Marco Raaphorst

muziek, geluid, verhaal

De mythe van de arme kunstenaar

Mythes. De werkelijkheid romantiseren. De werkelijkheid mooier maken. Vaak zijn het verkooppraatjes. Dat zie je nu ook met het begrip Storytelling gebeuren. Ik ben dol op goeie verhalen, maar wie gaan er met het begrip vandoor? Marketeers die dankzij Storytelling hun gebakkenluchtverhalen denken te kunnen aanscherpen.

Een vals verhaal kan toch nooit een geloofwaardig verhaal worden? Jawel want de meeste mensen willen maar wat graag geloven dat iets waar is. Daarom is er zoveel mythevorming en verafgoding.

De realiteit laat zich slecht grijpen en mythevorming gaat daar echt niet bij helpen. Eerder het tegenovergestelde zal het resultaat zijn. Het doet afbreuk aan de realiteit en kan miljarden mensen eeuwen lang in zijn greep houden, zo leert de geschiedenis ons telkens weer.

Ooit schreef ik al eens eerder een blogpost over een belangrijk mythe: ‘Klinken dure spullen echt beter?’

Maar een andere belangrijke mythe is die van de Arme Kunstenaar. Natuurlijk, Vincent van Gogh was zo’n arme kunstenaar die bij leven slechts 1 schilderij verkocht heeft. Zijn broer Theo was gedurende zijn hele leven zijn mecenas. De aanname is dat dankzij het geld van Theo, Vincent zijn kunstenaarschap optimaal heeft kunnen uitoefenen. Maar wat was er gebeurd als Theo dat geld niet aan zijn broer had gegeven en hem had verteld: “Kom op zeg, ga jij eens even je eigen geld verdienen!” Had Vincent zijn doeken dan aan de wilgen gehangen en was hij bijvoorbeeld predikant geworden? We weten het niet, het leven laat zich niet net zoals in de film Lola Rennt in een paar varianten vertellen. Maar grote kans dat Theo en Vincent in de mythe van de Arme Kunstenaar geloofden.

De kunstenaars uit mijn jeugd, Bach, The Beatles, Miles Davis, Steely Dan en ga zo nog maar een eind door, het waren geen Arme Kunstenaars. Toch geloofde ook ik in die mythe. Het verhaal van Van Gogh had immers een bijbelse kracht.

De mythe van de Arme Kunstenaar is handig om creatievelingen mee te ontmoedigen. Het beeld om te sterven zoals Van Gogh, wie wil dat nou? Het is de mythe die ook eeuwenlang (!) rond Michelangelo hing. Pas door toedoen van de Amerikaanse kunstprofessor Rab Hatfield die de bankrekeningen van Michelangelo analyseerde kwam in 2002 de waarheid naar boven dat het tegenovergestelde het geval was: Michelangelo was een multimiljonair die omgerekend naar de huidige maatstaven een vermogen van meer dan 35 miljoen euro zou hebben gehad! De kunstenaar leefde weliswaar spartaans, maar die keuze werd dus absoluut niet ingegeven door het vermogen dat hij bezat.

We moeten af van de mythe van de Arme Kunstenaar. Het is een vals verhaal dat mensen die creatief zijn weinig vertrouwen geeft in de toekomst. Het is heel gevaarlijk om in dat verhaal te geloven. En het is heel jammer om daardoor te kiezen voor iets dat meer voor de hand ligt. Te kiezen voor de veilige weg, een niet-creatieve weg. Om de lat juist niet heel hoog te durven leggen. Niet te kiezen voor iets dat misschien jaren aan toewijding kost. Zoiets als de Sixtijnse Kapel. De geschiedenis leert ons toch echt dat die toewijding vaak juist zeer ruim beloond wordt.

