Een maand lang zonder “sociale” media?

Wat nu als ik volgende maand me een maand lang afzonder? Dan zal de documentairereeks waar ik al bijna 2 jaar aan werk lekker opschieten. Heerlijk doorwerken aan de editing zonder afgeleid te worden door “sociale” media die op basis van een algoritme denkt te weten wat ik leuk vind. Dat bepaal ik ZELF wel! Fuck you Twitter, YouTube, Facebook, Instagram met jullie ranzige algoritmes!

Ik zal nogal wat appjes moeten weggooien van mijn telefoon. Hoewel dat mij een tof gevoel zal geven. Met zo min mogelijk meuk leef je simpelweg lichter. Ik ken dat gevoel en ben sowieso redelijk minimalistisch ingesteld en weet me te beperken. Ik word er productiever en creatiever van.

Geen Twitter, Facebook, YouTube, Instagram en ga zo maar door. Ik kan nog wel een blogje tikken als ik daar zin in heb. Maar dat ga ik dus niet roeptoeteren op “sociale” media. Ik stuur hem gewoon het universum in. Voor wie mijn blog volgt en voor wie mij googlet. Zo niet, ook goed.

Ik. Wil. Het. Zelf. Doen.

En dat ga ik doen. 1 november 2017 trek ik me een maand lang terug. Die ervaring zal ik delen hier op mijn blog. En misschien gaat het me bijzonder goed bevallen en ga ik voor een verlenging voor onbepaalde tijd.

Het gevecht om de aandacht en het kweken van behoefte door Facebook

Bij De Correspondent las in een aanklacht tegen Facebook:
https://decorrespondent.nl/7483/wat-je-terugkrijgt-als-je-van-facebook-gaat/

Facebook wil zolang mogelijk onze aandacht vasthouden door ons continu berichten voor te schotelen die wij leuk vinden. Sommigen beklagen zich erover maar blijven Facebook wel gebruiken. Heeft Facebook ons verslaafd gemaakt en wij zijn echt zo willoos?

Tja, over de Vrije Wil wordt al eeuwenlang een flinke boom opgezet. Het vragen om aandacht is wat iedereen doet. Elk bedrijf, elke omroep, elk nieuwsplatform, elk mens.

De televisie wordt vaak gezien als een domme doos die om aandacht vraagt. Je zit zinloos op de bank te kijken en wordt automatisch een avond lang vermaakt. Alsof er geen verzet tegen mogelijk is.

Steeds meer mensen doen de tv weg en gaan vervolgens Netflixen. Waar het woordje binge watching op van toepassing is. Weerloos zit men in plaats van 1 aflevering de hele serie in een klap te bekijken.

Weerloos zonder Vrije Wil?

In 1999 maakte Frans Bromet een documentaire over de mobiele telefoon:

De geïnterviewden zijn stellig: ze hebben geen enkele behoefte aan zo’n ding. Inmiddels zullen zij ook allemaal een mobiel hebben en vast en zeker inclusief mobiel internet. Zo gaat het altijd. Behoefte wordt gekweekt. Zelfs software updates verlopen zo. Je doet het maar, terwijl je er soms ook op achteruit gaat. Soms raakt de computer op hol en moet de slimme broer of buurman weer gebeld worden om de ellende op te lossen. En voor wat eigenlijk? Voor die ene feature extra waar geen mens op zit te wachten?

Een schreeuw om aandacht.

Kijk als ik in een roze tangaslip de straat op loop word ik uitgelachen maar mensen die eerst beweren dat ze iets echt niet willen en vervolgens een paar jaar later beweren er niet zonder te kunnen worden als heel normaal gezien.

Zo heb ik de plotselinge adoratie voor Pim Fortuyn – “onze Pim” – altijd apart gevonden. Lui die in voetbalstadions de hele wedstrijd “homo” riepen raakten helemaal in de ban van Pimmetje. Zelfs straatarme mensen raakten verknocht aan de dandy die zijn danderiaans niet eens onder stoelen of banken schoof.

Een gevalletje American Beauty?

Maar goeds, zijn wij allen zo weerloos en moeten we daartegen beschermd worden?

