in samenraapsel

Jimmy Nolen

Hij was gisteren op TV, James Brown, Ned 3, de documentaire serie Up close.

James Brown moet niet lullen, maar zingen. Over zijn politieke voorkeur zullen we het dus maar niet hebben.

Slimme zakenvogel ook.

“25% entertainment, 75% business”

En geile muziek. Een bas die steeds maar weer ritmisch gaten laat vallen. Blazers die een vraag en antwoord spel spelen. Waanzinnig drumwerk. Geen klap te weinig, geen klap te veel. Met z’n allen in de vuurspuwende groove. Een gezelschap met de heetste pepertjes in hun reet.

So far so fantastic. Maar goeds, de kers op de taart voor mij blijft gitarist Jimmy Nolen. Zijn doorgroovende gitaarpartijen gingen bij mij het ene oor in en kwamen er nooit meer uit. Mijn muzikale DNA. Zijn ritmische swing gaf de James Brown band de drive. De lijm van de band.

Jimmy Nolen is uiteindelijk belangrijker voor mij geweest dan Jimi Hendrix. Nog altijd hou ik het meeste van ritme gitaristen. Van die knapen die een groove hoog kunnen houden. Want dat is ook mijn doel.

Tijd voor een voorbeeld van mijzelf (lees: je ken lullen tot je een ons weegt, maar spelen is toch beter) op mijn lekkere gitaar met mijn lekkere übergeile Vox WahWah-pedaal, doin’ that Nolen thang:

luister/download

Good god! Doing it to death.

Geef een reactie