Goeie lessen van reclamemaker Diederick Koopal in College Tour

Reclamemaker Diederick Koopal was gisteravond de hoofdgast van College Tour. Diederick is bekend geworden door zijn reclames voor o.a. Heineken (Biertje?), Rolo (die met die olifant), Albert Heijn (supermarkt manager) en Cup-a-Soup (Nu even niet!).

Hij vertelde dat zijn werk niet slechts neerkomt op het maken van een leuk filmpje maar veel dieper gaat. En dat was geen slap reclamepraatje voor eigen kunnen, dat kon hij vlijmscherp onderbouwen. In alle gevallen vormde het reclamefilmpje een onderdeel van een veel grotere vraag: hoe het product in de markt te zetten? Door heel goed inhoudelijk de waarde van het product te analyseren kwam Diederick telkens tot een slim concept hoe het product aan de man gebracht moest worden. Met als kers op de taart: een grappige commercial.

Interssant aan zijn verhaal was dat de producten waar hij soms mee te maken kreeg niet zo heel goed waren. Zo werd de Rolo door hem afgedaan als de slechtste bonbon onder de bonbons. En Cup-a-Soup als de slechtste soep onder de soepen. De bedrijven erachter dachten een waardevol product te hebben verzonnen maar kwalitatief viel er heel veel op af te dingen.

Totdat Diederik er anders naar ging kijken.

Misschien is die slechte bonbon wel een opvallende ronde reep die je makkelijk als een soort snoepje kunt uitdelen? En is die Cup-a-Soup een prima snack voor ff tussendoor, een goed medicijn voor de middagdip? Door de boel om te denken kunnen zwakke eigenschappen plotsklaps juist sterke eigenschappen worden.

De waarde van het product neemt hierdoor gigantisch toe. Dankzij creatief denken!

Het principe is op veel zaken van toepassing. Door op een andere manier naar iets te kijken, het scherp te analyseren en het doeltreffend in een andere omgeving te plaatsen, kan iets nieuws ontstaan en kun je nieuwe waarde creëren. Zo nieuw dat de mensen het beschouwen als authentiek en uniek.

P.S. Diederick is ook de filmregisseur van de erg leuke film De Marathon.

Ik was laatst in het Rembrandthuis

Rembrandt woonde een kleine 20 jaar in het huis aan de Jodenbreestraat in Amsterdam. Het huis wordt nu het Rembrandthuis genoemd maar is eigenlijk op een slinkse wijze van de kunstenaar afgenomen. Rembrandt kocht het in 1639 voor dertienduizend gulden maar hij ging uiteindelijk failliet. Het huis werd in 1658 geveild en voor elfduizend gulden verkocht. Men was wel zo “slim” om zijn inventaris op te slaan.

En nu plukt men daar nog de vruchten van.

Heel hypocriet worden kunstenaars eerst verkettert om ze vervolgens na hun dood op een voetstuk te hijsen omdat er geld aan te verdienen valt. Rembrandt had nooit failliet mogen gaan. Men had deze kunstenaar moeten helpen. Schuldsanering zonder van hem te profiteren op een waardige manier.

Een kunstenaar die de ander niet kwetst met het nastreven van dat wat diep binnen in hem leeft, die deugt. Maar het zijn juist de lijkenpikkers, de heren en dames die over het lot van anderen kunnen beschikken, die vaak niet deugen.

Je hoort tegenwoordig veel dat men de geschiedenis door een andere bril wil bekijken. Al die volkshelden waar scholen, straten en tunnels naar vernoemd zijn blijken vaak geen helden te zijn maar juist een voorbeeld te stellen van hoe het juist niet hoort.

Ons concept wat kunst is en wat het is om kunstenaar te zijn mag wat mij betreft nu ook op de schop. Door bijvoorbeeld onze eigen hypocrisie rondom Van Gogh, een Rembrandt en vele andere kunstenaars onder ogen te zien. We profiteren nu van ze. En dat is schandelijk te laat.

foto gemaakt door Marco Raaphorst in het Rembrandthuis

Zelfhulpblog

Geef stellig je mening en denk er een dag later heel anders over.

Van een verkeerd gat in de muur boren vergaat de wereld niet.

Koester oude vriendschappen.

Aan een verprutste maaltijd is nog nooit iemand doodgegaan.

Koester de imperfectie.

Koester het verval.

Niet iedereen zal je aardig vinden, so what!

Vermijd mensen die je niet verder helpen.

Daag jezelf uit, durf te dromen, koester je idealen!

