Moet popmuziek gesubsidieerd worden?

De terugkerende hamvraag, de titel van dit stuk, houdt de gemoederen nog altijd bezig. Zo deed de uitspraak “Subsidie is een schaars goed” van Tweede Kamerlid voor de VVD, Arno Rutte, op Radio 1 Atze de Vrieze genoodzaken er een stuk aan te wijden voor 3voor12.

Het is een complex vraagstuk want je hebt een artiest zoals Lil’ Kleine die letterlijk dure champagne staat weg te spuiten op het podium. En je hebt de dance waar miljoenen verdiend worden. Maar je hebt ook bands die in DWDD te zien zijn en in de clubs van Nederland optreden terwijl ze er niet van rond kunnen komen.

In het begin van de jaren 90 speelde ik gitaar in de Tilburgse band MAM. We speelden in de clubs, van Tuitjenhorn tot Paradiso. En af en toe waren we op de radio te horen en op tv te zien. We konden er niet van rondkomen, verre van dat, we hadden allemaal een baan ernaast. Onze geweldige toetsenist Dave Green (bekend van oa The Icicle Works) moest vanwege de armoede in Nederland terugkeren naar Manchester, Engeland. Ikzelf werkte in die tijd bij Oxfam Novib. Mijn snipperdagen gingen op aan optredens in de clubs, optredens voor televisie en opnames in studios. Ik bofte met een soepele werkgever.

Ondanks het uitblijven van groot succes, waren we volhardend. In het lied jaren jaren van onze laatste CD verwoordden we het zo:

jaren jaren – sjouwen douwen

jaren jaren – plank voor je kop

MAM was te vroeg in de tijd. Het publiek was er nog niet klaar voor. Teksten zonder grote betekenissen. Zonder letterlijk benoemde emoties. Geen Van Dik Hout Zaagt Men Planken maar met tederheid gebracht.

Totdat in 2002 na het uitkomen van het debuutalbum van Erik de Jong, oftewel Spinvis, hij de naam MAM regelmatig liet vallen:

Mam, weet jij nog wanneer ik voor het eerst een boterham met kaas gegeten heb?’ Dat klonk onhandig en tegelijkertijd zo goed. Zo wou ik het. Geen boodschap, geen afgerond verhaal maar een soort sfeer.

Het MAM nummer Maternité (in de volksmond ‘boterham met kaas’ genoemd) bleek Spinvis enorm geïnspireerd te hebben.

Toen ik een jaar terug met Spinvis zat om hem daarover te interviewen, vertelde ik hem over de overeenkomst die ik direct hoorde toen ik zijn debuutalbum voor het eerst draaide. “Dat kan geen toeval zijn”, vulde me Erik aan.

Het geld is natuurlijk vaak het directe gevolg van populariteit. Maar het hangt evenzogoed samen met de timing. Van Gogh verkocht bij leven slechts 1 schilderij maar inmiddels behoort zijn werk tot de absolute wereldtop. Van Gogh was simpelweg te vroeg voor zijn tijd, te modern voor het klootjesvolk. En hij is niet de enige.

Kunst moet vaak, net als goeie wijn, rijpen.

Wie echt een groot publiek trekt heeft macht, maar wie dat niet doet en in het B-circuit zit, die heeft het moeilijk. En misschien wordt dat zelfs veroorzaakt door subsidie. De plekken waar deze bands optreden trekken namelijk wèl subsidie. DWDD (hallo Mathijs van Nieuwkerk met je bijzonder hoge salaris!) en de mooie clubs van Nederland.  Zoals Atze het verwoordt:

Popzalen zijn de afgelopen vijfentwintig jaar getransformeerd van voormalige kraakpanden tot moderne zalencomplexen die iedere Nederlander moeten bedienen, niet alleen de linkse elite.

En die popzalen willen volle zalen trekken. Dus trekken ze de bands aan die dat kunnen leveren. Zodoende krijgt het B-circuit het extra lastig en komt maar matig aan de bak. Mening bandje treedt zwaar onderbetaald op omdat men nog liever voor niets speelt dan dat men thuis op de bank moet zitten.