Ja dus, dat we weerloos zijn mag duidelijk zijn. Mensen die zelfs Facebook haten zitten zelfs op Facebook omdat ze anders zoveel moeten missen. Zijn ze eraan verslaafd geraakt net als aan de tv?

De Correspondent doet een oproep om van Facebook af te gaan maar adverteert wel op dit medium. Nogal hypocriet dus want men zorgt zelfs voor geldstromen richting Facebook. Wees dan principieel en weiger daaraan mee te doen. In het stuk van De Correspondent staat “Zet je automatische betaling aan Mark Zuckerberg stop”, maar men adverteert toch echt op Facebook. Of is De Correspondent weerloos? Men wil wel, maar men kan het niet weerstaan?

We raken verslaafd aan de middelen die onze verveling kan doorbreken. Die onze stemming even kan opkrikken. Daarom kijken we tv en vingeren we die socialstream van Facebook de hele dag door. En alles vraagt onze aandacht, maar dat is altijd zo geweest. Op straat zelfs word ik geconfronteerd met reclame. De hele tijd door. Mijn aandacht moet daar naartoe geleid worden en mijn behoefte moet gekweekt worden, ook al roep ik dat ik er geen behoefte aan heb. Weerloos heb ik daar niets over te zeggen.

Voor de Vrije Wil moet je wel iets doen.

Persoonlijk denk ik dat er tot op zekere hoogte een Vrije Wil bestaat. Wees je ervan bewust dat je zelf ook dingen kunt doen en maken. Dat het wereldnieuws geen prioriteit hoeft te zijn. Dat de Vrije Wil er alleen maar kan zijn op het moment dat jij je realiseert dat zolang jij gezond bent en je niet in een levensbedreigende situatie verkeert er helemaal niets aan de hand is. Niets hoeft dan je aandacht te vragen met de grootste prioriteit, maar je kunt zelf beslissen. Je werkt gewoon je werklijstje af, of je lummelt wat. Jouw keuze, koester het!

De Vrije Wil kan ook alleen maar ontstaan op het moment dat je beseft dat je kunt kiezen. Dat er geen enkele reden tot paniek is. De meeste mensen, ondanks de uitstekende situatie waaronder ze verkeren, stellen zichzelf de vraag “maar wat nu als dat niet zo blijft?” Die hebben een baan maar zijn bang dat ze die baan verliezen. Ze zijn bang voor de toekomst. En dat maakt ze weerloos. Maar het is een verkeerde gedachte die ingegeven is door angst. Iedereen gaat uiteindelijk dood, maar zolang dat juist NIET het geval is, zit er maar 1 ding op: LEVEN!

En voor diegenen die dat niet snappen of willen snappen is er vermaak. De hele dag door. Here we are now entertain us.

*gitaar pakken doet*

Cockney is een soort Haags

Het Cockney-accent van de Londenaars heb ik altijd prachtig gevonden. Het is verwant aan het Haags met name door de platte ‘âh’ in plaats van een volle A. In plaats van mother spreekt men van ‘mâdâh’. De Hagenees spreekt van moedâh. Bovendien verwijderen beide accenten dus de R want die is immers volkomen voor ovâhbodàg.

Hoewel er veel over taal geouwehoerd en geschreven wordt, over de verwantschap tussen Cockney en het Haags heb ik nog niemand gehoord. Toch gek want wat mij betreft is het volkomen logisch omdat Londen en Den Haag in een rechte lijn liggen. Schepen tussen beide steden hebben eeuwenlang zo lopûh te pingpongûh. Dan steek je mekaar aan omdat je met mekaar mot kennen communiceren. Ja tòg?

Voor wie mij ff niet helemaal ken volgen, hier een goed lesje Cockney:

Ik ben altijd dol geweest op die uiige accenten in films en in muziek. Toch maf want als ikzelf ga zingen betrap ik me er toch op dat ik overstap op een soort kleurloos ABN. Onlangs raakte ik op het muzikale spoor van de zoon van Ian Dury, Baxter Dury die net als zijn vadàh een mooi staaltje Cockney langs zijn huig laat waaien. Vandaar eigenlijk dit stukje. Met een soort opdracht aan mezelf.