Geloof in jezelf broeders en zusters! Creativiteit for the win!

foto onder CC BY-SA: Antoine Taveneaux

Nederlander Eelco Grimm onderzocht 4,2 miljoen albums (!) op luidheid

Met de komst van de CD en de algehele digitalisering begonnen mastering engineers in de 90-er jaren het geluidsignaal steeds meer te verhogen in de hoop dat hun CD luider zou klinken dan die van de concurrentie. Een volkomen zot idee. Met het boosten van het geluidsignaal is in principe niets mis, elke muzikant maakt weleens gebruik van een compressor en een limiter. Maar het signaal alleen maar boosten om het geluid zo hard mogelijk te krijgen is een dom, achterlijk en gestoord idee. Waarom? Omdat het verschrikkelijk klinkt! Muziek moet dynamiek bevatten om het levendig te houden. Zo niet dan wordt het saai en verschrikkelijk pijnlijk voor de oortjes.

Gelukkig zijn er inmiddels maatregelen getroffen om die Luidheid Oorlog die 2 decennia lang de muziekwereld heeft geteisterd te bestrijden. Drie jaar geleden schreef ik daar al eens over. Met de komst van de EBU R128 Peak to Loudness Ratio norm is het hard gegaan. Zo zijn vrijwel alle online services inmiddels voorzien van een algoritme dat ervoor zorgt dat alle muziek op hetzelfde geluidsvolume zet. Dat geldt ondermeer voor YouTube, Spotify, Apple Music en TIDAL. Recentelijk heeft TIDAL dat uitvoerig laten onderzoeken. TIDAL wil de hoogst mogelijke kwaliteit bieden en werd juist opgericht om een nog hogere geluidskwaliteit dan Apple Music en Spotify te kunnen leveren (non-lossy). Maar is het aanpassen van het volume tussen nummers of albums dan wel gewenst?

De Nederlander Eelco Grimm, die ook betrokken was bij het ontwikkelen van de Europese uitzendnorm EBU R128, deed voor Tidal een onderzoek. Hij wilde de luidheid van muziek meten via de zogenaamde BS1770-4 methode. Deze methode houdt niet alleen rekening met de pieken in het signaal, pieken zijn immers tijdelijk, maar houdt rekening met de pieken èn de gemiddelde dynamiek in het signaal. Dat laatste maakt het uniek aangezien de methode rekening houdt met het menselijk gehoor (bepaalde frequenties ervaren we immers als luider ook al zijn ze niet harder in luidheid) en bovendien kan de dynamiek over lange tijd als ook over korte tijd gemeten worden. Hiermee krijgen we dus perfecte “inzage” in de luidheid van het signaal.

In samenwerking met TIDAL onderzocht Eelco 4,2 miljoen albums (!) op luidheid. Dit rapport is online te lezen/downloaden (PDF). De belangrijkste vraag die hij stelde is: moet TIDAL per nummer volumecompensatie toepassen, of moet dit voor een album als geheel worden toegepast? Als dat laatste het geval is zal een album dus altijd de verschillen in luidheid tussen de afzonderlijke nummers behouden.

Onderzoek leverde op dat het testpanel het liefst de verschillen in luidheid per album behouden ziet. Het album wordt dan in vergelijking met andere albums wel gecompenseerd, maar de onderlinge tracks niet.

De norm waar Eelco op uitkwam is -14 LUFS. Simpel gezegd betekent dit dat de gemiddelde dynamiek (LUFS) van een album op -14 dB onder 0 (de digitale grens, daarna treedt clipping immers op) mag liggen.

Een van de belangrijke adviezen die Eelco TIDAL gaf was:

Om clipping te voorkomen mag de geluidssterkte alleen verzwakt maar nooit verstrekt worden. Als het luidste nummer van een album zachter is dan het doelniveau (-14 LUFS), worden alle nummers van het album zacht weergegeven.

Albums die dus luid gemasterd zijn worden in volume flink verlaagd. Dat geldt voor het overgrote meerendeel van de 4,2 miljoen albums die onderzocht werden.

Recentelijk sprak Eelco uitgebreid over de EBU normering en zijn onderzoek voor TIDAL met Ian Shepherd in The Mastering Show:

Een interessant verhaal brengt Ian daarin ter sprake. Taylor Swift haar laatste album is veel te luid gemasterd, net als haar voorafgaande albums. Maar aangezien YouTube het volume net als TIDAL niet omhoog versterkt zorgt het compenseren van het volume ervoor dat nu de zachtste nummers op dat album juist nog zachter klinken. Op andere streaming services is dus hetzelfde het geval.

En podcasts dan?

