Getest: Loop gehoorbescherming

Ik maak me veel zorgen over gehoorbescherming. Als ik mijn oren niet zou beschermen, kan ik geen serieus geluidswerk doen. Geluid bij concerten is vaak veel te hard, dus ik draag altijd gehoorbescherming. Ik heb Dubs oordopjes enkele jaren gebruikt. Onlangs hoorde ik over Loop earplugs. Ze zijn gevestigd in Antwerpen.

Loop bood me aan om me een voorbeeldset te sturen. Als ik ze goed vond zou ik erover schrijven.

Ik heb ze gebruikt tijdens een concert afgelopen zaterdag van Maceo Parker die optrad in Paard, Den Haag. Het geluid was niet echt hard maar nog steeds te luid voor mij. Ik deed de oordoppen al voor het concert in. Ik kon zonder problemen met mijn vriendin praten. Ik denk dat het zelfs makkelijker is om een gesprek te voeren met oordopjes in een luide omgeving. Het enige vreemde van alle oordopjes is dat je jezelf een beetje “in je hoofd” hoort praten.

Toen Maceo en zijn band begonnen te spelen klonk alles meteen geweldig. Ik had het gevoel dat alle frequenties gelijkmatig verlaagd werden in luidheid (20dB). Gewoonweg fantastisch dus!

Tijdens het concert probeerde Maceo het publiek een beetje mee te laten zingen. En dat heb ik ook gedaan. Grappig, want: omdat je jezelf “in je hoofd” hoort zingen is het makkelijker om zuiver te zingen.

Tijdens het concert voelde het echt natuurlijk aan, luisterend met deze Loop oordopjes. Ze zitten super comfortabel in de oren en worden geleverd in memory foam en siliconen dopjes in twee maten. Ik heb kleine oren, dus ik heb de kleinsten gebruikt en ze zitten geweldig. Ze zien er ook geweldig uit en zijn in verschillende kleuren leverbaar:

Deze Loop gehoorbeschermers zijn dus blijvertjes. Check als je geïnteresseerd bent: loopearplugs.com

UPDATE: Ik ontving een reactie van Loop nav mijn opmerking dat je jezelf “in je hoofd” hoort praten of zingen:

Het probleem is dat je je gehoorgang afsluit, en dat het geluid van je stem dus niet gemakkelijk naar buiten kan en dus blijft weerklinken. Dit kan je vermijden door de ruimte in je gehoorkanaal kleiner te maken en dus door een langere eartip te kiezen. Maw, als je de foam eartips gebruikt, zal je hier minder last van hebben.

Wat is popmuziek?

Popmuziek laat zich best lastig duiden. Het is populaire muziek, da’s zeker, maar ook de veel minder populaire popmuziek draagt de kenmerken ervan in zich en klinkt als popmuziek. Dus wat is het dan wat popmuziek als popmuziek doet klinken?

Popmuziek kenmerkt een liedvorm van slechts een paar minuten waarin coupletten en refreinen de basis vormen. Het refrein moet makkelijk in het gehoor liggen, een meezing karakter hebben, en moet op herhaling ten gehore worden gebracht. Het hele lied staat in het teken van dat refrein, bouwt de spanning er naartoe telkens op, zodat de luisteraar naar het refrein gaat verlangen. Met telkens de inlossing van die spanning als resultaat, op herhaling. Een spelletje voor ons gehoor op basis van spanning en ontspanning. En met een oorwurm tot gevolg; een refrein dat men niet meer uit de kop krijgt.

Goeie popmuziek kenmerkt zich door de moderne klank ervan. Deze is vaak voorzien van unieke geluidjes die de aandacht trekken. Popmuziek leunt sterk op nieuwe muziekinstrumenten, nieuwe klanken en nieuwe opnametechnieken. Popmuziek heeft kunnen ontstaan dankzij de uitvinding van de elektrische gitaar en de elektrische bas die samen met het drumstel het standaard arsenaal van zowat alle popsongs vormt. Maar daar vanuit is men het arsenaal aan instrumenten blijven vernieuwen. De elektrische gitaar werd voorzien van pedalen om het geluid te verrijken (neem de Fuzzbox van Satisfaction van de Stones bv) en de bas werd in de 70-er jaren vaak ingewisseld voor een vet klinkende synthesizer. En het drumstel werd regelmatig vervangen door drumcomputers die nieuwe geluidsmogelijkheden en ritmepatronen boden. Hoewel ritme, harmonie en melodie de basis vormt van alle popmuziek, die heilige drie-eenheid voorzien van nieuwe geluiden lijkt een onbegrensde schat aan mogelijkheden te bieden. Hierdoor doet de muziek voor het publiek als nieuw aan.