Tja, wat kun je doen? Als je geen volle zalen trekt kun je niet heel veel geld vragen. Je machtspositie is dan klein. Er gelden overigens wel minimum vergoedingen. Het komt erop neer dat je per bandlid voor een concert een vergoeding van minimaal 108,90 euro mag eisen van de organisator. Nu weet ik dat vele organisatoren zich daar niet aan houden.

Wat ontvangt een band eigenlijk voor een optreden bij DWDD?

Naast het geven van live optredens ontvangen artiesten ook inkomsten via de rechten die BUMA/STEMRA en SENA voor hen int. En ontvangt men geld via de verkoop van digitale downloads, CD/vinyl verkoop en de royalties via streaming services zoals Spotify. Ook dat lijkt in vele gevallen zwaar onvoldoende te zijn om van rond te komen. Met name streaming levert belachelijk weinig geld op. Zo zag ik onlangs een rekensommetje dat voor Donald Fagen van Steely Dan gemaakt was omdat hij in een interview voor Rolling Stone Magazine had gezegd:

I need to tour to make a living. I get maybe eight percent of the royalty money I used to get.

Was Donald een ouwe zeur geworden? Iemand besloot het rekensommetje te maken. Het komt erop neer dat Donald via streaming slechts 1200 dollar (!) per jaar verdient.

Maar niet alleen popmusici hebben het zwaar hoor. Zo hoorde ik gisteren in het TV-programma Podium Witteman de klassieke dirigent, organist en klavecinist Ton Koopman vertellen dat als hij voor een volgende subsidie-aanvraag opnieuw zou worden afgewezen, zoals nu al jaren het geval is, hij zijn ensemble zou gaan opheffen!

Het beleid van Halbe Zijlstra (ook VVD) heeft in de culturele sector schandalig veel schade aangericht. Die man is een ramp voor ons land. Maar anno 2017 gaat de VVD nog een stap verder door te stellen dat de overheid helemaal geen subsidie meer moet vertrekken aan popmuzikanten en -bands.

Moeten we allemaal gaan worden zoals Lil’ Kleine? Of de instrumenten in de wilgen hangen en dance maken? Slechts 1 mannetje op het podium, hoef je het geld ook niet meer te gaan verdelen… boem, boem, boem, neem de blauwe pil, boem, boem, boem…

(wordt vervolgd)

 

De mythe van de arme kunstenaar

Mythes. De werkelijkheid romantiseren. De werkelijkheid mooier maken. Vaak zijn het verkooppraatjes. Dat zie je nu ook met het begrip Storytelling gebeuren. Ik ben dol op goeie verhalen, maar wie gaan er met het begrip vandoor? Marketeers die dankzij Storytelling hun gebakkenluchtverhalen denken te kunnen aanscherpen.

Een vals verhaal kan toch nooit een geloofwaardig verhaal worden? Jawel want de meeste mensen willen maar wat graag geloven dat iets waar is. Daarom is er zoveel mythevorming en verafgoding.

De realiteit laat zich slecht grijpen en mythevorming gaat daar echt niet bij helpen. Eerder het tegenovergestelde zal het resultaat zijn. Het doet afbreuk aan de realiteit en kan miljarden mensen eeuwen lang in zijn greep houden, zo leert de geschiedenis ons telkens weer.

Ooit schreef ik al eens eerder een blogpost over een belangrijk mythe: ‘Klinken dure spullen echt beter?’

Maar een andere belangrijke mythe is die van de Arme Kunstenaar. Natuurlijk, Vincent van Gogh was zo’n arme kunstenaar die bij leven slechts 1 schilderij verkocht heeft. Zijn broer Theo was gedurende zijn hele leven zijn mecenas. De aanname is dat dankzij het geld van Theo, Vincent zijn kunstenaarschap optimaal heeft kunnen uitoefenen. Maar wat was er gebeurd als Theo dat geld niet aan zijn broer had gegeven en hem had verteld: “Kom op zeg, ga jij eens even je eigen geld verdienen!” Had Vincent zijn doeken dan aan de wilgen gehangen en was hij bijvoorbeeld predikant geworden? We weten het niet, het leven laat zich niet net zoals in de film Lola Rennt in een paar varianten vertellen. Maar grote kans dat Theo en Vincent in de mythe van de Arme Kunstenaar geloofden.