Sommige mensen vinden het verdacht als een Hagenees ook ABN lult, zo van: “zie je nou wel, dat Haags van hem is gewoon een trucje.” Terwijl elke Hagenees in elke groengele-vezel voelt dat het omgekeerde het geval is. Vraag het anders Wim de Bie of Kees van Kooten maar eens…

Jan Vollaard was zeker ongesteld of moest het worden

Jan Vollaard pende voor de NRC ondermeer het volgende:

Al te vaak klonk Keiths gitaarspel alsof er een mortiergranaat boven het samenspel van de anderen werd losgelaten.

Tuurlijk, ze zijn stokoud en niet meer zo fris en scherp als ze ooit waren. De magische dynamiek tussen Ronnie en Keith vindt zich tegenwoordig waarschijnlijk alleen nog buiten het podium af. Al jaren aait Keith de snaren als ie Gimme Shelter struikelend speelt. En af en toe slaat ie het verkeerde akkoord aan. Zoals bv hier duidelijk te horen en te zien is:

So fucking what!

De Stones hebben nooit perfectie nagestreefd. Wat dat betreft zijn het de The Beatles niet. De Stones stammen uit de blues. En ze gaan met de dag meer met hun helden samenvallen. Ze hebben eenzelfde soort slordigheid en rauwheid. En ze lachen iedereen uit. Keith al helemaal. Zo herinner ik me nog een interview van Jip Golsteijn dat ik in een jubileumuitgave van muziekkrant OOR ooit las. Het stamde uit de begin jaren 70 en Jip gaf Keith nog een paar jaar. Niet dus want Keith heeft iedereen overleefd, ook Jip.

Ronnie, de virtuoos van de 2 gitaristen, en onlangs medisch gezien ook weer helemaal in shape weten te krijgen, speelt trouwens nog best een paar puntige zeer gedoseerde solos. Ik heb de YouTube videos van het concert van gisteren hier en daar wat kunnen bekijken en het viel niet tegen. Ik heb heel veel respect voor het feit dat ze nog gewoon spelen en er lol in hebben. Het is hun leven. Een stijl die ze zelf gecreëerd hebben. En dat Keith wanneer ie een fout maakt een kop opzet van “I don’t fucking care!” Man, dat siert de man. Die houding vind ik te gek. Op zo’n leeftijd niet luisteren naar de azijnpisser die zich meneer de muziekjournalist noemt. De muzikant heeft namelijk Altijd gelijk.

Man, ik heb Miles Davis nog zien spelen toen hij zowat doodging van de pijn. Pijn in zijn heup en teveel medisch gedoe gewoon. Maar man, man, man wat een genot om Miles over dat podium te zien sjokken. Hoefde voor mij niet eens een noot te spelen. Kind of Blue all over the place. Alleen al uit zijn houding sprak een belangrijke les: trek je geen REET aan van wat ze van je zeggen. Ga door. Spelen!

Het was rock and roll die ons calvinisme eruit sloeg. Het werd fucking tijd! Opendraaien die versterker en hard aanslaan. Desnoods als je boven de 70 bent. Al zit je haar niet. Who cares?

Op zoek naar de hardnekkige calvinisten met Leo Blokhuis

Het tv-programma Achter de dijken van Leo Blokhuis heeft mijn aandacht. Ik zet er een alarm voor en kijk het live, zover het kan. Gisteravond lukte dat niet omdat ik op het moment van uitzending keek en luisterde naar oud-Brood gitarist David Hollestelle die een hand door zijn zwartgeverfde haar had gehaald waardoor het piekerig alle kanten uitsprong terwijl hij onderwijl nonchalant op een Teye gitaar hoge noten op een overstuurde versterker eruit stond te persen. Maar eenmaal weer thuis keek ik de uitzending van Blokhuis gelijk terug. Omdat ik nou eenmaal heel benieuwd ben naar die volksaard van De Hollander.

