisch goed, je moet er keihard voor knokken. Zo ook Charlie Parker. Aan het begin van zijn carrière speelde Charlie maar vrij matig saxofoon. Hij moest een cruciale beslissing nemen: òf ik stop met saxofoon spelen òf ik ga net zo lang oefenen totdat ik kan vliegen. Door zich vervolgens jarenlang af te zonderen en 15 uur per dag te studeren werd hij onnavolgbaar.

Oefenen, oefenen en nog eens oefenen. Dat is dus de les van Bird.

Wil je mijn blogposts per e-mail ontvangen?
Abonneer je dan HIER.

Geef een reactie

  1. Goed punt dat je maakt. Je kan nog zoveel talent hebben, of door sommigen liever aanleg genoemd, zonder te oefenen tot je er (bijna) bij neer valt kom je nergens.