De kunstenaars uit mijn jeugd, Bach, The Beatles, Miles Davis, Steely Dan en ga zo nog maar een eind door, het waren geen Arme Kunstenaars. Toch geloofde ook ik in die mythe. Het verhaal van Van Gogh had immers een bijbelse kracht.

De mythe van de Arme Kunstenaar is handig om creatievelingen mee te ontmoedigen. Het beeld om te sterven zoals Van Gogh, wie wil dat nou? Het is de mythe die ook eeuwenlang (!) rond Michelangelo hing. Pas door toedoen van de Amerikaanse kunstprofessor Rab Hatfield die de bankrekeningen van Michelangelo analyseerde kwam in 2002 de waarheid naar boven dat het tegenovergestelde het geval was: Michelangelo was een multimiljonair die omgerekend naar de huidige maatstaven een vermogen van meer dan 35 miljoen euro zou hebben gehad! De kunstenaar leefde weliswaar spartaans, maar die keuze werd dus absoluut niet ingegeven door het vermogen dat hij bezat.

We moeten af van de mythe van de Arme Kunstenaar. Het is een vals verhaal dat mensen die creatief zijn weinig vertrouwen geeft in de toekomst. Het is heel gevaarlijk om in dat verhaal te geloven. En het is heel jammer om daardoor te kiezen voor iets dat meer voor de hand ligt. Te kiezen voor de veilige weg, een niet-creatieve weg. Om de lat juist niet heel hoog te durven leggen. Niet te kiezen voor iets dat misschien jaren aan toewijding kost. Zoiets als de Sixtijnse Kapel. De geschiedenis leert ons toch echt dat die toewijding vaak juist zeer ruim beloond wordt.

Geloof in jezelf broeders en zusters! Creativiteit for the win!

foto onder CC BY-SA: Antoine Taveneaux

De beste microfoon voor spraak (podcasting) en zang

Vaak krijg ik vragen over de spullen die ik gebruik. Wat mijn favoriete microfoon bijvoorbeeld is. Dat is een kwestie van smaak, beschikbaar budget en een grote dosis gezond verstand. Met name dat laatste, weegt voor mij het zwaarst. Er wordt immers zeer veel onzin verkocht. Vandaar onderstaande.

Eerstens, een foto van een 3-tal microfoons die ik gebruik:

Van links naar rechts:

  • een windscreen: het zwarte bolletje dat je over een microfoon doet zodat de wind die uit je mond stroomt de microfoon niet doet dichtklappen
  • een pop filter: een rond filtertje dat je voor de microfoon plaatst zodat de microfoon beter beschermd is tegen pop-geluiden (harde p-klanken met name)
  • de Shure SM57 dynamische microfoon
  • de Shure SM58 dynamische microfoon
  • de Joemeek JM57 condensator microfoon
  • een extra pop filter (in tegenstelling tot het exemplaar aan de linkerkant dat gemaakt is van metaal is deze van stof)

De beste microfoon voor inspreken en zang

TL;DR: de Shure SM57.

Als je zelf iets wilt inspreken of zingen dan is de keuze voor een microfoon vrij eenvoudig. Kijk bijvoorbeeld naar wat je 9 van de 10 keer bij liveoptredens zult aantreffen: een Shure SM58. Een relatief goedkope microfoon (+/-110 euro).