Deze aflevering – Aflevering 4: De echo van Calvijn – stond in het teken van muziek en schilderkunst. Leo constateert dat we een volk van koren zijn, een direct gevolg van Calvijn die in de 18e eeuw alle Psalmen liet voorzien van unieke melodieën zodat de kerkgangers deze mee konden zingen. Ook de beeldenstorm en Van Gogh kwamen aan bod. Van Gogh zou een groot calvinist zijn omdat hij zich kapot werkte en het hem niet om roem te doen zou zijn geweest. “Doe maar normaal dan doe je al gek genoeg.”

In het zaaltje waar David Hollestelle van snaar ging zaten opvallende Hollanders. Ook oud-Brood manager Koos was meegekomen. Hij droeg een shirt zonder kraag maar had wel een stopdas om de nek. Imago, mode, eigenwijzigheid, een middelvinger richting Calvijn? Ook aan David Hollestelle kun je zo op het blote oog geen greintje calvinisme ontdekken.

En zelfs bij Van Gogh zie ik eigenlijk een enorme afkeer van onze volksaard. Van Gogh zocht net als vele schilders toentertijd zijn heil in Parijs. Daar riekte het naar de avant-garde. En daar werd enorm veel gezopen. Een calvinistische gematigheid  kun je bij hem toch niet constateren? Afgezien van zijn enorme werkelan dan. “Doe maar normaal dan doe je al gek genoeg.” Ook die vlieger gaat voor Van Gogh niet op. Vincent was bij vlagen compleet gek, dat weet iedereen. Daarbij vergeleken is Herman Brood een zacht eitje.

Ik geloof zeer dat onze volksaard voor een belangrijk deel door Calvijn bepaald werd. Maar ik geloof ook in een tijd na Calvijn. Ging na de tuttige jaren 50 onze volksaard door de kunst en de rock ‘n’ roll in het bijzonder, de hippies, de provo’s, Koot en Bie, Wim T. Schippers, Jan Wolkers, de Stones in het Kurhaus, de Dolle Mina’s, de krakers, de punkers, van die dingen dus, niet definitief op de schop?

Zij die hard gierend op hun gitaar hun Sympathie voor Duivel betuigen, houdt achter dat stoere schild toch een hardnekkig calvinist zich schuil?

Aja 40 jaar later: Walter Becker op bas en gitaar

Aangezien het dit jaar, 2017, 40 jaar geleden is dat het meesterwerk Aja van Steely Dan uitkwam, voel ik mij geroepen om dit album nummer voor nummer door te nemen op mijn blog. Zodoende schreef ik daarvoor een introductie en een analyse van het nummer Black Cow. Maar door de onverwachtse dood van Walter Becker op 3 september jongstleden wil ik daar een stuk aan toevoegen. Walter Becker vervult als bassist en gitarist op Aja namelijk een bijzonder belangrijke rol die ik wil toelichten.

Aja bestaat uit 7 tracks. Op 5 ervan is Walter te horen.

Aja


Op track 2, Aja, de gelijknamige titeltrack van het album, speelt Walter gitaar. Maar naast Walter spelen ook grootmeesters Larry Carlon en Denny Dias gitaar. Dankzij het geweldige arrangement, de precieze gelaagdheid van de instrumenten klinken die 3 gitaristen tezamen totaal niet als muzikale overdaad.

Deacon Blues


Op track 3, Deacon Blues, speelt Walter bas. Een prachtige partij waarbij hij in de coupletten de bas niet laat doorpompen op de drumpartij van grootmeester Bernard Purdie maar juist gaten laat vallen en de coupletten zodoende heel open houdt. In het refrein speelt hij wel met ‘Pretty’ Purdie mee. Walter speelt daarbij niet zozeer de grondtonen uit de akkoorden maar speelt spannende harmonische lijnen die het nummer op een fraaie manier weet voort te stuwen.