De normering voor muziek is ronduit een verademing. Er is echter wel een probleem: je kunt die normering niet zonder meer toepassen op podcasts, op audio waarin met name gesproken wordt. Voor spraak is er sowieso meer dynamiek nodig dan bij muziek. Welke norm moeten we daarom toepassen op podcasts? Ik verwacht zo rond de -20 LUFS, maar onderzoek en internationale consensus hierover moet dat definitief gaan bepalen. Dat gaat de komende jaren echt gebeuren want de Luidheid Oorlog heeft geen enkele kans op bestaan meer. Of Taylor Swift het nu wil of niet.

Tot slot een plaatje van hoe meneer Michael Jackson in de loop van de jaren steeds harder ging klinken. Het is inmiddels geschiedenis, dat moge duidelijk zijn. Luidheid is genormeerd.

Soms zijn regels dus echt wel ergens nuttig voor…

toename in luidheid : 1991-1995-2007 (beeld: publiek domein/wikimedia)

De beste microfoon voor spraak (podcasting) en zang

Vaak krijg ik vragen over de spullen die ik gebruik. Wat mijn favoriete microfoon bijvoorbeeld is. Dat is een kwestie van smaak, beschikbaar budget en een grote dosis gezond verstand. Met name dat laatste, weegt voor mij het zwaarst. Er wordt immers zeer veel onzin verkocht. Vandaar onderstaande.

Eerstens, een foto van een 3-tal microfoons die ik gebruik:

Van links naar rechts:

  • een windscreen: het zwarte bolletje dat je over een microfoon doet zodat de wind die uit je mond stroomt de microfoon niet doet dichtklappen
  • een pop filter: een rond filtertje dat je voor de microfoon plaatst zodat de microfoon beter beschermd is tegen pop-geluiden (harde p-klanken met name)
  • de Shure SM57 dynamische microfoon
  • de Shure SM58 dynamische microfoon
  • de Joemeek JM57 condensator microfoon
  • een extra pop filter (in tegenstelling tot het exemplaar aan de linkerkant dat gemaakt is van metaal is deze van stof)

De beste microfoon voor inspreken en zang

TL;DR: de Shure SM57.

Als je zelf iets wilt inspreken of zingen dan is de keuze voor een microfoon vrij eenvoudig. Kijk bijvoorbeeld naar wat je 9 van de 10 keer bij liveoptredens zult aantreffen: een Shure SM58. Een relatief goedkope microfoon (+/-110 euro).

Wat je moet hebben als je iets inspreekt of gaat zingen is een microfoon die alleen het geluid van je stem opvangt zonder het geluid van het omgevingsgeluid erbij. De Shure SM58 doet dat en daarom zie je hem bij liveoptredens altijd. Bij een liveconcert is er zeer veel omgevingslawaai voor de zanger afkomstig van de drummer, de monitors, de bas, de gitaren enzo. En hoewel jij misschien denkt dat het in jouw kamer of studio een stuk stiller is, jij hebt een andere vijand: reflecties van de wanden. Als je in een kamer praat dan reflecteren de wanden het geluid alle kanten op. Een galmend geluid ontstaat en dat klinkt ronduit irritant.

Wat je nodig hebt is een microfoon met een nierkarakteristiek (cardioid). Zoals de Shure SM58. De Shure SM57 heeft ook een nierkarakteristiek en is net als zijn broer de SM58 dus uitermate koppig in het opvangen van het omgevingsgeluid. Fijn dus!

Het verschil tussen de SM57 en SM58 zit ‘m in het windscherm dat in de SM58 ingebouwd zit, verder zijn ze exact gelijk (zie ‘SM57 vs SM58’ op de Shure website). Dit houdt niet alle wind tegen, wel de meeste wind. In de praktijk vind ik daarom de SM57 een ietwat betere microfoon voor het inspreken en voor zang want ik combineer de SM57 met mijn favoriete windscreen en een popfilter. Dit neemt iets van de hoge tonen weg uit het geluid maar voorkomt dat je irritante bijgeluiden vastlegt in je opnames. Het verlies aan hoge tonen kan ik overigens in mijn editing-software eenvoudig bijregelen middels EQ. Het is iets dat ik altijd toepas, EQ. Welke microfoon ik ook gebruik.