Popmuziek maakt graag gebruik van machines. Dat het ook machinaal klinkt is geen probleem voor popmuziek. Sterker nog: het artificieel geluid van drumcomputers, synthesizers en stemvervormers (Autotune en dergelijke) geeft popmuziek juist een futuristisch karakter.

Voor volksmuziek, jazz en klassiek geldt precies het tegenovergestelde: het moet echt zijn. Gespeeld door echte muzikanten, maar voor popmuziek geldt dat in zijn geheel niet. Als het hele liedje uit een computer komt is dat geen enkel probleem voor popmuziek. Sterker nog: des te artificiëler de popmuziek, des te moderner ze bevonden wordt.

Dankzij nieuwe synthesizers en drumcomputers kon het geluid van popmuziek zich blijvend vernieuwen de afgelopen decenia. De overgang van monofone synths naar polyfone synths heeft een ongekende impact gehad op het geluid van popmuziek. Maar ook de overgang van analoge synths naar digitale en nieuwe synthese methodes om geluid op te wekken, te filteren en te vervormen zorgde steevast voor nieuwe klanken in de popmuziek. Zo ook de ontwikkeling van drummachines, die van puur analoog naar gesamplede versies een enorme impact op popmuziek heeft gehad. En de impact van de computer als muziek en opname-instrument is natuurlijk ook ongekend groot.

De laatste jaren staat de ontwikkeling een beetje stil en zijn de softwarefabrikanten voornamelijk bezig om de oude geluiden uit het verleden binnen het digitale domein mogelijk te maken. De popmuziek van tegenwoordig leunt met name op de goeie geluiden uit het verleden. De vernieuwing zit ‘m tegenwoordig daarom vaak in de nieuwe combinaties ervan, nieuwe samenstellingen die het geheel modern laten klinken. Doormiddel van sampling hoeft het verleden niet retro te klinken maar kan het juist een moderne versie van dat verleden worden. Oude funk grooves kunnen nog strakker gemaakt worden. Of dankzij filtering kunnen allerlei grooves en samples gemengd worden zodat nieuwe klanken onstaan.

De digitalisering stelt ons in staat om het verleden terug te halen, in de vorm van een sample, of als geluidseffect. Maar alleen de goeie popmuziek weet dat verleden een twist te geven waardoor het in plaats van retro en oubollig ineens modern en als nieuw klinkt.

Popmuziek klinkt modern en ruikt naar de grote stad want zonder stroom, geen popmuziek. Popmuziek is populair omdat het makkelijk in het gehoor ligt. Iedereen kan het meezingen. En zodoende vormen liedjes aanknopingspunten voor bijzondere herinneringen in de tijd. Weten we nog waar we waren of wat we deden toen we een nummer voor het eerst hoorden. Het lied verankert onze herinnering in tijd. En juist daarom moet popmuziek uiterst modern klinken.

Dus om kort te gaan: popmuziek moet klinken als NU! Zodat we er een gebeurtenis aan kunnen verbinden.

De podcastregeling van de BUMA blijkt een farce te zijn

Een poos geleden blogde ik over de podcastregeling van de BUMA. Hoewel ik de BUMA normaliter beschouw als een aartsconservatieve club vol geldgraaiers was ik nu plotseling even positief geworden over hun podcastregeling. Helaas kwam de afknapper vanmorgen. DJ Michiel Veenstra tipte me erover via Twitter:

Het leek erop dat de BUMA namens alle betrokken auteurs en labels handelde, maar dat is niet het geval. Wie wil podcasten moet radio maken op een manier zoals het 100 jaar geleden ook ging: door toestemming te vragen aan alle rechthebbenden!

Een fokking schande! Zo kan het nooit wat gaan worden met de podcast in Nederland! Waarom mag elke DJ in Hilversum voor de radio elke plaat opleggen en draaien terwijl wij podcasters gelijk een jurist in de arm moeten nemen? Innovatie wordt zo in Nederland weer flink de nek om gedraaid.

Michiel heeft zijn podcast na aflevering 2 moeten staken omdat hij dus gedonder kreeg vanwege de rechten. Kom aan jongens, het is godverdegodver al 2018 hoor! Nederland MOET vooruit. Wat voor radiomakers geldt moet voor ons podcasters ook gelden. Ga die fokking rechten regelen BUMA!! Of hef jezelf op! Maar ga innovatie NIET in de weg zitten!

Filosoof Tomas Serrien over de muzikale betrokkenheid

Op De Correspondent las ik:

Muziek. Een uitlaatklep voor velen, maar een raadsel in haar werking. Filosoof Tomas Serrien (1992) deed er onderzoek naar en overwoog nog even om een leeg boek te publiceren.