Home at Last


Track 5, Home at Last met opnieuw ‘Pretty’ Purdie die in dit nummer zijn wereldberoemde #purdieshuffle tentoonspreidt. Een onwaarschijnlijke drumpartij, een ware klassieker. ‘Pretty’ Purdie speelt een shuffle op de hihat die samen met de ghost notes die hij op zijn snaredrum speelt een triolen-timing vormen, de kenmerkende purdieshuffle. Het grooved als een gek maar is uiterst subtiel. Let ook even op hoe onwijs lekker zijn snaredrum hier klinkt. Aja klinkt sowieso als een klok.

Tegen deze waarschijnlijke groove speelt allereerst Fagen een geweldige solo op zijn synth en neemt Walter het van hem over met een sublieme gitaarsolo.

I Got The News


Op Aja vervult grootmeester Larry Carlton een belangrijke rol, Walter zegt hierover in een interview in Rolling Stone magazine:

“In the past,” said Becker, “it has been Larry who played most of the guitar solos. We’re probably hardest on guitar players. But we get the best work. I suppose other people go into the studio and jam around and it’s, ‘Let’s get something going,’ until they get a few riffs that they can try and write some words around. We’ve real charts and everything. It’s more productive. The musicians enjoy getting asked to do something that’s challenging. We like working with an overview, too. It’s difficult, but it’s fun. It’s not stupid music.”

Opvallend is dat de rol van Larry Carlton op Aja beperkt blijft tot die van ritme gitarist. Wat hij overigens met verve doet. Op Track 6, I Got The News is opnieuw een gitaarsolo van Walter te horen. Bluesy maar voorzien van diverse spannende noten die de solo het blues idioom doet ontstijgen. Lean and mean, kenmerkend voor Walter.

Josie


Het slotnummer van Aja, Josie, track nummer 7 met het geweldige gitaarintro. De gitaristen Dean Parks, Larry Carlton en Walter Becker vormen een trio maar ook hier ontaard het niet in een overdaad aan gitaargeweld. Met subtiel muzikaal doseren weet mijn favoriete #smaakmakerduo Fagen en Becker namelijk wel raad.

En dan die solo! Becker speelt hier met een heerlijk lekker clean geluid met een “randje” een topsolo van Heb Ik Jou Daar. De noten worden op een heerlijke manier opgedrukt, verbogen, kenmerkend van de blues, maar opnieuw wordt hier het blues idioom volledig ontstegen en bijt de solo van Walter op een heerlijke manier door de mix heen.

Opvallend is dus dat Walter op Aja op de laatste 3 nummers van deze wereldplaat dus de solos voor zijn rekening neemt. Tel daar de geweldige baspartij van Deacon Blues bij op en zijn ritmegitaar op Aja en we moeten toch echt tot de conclusie komen dat Walter een topmuzikant was. Naast dat ongelofelijk compositorische talent van hem. Naast zijn onwaarschijnlijk muzikaal oor voor harmonie en fraai samenspel. En naast zijn literaire topkwaliteiten en groot gevoel voor zwarte humor en cynisme.

Walter was zondermeer one of a kind.

Zo onwaarschijnlijk triest: Walter Becker is overleden!

foto onder CC BY-SA: Arielinson

Door The Nightfly (*), het soloalbum van Donald Fagen, heb ik denk ik Steely Dan ontdekt. Dat was in 1982 en ik was een jaar of 14, speelde gitaar en volgde met de grootst mogelijke toewijding wekelijks de workshop jazzgitaar aan de Stedelijke Muziekschool in Den Haag onder leiding van mijn favoriete docent aller tijden: Ferry Robers (RIP).

Het was dus jazz dat swingend de klok sloeg. Toen ik een paar jaar later in een schoolbandje nummers van de Stones moest spelen speelde ik er modale jazzsolo’s overheen. Dat had ik geleerd van Miles Davis’ Kind of Blue. Toch vroeg ik me af waarom dat in combinatie met de Stones toch zo verkeerd klonk. Tot op de dag van vandaag swing ik liever met een dikke toon dan dat ik hard, fel en gierend van snaar ga. Een echte rocker ga ik nooit worden, ook al hou ik wel van die stijl als luisteraar.