Aanvullend voordeel: proximity effect

Een microfoon met een nierkarakteristiek (cardioid), een richtingsgevoelige microfoon dus,  heeft nog een ander groot voordeel: het proximity effect dat optreedt als je dicht bij de microfoon zingt of spreekt. Het proximity effect is het toenemen van de lage tonen in het geluid des te dichter je bij de microfoon komt. Hierdoor klinkt dit model microfoon heel intiem als je dichtbij de microfoon zingt of spreekt.

De SM57 en SM58 slaan hiermee 2 muggen in 1 klap:

  1. ze zijn ongevoelig voor omgevingsgeluiden en pikken alleen geluid op die uit de richting van de mond komt, hierdoor zullen reflecties in de ruimte (kamer of studio) meer op de achtergrond blijven
  2. vanwege het proximity effect hebben ze een fraai diep laag wanneer je dicht bij de microfoon zingt of praat en waardoor eventuele reflecties in de ruimte (kamer of studio) nog meer naar de achtergrond gedrukt worden

De (relatieve) onzin van dynamisch versus condensator

De Shure SM57 en SM58 zijn dynamische microfoons. Niet alleen zijn ze uitermate richtingsgevoelig, ze zijn ook nog eens minder gevoelig dan microfoons van het type condensator. Hoewel condensator microfoons de reputatie hebben transparanter te klinken is dit eigenlijk onzin als je naar de karakteristiek kijkt. Met een Shure SM57 kun je glasheldere opnames maken van stemmen en akoestische gitaren.

Een gevoelige condensator microfoon die ook nog eens rondom gevoelig is zal veel problemen geven. Met name voor zang en spraak aangezien het omgevingsgeluiden en reflecties van de ruimte ook zal oppikken. Dit type microfoons is prima te gebruiken voor andere doeleinden maar voor inspreekwerk en zang adviseer ik een richtingsgevoelige microfoon. Eentje die juist ongevoelig is voor omgevingsgeluiden en vrijwel alleen de stem oppikt.

De onzin van een reflectiescherm

Tegenwoordig zie je steeds vaker dat men gebruik maakt van een reflectiescherm. Zoals bijvoorbeeld te zien is in de video Booth Junkie:

still uit video van Booth Junkie

Het is een scherm dat de microfoon beschermt tegen het oppikken van geluiden van achter en naast de microfoon. Maar het beschermt de microfoon niet tegen het oppikken van geluiden vanaf de richting waar de microfoon het meest gevoelig voor is: de kant waar je hoofd zich bevindt. Een kussen achter je hoofd leggen heeft WEL zin maar zo’n reflectiescherm? Koop het niet, het effect ervan is zeer gering tenzij je een rondom gevoelige microfoon gebruikt die dus ook aan de achterkant en zijkanten veel geluid oppikt. Maar zoals ik boven al schrijf: ik raad zo’n microfoon eigenlijk af voor zang en spraak.

En de Shure SM7B dan?

De Shure SM7B is een veel gebruikte microfoon voor zowel spraak/radio als zang. Zijn voorganger de SM7 (voorzien van een kleiner windscreen) werd bijvoorbeeld door Michael Jackson gebruikt op het legendarische Thriller album. De capsule die in de SM7/SM7B zit is dezelfde als die van de SM57/SM58. Dus in de basis is de klank gelijk. De SM7B is wel bijna 4 keer zo duur. Wat rechtvaardigt de prijs? Het ingebouwde windscreen.

De SM57, de goedkoopste van het 3-tal, heeft geen ingebouwd windscreen. De SM58 heeft een eenvoudig windscreen en de SM7B heeft het meest complexe windscreen.

Iemand die heel bekend is en de SM7B gebruikt is Marc Maron van de WTF-podcast. Hij gebruikt er 2 voor al zijn interviews.

Hoewel het windscreen van de SM7B erg goed is, het houdt niet alle windgeluiden buiten. Daarom blijf ik bij mijn keuze voor de beste microfoon voor zang en spraak: de Shure SM57. Het ding is super goedkoop. Combineer deze met een goed windscreen en/of pop filter en je kunt er werkelijk alle kanten mee op.

