in audioanalyse

Met de komst van de opnametechniek in de vorige eeuw probeerde men muziek in haar meest perfecte vorm vast te leggen. In plaats van een enkele liveopname voor publiek kon men hierdoor in de studio zoveel takes doen als men nodig had voor het vastleggen van de “perfecte” uitvoering.

Les Paul vond eind jaren 40 uit dat je met twee recorders stukje bij beetje een soort orkestje van gitaren en stemmen kon opnemen door de ene recorder op afspelen te zetten terwijl de andere recorder opneemt terwijl je er een andere partij bij speelt. Een soort audiopingpong. En Les verzon nog een revolutionaire truc, door op halve snelheid zijn partijen op te nemen klonken deze bij weergave op normale snelheid als razendsnel virtuoos spel:

De klassieke pianist Glenn Gould raakte in de 60-er jaren gefrustreerd van het geven van concerten. Nooit was de uitvoering naar zijn idee perfect terwijl hij die perfecte uitvoering wel in zijn hoofd hoorde. Hij stopte daarom geheel met het geven van concerten en was alleen nog maar in de studio te vinden. In de studio koos Glenn de beste delen uit en plakte de audiotapes daarvan aan elkaar om zo zijn perfecte uitvoering te creëren.

Met de komst van de multitrack-recorder midden jaren 50 werd het mogelijk om instrumenten spoor voor spoor verspreid over meerdere kanalen op te nemen. Hierdoor kreeg men nog meer controle over de muziek en klank. The Beatles met name waren ware pioniers op dit vlak. Hun muziek klonk niet meer als een live uitvoering maar als muziek die je alleen in een studio kunt maken. The Beatles stopten in dezelfde periode als Glenn Gould met het geven van liveoptredens vanwege eenzelfde argument. Het vormt een opvallend parallel tussen deze pioniers.

Vervolgens kwamen achtereenvolgend de drumcomputers, de polyfone (meerstemmige) synthesizers en de samplers op de markt en werden de partijen steeds vaker geprogrammeerd in plaats van door muzikanten ingespeeld. Hiermee werd de controle over het geluid ook steeds preciezer. Inmiddels is met behulp van de computer en de digitale techniek het spel van muzikanten totaal elastisch geworden. Zodoende kan de klankkeur achteraf, na opname, aangepast worden, kan de timing verbeterd worden en kan de toonhoogte onhoorbaar aangepast. Zelfs zanglijnen die behoorlijk vals klonken tijdens opname kunnen perfect in tune gemaakt worden zonder dat het publiek hoort dat de stem slechts een klankbron vormt voor een melodie die door de engineer geboetseerd is.

We kunnen stellen dat tegenwoordig elk geluid een bron kan zijn voor het maken van klanken die als muziek klinkt. Zo maakte ik een keer in opdracht van Disquiet Junto een muziekstuk dat als basis 1 sample had: een opname die ik maakte van een uitklontje in een glas. Dankzij de sampler en uitgebreide manipulatie tools kon ik uit die ene sample van slechts een paar seconden een heel muziekstuk persen:

Dankzij de complete controle over geluid kunnen we elk geluid produceren. Het levert een ongekende vrijheid op. We zijn hooguit afhankelijk van onze fantasie, kennis van geluid en de kunde om het te manipuleren. De kennis over hoe we geluid kunnen manipuleren neemt nog altijd toe. En daarmee ook de mogelijkheden en de tools die ons daarbij helpen. We kunnen als het ware steeds dieper inzoomen in het geluid en het aanpassen.

Het manipuleren van geluid lijkt grenzeloos. Het is niet gebonden aan een bepaalde stijl. Niet gebonden aan een bepaalde vorm. Het is neutraal van karakter, blanco. Als een wit scherm waar de schrijver in staart. Het daagt me uit.

Geef een reactie

Reactie