Maar potverdomme nu is Walter Becker dus overleden. Die andere helft van Steely Dan. Via The Nightfly kun je zo een brug slaan met het werk van Steely Dan en lang heb ik in de veronderstelling geleefd dat het harmonische genie van Steely Dan Donald Fagen was. Maar ik kwam erachter dat dat niet klopt. Het duo Fagen en Becker schreef namelijk alle songs samen. Zowel de muziek als de teksten. Schreef de Donald een zin dan vulde Walter hem aan. Het heeft geresulteerd in geniale muziek  die zijn weerga niet kent. Nog altijd staat Steely Dan compleet los van iedere andere band uit de popgeschiedenis. Er is geen band die jazz en rock zo goed verweven heeft als Steely Dan. En is geen band te vinden die aan het literaire niveau van Steely Dan kan tippen.

Steely Dan is enorm sophisticated. Maar het ontbreekt the Dan nooit aan zwarte humor, het bijt altijd. En ook hun nootkeuze, hun gruwelijk complexe harmonie, ook al klinkt het smooth, het is puur een wolf in schaapskleren. Wie de muziek van Steely Dan glad noemt heeft er niet goed naar geluisterd. Glad is veilig en de muziek van Steely Dan is verre van veilig. En je kunt op zachte toon de meest verschrikkelijke dingen bezingen, snap je?

Het is met name dat wat de Steely Dan adepten en coverbandjes vaak niet snappen, ze zijn simpelweg te glad en missen die vuile onderlaag die Steely Dan wel heeft. Dat is het vernuft, de diepgang die het duo Fagen en Becker zo uniek maakt.

Becker leerde ik pas echt goed kennen in 1994 toen zijn geweldige soloalbum 11 Tracks of Whack uitkwam. Ik weet nog hoe ik deze plaat maandenlang als afsluiter van de dag in zijn geheel beluisterde terwijl ik op de bank lag met een hoofdtelefoon op. Hoe laat ik ook thuis was, die plaat was altijd de dagafsluiter. Het is niet een plaat zoals The Nightfly, hij klinkt een stuk minder sophisticated. Maar de songs zijn geweldig, voorzien van onwaarschijnlijk lekkere complexe akkoordstructuren en de stem van Walter Becker klinkt ook heerlijk eigenwijs.

De track Girlfriend van dat 1e soloalbum van Walter is een van de meest geniale songs aller tijden. Het nummer bouwt een enorme overmatige spanning in de coupletten op die vervolgens telkens op een verrassend soepele manier ingelost wordt door het refrein. Ook mijn oude vriend Quintus (RIP) vertelde mij toen ik hem weer eens zag hoe geweldig hij dat nummer vond. Eenzelfde soort spannend-refrein met een oplossend-refrein zit in het nummer Hat Too Flat. Een methodiek die Steely Dan op een soortgelijke manier heeft toegepast in het nummer The Royal Scam van het meesterwerk met de gelijknamige naam. In dat nummer hoor je ook hoe geniaal langdradig de spanning overmatigd wordt opgebouwd om vervolgens ingelost te worden door de regel ‘See the glory of The Royal Scam!’ Uitermate zwart en cynisch.

Naast songschrijver en arrangeur speelde Walter gitaar en bas bij Steely Dan. In de hoedanigheid van gitarist heb ik Walter nog een paar maal live gezien. Een openbaring want ik weet nog hoe ik, toen ik ze de 1e keer live zou gaan zien, me bedacht dat het zeer waarschijnlijk tegen zou vallen. Steely Dan is immers een typische studioband, zo dacht ik. Nee niet dus, Steely Dan klinkt live onwaarschijnlijk te gek! De hemel op aarde! En het is een genot om Donald Fagen achter zijn Fender Rhodes te zien wiebelen als een soortemet Ray Charles. En Walter Becker speelde daar dan relatief bewegingsloos prachtige gitaarpartijen bij. Hij zag er altijd zeer gewoontjes uit. Een merkloze spijkerbroek van een maat of 2 te groot en een paar simpele sneakers eronder. Zonder enige vorm van opsmuk. De muziek moest het hem doen. En dat deed het enorm!

Walter is een prachtige naam om je kind te noemen. Rest in peace buddy!