En De Correspondent publiceerde het gesprek tussen Lex Bohlmeijer en Tomas Serrien:

Het is een interessant gesprek, waar ik nog wel wat op wil aanvullen.

Geluid prikkelt de hersenen en spreekt direct ons gevoel aan. Als we niet kunnen zien, we lopen bijvoorbeeld in een bos, dan is het geluid de trigger of we ons angstig zullen gaan voelen of niet. Bij dieren werkt dit precies zo. Dus op de vraag: kunnen dieren ook ontroert raken door muziek? Ik denk van wel omdat geluid het gevoel aanspreekt.

Muziek bestaat uit geluiden waarin we vaste patronen herkennen. Door toonhoogte verschillen, melodie en harmonie. Door timing verschillen in een vast metriek, ritme. Dat herkennen moet ons geleerd worden. We moeten leren muziek te herkennen. Daarom is het zo doodzonde dat in ons onderwijs muziek niet langer een rol speelt. Een schande!

Op herhaling gaan we wennen aan bepaalde muziekstukken. Op herhaling naar iets luisteren doet ons deze patronen beter herkennen. Wie zegt “wat een bak herrie” is vaak niet in staat om de patronen te herkennen, voor hem of haar klinkt het als een soort willekeur, als ruis.

Daarom lijkt zoveel muziek op elkaar. De ordening ervan volgt immers vaste patronen, zo niet dan vinden we het geen muziek. Onze westerse muziek wordt gevormd door 12 verschillende noten, letters zo je wilt. Natuurlijk zoeken muziekkunstenaars de grenzen daarvan telkens op, het blijft noodzaak om te komen tot patronen. Chaos, randomness is wat het is: pure willekeur. De componist en/of uitvoerder ordent de muziek. En ook geluid, klankkeur, zorgt ervoor dat de mogelijkheden van de 12 noten aangevuld worden. De naam klankkleur zegt het al, het brengt kleur aan in klanken. Daarom kan een bekend patroon toch ineens een nieuwe klank krijgen. En ook in klankkleur zien we de patronen terugkomen. Zo zijn onze oren gewend geraakt aan de samenstelling van de instrumenten in een orkest, de diepe basdrum van een 808 drummachine, het vervormde geluid van een elektrische gitaar en zo verder. We herkennen muziek en klanken zoals we beelden, objecten, mensen en teksten herkenen en onthouden.

Pure herkenning voor onze hersensen. Met een stukje uitdaging erbij: het herkennen van nieuwe patronen, of dwarsverbanden, relaties tussen noten, tussen klanken. Een spelletje met de hersenen dus. En daarom zo verslavend.

Patronen herkennen heeft onze focus als mens. Het is hoe wij mensen in elkaar steken. We moeten immers herkennen wat een deur is, wat water en vuur is. We navigeren via wegen die ergens naartoe leiden. Medici proberen verbanden te zien, patronen te herkennen, tussen leefstijl en ziektes, tussen erfelijkheid en ziektes. Behandelmethodes zijn patronen. De maaltijden die we eten, patronen. Als we ergens een patroon in herkennen dan bestaat het ineens voor ons. Zo leerde ons moeder ons ooit dat er een jou en een mij is. Je onthoudt vervolgens de patronen. Dat doen je hersenen natuurlijk, geheel onbewust.

Muziek is een spelletje met onze hersenen. Onbewust gaan onze hersenen op zoek naar de patroontjes in de muziek. Daarom is het zo lastig om je af te sluiten voor muziek. Je zult letterlijk de oren moeten afdekken. De hersenen gaan immers altijd door. En ik vermoed zelfs tijdens de slaap!

Zoiets dus.

Nederlander Eelco Grimm onderzocht 4,2 miljoen albums (!) op luidheid

Met de komst van de CD en de algehele digitalisering begonnen mastering engineers in de 90-er jaren het geluidsignaal steeds meer te verhogen in de hoop dat hun CD luider zou klinken dan die van de concurrentie. Een volkomen zot idee. Met het boosten van het geluidsignaal is in principe niets mis, elke muzikant maakt weleens gebruik van een compressor en een limiter. Maar het signaal alleen maar boosten om het geluid zo hard mogelijk te krijgen is een dom, achterlijk en gestoord idee. Waarom? Omdat het verschrikkelijk klinkt! Muziek moet dynamiek bevatten om het levendig te houden. Zo niet dan wordt het saai en verschrikkelijk pijnlijk voor de oortjes.