Wat je moet hebben als je iets inspreekt of gaat zingen is een microfoon die alleen het geluid van je stem opvangt zonder het geluid van het omgevingsgeluid erbij. De Shure SM58 doet dat en daarom zie je hem bij liveoptredens altijd. Bij een liveconcert is er zeer veel omgevingslawaai voor de zanger afkomstig van de drummer, de monitors, de bas, de gitaren enzo. En hoewel jij misschien denkt dat het in jouw kamer of studio een stuk stiller is, jij hebt een andere vijand: reflecties van de wanden. Als je in een kamer praat dan reflecteren de wanden het geluid alle kanten op. Een galmend geluid ontstaat en dat klinkt ronduit irritant.

Wat je nodig hebt is een microfoon met een nierkarakteristiek (cardioid). Zoals de Shure SM58. De Shure SM57 heeft ook een nierkarakteristiek en is net als zijn broer de SM58 dus uitermate koppig in het opvangen van het omgevingsgeluid. Fijn dus!

Het verschil tussen de SM57 en SM58 zit ‘m in het windscherm dat in de SM58 ingebouwd zit, verder zijn ze exact gelijk (zie ‘SM57 vs SM58’ op de Shure website). Dit houdt niet alle wind tegen, wel de meeste wind. In de praktijk vind ik daarom de SM57 een ietwat betere microfoon voor het inspreken en voor zang want ik combineer de SM57 met mijn favoriete windscreen en een popfilter. Dit neemt iets van de hoge tonen weg uit het geluid maar voorkomt dat je irritante bijgeluiden vastlegt in je opnames. Het verlies aan hoge tonen kan ik overigens in mijn editing-software eenvoudig bijregelen middels EQ. Het is iets dat ik altijd toepas, EQ. Welke microfoon ik ook gebruik.

Aanvullend voordeel: proximity effect

Een microfoon met een nierkarakteristiek (cardioid), een richtingsgevoelige microfoon dus,  heeft nog een ander groot voordeel: het proximity effect dat optreedt als je dicht bij de microfoon zingt of spreekt. Het proximity effect is het toenemen van de lage tonen in het geluid des te dichter je bij de microfoon komt. Hierdoor klinkt dit model microfoon heel intiem als je dichtbij de microfoon zingt of spreekt.

De SM57 en SM58 slaan hiermee 2 muggen in 1 klap:

  1. ze zijn ongevoelig voor omgevingsgeluiden en pikken alleen geluid op die uit de richting van de mond komt, hierdoor zullen reflecties in de ruimte (kamer of studio) meer op de achtergrond blijven
  2. vanwege het proximity effect hebben ze een fraai diep laag wanneer je dicht bij de microfoon zingt of praat en waardoor eventuele reflecties in de ruimte (kamer of studio) nog meer naar de achtergrond gedrukt worden

De (relatieve) onzin van dynamisch versus condensator

De Shure SM57 en SM58 zijn dynamische microfoons. Niet alleen zijn ze uitermate richtingsgevoelig, ze zijn ook nog eens minder gevoelig dan microfoons van het type condensator. Hoewel condensator microfoons de reputatie hebben transparanter te klinken is dit eigenlijk onzin als je naar de karakteristiek kijkt. Met een Shure SM57 kun je glasheldere opnames maken van stemmen en akoestische gitaren.

Een gevoelige condensator microfoon die ook nog eens rondom gevoelig is zal veel problemen geven. Met name voor zang en spraak aangezien het omgevingsgeluiden en reflecties van de ruimte ook zal oppikken. Dit type microfoons is prima te gebruiken voor andere doeleinden maar voor inspreekwerk en zang adviseer ik een richtingsgevoelige microfoon. Eentje die juist ongevoelig is voor omgevingsgeluiden en vrijwel alleen de stem oppikt.

