in samenraapsel

David Bowie overleed op 10 januari 2016 aan de gevolgen van leverkanker op 69-jarige leeftijd. Met hem gaat een groot kunstenaar verloren. Een vernieuwer die popmuziek voor altijd heeft weten te veranderen.


In het geweldige boek Abbey Road to Ziggy Stardust van technicus en producer Ken Scott beschrijft hij dat de single van het gelijknamige album Space Oddity er bijna niet gekomen was. Producer Tony Visconti haatte het nummer zo erg dat hij weigerde het op te nemen. De opname werd daarom geproduceerd door Gus Dudgeon. En hoe! Space Oddity is het nummer dat die plaat uniek maakt mede dankzij het geweldige arrangement met de duidelijk hoorbare strijkers die uit een Mellotron (lees: analoge sampler) komen, bespeeld door Rick Wakeman.

Langdradige sessies van The Beatles

Ken Scott had toen hij met Bowie begon te werken er al een indrukkende carrière opzitten. Scott was zijn loopbaan als technicus bij The Beatles begonnen en wilde zich graag ook op het produceren gaan richten omdat hij als technicus vaak weleens iets zinvols riep zonder er daadwerkelijk de credits voor te krijgen. Deze nieuwe knaap, Bowie bood hem nu die kans. Hunky Dory werd daarmee de eerste productie waarop Scott voor zowel de techniek als de productie verantwoordelijk is. En gelijk raak schiet. Een album waarop ondermeer het geweldige ‘Life On Mars?’ valt te horen.

Scott vermeldt in zijn boek dat Bowie precies wist wat ‘ie wilde hebben. Er hoefde vrijwel niet geëxperimenteerd te worden. Een verademing voor Scott die zich de lange sessies van het White Album van The Beatles nog goed kon herinneren. Duidelijk hoorbaar is de geluidstechnische overeenkomst tussen The Beatles en het vroege werk van Bowie, waar Scott als ex-Beatle technicus voor een deel voor verantwoordelijk is, zo vermoed ik. Het is precies wat mij aantrekt in die eerste Bowie albums. Zet Changes maar eens op en je hoort eenzelfde drumsound als die van Ringo Starr. Die grotdroge drumsound. En bij Oh! You Pretty Things zal je in de openingsnoten Martha My Dear van The Beatles herkennen. Een lied waarin Bowie “the Homo Superior” bezingt om op zijn beurt een knipoog richting Lennon’s “Mother Superior jumped the gun” uit Happyness Is a Warm Gun te doen. Tenminste, dat heb ik altijd gedacht.

In 1 take alles inzingen

Bowie’s stem vertoont gelijkenis met die van Lennon. Hoewel Bowie tussen die 2 wel duidelijk een gevalletje van The Voice is qua bereik, kracht en souplesse. Luister bijvoorbeeld ook eens naar Under Pressure, het duet tussen Bowie en De Gruwelijk Goeie Zanger met de naam Freddy Mercury. En hoor hoe beide grootheden aan elkaar gewaagd zijn.

Volgens Scott hield Bowie helemaal niet van de studio. En dus nam ‘ie zo snel mogelijk op en was bij de mix nooit aanwezig. Kon Scott dat met een assistent gaan opknappen. Hunky Dory werd volgens de overlevering in 2 weken opgenomen en in 2 weken gemixt. En 95% van alle zangpartijen stonden er in 1 take op. Zonder “in te prikken”, gewoon in 1 keer de hele song, klaar. Ook Ziggy Stardust kwam zo tot stand, in 4 weken tijd.

Een leuke anekdote uit die begintijd is het verhaal over de “saxofoons” in de song Suffragette City. Tussen aanhalingstekens genoteerd want het zijn namelijk geen saxen maar een ARP 2500 synthesizer. Het misverstand heeft Bowie zelf de wereld in geholpen door in een interview te zeggen al die “saxofoonpartijen” voor zijn rekening te hebben genomen.

Ziggy en Ronson

Dingen gaan al snel een eigen leven leiden, zeker als de artiesten zelf de werkelijkheid een slinger geven. Zo is het gewoon een vaststaand feit dat het conceptalbum Ziggy Stardust helemaal nooit bedoeld was als conceptalbum. Het waren gewoon een stel losse songs waarvan sommigen zelfs voor andere albums bedoeld waren. Het karakter Ziggy ontstond pas toen de band ging optreden.