Gelukkig zijn er inmiddels maatregelen getroffen om die Luidheid Oorlog die 2 decennia lang de muziekwereld heeft geteisterd te bestrijden. Drie jaar geleden schreef ik daar al eens over. Met de komst van de EBU R128 Peak to Loudness Ratio norm is het hard gegaan. Zo zijn vrijwel alle online services inmiddels voorzien van een algoritme dat ervoor zorgt dat alle muziek op hetzelfde geluidsvolume zet. Dat geldt ondermeer voor YouTube, Spotify, Apple Music en TIDAL. Recentelijk heeft TIDAL dat uitvoerig laten onderzoeken. TIDAL wil de hoogst mogelijke kwaliteit bieden en werd juist opgericht om een nog hogere geluidskwaliteit dan Apple Music en Spotify te kunnen leveren (non-lossy). Maar is het aanpassen van het volume tussen nummers of albums dan wel gewenst?

De Nederlander Eelco Grimm, die ook betrokken was bij het ontwikkelen van de Europese uitzendnorm EBU R128, deed voor Tidal een onderzoek. Hij wilde de luidheid van muziek meten via de zogenaamde BS1770-4 methode. Deze methode houdt niet alleen rekening met de pieken in het signaal, pieken zijn immers tijdelijk, maar houdt rekening met de pieken èn de gemiddelde dynamiek in het signaal. Dat laatste maakt het uniek aangezien de methode rekening houdt met het menselijk gehoor (bepaalde frequenties ervaren we immers als luider ook al zijn ze niet harder in luidheid) en bovendien kan de dynamiek over lange tijd als ook over korte tijd gemeten worden. Hiermee krijgen we dus perfecte “inzage” in de luidheid van het signaal.

In samenwerking met TIDAL onderzocht Eelco 4,2 miljoen albums (!) op luidheid. Dit rapport is online te lezen/downloaden (PDF). De belangrijkste vraag die hij stelde is: moet TIDAL per nummer volumecompensatie toepassen, of moet dit voor een album als geheel worden toegepast? Als dat laatste het geval is zal een album dus altijd de verschillen in luidheid tussen de afzonderlijke nummers behouden.

Onderzoek leverde op dat het testpanel het liefst de verschillen in luidheid per album behouden ziet. Het album wordt dan in vergelijking met andere albums wel gecompenseerd, maar de onderlinge tracks niet.

De norm waar Eelco op uitkwam is -14 LUFS. Simpel gezegd betekent dit dat de gemiddelde dynamiek (LUFS) van een album op -14 dB onder 0 (de digitale grens, daarna treedt clipping immers op) mag liggen.

Een van de belangrijke adviezen die Eelco TIDAL gaf was:

Om clipping te voorkomen mag de geluidssterkte alleen verzwakt maar nooit verstrekt worden. Als het luidste nummer van een album zachter is dan het doelniveau (-14 LUFS), worden alle nummers van het album zacht weergegeven.

Albums die dus luid gemasterd zijn worden in volume flink verlaagd. Dat geldt voor het overgrote meerendeel van de 4,2 miljoen albums die onderzocht werden.

Recentelijk sprak Eelco uitgebreid over de EBU normering en zijn onderzoek voor TIDAL met Ian Shepherd in The Mastering Show:

Een interessant verhaal brengt Ian daarin ter sprake. Taylor Swift haar laatste album is veel te luid gemasterd, net als haar voorafgaande albums. Maar aangezien YouTube het volume net als TIDAL niet omhoog versterkt zorgt het compenseren van het volume ervoor dat nu de zachtste nummers op dat album juist nog zachter klinken. Op andere streaming services is dus hetzelfde het geval.

En podcasts dan?

De normering voor muziek is ronduit een verademing. Er is echter wel een probleem: je kunt die normering niet zonder meer toepassen op podcasts, op audio waarin met name gesproken wordt. Voor spraak is er sowieso meer dynamiek nodig dan bij muziek. Welke norm moeten we daarom toepassen op podcasts? Ik verwacht zo rond de -20 LUFS, maar onderzoek en internationale consensus hierover moet dat definitief gaan bepalen. Dat gaat de komende jaren echt gebeuren want de Luidheid Oorlog heeft geen enkele kans op bestaan meer. Of Taylor Swift het nu wil of niet.

Tot slot een plaatje van hoe meneer Michael Jackson in de loop van de jaren steeds harder ging klinken. Het is inmiddels geschiedenis, dat moge duidelijk zijn. Luidheid is genormeerd.

Soms zijn regels dus echt wel ergens nuttig voor…

toename in luidheid : 1991-1995-2007 (beeld: publiek domein/wikimedia)

Hoe de geest in de muziek rondwaart

Met de uitvinding van de fonautograaf in 1857 bleek geluid zich te te bevriezen zoals het ooit klonk. Het geluid dat altijd als vergankelijk werd een soort boek, een document van geluid.