P.S. de beste microfoon voor spraak en zang is niet gelijk de beste microfoon voor interviews. Waarom dat zo is bewaar ik voor een volgende keer.

Zal dit aanslaan?

Het is dodelijk om te denken, wanneer je iets maakt: “zal dit aanslaan?” Dat weet je namelijk nooit, tenzij je een beproeft concept gebruikt. Dan doe je iets na. Maar als je juist origineel je eigen gevoel volgt is die vraag een killer.

Je kunt die vraag stellen bij elke stap die je zet. Bij elke noot die je speelt. Elk woord dat je kiest. Elk geluid dat je ontwerpt. Je kunt maar beter denken dat, omdat jij het prachtig vindt een ander dat misschien ook zal doen. Maar je maakt je niet afhankelijk van die ander. Je bent slechts afhankelijk van je eigen gevoel. Dat is de sleutel naar vrijheid. Jouw raadgever in de zielskunst. Je zet de buitenwereld uit.

En in dat uitzetten van de buitenwereld kun je heel ver gaan. Denk bijvoorbeeld aan de boeddhistische monnik Thích Quảng Đức die als vorm van protest tegen de Zuid-Vietnamese regering zichzelf op 11 juni 1963 in Saigon op straat in brand stak. Het vuur had geen enkel invloed op zijn innerlijk gevoel. Hiermee leerde Thích Quảng Đức ons wat realiteit werkelijk is: een illusie.

foto Malcolm Browne (publiek domein, zie Wikipedia)

P.S. De foto is wereldberoemd. Zo gebruikte de band Rage Against The Machine deze foto een kleine 30 jaar later als hoesfoto.

Zo sneu: Hans Vermeulen is overleden!

Vroegah: Wouldn't You?

Het is 1990 en met componist, gitarist, zanger Quintus Kessler (RIP) begin ik twee bands: Xangô en Wouldn’t You? De eerste is bedoeld voor in de kroeg, een Braziliaanse band. De tweede focust zich op studiowerk. Quintus is in het bezit van een Atari 1040ST computer en een heel rack aan synthesizers, samplers en drummachines. In Studio BGM in Voorburg nemen we met mijn vriend en technicus Conno van Wijk een demo met 3 tracks op. We laten een serie kopieën op cassette maken met een zwart wit hoesje er omheen.

De demo willen we voorleggen aan een producer. Maar wie? Quintus weet het niet maar ik wel: Hans Vermeulen. Quintus heeft zo vanaf zijn 13e de hele wereld over gezworven en heeft ondermeer een paar jaar in Rio de Janeiro gewoond. Logisch dus dat je dan totaal niet op de hoogte bent van het Nederlandse muziekcircuit.

Het kostte weinig moeite om een afspraak met Hans te maken. Een afspraak die bij hem thuis in Bussum plaatsvindt. In de woonkamer hangt een parachute als plafonddecoratie. Quintus en ik spreken over onze liefde voor Steely Dan, Braziliaanse muziek en onze plannen. Hans vertelt dat er geen volk is dat muzikaler is dan het Braziliaanse volk. Vanwege het harmonische vernuft en de ritmiek. En zo is het!

Hans zijn muziek is mij bekend. Zijn True Love That’s A Wonder (met die Wonder-lijke taalfout) en The Eyes of Jenny. En ik ben een groot liefhebber van zijn geweldige stem en zijn gelikte producties. Vandaar mijn voorkeur voor hem als producer.

Tijd om de demo te beluisteren. We lopen naar zijn werkkamer waar een geluidsinstallatie staat. Hans zit dicht op de boxen en wij zitten een paar meter achter hem. Tussen ons in staat een soort uitgeholde boomstam die als mega asbak dient. De cassette wordt zonder onderbreking in één keer beluisterd. Drie eigen nummers van Quintus en mijzelf. Een lied wordt door mij gezongen, Quintus zingt er twee. Het hoofd van Hans schudt ritmisch wat op en neer tijdens het luisteren. Als nummer drie Letters Without End is afgelopen, draait Hans zich om en spreekt de legendarische woorden: “Dit vind ik te gek, dit wil ik wel produceren!”