De onzin van een reflectiescherm

Tegenwoordig zie je steeds vaker dat men gebruik maakt van een reflectiescherm. Zoals bijvoorbeeld te zien is in de video Booth Junkie:

still uit video van Booth Junkie

Het is een scherm dat de microfoon beschermt tegen het oppikken van geluiden van achter en naast de microfoon. Maar het beschermt de microfoon niet tegen het oppikken van geluiden vanaf de richting waar de microfoon het meest gevoelig voor is: de kant waar je hoofd zich bevindt. Een kussen achter je hoofd leggen heeft WEL zin maar zo’n reflectiescherm? Koop het niet, het effect ervan is zeer gering tenzij je een rondom gevoelige microfoon gebruikt die dus ook aan de achterkant en zijkanten veel geluid oppikt. Maar zoals ik boven al schrijf: ik raad zo’n microfoon eigenlijk af voor zang en spraak.

En de Shure SM7B dan?

De Shure SM7B is een veel gebruikte microfoon voor zowel spraak/radio als zang. Zijn voorganger de SM7 (voorzien van een kleiner windscreen) werd bijvoorbeeld door Michael Jackson gebruikt op het legendarische Thriller album. De capsule die in de SM7/SM7B zit is dezelfde als die van de SM57/SM58. Dus in de basis is de klank gelijk. De SM7B is wel bijna 4 keer zo duur. Wat rechtvaardigt de prijs? Het ingebouwde windscreen.

De SM57, de goedkoopste van het 3-tal, heeft geen ingebouwd windscreen. De SM58 heeft een eenvoudig windscreen en de SM7B heeft het meest complexe windscreen.

Iemand die heel bekend is en de SM7B gebruikt is Marc Maron van de WTF-podcast. Hij gebruikt er 2 voor al zijn interviews.

Hoewel het windscreen van de SM7B erg goed is, het houdt niet alle windgeluiden buiten. Daarom blijf ik bij mijn keuze voor de beste microfoon voor zang en spraak: de Shure SM57. Het ding is super goedkoop. Combineer deze met een goed windscreen en/of pop filter en je kunt er werkelijk alle kanten mee op.

P.S. de beste microfoon voor spraak en zang is niet gelijk de beste microfoon voor interviews. Waarom dat zo is bewaar ik voor een volgende keer.

Zal dit aanslaan?

Het is dodelijk om te denken, wanneer je iets maakt: “zal dit aanslaan?” Dat weet je namelijk nooit, tenzij je een beproeft concept gebruikt. Dan doe je iets na. Maar als je juist origineel je eigen gevoel volgt is die vraag een killer.

Je kunt die vraag stellen bij elke stap die je zet. Bij elke noot die je speelt. Elk woord dat je kiest. Elk geluid dat je ontwerpt. Je kunt maar beter denken dat, omdat jij het prachtig vindt een ander dat misschien ook zal doen. Maar je maakt je niet afhankelijk van die ander. Je bent slechts afhankelijk van je eigen gevoel. Dat is de sleutel naar vrijheid. Jouw raadgever in de zielskunst. Je zet de buitenwereld uit.

En in dat uitzetten van de buitenwereld kun je heel ver gaan. Denk bijvoorbeeld aan de boeddhistische monnik Thích Quảng Đức die als vorm van protest tegen de Zuid-Vietnamese regering zichzelf op 11 juni 1963 in Saigon op straat in brand stak. Het vuur had geen enkel invloed op zijn innerlijk gevoel. Hiermee leerde Thích Quảng Đức ons wat realiteit werkelijk is: een illusie.

foto Malcolm Browne (publiek domein, zie Wikipedia)

P.S. De foto is wereldberoemd. Zo gebruikte de band Rage Against The Machine deze foto een kleine 30 jaar later als hoesfoto.

Twitter 280

Twitter is van een beperking per tweet van 140 karakters naar 280 karakters gegaan. 280 karakters zijn nog altijd veel te weinig voor goeie communicatie. Elke DM app op je telefoon kan een (theoretisch) oneindig aantal woorden aan. Waarom Twitter die limiet dan nog zo lollig vind, ik snap hem niet.

En die chinezen maar lachen… man wat kunnen die een hoop tekst in slechts een paar karakters stoppen! Dat terzijde.