Schaam je nergens voor.

Spreek je uit!

Vul zelf maar aan…

Kortom: Er is niets mis met je, je bent goed genoeg.

Het tegengeluid

Veel bloggers vragen onbewust om goedkeuring. Twitteraars ook. Facebookers ook. Je hebt een theorietje, maakt er een blogje van en krijgt een paar reacties. “Zie je wel, ook anderen denken er zo over.” Of je bent het ergens niet mee eens en jouw reaguurders bevestigen dat.

Men telt het aantal likes, want stel dat men niet leuk gevonden wordt.

Maar waarvoor heb je goedkeuring nodig? Jouw gedachten zijn toch jouw gedachten? Wat heb je eraan als anderen het continue met je eens zijn?

De angst om niet lief gevonden te worden. Velen gaan dan acteren. Eigenlijk zijn ze het niet met je eens maar ze laten het nooit merken.

Als je tegen een probleem aanloopt dan kun je 2 dingen doen: je een slachtoffer voelen omdat je een probleem hebt of het probleem proberen op te lossen. Doe je dat laatste dan zul je leren. Het moet ergens tegenzitten wil je echt verder komen.

Van jaknikkers en van gelijkgestemden leer je helemaal niets. Je hebt een tegengeluid nodig wil je verder komen, je horizon kunnen verbreden, de zaken op een andere manier gaan bekijken.

Ik doe regelmatig sessies en speel vaak met muzikanten waar ik nooit eerder mee gespeeld heb. Dat zijn geen gelijkgestemden, iedereen heeft zijn eigen stijl met ditto beperkingen. Je gaat niet op zoek naar die beperkingen maar zoekt naar een manier om het klinkend te kunnen krijgen. Voor een deel gaat dit onbewust en nadat er, 1, 2, 3, 4, is afgeteld. Met z’n allen in een soort vrije val.

Ik denk dat organisaties heel veel van muzikanten kunnen leren. Omdat de dynamiek tussen muzikanten juist gebaseerd is op tegenstellingen. Wat ik op gitaar speel moet juist niet gelijk opgaan met wat de bassist speelt. En de bas moet ook niet precies doen wat de drummer doet. Je moet elkaar aanvullen. Niet door allemaal hetzelfde te doen, maar door juist de gaten van een ander op te vullen, door een contrast te bieden. En dat gaat op een intuïtieve manier. Niet door er dagen over te vergaderen. En niet door in de rondvraag het allemaal met elkaar eens te zijn.

Steely Dan: viering van het marginale

Walter Becker was 50% van Steely Dan. Hoe belangrijk is die man voor de muziek geweest? Domme vraag. Na zijn overlijden in 2017 werd een New Yorkse straat naar hem vernoemd, de Walter Becker Way. Volgens zijn dochter Sayan Becker zou Walter daar zo ongeveer als volgt op gereageerd hebben, ware hij nog in leven geweest:

Ha! Can you believe it? Who’s crazy idea was this anyway?

And then he would continue playing his guitar…

Al grasduinend in Walter’s nalatenschap kom je dat soort parels tegen. Zodoende ook dit mooie citaat van jeugdvriend Howard A. Rodman dat gewoon in de Nederlandse zon gezet moet worden:

Yet Walter and Donald did, anyway, and sold forty million records, anyway. They did it not by reverse-engineering what an audience might like, but by being deeply, obsessively, cannily true to themselves. The success of Steely Dan was because, not in spite of, its celebration of the marginal.

P.S. Nog ff een pittig luistertipje. Qua spanning en ontspanning is onderstaande een sterk staaltje muzikale krachtpatserij voorzien van een grote dosis subtiliteit. De spanning wordt telkens heel lang opgebouwd met akkoorden die behoorlijk tegen de reggae riff ingaan, gitaar er ook nog eens dwars overheen met tegentonen, totdat een basloopje op de synth de spanning plotseling geheel oplost naar een wel heel onwaarschijnlijk heerlijke akkoordprogressie die van een zeldzame schoonheid is. Avant-garde en vernuftige harmonie komen hier samen.

Schrijven is grip

Ik las een mooi interview met arts en schrijver Ivan Wolffers in de Volkskrant vandaag. Hij heeft sinds 2002 gevorderde prostaatkanker maar leeft al langer dan de prognose die zijn behandelend arts toentertijd maakte. Met zo’n concrete levensbeperking kom je tot vragen over zingeving.