Vervolgens zien we Hans af en toe bij ons in de studio. De studio bevindt zich in een achterruimte van coffeeshop Miami in de Zoutmanstraat, Den Haag. Hans luistert naar de nieuwe dingen waar we mee bezig zijn. Het is altijd genieten als Hans langskomt. Hij straalt rust uit en vertelt prachtige verhalen over muzikanten en Nederlandse studios.

Helaas loopt mijn samenwerking met Quintus niet zo gesmeerd en ik besluit om ermee te stoppen. Tot een platendeal met een originele productie van Hans Vermeulen komt het niet.

Een paar jaar later zit ik met de Tilburgse band MAM in de studio. We zijn op zoek naar een nieuw label en hebben wat muzikaal advies nodig. Ik stel voor om Hans te bellen. Hij luistert naar onze muziek in de studio. Maar hij kan er volgens mij weinig mee, MAM wijkt teveel af van zijn muzikale focus. Kort daarna vertrekt Hans voor onbepaalde tijd naar Thailand. Nog een keer of wat kom ik hem tegen in Cafe De Bieb waar hij optreedt. Ik woon in die tijd letterlijk om de hoek in de Bilderdijkstraat. Af en toe spreek ik met Inge af, de -ex vriendin van Quintus. Zij heeft door de jaren heen een vriendschappelijk contact met Hans onderhouden.

Via Facebook heb ik af en toe contact met Hans. Op een dag zie ik op zijn profiel dat hij besloten heeft weer wat muziek te gaan maken. Hij heeft er zojuist nieuwe software voor aangeschaft: Reason. Met dit pakket werk ik ook, al jaren. Ik kan ermee lezen en schrijven en vertel Hans dat hij mij altijd om hulp kan vragen. Een paar maal doet hij dat. Mede hierdoor kom ik ook in contact met zijn zoon Tim die ook met Reason werkt. Tim en ik wisselen af en toe wat muzikale ideeën uit. Er ontstaat een voorzichtige samenwerking (zie noot).

En dan plotseling overlijdt Hans. Vandaag 9 november 2017. 70 jaar oud. Zo triest.

Rust zacht lieve man.

(en doe Walter Becker de groeten van me!)

foto onder CC BY: Jos de Gruiter

Noot: de samenwerking met Tim Vermeulen resulteert in een gitaarpartij die ik voor de track Till That Day van Tim Treffers inspeel. Luister via Spotify:

Twitter 280

Twitter is van een beperking per tweet van 140 karakters naar 280 karakters gegaan. 280 karakters zijn nog altijd veel te weinig voor goeie communicatie. Elke DM app op je telefoon kan een (theoretisch) oneindig aantal woorden aan. Waarom Twitter die limiet dan nog zo lollig vind, ik snap hem niet.

En die chinezen maar lachen… man wat kunnen die een hoop tekst in slechts een paar karakters stoppen! Dat terzijde.

SMS heeft een begrenzing. Dat heeft met de kosten te maken. Een SMS kan maximaal 160 tekens bevatten (inclusief spaties), wil je er meer dan betaal je de kosten voor 2 of meer SMS-en. Twitter heeft jarenlang ook via SMS gewerkt. Maar het gros van de mensen heeft daar nooit mee gewerkt. Waarom Twitter dan autistisch vast bleef houden aan die ongelofelijk beperkende limiet, het is mij een raadsel. Door die korte tweets krijgen mensen om de haverklap ook ruzie met elkaar op Twitter omdat de nuance in een tweet altijd ontbreekt. Slechte communicatie krijg je door verstorende factoren. 140 karakters is er een van. Nog ff en Trump was een kernoorlog begonnen omdat hij zijn tweet moest inkorten…

Een tijdlang maakte ik gebruik van Mastodon, een open source Twitter-achtig systeem, dat een limiet van 500 karakters kent. In de praktijk leverde dat geen problemen op. Het voelde echt als Twitter omdat de meeste gebruikers korte toots (zo heet dat bij Mastodon) versturen. En die gebruikers lopen niet tegen het zotte probleem aan dat als je 141 karakters gebruikt ergens een woord moet gaan veranderen…

Dus ja, die 280 karakters zijn mega super welkom, maar het zijn er niet genoeg.