De sampler

Tijdens mijn jeugd kwamen de eerste samplers op de markt. Je riep “oh” in de microfoon en vervolgens kon je dat als een smurfenorkest uit de sampler laten klinken. Rappers stopten hun favoriete swingende grooves van ondermeer James Brown in de sampler. Zo vanaf het stoffige vinyl met een ouwe naald. Sfeerverhogend en nooit uit op perfectie. Het doel heiligde alle middelen voor de rappers. Helaas roken de advocaten geld en werd samplen bestempeld als een vorm van jatwerk. Wanneer ik een foto van een schilderij maak heb ik dan dat schilderij ook gejat?

Wat DJs doen wordt niet beschouwd als jatwerk. De platen van anderen met elkaar mixen en daar filters op loslaten. Sommigen gebruiken de beat van de ene plaat om onder de andere te leggen, 100% vergelijkbaar hoe dat in Hip hop altijd werd toegepast. Het is een traditie die ouder is dan Hip hop en teruggaat naar de jaren 60: Dub muziek. Door met behulp van 2 platenspelers en een echo-apparaat kun je een song in lengte gaan oprekken door deze steeds opnieuw vanaf een bepaald punt opnieuw te starten voordat de zang begint. Dubmuziek legt de nadruk op het ritme, de bas en de drums.

Zowel Hip hop, DJ muziek als Dub muziek leunen dus voor grotendeels op opgenomen muziek. Het is een herbewerking van het bestaande.

Maar laten we deze copyright discussie maar even voor wat het is. Het feit dat je muziek eenvoudig kunt afspelen via een drager is een nieuw instrument gebleken. De sampler is eigenlijk niets anders dan een opname- en weergavetechniek die de opname/sample op verschillende toonhoogtes kan afspelen.

Kleurloos digitaal

Inmiddels is de computer, inclusief de smartphone en de tablet, het apparaat om iets uit het verleden mee te reproduceren. Dit is onze moderne sampler. En de computer kan nog iets anders: het nabootsen van patronen en klanken middels algoritmes en presets. De klank van vroeger. De klank van een ouwe viool. De klank van het drumstel van Ringo Star met theedoeken over de trommels en een Fairchild limiter op de mix terwijl de ruis van de analoge bandrecorder er dwars doorheen klinkt. Het is een stel computer berekeningen om van input naar output te komen.

Daarmee is de computer een tijdsmachine te noemen. Het maakt geen onderscheid tussen oude en nieuwe klanken. De computer is immers neutraal. Voer de computer met een opname en de computer kan het geluid daarvan omzetten naar iets anders. De klank van vroeger bijvoorbeeld, we zijn er dol op. Net als de warme analoge filters die in fotografie en film veel toegepast worden. Het brengt sfeer daar waar digitaal kleurloos en neutraal is.

Als een blank canvas daagt digitaal uit tot vervorming, oneffenheden, ruis, kleuring et cetera.

Hauntology

Het is de Franse filosoof Jacques Derrida (de Britse band Scritti Politti maakten ooit een lied dat zijn naam draagt) die in zijn boek Spectres of Marx uit 1993 de term Hauntology introduceert. Jacques constateert dat een geestesverschijning evenveel met het heden als met het verleden te maken heeft. En de persoon die de geestesverschijning “ziet” behoort daarmee evenveel tot het verleden als het heden. Het is een paradoxaal verschijnsel dat de tijdelijkheid in alles laat zien.

Kortom: het verleden in het heden.

Het omgekeerde geldt ook. Muziek die klinkt als De Toekomst. De synthesizer was het geluid van de toekomst maar wie nu een oude synth hoort, hoort inmiddels een gedateerde klank. Technologie maakt van ons allemaal geesten. Alles wat we nu doen kan ooit weer opgeroepen worden.

Dankzij de opgenomen muziek, de sampler, de computer, kunnen we geest in de fles stoppen en deze er op elk moment weer uithalen. Exact zoals het ooit was, zoals het ooit klonk. De klank, inclusief kraak, ruis, het gevoel van Toen.

Voor de komst van de sampler klonk muziek Modern wanneer je gebruik maakte van een nieuw muziekinstrument, de polyphone synth bijvoorbeeld die ook pas tijdens mij jeugd op de markt kwam (kun je nagaan hoe nieuw dit allemaal is!). Nu door sampling en de computer halen we juist het oude terug. Dankzij de computer slaan we een brug met ons verleden. Kunnen we het verleden oproepen en stelt het ons in staat om alle patronen uit de muziekgeschiedenis op te roepen. Alle geluiden uit het verleden staan tot onze beschikking. En omdat we het verleden koesteren, roepen we maar wat graag de imperfectie uit het verleden op. En wordt het verleden even belangrijk als het heden.