SMS heeft een begrenzing. Dat heeft met de kosten te maken. Een SMS kan maximaal 160 tekens bevatten (inclusief spaties), wil je er meer dan betaal je de kosten voor 2 of meer SMS-en. Twitter heeft jarenlang ook via SMS gewerkt. Maar het gros van de mensen heeft daar nooit mee gewerkt. Waarom Twitter dan autistisch vast bleef houden aan die ongelofelijk beperkende limiet, het is mij een raadsel. Door die korte tweets krijgen mensen om de haverklap ook ruzie met elkaar op Twitter omdat de nuance in een tweet altijd ontbreekt. Slechte communicatie krijg je door verstorende factoren. 140 karakters is er een van. Nog ff en Trump was een kernoorlog begonnen omdat hij zijn tweet moest inkorten…

Een tijdlang maakte ik gebruik van Mastodon, een open source Twitter-achtig systeem, dat een limiet van 500 karakters kent. In de praktijk leverde dat geen problemen op. Het voelde echt als Twitter omdat de meeste gebruikers korte toots (zo heet dat bij Mastodon) versturen. En die gebruikers lopen niet tegen het zotte probleem aan dat als je 141 karakters gebruikt ergens een woord moet gaan veranderen…

Dus ja, die 280 karakters zijn mega super welkom, maar het zijn er niet genoeg.

Shit nummers en shit zang

De laatste keer dat ik met een andere gitarist speelde was in 1990. Ik had mijn HEAO studio er voor aan de wilgen gehangen. En nu, 27 jaar later, stond ik in een oefenruimte in Scheveningen ineens hetzelfde te doen. Dat beloofde wat! Alleen maar eigen nummers, zo was besloten. En ik wilde zingen.

Gisteren, vijf repetities later, heeft de andere gitarist er de brui aan gegeven. Het ontbrak hem aan motivatie om toegewijd de tijd op te brengen om met de eigen nummers aan de slag te gaan. Ik zag het met hem heel erg zitten. Pijnlijk jammer dus!

Direct dacht ik dat het aan die shit nummers lag. En aan die shit zang van mij. De gitarist zei dan wel “het is puur persoonlijk en heeft niets met jullie te maken” maar wilde ‘ie ons/mij niet gewoon sparen?

Fuck it! De schaamte bestrijden, daar is het allemaal mee begonnen. Ik weet nog hoe Quintus vlak voor een optreden in De Pater in mijn oor riep: “kijk die mensen staan voor het podium maar wij staan EROP!” Met knikkende knieën op het podium staan, met een klote gevoel het podium verlaten, de twijfel, de angst, het hoort er allemaal bij. Daar is maar 1 antwoord op mogelijk: 

… and we don’t care!

Terug bij af. Alles is mogelijk. Let maar op!

Van praten naar zingen

Een paar jaar geleden nam ik een tijdje zangles. De zanglerares vertelde dat wie een mooie praatstem heeft ook een mooie zangstem kan ontwikkelen. Je hebt tenslotte maar 1 stem. Praten gaat automatisch maar zingen niet, dus daar moet je hard voor werken. Het kost meer lucht en meer beheersing van de stembanden. En zuiver zingen is ook een behoorlijke uitdaging.

Zelfs ervaren zangers kunnen soms vals zingen. Om niet vals te zingen moet je niet alleen je eigen stem beheersen maar je stem ook goed kunnen horen. Dat gaat soms in live situaties mis. Als de zanger zijn eigen stem niet goed hoort kan hij zijn stem ook niet goed tunen.

Een stem zweeft trouwens altijd een beetje in toonhoogte. En dat is prima, want we houden allemaal van die lichte zweving in het geluid. Een starre strakke toon zoals een Auto-tune die kan genereren klinkt als een robot. Het effect wordt tegenwoordig veel geapprecieerd maar ik vind het vaak te levenloos klinken.

Er zijn vele manieren om te zingen. Krachtig en theatraal zoals Maria Callas. Zacht zoals João Gilberto. Breekbaar zoals Elliot Smith. Bijna gesproken zoals Serge Gainsbourg. Omfloers zoals Eefje de Visser. Schoor en vervormd zoals Tom Waits. In het Cockney zoals Baxter Dury. Tussen rappen en zingen in zoals Ghostpoet. Of roepend zoals Sleaford Mods.