Shit nummers en shit zang

De laatste keer dat ik met een andere gitarist speelde was in 1990. Ik had mijn HEAO studio er voor aan de wilgen gehangen. En nu, 27 jaar later, stond ik in een oefenruimte in Scheveningen ineens hetzelfde te doen. Dat beloofde wat! Alleen maar eigen nummers, zo was besloten. En ik wilde zingen.

Gisteren, vijf repetities later, heeft de andere gitarist er de brui aan gegeven. Het ontbrak hem aan motivatie om toegewijd de tijd op te brengen om met de eigen nummers aan de slag te gaan. Ik zag het met hem heel erg zitten. Pijnlijk jammer dus!

Direct dacht ik dat het aan die shit nummers lag. En aan die shit zang van mij. De gitarist zei dan wel “het is puur persoonlijk en heeft niets met jullie te maken” maar wilde ‘ie ons/mij niet gewoon sparen?

Fuck it! De schaamte bestrijden, daar is het allemaal mee begonnen. Ik weet nog hoe Quintus vlak voor een optreden in De Pater in mijn oor riep: “kijk die mensen staan voor het podium maar wij staan EROP!” Met knikkende knieën op het podium staan, met een klote gevoel het podium verlaten, de twijfel, de angst, het hoort er allemaal bij. Daar is maar 1 antwoord op mogelijk: 

… and we don’t care!

Terug bij af. Alles is mogelijk. Let maar op!

Van praten naar zingen

Een paar jaar geleden nam ik een tijdje zangles. De zanglerares vertelde dat wie een mooie praatstem heeft ook een mooie zangstem kan ontwikkelen. Je hebt tenslotte maar 1 stem. Praten gaat automatisch maar zingen niet, dus daar moet je hard voor werken. Het kost meer lucht en meer beheersing van de stembanden. En zuiver zingen is ook een behoorlijke uitdaging.

Zelfs ervaren zangers kunnen soms vals zingen. Om niet vals te zingen moet je niet alleen je eigen stem beheersen maar je stem ook goed kunnen horen. Dat gaat soms in live situaties mis. Als de zanger zijn eigen stem niet goed hoort kan hij zijn stem ook niet goed tunen.

Een stem zweeft trouwens altijd een beetje in toonhoogte. En dat is prima, want we houden allemaal van die lichte zweving in het geluid. Een starre strakke toon zoals een Auto-tune die kan genereren klinkt als een robot. Het effect wordt tegenwoordig veel geapprecieerd maar ik vind het vaak te levenloos klinken.

Er zijn vele manieren om te zingen. Krachtig en theatraal zoals Maria Callas. Zacht zoals João Gilberto. Breekbaar zoals Elliot Smith. Bijna gesproken zoals Serge Gainsbourg. Omfloers zoals Eefje de Visser. Schoor en vervormd zoals Tom Waits. In het Cockney zoals Baxter Dury. Tussen rappen en zingen in zoals Ghostpoet. Of roepend zoals Sleaford Mods.

Wat je met je eigen stem kunt bereiken heeft natuurlijk te maken met de beperking van je eigen stem maar minstens evenveel met de hoeveelheid tijd die je overhebt om je stem te trainen. Het allerbelangrijkste is denk ik de vraag: hoe wil je klinken?

Die laatste vraag stel ik mijzelf nu ook.

Hoe de geest in de muziek rondwaart

Met de uitvinding van de fonautograaf in 1857 bleek geluid zich te te bevriezen zoals het ooit klonk. Het geluid dat altijd als vergankelijk werd een soort boek, een document van geluid.

De sampler

Tijdens mijn jeugd kwamen de eerste samplers op de markt. Je riep “oh” in de microfoon en vervolgens kon je dat als een smurfenorkest uit de sampler laten klinken. Rappers stopten hun favoriete swingende grooves van ondermeer James Brown in de sampler. Zo vanaf het stoffige vinyl met een ouwe naald. Sfeerverhogend en nooit uit op perfectie. Het doel heiligde alle middelen voor de rappers. Helaas roken de advocaten geld en werd samplen bestempeld als een vorm van jatwerk. Wanneer ik een foto van een schilderij maak heb ik dan dat schilderij ook gejat?