Popmuziek anno nu: “ja, vroeger was het dus wel beter!”

Vanmorgen las ik het interessante stuk ‘Pop, niche en The National’ van Peter Bruyn. Ik kan me er zeer in vinden maar benader de pijnpunten op een wat andere manier. Het zat al een tijdje in mijn hoofd, vandaag moest het eruit.

Popmuziek is een soort klassieke muziek geworden. Het blikt vooral terug en voegt niets toe aan wat er al was. Je ziet het ook bij de opleidingen, de rockacademies en dergelijke, je kunt opgeleid worden tot musicus. Perfecte instrumentbeheersing heeft men, maar eigenheid en de wil alle regels te breken ontbreekt vrijwel volledig. Bowie, Prince en Radiohead worden smachtend aanschouwd op de YouTube.

Nederland, slaap zacht

Men is tegenwoordig aards commercieel. Dat lag vroeger anders. Popmusici waren vroeger kunstenaars en dachten progressief. Die gingen desnoods arm dood. En waren voor de duvel niet bang. Nu streeft men ernaar op een gesponsord lijstje in Spotify te komen. En staat men slaafs die 1 minuut bij De Wereld Draait Fokking Door te doen. Of wil men als reclametune gebruikt te worden. Vroeger weigerde men voor Pepsi of Sun City in Afrika te spelen. Die uitgesprokenheid mis ik tegenwoordig totaal. Hooguit laat men de uitnodiging van een Trump varen om op zijn inhuldings”feestje” te spelen. Maar alleen omdat men anders kritiek krijgt want voor de poen doet men tegenwoordig immers alles. Principes, geen.

Popmuziek was vroeger uitermate rebels. Het was het antwoord op de tuttige jaren 50. Alles moest alles. In Engeland was de kloof tussen arm en rijk groter en was de impact van de sluiting van de mijnen in de 70-er jaren enorm. Er was daarom dus ook meer en harder verzet. Dat hoor je terug in de muziek. Zo kwam met de punk eind jaren 70 weer een stijl terug zoals de oude rock ‘n’ roll, gebaseerd op slechts 3 akkoorden (ala de blues), simpel en rauw. Wij hadden geen Margaret Thatcher, een gestoorde bitch zonder gevoel waar je je echt keihard tegen moest verzetten. Nederlandse muziek wil vooral voor vermaak zorgen. De handjes op elkaar krijgen. Niet vanuit innerlijke noodzaak maar puur om het volk te vermaken. Entertainment. Het gezellig houden. Je ziet het op tv ook. Niets mag meer ontsporen. Alles moet volgens een strak schema voorspelbaar verlopen. Jules Deelder vragen ze niet meer omdat ze bang zijn dat hij zijn mond open doet. Daarom zie je altijd dezelfde gedrilde koppen bij DWDD. Slaafs volk dat braaf doet wat Matthijsje van ze eist.

Popmuziek leunt op specifieke instrumenten en opnametechnieken

Er zijn bands geweest die van enorme invloed zijn geweest, die de muziek voor altijd hebben veranderd. Het loopt parallel aan de ontwikkelingen van muziekinstrumenten waar popmuziek door heeft kunnen ontstaan en kunnen groeien.

Popmuziek is precies ontstaan toen men de contrabas inruilde voor een elektrische bas. De contrabas was het instrument van de rock ’n’ roll. Precies daarom zijn Paul McCartney en Brian Wilson grote vernieuwers op dat vlak, zij herkenden de melodische waarde van de elektrische bas. Die waarde had een bas nog nooit gehad. Een contrabas heeft een doffig dreunend geluid, een elektrische bas kun je perfect horen. Is dus melodisch in te zetten. Het is een van de fundamentele kenmerken van popmuziek. De bas is zeer aanwezig samen met de drums. En om dat laatste nog even te verduidelijken: het drumstel is afkomstig uit de jazzmuziek. En de opstelling ervan is ongewijzigd.

Zo kun je verder gaan. De opkomst van de mulittrackrecorder (voor het eerst echt goed gebruikt bij de Beatles), de synthesizer, de POLYphone synthesizer, de drummachine, de sampler, MIDI, de computer, de autotune en toen? Toen niets dus. Er zijn geen instrumenten meer aan toegevoegd. Men gebruikt veelal software tegenwoordig en ook daar is het retro dat de klok slaat. Men probeert in software de klanken van Bowie en dergelijke na te bootsen. De oude Linndrum van Prince als een stel samples. Hip Hip en classic house samples. Alles is een preset geworden. Even oproepen en je klinkt precies als die of die.

