in samenraapsel

De term kunst wordt vaak vergezeld met krachttermen als authenticiteit, geen commercie, geen compromissen en meer van dat soort begrippen die rieken naar een soort zuiverheid die maar voor een enkeling is weggelegd. Verheven boven de rest.

Allemaal gelul. Kunst gaat vaak gepaard met egocentrisch gedrag, pure armoede, wanhoop en gekte. De kunstenaar is op zoek naar zijn unieke zelf, snijdt soms zijn eigen oor af om zichzelf uiteindelijk bij leven nooit te vinden. En gaat de kunstenaar dood dan vindt men hem of haar natuurlijk wel. Bowie dood en men loopt massaal naar het museum om zijn kostums te bekijken.

Eenmaal dood is men scheutig met de term geniaal. Lees: omdat er geld aan die dooie te verdienen valt!

Waarom doen we toch zoveel moeite om ons hele leven te zoeken naar uniekheid? Ieder kind is tenslotte uniek! Waarom die ontkenning van iets dat je allang gevonden had moeten hebben? Geef je ouders maar de schuld. School? Ja, die ook. De samenleving? Zeker weten. Want je wist het al, ieder mens is uniek. Allemaal deden we onze luier uit in de zandbak en gingen lekker liggen rollen. Knipten we een muis in 2.

Zuiverheid, mijn reet. Iedereen is aan het overleven. Schaam je er vooral niet voor. En als het in de ogen van anderen fout is, so fucking what?

Ik heb een eclectische smaak. Niet alleen als Consument maar ook als Maker. Mijn muziek is bijzonder divers en ik kies niet voor slechts 1 vorm, stijltje, soundje, toontje. Net zo goed als de schoonheid van de Mona Lisa mij ook niet elke dag in het gezicht slaat. En Bach niet elke dag te pruimen is. Variatie doet het goed voor mijn spijsvertering.

Mijn enthousiasme koester ik. Kinderlijke onrust? Ik hoop het. Luier uit en rollen maar! Beter dingen doen dan over dingen teveel nadenken. Desnoods is het helemaal kut. Komt wel weer een dag dat je iets goeds maakt. En het oordeel Goed moeten anderen dan maar maken. Ja, pa en ma kwamen ermee. Die fucking rotschool. De samenleving. Allemaal mensen die het onderscheid willen maken tussen goed en slecht. Maar ik zal het je vertellen: tussen God en prutsers zit helemaal niets. Sterker nog: wij zijn elkaars spiegelbeeld. Wij zijn allemaal God.

En wie je bent weet jij dus als geen ander.

(wie de legendarische omslagfoto maakte? geen idee)

Geef een reactie