Mensen willen grip krijgen op het leven. Bijvoorbeeld door iets concreets te doen of te maken waarvan zij vinden dat het zin heeft. Iets dat een zichtbaar resultaat heeft, tastbaar is, een fijn gevoel geeft enzo verder.

Dingen maken is grip. Een muziekinstrument steeds beter beheersen is ook grip. Steeds beter in staat zijn om naar anderen te luisteren is grip. Beter je eigen gevoel weten te plaatsen, de gedachten die eraan ten grondslag liggen, is grip.

De ziekte betekende dat er opeens chaos was in mijn bestaan. Door te schrijven hoopte ik daar vat op te krijgen. Ik ben begonnen met een blog over het alledaagse, waarin ik alles beschreef wat met die kanker te maken had. Ik nam me voor tot de kern door te dringen, de essentie te benoemen.

Lukte dat ook?
‘Gedeeltelijk. Het probleem is dat je altijd iemand hebt die over je schouder meeleest. Grote schrijvers kunnen zich daaraan onttrekken. Reve schreef wat er in hem opkwam, hij bekommerde zich niet om anderen. Ik heb dat ook geprobeerd, maar betwijfel of het me gelukt is. Ik kwam erachter dat mijn blog door veel meer mensen werd gelezen dan ik had verwacht. Ik dacht dat vooral wat vrienden en familieleden zo op de hoogte zouden blijven, maar veel meer mensen gingen het lezen. Daardoor voelde ik me toch weer gedwongen bepaalde zaken achter te houden. Marion (Bloem, red.) zal ongetwijfeld zeggen dat ik nog niet eerlijk genoeg ben geweest.’

Ivan Wolffers in interview Volkskrant 27 mei 2019

Met een blog concretiseer je je gedachten. Je maakt iets wat grip veroorzaakt. Een blog is een document, voor jezelf, voor anderen, het kan opgeslagen en bewaard worden. Het kan nu gelezen worden, of later. Misschien dat het over 100 jaar nog relevant is. Het is een teken van leven dat niet hoeft te vervliegen. Net als dat een boek niet hoeft te vervliegen. Of een lied, een film, een belangrijke sportwedstrijd en ga zo maar door.

Maar de buitenwereld gooit soms roet in het eten. Ivan is zich er bewust van dat er een publiek is dat meeleest. En je leest tussen de regels door dat ‘ie ermee worstelt, soms te weinig lak heeft aan de lezers.

De mening van een ander heeft niets met jou te maken. Grip krijgen op die mening van een ander heeft geen enkele zin. Tenzij je politicus bent, of een doordrammend discussiërend persoon. Je kunt je gaan inhouden in het schrijven, zaken achterwege laten waar een lezer mogelijk kritiek op zal hebben. Maar wat nu als die zaken je na aan het hart liggen? Als je de schaamte erover juist uit de weg wilt gaan?

Wie schrijft probeert grip te krijgen op het leven. De schrijver hoeft daarover aan niemand goedkeuring te vragen want het is aan de lezer of hij of zij er iets mee doet. Don’t shoot the messenger, zeggen ze. Een waarheid als een koe.

Geestelijke gezondheid

Er zijn diverse bezigheden die mij kenmerken, waar ik jarenlang mee bezig ben en blijf. Muziekmaken, gitaarspelen, sounddesign, podcasting en de zaken die ermee samenhangen. Maar er is nog een thema dat me sinds lange tijd bezighoudt. Ik weet niet eens goed te bepalen wanneer het precies begonnen is, in mijn jeugd vermoed ik. En dat is: geestelijke gezondheid.

Net als in de meeste families, valt er ook bij mij het een en ander te vertellen over geestelijke gezondheid. Ik heb voorbeelden gezien van hoe het niet moet en wel moet. Dat zijn wijze lessen. En van mijn eigen gezondheid (waar ongezondheid dus ook bij hoort) heb ik ook veel geleerd. Ik leer nog steeds. Soms loop je een mentaal griepje op. En soms kun je juist bijvoorbeeld een familielid verder helpen met advies op dit vlak.

Helderheid van geest is voor mij het streven. Ik wil een goeie relatie tussen gedachten en gevoelens.

Onlangs zag ik een mooi interview met gitarist Steve Vai. Hij liep als 20-er een depressie op toen het eigenlijk op muzikaal vlak heel goed met hem ging. Hij speelde bij Frank Zappa en werd gezien als de nieuwe grootmeester op gitaargebied. Die depressie heeft hem mentaal juist enorm veel verder gebracht. Hij wist van zijn zwakste punt zijn sterkste punt te maken.