Men vernieuwt niet maar kijkt terug. Elke moderne rockband is tegenwoordig schatplichtig aan Radiohead of bands die ouder zijn dan zij. En je ziet het ook terug in de apparatuur die ze gebruiken. Sommigen gebruiken de analoge synths van ruim 35 jaar geleden!!! En nemen weer op middels analoge bandopnames!!! Dat is terugblikken terwijl je zachtjes fluistert: “ja, vroeger was het dus wel beter!”

Het neutrale geluid manipuleren

waveform

Met de komst van de opnametechniek in de vorige eeuw probeerde men muziek in haar meest perfecte vorm vast te leggen. In plaats van een enkele liveopname voor publiek kon men hierdoor in de studio zoveel takes doen als men nodig had voor het vastleggen van de “perfecte” uitvoering.

Les Paul vond eind jaren 40 uit dat je met twee recorders stukje bij beetje een soort orkestje van gitaren en stemmen kon opnemen door de ene recorder op afspelen te zetten terwijl de andere recorder opneemt terwijl je er een andere partij bij speelt. Een soort audiopingpong. En Les verzon nog een revolutionaire truc, door op halve snelheid zijn partijen op te nemen klonken deze bij weergave op normale snelheid als razendsnel virtuoos spel:

De klassieke pianist Glenn Gould raakte in de 60-er jaren gefrustreerd van het geven van concerten. Nooit was de uitvoering naar zijn idee perfect terwijl hij die perfecte uitvoering wel in zijn hoofd hoorde. Hij stopte daarom geheel met het geven van concerten en was alleen nog maar in de studio te vinden. In de studio koos Glenn de beste delen uit en plakte de audiotapes daarvan aan elkaar om zo zijn perfecte uitvoering te creëren.

Met de komst van de multitrack-recorder midden jaren 50 werd het mogelijk om instrumenten spoor voor spoor verspreid over meerdere kanalen op te nemen. Hierdoor kreeg men nog meer controle over de muziek en klank. The Beatles met name waren ware pioniers op dit vlak. Hun muziek klonk niet meer als een live uitvoering maar als muziek die je alleen in een studio kunt maken. The Beatles stopten in dezelfde periode als Glenn Gould met het geven van liveoptredens vanwege eenzelfde argument. Het vormt een opvallend parallel tussen deze pioniers.

Vervolgens kwamen achtereenvolgend de drumcomputers, de polyfone (meerstemmige) synthesizers en de samplers op de markt en werden de partijen steeds vaker geprogrammeerd in plaats van door muzikanten ingespeeld. Hiermee werd de controle over het geluid ook steeds preciezer. Inmiddels is met behulp van de computer en de digitale techniek het spel van muzikanten totaal elastisch geworden. Zodoende kan de klankkeur achteraf, na opname, aangepast worden, kan de timing verbeterd worden en kan de toonhoogte onhoorbaar aangepast. Zelfs zanglijnen die behoorlijk vals klonken tijdens opname kunnen perfect in tune gemaakt worden zonder dat het publiek hoort dat de stem slechts een klankbron vormt voor een melodie die door de engineer geboetseerd is.

We kunnen stellen dat tegenwoordig elk geluid een bron kan zijn voor het maken van klanken die als muziek klinkt. Zo maakte ik een keer in opdracht van Disquiet Junto een muziekstuk dat als basis 1 sample had: een opname die ik maakte van een uitklontje in een glas. Dankzij de sampler en uitgebreide manipulatie tools kon ik uit die ene sample van slechts een paar seconden een heel muziekstuk persen:

Dankzij de complete controle over geluid kunnen we elk geluid produceren. Het levert een ongekende vrijheid op. We zijn hooguit afhankelijk van onze fantasie, kennis van geluid en de kunde om het te manipuleren. De kennis over hoe we geluid kunnen manipuleren neemt nog altijd toe. En daarmee ook de mogelijkheden en de tools die ons daarbij helpen. We kunnen als het ware steeds dieper inzoomen in het geluid en het aanpassen.

Het manipuleren van geluid lijkt grenzeloos. Het is niet gebonden aan een bepaalde stijl. Niet gebonden aan een bepaalde vorm. Het is neutraal van karakter, blanco. Als een wit scherm waar de schrijver in staart. Het daagt me uit.

Resonanties in de akoestiek (en wat tips om dat te verbeteren)

Onze oren zijn zo gekleurd als wat. Sommige frequenties klinken in onze oren harder dan anderen ook al zijn ze gelijk in geluidssterkte. De waarneming ervan is zeer afhankelijk van de geluidssterkte waarop we ze horen.

Kortom: onze oren zijn niet-lineair.