Wat je met je eigen stem kunt bereiken heeft natuurlijk te maken met de beperking van je eigen stem maar minstens evenveel met de hoeveelheid tijd die je overhebt om je stem te trainen. Het allerbelangrijkste is denk ik de vraag: hoe wil je klinken?

Die laatste vraag stel ik mijzelf nu ook.

Moderne grootstedelijke muziek

De Tachtigers, een groep Nederlandse impressionistische schilders, verwoordde in schilderijen de verstedelijking eind 19e eeuw. Zij hebben daarmee de verstedelijking vastgelegd op een manier die mij nog altijd aanspreekt. Zoals Breitner de Dam schilderde zo zie ik de Dam nog steeds als de avond allang is gevallen. In de schilderijen van de Tachtigers zie je de overeenkomsten tussen de grote steden terug. Of het nu Amsterdam is, Parijs, of Den Haag waar ik woon.

Het is de grote stad waar dankzij precies uitgekozen straatverlichting de stad sfeer krijgt. Zoals het licht bij een toneel- of dansvoorstelling. In de stad wordt sfeer geschapen dankzij kunstmatig licht. Luxe, elektriciteit, grootstedelijke sfeer.

In moderne muziek wordt het grootstedelijke verklankt, soms in liedvorm zoals The Velvet Underground het deden, Bebop jazz, early HipHop en soms instrumentaal zoals Steve Reich dat doet. De laatste – pak ‘m beet 10 jaar – is dankzij de computertechniek een nieuw soort muziek ontstaan die, voor mij althans, een grootstedelijk geluid tentoonspreidt. Een type muziek dat zich lastig laat omschrijven. Muziek die wezenlijk anders gemaakt wordt en op nieuwe muzikale principes gestoeld is. Vernieuwende muziek die prachtig samengaat met bijvoorbeeld modern dans waar ik ook zeer van hou.

Een toon heeft ritme

Een toon beweegt als een golfbeweging van voren naar achteren. Beweegt tussen een plus en min op en neer met een bepaalde snelheid. De snelheid geeft daarbij de toonhoogte aan. Het is een ritmische beweging. In dat ritme bewegen jouw luidsprekers ook van voren naar achteren.

Als we een ritme nu drastisch in snelheid gaan verhogen dan krijgt het een toonhoogte, het verandert langzaamaan in een muzikale toon. Kijk en luister maar:

Een klank bevat behalve de ritmische frequentie/toonghoogte vaak ook nog andere ritmische elementen. Neem bijvoorbeeld het vibrato in de klank, een lichte zweving in toonhoogte die ook met een vast cadans hoorbaar is. Ook dat is een ritmisch element.

Vrijwel elk geluid wordt muzikaal bruikbaar

Als je een ritme versnelt ontstaat er een toonhoogte. En in klanken zijn vaak ritmes waar te nemen. Dit geldt eigenlijk voor alle geluiden, ook voor bijvoorbeeld straatgeluiden. Door deze te vertragen of juist te versnellen kun je er tonen of ritmes mee creëren, ze meer of minder muzikaal maken en inpassen in de muziek.

De moderne muziek waar ik op doel heeft niet altijd een duidelijk waarneembaar ritme. Of beter gezegd: een vast ritme. Vaak worden de klanken gecombineerd en zorgt de zweving of duidelijke ritmiek in de klanken voor een gelaagd samenspel waarin er niemand de baas is. Er is geen vast tempo waar alle muzikale klanken op gebaseerd zijn. De klanken vallen soms samen of gaan juist tegen elkaar in. Het zijn pulsen die om elkaar heen wentelen. Als een lijnenspel van Mondriaan.

