Over de aard en het nut van creativiteit – Ilja Leonard Pfeijffer

Jaap Boots liet mij weten dat voor de 52-e Huizinga-lezing schrijver Ilja Leonard Pfeijffer in de Pieterskerk, Leiden, op 8 december 2023 een mooi betoog had gehouden over creativiteit.

Van deze lezing is een boekje gemaakt. Naast de lezing staat er een interview met Pfeijffer in en wordt achtergrondinformatie over de Huizinga-lezing gegeven. Ook is een levensschets neergepend van de man wiens naam aan deze lezingenreeks kleeft: Johan Huizinga.

Het spel

De omslag van het boekje bracht een lichte schrok bij mij teweeg qua lelijkheid. We zien een artificieel ogende graatmagere vrouw die piano speelt. Duidelijk een gevalletje AI “kunst”.

Het betoog van Pfeijffer vertrekt vanuit het bekende boek van Johan Huizinga uit 1938: Homo ludens. Het maakt de cirkel met de lezing rond.

Homo ludens gaat over de mens als spelend wezen. Huizinga stelt vier voorwaarden:

  1. Spel moet een vrije handeling zijn. “Bevolen spel is geen spel meer.”
  2. Spel heeft niets te maken met het normale leven, het onttrekt zich er juist aan.
  3. Het spel is belangeloos.
  4. Het spel speelt zich af binnen een bepaalde speelruimte.

Het is deze vrijheid en zorgeloosheid die wij allen, als het goed is, in onze jeugd hebben meegemaakt. Het is de ervaring van het spelende kind. En, als het goed is, spelen deze voorwaarden nog altijd een rol in ons leven. Zijn wij nog altijd dat spelende kind. Dit zijn mijn woorden.

Volgens Pfeijffer zijn het ook precies die vier randvoorwaarden waarin creativiteit zich kan openbaren. Zijn beroep als schrijver is niet belangeloos, maar Pfeijffer vertelt dat dit tijdens het schrijven, tijdens het spel, geen rol speelt.

Tijdens het schrijven heeft Pfeijffer zijn romanpersonages volgens eigen zeggen niet onder controle. Ze hebben een eigen wil. De karakters komen tot leven wanneer hij het decor voor het verhaal schept. Als schrijver moet je sowieso niet teveel willen, aldus Pfeijffer, die het gevoel heeft dat zijn karakters hem ingefluisterd worden. De schrijver als een doorgeefluik.

De roman beschouwt hij als een afgebakende ruimte waarin de karakters vanuit empathie vorm krijgen.

Creativiteit is de vonk die deze mechanismen in gang zet en de vaardigheid om zelf te verdwijnen uit het scheppingsproces en zich ondergeschikt te maken aan de logica van het spel. De verbeelding is empathie met de orde binnen de speelruimte.

Wetenschappelijke empathie

In een eerdere fase van zijn leven studeerde Pfeijffer Klassieke talen (Grieks en Latijn) aan de Universiteit Leiden en promoveerde op de archaïsch Griekse dichter Pindarus. Het maakt opnieuw de cirkel rond want de Huizinga-lezing wordt gehouden onder auspiciën van de Faculteit der Geesteswetenschappen van Universiteit Leiden.

In zijn laatste roman, een historische roman over Alkibiades, keerde hij terug naar dat wetenschappelijke verleden en beriep zich op vele bronnen uit de Griekse geschiedenis. Want: de feiten moeten kloppen.

Alleen ontbreekt het volgens hem in die bronnen aan de hamvraag: waarom deed Alkibiades wat hij deed?

Ze bieden geen informatie over zijn gedachten, gevoelens, beweegredenen, strategieën, wensen, teleurstellingen, aarzelingen of angsten. Maar daarover wilde ik het natuurlijk wel hebben. Dat is misschien wel het belangrijkste aspect van de roman. Dat onderdeel is dus noodzakelijkerwijs geheel en al fictief. Of, beter gezegd, ik heb als schrijver gebruik moeten maken van het wapen van de empathie, teneinde mij te verplaatsen in de beweegredenen en emoties van deze man die tweeënhalfduizend jaar geleden heeft geleefd.

Pfeijffer is van mening dat zijn verhaal klopt, dat het de waarheid vertelt ook al is het fictief.

Ik heb zo geconcentreerd, langdurig en intensief geluisterd naar Alkibiades gedachten dat hij bezit heeft genomen van mijn hoofd. Ik had bij tijd en wijle het gevoel dat ik een medium was. Ik weet zeker dat mijn weergave van zijn gedachten, strategieën, dromen en angsten de juiste is, omdat hij deze zelf aan mij heeft verteld. Hij sprak door mijn mond.

Het is een interessant punt dat hij hier te berde brengt, dat hij dichter bij de waarheid heeft kunnen komen dankzij zijn eigen fantasie. Volgens Pfeijffer moeten we buiten de kaders van de wetenschap durven te denken om empathie aan de dag leggen. En wat dat vergt? Je raadt het al: creativiteit.

