in samenraapsel

als het ophoudt met ruisen gaan we naar huis!

“dan blijft Bert nog even bij ons”, zei Jaap Vermeer.
Niet dat Bert dood aan het gaan was. Of van plan was überhaupt ergens anders naartoe te gaan.

Met Jaap was ik bezig aan het hoorspel Flick Radio. En technicus Jaap bedoelde dat door gaten op te vullen met ruis, het bleef klinken alsof Bert aan het woord was en bleef. We hadden wat in zijn zinnen geknipt, waardoor de boel werd opgerekt. Dat doe je al snel als je een hoorspel, een radiodrama, maakt. Als je een stem iets wil laten vertellen. Met meer witjes ertussen is het voor de luisteraar beter te volgen. Iets meer de tijd nemen. Rust. Voordat die volgende zin uitgesproken wordt.

In de jaren 90 raakte men allergisch van ruis. Alles moest stil gemaakt worden. Dus klapte er een gate dicht zodra het geluidssignaal te zwak werd. Ook op gitaren werd het toegepast. Niet alleen werd daarmee de ruis verminderd, ook werd zo de brom onderdrukt. Toch klonk het er niet beter op. Veel platen uit de jaren 90 klinken voor geen meter. Ze klinken doods en klinisch. Leg er maar eens Lay It Down, Al Green’s comeback album van vorig jaar, naast. Dat klinkt. En in elk nummer hoor je de versterker van de gitarist ruisen. Net als alle microfoons.

Ruis hoort bij muziek. Haal je het totaal weg dan mis je iets. Hoewel sommige audiofielen – ik was er vroeger ook een – het meest realistische geluid nastreven, denk ik dat dat helemaal niet interessant is. Hetzelfde geldt voor televisie. Stel je voor dat het beeld perfect zou zijn, dat je denkt echt te kijken naar een echt gezicht met een zwart-lijstje er omheen. En een stem die echt in de kamer spreekt. 100% realistisch. Dat zou gewoon eng zijn.

Teveel ruis is storend, maar een beetje ruis is wellicht een belangrijke schakel voor een lekker muzikaal geluid.

Geef een reactie