  • = bij nader inzien denk ik toch dat het nummer Hey Nineteen van het album Gaucho mijn eerste kennismaking met de band was.

UPDATE: doodsoorzaak is door Walter’s vrouw Delia bekend gemaakt. Een zeer agressieve vorm van slokdarmkanker.

As Walter Becker’s wife of many years, I wanted to share with his fans some information regarding his death that has not previously been reported. I realize this is overdue, and I hope you will understand why. For me personally, his death was a devastating blow, as I know it was for many of you. I am just beginning to emerge from its heartbreaking impact.

Walter died in the course of being treated for an extremely aggressive form of esophageal cancer. The cancer was detected during one of his annual medical checkups and its presence came as a grim surprise to Walter, his doctors and to me. It seemed to have come out of nowhere and had spread with terrifying speed.

Walter chose an intense regimen of chemotherapy at Sloan Kettering though, between the cancer’s aggressiveness and the overwhelming toxicity resulting from the chemotherapy treatments, Walter died less than four months after the cancer was detected.

Walter passed peacefully in our New York City home, surrounded by his family, his music, and a blustery rainstorm — one of his favorite sounds — blowing outside the window. In keeping with his wishes, he was cremated without ceremony or memorial in New York City.

Understandably, Walter wanted privacy during the course of his illness and he hoped for recovery. He wanted to be able to return to the stage and once again perform for his fans. It’s important to me, as it was to Walter, that you all know he never intended to keep anyone in the dark about his condition. He just ran out of time much sooner than any of us thought possible.

The tsunami of tributes and remembrances that have followed Walter’s passing has been deeply moving. Even his “Number 1 Fan” — me — would not have predicted anything close to the depth and breadth of public expressions from those whose lives were enriched by Walter — by his talent, his kindness, and his skill at inspiring some wicked fun.

Thank you, everyone, for helping me and his loved ones know that Walter’s mark on the world — and on all of you — will not soon fade.

–bron: Stereogum

Moet een kunstenaar zichzelf blijven vernieuwen?

Er zijn kunstenaars die zichzelf blijvend probeerden te vernieuwen en er zijn kunstenaars die stijlvast zijn. Bach, Laurel & Hardy en Monty Python hebben wat ze ooit vonden bij herhaling toegepast. Daar is naar mijn idee niets mis mee.

Bowie veranderde telkens van stijl. En Miles Davis heeft de jazzmuziek een paar maal compleet weten te vernieuwen. Zij werden onrustig als ze te lang hetzelfde deden. Noodgedwongen vernieuwingsdrang. Diversiteit als belangrijkste stijlkenmerk.

Maar als een kunstenaar een andere kunstenaar nadoet vinden we dat niet creatief. Wellicht dat sommigen daarom ook vinden dat de kunstenaar zichzelf niet mag herhalen. Wat ik vreemd vind want als je een mooie eigen stijl ontwikkelt, waarom zou je die stijl dan niet toepassen op heel veel werk? Als Laurel & Hardy slechts 1 kort filmpje gemaakt hadden zou je daar snel op uitgekeken zijn. En dus ben ik dolblij dat er zoveel van die Laurel & Hardy filmpjes zijn. Hetzelfde geldt voor de absurdist Gummbah die zichzelf blijvend herhaald. En waar ik zeer blij mee ben want binnen het format van de tekening/strip, is hij in staat om hilarische grappen te blijven maken, keer op keer.

Of neem Brian Eno, de man die de term Ambient uitvond en voor een groot deel deze muziekstijl bepaalt. Nog altijd maakt Brian Eno dit type muziek en brengt het uit. Zo heel veel verschil tussen het oude werk en het nieuwe werk zit er niet, maar dat hoeft ook niet. Sterker nog: dat kan niet eens. Ambient is Ambient.

Bach schreef op basis van contracten zijn muziek, geheel volgens afspraak en met regelmaat. Men wilde gewoon meer werken van Bach en dus leverde Bach deze. Hetzelfde gold voor Laurel & Hardy, Monty Python, Michelangelo en vele andere kunstenaars die gewoon onder contract de meest prachtige dingen produceerden waar we nog altijd van genieten.