Wat DJs doen wordt niet beschouwd als jatwerk. De platen van anderen met elkaar mixen en daar filters op loslaten. Sommigen gebruiken de beat van de ene plaat om onder de andere te leggen, 100% vergelijkbaar hoe dat in Hip hop altijd werd toegepast. Het is een traditie die ouder is dan Hip hop en teruggaat naar de jaren 60: Dub muziek. Door met behulp van 2 platenspelers en een echo-apparaat kun je een song in lengte gaan oprekken door deze steeds opnieuw vanaf een bepaald punt opnieuw te starten voordat de zang begint. Dubmuziek legt de nadruk op het ritme, de bas en de drums.

Zowel Hip hop, DJ muziek als Dub muziek leunen dus voor grotendeels op opgenomen muziek. Het is een herbewerking van het bestaande.

Maar laten we deze copyright discussie maar even voor wat het is. Het feit dat je muziek eenvoudig kunt afspelen via een drager is een nieuw instrument gebleken. De sampler is eigenlijk niets anders dan een opname- en weergavetechniek die de opname/sample op verschillende toonhoogtes kan afspelen.

Kleurloos digitaal

Inmiddels is de computer, inclusief de smartphone en de tablet, het apparaat om iets uit het verleden mee te reproduceren. Dit is onze moderne sampler. En de computer kan nog iets anders: het nabootsen van patronen en klanken middels algoritmes en presets. De klank van vroeger. De klank van een ouwe viool. De klank van het drumstel van Ringo Star met theedoeken over de trommels en een Fairchild limiter op de mix terwijl de ruis van de analoge bandrecorder er dwars doorheen klinkt. Het is een stel computer berekeningen om van input naar output te komen.

Daarmee is de computer een tijdsmachine te noemen. Het maakt geen onderscheid tussen oude en nieuwe klanken. De computer is immers neutraal. Voer de computer met een opname en de computer kan het geluid daarvan omzetten naar iets anders. De klank van vroeger bijvoorbeeld, we zijn er dol op. Net als de warme analoge filters die in fotografie en film veel toegepast worden. Het brengt sfeer daar waar digitaal kleurloos en neutraal is.

Als een blank canvas daagt digitaal uit tot vervorming, oneffenheden, ruis, kleuring et cetera.

Hauntology

Het is de Franse filosoof Jacques Derrida (de Britse band Scritti Politti maakten ooit een lied dat zijn naam draagt) die in zijn boek Spectres of Marx uit 1993 de term Hauntology introduceert. Jacques constateert dat een geestesverschijning evenveel met het heden als met het verleden te maken heeft. En de persoon die de geestesverschijning “ziet” behoort daarmee evenveel tot het verleden als het heden. Het is een paradoxaal verschijnsel dat de tijdelijkheid in alles laat zien.

Kortom: het verleden in het heden.

Het omgekeerde geldt ook. Muziek die klinkt als De Toekomst. De synthesizer was het geluid van de toekomst maar wie nu een oude synth hoort, hoort inmiddels een gedateerde klank. Technologie maakt van ons allemaal geesten. Alles wat we nu doen kan ooit weer opgeroepen worden.

Dankzij de opgenomen muziek, de sampler, de computer, kunnen we geest in de fles stoppen en deze er op elk moment weer uithalen. Exact zoals het ooit was, zoals het ooit klonk. De klank, inclusief kraak, ruis, het gevoel van Toen.

Voor de komst van de sampler klonk muziek Modern wanneer je gebruik maakte van een nieuw muziekinstrument, de polyphone synth bijvoorbeeld die ook pas tijdens mij jeugd op de markt kwam (kun je nagaan hoe nieuw dit allemaal is!). Nu door sampling en de computer halen we juist het oude terug. Dankzij de computer slaan we een brug met ons verleden. Kunnen we het verleden oproepen en stelt het ons in staat om alle patronen uit de muziekgeschiedenis op te roepen. Alle geluiden uit het verleden staan tot onze beschikking. En omdat we het verleden koesteren, roepen we maar wat graag de imperfectie uit het verleden op. En wordt het verleden even belangrijk als het heden.