Het kunstmatige spel

Zoals vrijwel iedereen hier op deze aardkloot begon ook Pfeijffer in 2023 te experimenteren met ChatGPT en andere generatieve chatbots. Het kon hem weinig bekoren maar als afgeleide stuitte hij op AI Image Generators. En dat raakte wel een snaar.

Hij beschrijft hoe fascinerend het is om via een text-prompt een plaatje te laten generen en te verfijnen. Op die manier kwam het dus zelfs tot een boekomslag voor deze Huizinga-lezing.

Generatieve AI levert volgens hem pure magie op. Het stochastische karakter (lees: toevalligheden, random functie) van de computerberekeningen zorgt volgens hem voor verrassingen omdat het niet telkens één beeld maar een hele reeks van beelden genereert. Vervolgens kunnen die beelden weer verder verfijnd worden door de tekst in de text-prompt aan te passen. Zodoende komt de schrijver tot iets dat hij niet van te voren had kunnen voorspellen.

Volgens Pfeijffer is dit precies hoe het proces van creativiteit verloopt. De schepper zet het proces in gang, maar het is de creativiteit die grotendeels voortkomt uit verrassingen waardoor de maker telkens weer zijn koers zal moeten bijstellen. Oftewel: de schepper heeft niet de volledige controle over het scheppingsproces, er komt altijd toeval bij kijken.

Doorgeslagen kapitalisme

In het laatste deel van zijn betoog grijpt Pfeijffer zijn kans om de universitaire wereld wat rake klappen uit te delen. Om kort te gaan: vroeger was het beter. De aangeboden lesstof vormde het vertrekpunt om tot iets nieuws te komen.

Onderwijs behoort geen corvee te zijn, dat kostbare fte’s kannibaliseert die ook voor onderzoek of fondsenwerving gebruikt zouden worden: onderwijs moet beschouwd worden als een integraal onderdeel van het creatieve proces dat wetenschappelijk onderzoek is. De interactie tussen onderzoek en onderwijs is de kern van de academie die ik heb liefgehad.

Inmiddels zijn onze universiteiten verengelst, iets dat de Nederlandse schoonschrijver tegen het zere been is. De universiteiten trekken volgens hem vele buitenlandse studenten aan vanwege het vele geld dat het oplevert.

Voor asielzoekers en andere arme immigranten stellen we kennis van het Nederlands verplicht, in de hoop miljoenen te kunnen besparen door diegenen die niet aan die voorwaarde voldoen hun sociale rechten te ontnemen, maar om de miljoenen te kunnen binnenharken van buitenlandse studenten zijn we bereid het Nederlands af te schaffen.

Het eigen economische gewin van de universiteit staat voorop. Maar Pfeijffer is fel:

Een universiteit behoort verliesgevend te zijn, of zij is geen goede universiteit.

Het verhoudt zich volgens hem ook slecht tot de creativiteit en de bijbehorende randvoorwaarden. Efficiency gaat ten kostte van het spel en vernauwt de spelruimte en tast de belangenloosheid aan waardoor per saldo de lol van het studeren afgaat.

Hierbij wil ik de kanttekening maken dat de positieve aspecten van AI zich ook altijd richten op de efficiency en het kapitalistische systeem dat erachter steekt. Als AI iets is dan is het voornamelijk een goed verdienmodel van zeer dubieuze techbedrijven (doel: werelddominantie) uit Silicon Valley.

Pfeijffer is niet te spreken over de tegenwoordige tijd waarin de consumerende mens ongelukkig gemaakt wordt zodat het nog meer gaat consumeren. Volgens Pfeijffer is er een paradigmawisseling nodig om ons vastgelopen systeem te vervangen. En dat vraagt om creativiteit.

Nu maar hopen dat dat nieuwe systeem niet juist slechter is dan het huidige. Van de politiek hoef je het niet te verwachten. En van de kunsten? Laten we het hopen!


Reacties

2 reacties op “Over de aard en het nut van creativiteit – Ilja Leonard Pfeijffer”

  1. De eerste klap is een daalder waard, Marco. Je bent in vorm, en dat is me al eerder opgevallen. Zodra de spelende mens wordt vervangen door de consumerende mens is er iets goed fout. Hmmm, er is dus iets goed fout, al veel te lang. Als je om je heen kijkt kom je die zuigkracht overal tegen. De blik wordt gevangen door de hypnotische kracht van beeldschermen, of ze nu mega-groot zijn op de muren van gebouwen of mini-klein of het formaat van een polshorloge. Je blik los maken van het ‘device’ is het devies en aldus ergens anders op richten. Diep adem halen en een stap vooruit maken, naar de plek waar het echte leven zich afspeelt. In de marge bijvoorbeeld.

    1. Marco Raaphorst avatar
      Marco Raaphorst

      Dank je Huub!

      Het dubbele is wel dat de scheppende mens de consumerende mens nodig heeft. Dit houdt de wereld in balans. Maar het is zaak om die balans in de gaten te houden.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.