Composition No. 10. 1939-42. – Piet Mondriaan

De toonhoogte erin of eruit filteren

Het gaat te ver om alle moderne technieken te behandelen maar eentje mag in dit stuk niet ontbreken. Een die onze kijk op muziek en manier van muziekmaken wezenlijk op zijn kop heeft gezet. Het is het gebruik van filters.

Het filter vormt een belangrijk onderdeel van elke synthesizer. Het filtert letterlijk het signaal. Je stuurt een klank door het filter en kunt bepaalde frequenties eruit filteren, of juist benadrukken. Een filter is in staat om het karakter van een klank wezenlijk te veranderen en onze digitale filters kennen een detaillering die in het analoge domein niet eerder mogelijk was. Op het vlak van filters innoveert de techniek nog altijd waardoor de mogelijkheden tot het filteren van klanken de komende jaren nog verder uitgebreid zullen worden.

Eenvoudige voorbeelden zijn het Low Pass filter, een filter dat alleen maar diepe klanken doorlaat. Hierdoor kun je bijvoorbeeld een bas uit het geluid filteren waardoor je het bijvoorbeeld kunt combineren met klanken die door een High Pass filter zijn behandeld, klanken die juist geen lage frequenties meer bevatten. Ineens onstaat er een scala aan nieuwe mogelijkheden. Dankzij het High Pass filter kun je muziek gaan filteren die een bas bevat die niet past bij de rest van het stuk, geen probleem, je filtert het simpelweg weg. En dankzij een Low Pass filter kun je er een muziekstuk bij zoeken wat hierdoor wel gaat passen.

Kortom: dankzij filters kunnen klanken passend gemaakt worden. Als een soort digitale mozaïek-kunst die heel fijnmazig is en het mogelijk maakt om in theorie alles met alles te kunnen combineren.

Dankzij filters kun je de toonhoogtes en duidelijk waarneembare noten eruit filteren. Of er juist erin filteren, gaan benadrukken (***). Het zijn zaken die een muzikant met een instrument bepaalt middels het kiezen van specifieke noten. Bij traditionele muziek is de muzikant die de noten kiest zelf Het Filter. Maar middels de filtering techniek doen we het omgekeerde: de opgenomen noten van de muzikant kunnen we filteren waardoor nieuwe toonhoogtes ontstaan.

Om een voorbeeld te geven van deze moderne muziek, luister naar mijn afspeellijst Grootstedelijk op Spotify:

*** = een filter kan ook frequenties benadrukken, laten resoneren, waardoor ze versterkt worden. Hoewel een filter lijkt te slaan op het wegfilteren van frequenties, dit is dus slechts 1 kant van de medaille.

Een maand lang zonder “sociale” media?

Wat nu als ik volgende maand me een maand lang afzonder? Dan zal de documentairereeks waar ik al bijna 2 jaar aan werk lekker opschieten. Heerlijk doorwerken aan de editing zonder afgeleid te worden door “sociale” media die op basis van een algoritme denkt te weten wat ik leuk vind. Dat bepaal ik ZELF wel! Fuck you Twitter, YouTube, Facebook, Instagram met jullie ranzige algoritmes!

Ik zal nogal wat appjes moeten weggooien van mijn telefoon. Hoewel dat mij een tof gevoel zal geven. Met zo min mogelijk meuk leef je simpelweg lichter. Ik ken dat gevoel en ben sowieso redelijk minimalistisch ingesteld en weet me te beperken. Ik word er productiever en creatiever van.

Geen Twitter, Facebook, YouTube, Instagram en ga zo maar door. Ik kan nog wel een blogje tikken als ik daar zin in heb. Maar dat ga ik dus niet roeptoeteren op “sociale” media. Ik stuur hem gewoon het universum in. Voor wie mijn blog volgt en voor wie mij googlet. Zo niet, ook goed.

Ik. Wil. Het. Zelf. Doen.

En dat ga ik doen. 1 november 2017 trek ik me een maand lang terug. Die ervaring zal ik delen hier op mijn blog. En misschien gaat het me bijzonder goed bevallen en ga ik voor een verlenging voor onbepaalde tijd.