Een afgesloten ruimte is lineair

Een ruimte is wel lineair. Onafhankelijk van het geluidsvolume blijft de balans tussen de frequenties gelijk. Ook resonanties in frequenties (simpel gezegd: zoemtonen en tonen die rinkelen), bijvoorbeeld veroorzaakt door reflecties in een ruimte en het opstapelen van deze frequenties door de hoeken van een ruimte en de beperkte lengte van een ruimte, zijn gelijk. Die resonanties nemen wij echter niet-lineair waar omdat ons gehoor niet-lineair is. Dus bepaalde zoemtonen/resonanties zullen we dan ook op een hoog geluidsvolume als veel meer irritant waarnemen dan op een laag volume.

De eenvoudigste methode om vervelende resonanties/stapelfrequenties te ontdekken is middels het afspreken van een audiosweep, een beweging in het geluid van lage naar hoge frequenties. Speel dit af over de boxen en je zult al snel ontdekken dat diverse frequenties luider klinken dan anderen. Dit zijn de resonantiefrequenties.

Het is vrijwel onmogelijk om een ruimte helemaal “recht” te krijgen qua frequentiekarakteristiek. En dan nog geldt dat slechts voor 1 bepaalde positie. Met behulp van akoestisch materiaal dat bijvoorbeeld peakfrequenties in het laag kan absorberen (energie van geluid wordt omgezet in warmte), middels de welbekende basstraps, kan de frequentiekarakteristiek wat rechter gemaakt worden. Met name door de enorme draagkracht van lage frequentie gaan deze in een kleine ruimte al snel stapelen/resoneren en zullen ze een probleem vormen.

Het opstapelen van frequenties

Resonanties worden dus veroorzaakt doordat de luchttrillingen op bepaalde plekken samenvallen waardoor ze een versterkend effect hebben. Ze stapelen op. Dit is te voorkomen door te zorgen voor zo min mogelijk reflecties tussen de geluidsbron(nen) en je oren. Vandaag de dag heeft vrijwel iedereen die serieus met muziek en geluid bezig is een beeldscherm of laptop tussen beide luidsprekers instaan. Soms zelfs meerdere beeldschermen. Dit vergroot het aantal resonanties, kamfilters om precies te zijn die de frequenties laten rinkelen op een onaangename manier. Dit effect krijg je ook als je bijvoorbeeld met je mond door een buis spreekt. Door de kleine ruimte die gecreëerd is gaan de frequenties samenvallen, opstapelen, wat resulteert in de welbekende irritante piekfrequenties.

Perspectief is alles

Maar nu komt het: omdat op bepaalde punten in de ruimte die frequenties zich opstapelen, zul je ze niet horen wanneer je je op een andere plek bevindt. Het waarnemen van geluid is namelijk totaal afhankelijk van waar je je in de ruimte bevindt. Zelfs zware zoemtonen in het laag zul je vanaf een andere plek in de ruimte niet waarnemen.

Speel de audiosweep een paar maal af terwijl je vanaf een andere plek in de ruimte luistert en hoor hoe die resonantiefrequenties verschuiven, of wellicht zelfs helemaal wegvallen.

De beste luisterpositie in een ruimte bevindt zich overigens meestal in het midden van de ruimte. Voor het plaatsen van luidsprekers is het van het grootste belang om zo min mogelijk reflecties te creëren. Plaats ze daarom niet te ver van de muur af. In geluidsstudios worden ze soms zelfs in de muur ingebouwd om zo achterwaartse reflecties geheel uit te sluiten. Het is zaak dat de trillingen die de luidsprekers in de lucht veroorzaken de oren rechtstreeks, dus zonder tussenweg, bereiken.

Het beste is om de luidsprekers en de luisteraar in een driehoekspositie te plaatsen, waarbij de afstand tussen beide luidsprekers even groot is als de afstand tot de luisteraar. De luidsprekers moeten op oorhoogte geplaatst worden.

studio-1

De handel in akoestisch materiaal is big business, maar de goedkoopste en eenvoudigste methode is jezelf in de ruimte verplaatsen om zo op zoek te gaan naar de beste plek. Door de geluidsbron en de luisterpositie in de ruimte nauwkeurig op elkaar af te stemmen kun je het geluid enorm verbeteren.

En zelfs voor wie veel mixt is het vaak zaak om van positie te wisselen. Want hoe goed je ruimte ook geoptimaliseerd is en hoe goed je luidsprekers ook zijn, je zult soms van luisterpositie moeten wisselen. Omdat vanuit een andere positie de geluidswaarneming ook verandert.

Bij het optimaliseren van geluid tasten we behoorlijk in het duister. Het is een compromis in een zoektocht naar het optimale geluid. Het optimale geluid dat dus simpelweg niet bestaat.