Volgens Scott is het met name gitarist Mick Ronson die als arrangeur een zeer belangrijk stempel op de muziek uit die begintijd van David gedrukt heeft.

“Neither David or I (noot: Ken Scott) would have achieved anywhere near the succes we had without him.”

Het album Ziggy Stardust bleek zijn doorbraak te zijn. Een album dat middels live optredens tot leven kwam omdat Bowie er een heel theater omheen verzon. Waarmee Bowie zijn stijl vond. Een artiest die een rol zou spelen, een karakter, door telkens een nieuwe rol aan te nemen. Zo kon hij zichzelf telkens opnieuw uitvinden. Als hijzelf of zijn publiek op een karakter uitgekeken raakte verzon hij weer een nieuwe. Zelfs op geaardheid liet Bowie, of ik moet zeggen de rol die Bowie speelde, zich niet vastpinnen. Het bood hem zodoende de meeste mogelijkheden als artiest.

Hoewel rock ’n roll en popmuziek van origine een rebels en stoer karakter had, Bowie heeft daar als flamboyant en androgeen artiest een draai aan geven. In 1 klap zette hij het clichébeeld op z’n kop. Wat je maar wenste, dat kon je worden. Popmuziek is abstract. Wat je hoort is bedacht. Wat je ziet ook.

Bowie, de pierrot

Het is ook het eerste beeld dat ik van Bowie ken. Ik zag Ashes To Ashes op Toppop. Bowie verkleed als een witte clown, een pierrot. Het pakte me niet direct. En ook wat later in 1983 met Let’s Dance gebeurde dat niet. Ik ben opgegroeid met de discomuziek van ondermeer Chic (ook goed voortgeplant in de rapmuziek via Rapper’s Delight) en Let’s Dance vond ik simpelweg stijf. Van Let’s Dance ging ik niet dansen. Laten de drummer en gitarist van Chic nu net op dat nummer spelen.

Pas toen ik zelf muziek ging maken ontdekte ik de echte Bowie. Toen greep zijn muziek mij wel. Ontdekte ik plotsklaps die geweldig Lennoneske songs, de vernuftige arrangementen en zijn geweldige stem. Met name dankzij de oude platen, zoals Hunky Dory, Ziggy en de Berlijnse Trilogie, Low, Heroes en Lodger die hij met Brian Eno maakte. Het zijn namen wiens muziek met elkaar verweven is. Een stap opzij van Brian Eno en je komt uit bij Talking Heads. Of een stap vanuit Bowie en je komt uit bij Lou Reed (Transformer!), bij Iggy Pop, bij Warhol, of bij Lennon.

Gitaar

Bij Bowie stond de gitaar centraal. Het is het instrument waaruit de rock ’n roll heeft kunnen ontstaan. En hoewel Bowie niet vies was van flirten met een synthesizer, de gitaar vormde het centrale instrument in zijn werk. Maar niet zonder het instrument en het geluid daarvan te willen vernieuwen. Want na eerdergenoemde Mick Ronson werkte Bowie ondermeer ook met Adrian Belew die dankzij een hele batterij aan effectpedalen geluiden uit de gitaar weet te toveren die in niets op traditionele sounds lijken. Iets dat collega Robert Fripp ook doet, luister maar eens naar zijn geweldige partijen op Fashion en Heroes. Niet zo gek dus dat die twee, Belew en Fripp, jaren later elkaars collega’s worden in de band King Crimson.

Heroes in de hemel

De heroes, ze dunnen uit. Ze gaan dood en brengen ons terug naar een tijd die ver achter ons ligt. Verleden tijd, maar wat een geweldige tijd!

(omslagfoto: still uit video van Ashes To Ashes)

Wil je mijn blogposts per e-mail ontvangen?
Abonneer je dan HIER.

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe jouw reactie gegevens worden verwerkt.

  1. Hallo Marco. Fijn stuk met achtergronden die ik nog niet kende. Bowie was ook (net als David Byrne) een kunstacademie student die de muziek in ging. Waarmee het conceptuele sterker dan ooit vorm kon krijgen. In 1976 kreeg ik Low van Cor Vaandrager, die toen ook erg gecharmeerd was van Iggy Pop en The Stooges. Veel theatermakers werkten in die tijd ook met muziek van Bowie, Byrne, Lol Coxhil, Frip en Eno. En niet te vergeten Kraftwerk en Devo. Verleden tijd? Jazeker, maar de inspiratie is er niet minder om!