in samenraapsel

Aan mijn dochter de vraag of ze Tim Hofman kende? “De broer van Roos, toch?” En dat we daar ’s avonds naartoe gingen. “Gaaf!”

Een avondje B-Unlimited gisteravond in de Bieb van Den Haag waar Tim sprak over zijn dichtbundel die in 1 week tijd uit het niets op tweede plek van de CPNB Bestseller 60 terecht was gekomen. Nog voor Judas. En dat met poëzie!

Tim vertelde dat ‘ie een paar jaar in Den Haag gewoond had. En dat ‘ie bezig was met De Parade voor aankomende zomer omdat je “zoveel met poëzie kunt.” Hij maakte er ondertussen gebaren bij alsof hij de tekst de lucht in duwde. Ik snap dat. Poëzie leent zich overal voor. Bijvoorbeeld met muziek erbij.

Een paar jaar geleden volgde ik een poëziecursus bij dichter-performer Harry Zevenbergen. Ik schreef tijdens die cursus ondermeer 4 korte verhalen Bij de Bakker en ik maakte een schrapgedicht:

schrapgedicht

In Utrecht
aan de keukentafel
schonk een in brons gegoten vrouw
thee voor heel Nederland

Met stifgedichten had ik al eerder ervaring opgedaan, bijvoorbeeld:
stiftgedicht: het jazzvuur in Nederland

het jazzvuur in Nederland
speelt vrijheid uit

 

Ik had er zelfs eentje op muziek gezet:

 

Dankzij taal kunnen wij bestaan,

scheppen wij een wereld die er anders niet zou zijn geweest.


Also published on Medium.

Geef een reactie

Reactie