in samenraapsel

Alle opgenomen muziek is voor een deel gladgestreken, perfecter gemaakt. Wanneer we muziek opnemen beginnen we ermee elk instrument een eigen kanaal te geven zodat we het geluid beter kunnen uitbalanceren, kunnen mixen zodat de drums of de gitaren de zang niet zullen overstemmen. Of we knallen wat galm over de stem zodat ‘ie wat minder in-your-face, droog/rauw klinkt. En wat compressie op de drums is “noodzakelijk” om de enorme dynamiek in te dammen. En ja, we doen ook compressie op de bas, op de zang, op eigenlijk alle instrumenten.

Auto-Tune

Zanglijntjes worden tegenwoordig qua toonhoogte strakgetrokken met behulp van de Auto-Tune of een soortgelijk stukje software. Niemand hoeft meer vals te klinken, zelfs al kun je geen noot zuiver je bek uit krijgen. Check Kanye, Jan Smit of het Happy-lied van Pharrell. Het is allemaal Auto-Tuned. Voor de komst van de Auto-Tune werden zanglijnen en langdurige sessies opgenomen net zolang tot alles super zuiver klonk. En elk vals nootje dat klonk werd ingeprikt, vervangen door een zuivere noot.

Jeps, zelfs punkmuziek wordt strakgetrokken.

Glenn Gould

Ook klassieke muziek wordt helemaal strakgetrokken. Diverse takes gaan aan een ultieme opname vooraf, waarvan de beste delen vervolgens aan elkaar gelijmd worden. Zelf time stretching wordt daarbij niet geschuwd.

Al in de jaren 60 bedacht Glenn Gould, ongeveer in dezelfde tijd als toen The Beatles besloten te stoppen met live-optredens, dat je maar beter met behulp van een bandrecorder alle goeie delen aan elkaar kon lijmen in plaats van je hoop te vestigen op die ene goeie live-opname. Glenn verafschuwde de live-uitvoeringen aangezien deze immers nooit foutloos waren. En dan te bedenken dat Glenn te naam stond als fabelachtig pianist. Zelf dacht hij er anders over…

De geluidstechnicus is ook een kunstenaar

We kunnen gerust stellen dat opgenomen muziek altijd virtueel is. Het is nooit een afspiegeling van een live-uitvoering. En je hoort dus niet zozeer de muzikanten als ook het vakmanschap van de geluidstechnicus die heel handig is in het editen van de muziek. Hoewel muzikanten vaak de eer krijgen, het is belachelijk hoe weinig credits engineers krijgen. Dit was al bij Glenn Gould en The Beatles het geval. Of neem een complexe track zoals Bohemian Rhapsody die zonder de mega complexe engineering nooit tot stand had kunnen komen. Ook dat is een kunstvorm. En vandaag de dag is editing eigenlijk allesomvattend, want vaak wordt er niets meer echt ingespeeld maar komt alles via samples en editing tot stand.

Te perfect of te imperfect?

De vraag hamvraag is helemaal niet of we iets gaan straktrekken want we doen dat allemaal. De hamvraag is: HOE VER gaan we in dat gladstrijken? Het is een vak apart. Een zeer belangrijk deel van Het Vak. Iets waar ik tot op de dag mee stoei, op een prettige manier, het slijpen van een rauwe diamant. Het vormen van een stuk muziek dat impact heeft en de juiste balans tussen perfectie en imperfectie in zich draagt. Want teveel gladstrijken en je houdt saaie muziek over. Echter, de tegenhanger, te rauwe muziek is ook niet altijd wat je wenst.

Waar en hoe we de balans leggen tussen perfectie en imperfectie is wat dit tot een ware kunstvorm verheft. Opgenomen muziek levert muziek op die in werkelijkheid, live, niet zo kan bestaan. We creëren het zelf, met de hand, geëdit precies op de scheidslijn tussen perfectie en imperfectie. Muziek als product, geleverd zoals de maker het wenst.

Of om Brian Eno te citeren middels een korte video:

Meer hierover zie: Brian Eno Explains the Loss of Humanity in Modern Music

(Peter bedankt!)

Geef een reactie

    • Ja hoewel live ook altijd achteraf nog gigantisch aangepast wordt. Bovenstaand voorbeeld is ook daar een goed voorbeeld van. De zang is niet lip-sync en achteraf dus flink gecorrigeerd.