35e verjaardag Parkpop 2015 met waslijnbas en warme melancholie

Op dezelfde dag dat het 35-jarig bestaan van Parkpop gevierd wordt, vindt ook de afscheidsbijeenkomst van Thé Lau in Paradiso plaats. John van Vueren, manager van The Scene in haar roemruchte jaren, was ook jarenlang de programmeur van Parkpop.

De cirkel is rond en het was weer als vanouds. Parkpop is en blijft een heerlijk divers festival dat in het mooie Zuiderpark elk jaar plaatsvindt op de laatste, vaak snikhete, zondag van juni. Gisteren was het prima te doen, met wat verkoelende wolken.

Ik heb een poging gewaagd om Frans Bauer te doorstaan maar vond zijn muziek niet te pruimen en ben snel afgehaakt. Later hoorde ik dat hij het Haagse inkoppertje ‘Oh oh Den Haag’ ook had gezongen. Daar houden die Brabanders namelijk wel van.

Er waren naar het schijnt dit jaar 225.000 bezoekers. In het topjaar 1992 werd het maximum van 500.000 bezoekers bereikt. Nota bene het jaar dat The Scene ook optrad. En nooit eerder zongen zoveel mensen “Iedereen is van de wereld” mee. Een legendarisch Parkpop-moment.

Maar hoe zit het met het huidige Parkpop? Wat zag en hoorde ik gisteren tijdens de 35e-editie? Twee bands sprongen er voor mij uit:

Ben Miller Band: een hoogtepunt

De band die werd ontdekt door zanger/gitarist Billy Gibbons van ZZ Top. Ze spelen een mix van blues, rock, country en bluegrass die rauw, hees, teder ten gehore gebracht wordt. Zo speelt zanger Ben Miller op een sigarenkist-gitaar en zingt hij door de hoorn van een oude telefoon. Bassist Scott Leeper bedient zich van een waslijnbas (met behulp van een wastobbe) waar hij overigens wonderbaarlijk virtuoos op speelt. En drummer Doug Dicharry ruilt zijn drumstel maar wat graag in voor een wasbord of een stel lepels die door een reeks gitaarpedalen worden gehaald. Met name de combinatie wasbord + wahwah-pedaal deed ’t hem wel bij mij.

Ben Miller Band

Scott Leeper van Ben Miller Band

Ben Miller Band

Het feest der herinnering van OMD

Orchestral Manoeuvres in the Dark was vroeger zeker geen band waar ik warm voor liep. Gisteren veranderde dat. Het werd hun 2e optreden op Parkpop. De 1e keer was *kuch* 30 jaar geleden.

Zanger/bassist Andy McCluske pakt het complete Parkpop-veld in met wilde dansbewegingen langs de rand van het podium. Ook maakt ‘ie kleine plagerige opmerkingen naar de andere bandleden. Bijvoorbeeld wanneer de drummer een defecte snaredrum moet verwisselen. Volgens Andy had meneer beter voor een compleet electronisch drumstel kunnen kiezen. OMD is immers toch een elektronische band? Links en rechts van de, overigens uitstekende, drummer staan twee grote keyboards opgesteld. Andy bedient zichzelf op diverse songs van een elektrische basgitaar.

We moeten even wachten want er gaat weer iets mis. Zanger/toetsenist Paul Humphreys deelt ons mede dat hij zojuist uit zijn broek gescheurd is. Waar Andy overheen gaat met de opmerking: “Oh en dat laat je aan het publiek weten? Handig hoor, nu ziet iedereen het!” De boel wordt met gapper-tape gerepareerd terwijl Paul glimlachend achter zijn keyboard op de verhoging blijft staan.

Het optreden levert een reeks aan hitsingles op. En het is opvallend hoeveel OMD er gehad heeft want ik ken vrijwel alle nummers. De ooit zo kille synthesizer-klanken maken bij mij plaats voor warme melancholie.

Popmuziek gaat toch een stuk langer mee dan we altijd gedacht hebben. Het is voor de zoveelste keer bewezen: Roll Over Beethoven!

OMD

OMD

P.S. Voor al mijn foto’s zie Parkpop-2015 Flickr-set.

En vergeet ook dit niet:

De helse klus van het maken van presets

reason-credits

Factory Soundbank

Mijn vaste lezers weten dat ik honderden geluiden voor het muzieksoftware Propellerhead Reason gemaakt heb. Deze presets worden meegeleverd met het pakket en bevinden zich in de Factory Soundbank. Het is alweer een paar jaar geleden dat ik dat voor het Zweedse Propellerhead gedaan heb. Nu komt het zelden nog voor dat zij mij of een andere professionele sounddesigner inhuren voor aanvullende geluiden. De Reason-gebruikers zelf helpen tegenwoordig graag gratis mee. Hoewel ik niet in de portemonnaie  van de Zweedse firma kan kijken, het zal een grote rol spelen. Toch jammer want presets kunnen een product namelijk maken of breken. Sterker nog: presets ZIJN het product.

Ik ken veel mensen die niet snappen hoe ze een geluid zelf moeten programmeren op een synthesizer. Laat staan dat ze in staat zijn om multi-samples te maken. En toegegeven: het is ook heel complex. Mijn mazzel is dat ik engelengeduld heb, volhardend ben en op jonge leeftijd begonnen ben met de meest complexe vorm van geluidssynthese: FM.

En toen ik jaren later versie 1 van Reason kocht keerde ik het pakket binnenste buiten. Elke dag was ik bezig met het programmeren van geluiden. Hierdoor ging ik steeds beter aanvoelen waartoe het pakket in staat was. Later is daar het geweldige pakket Ableton Live ook nog bijgekomen. Beide pakketen beheers ik tot in de puntjes. En nog altijd kan ik me compleet in het sounddesign verliezen als ik met een laptop op de bank zit…

Ik gebruik ze zelf ook

Maar natuurlijk gebruik ikzelf ook presets. Simpelweg omdat als ik muziek aan het maken ben (en wat toch mijn eerste liefste is) ik absoluut geen tijd hebt om een preset van scratch af aan op te bouwen. Wat ik dus meestal doe is een preset optimaliseren voor mijn track. Tegenwoordig moet je razendsnel muziek kunnen leveren die ook nog eens topklasse klinkt. Dus zul je niet alleen over een grote voorraad toppresets moeten beschikken, je zult die bibliotheek met presets ook op je duimpje moeten kennen zodat je ze desgewenst razendsnel te voorschijn kunt toveren.

Sommige presets die ik voor Reason maakte hebben enorm veel tijd en moeite gekost om te maken. Denk hierbij bijvoorbeeld aan de akoestische bassen of akoestische gitaren. Zo bedacht ik me bij het maken van presets voor Reason 3 dat het voor een akoestische bas wel tof zou zijn als je met behulp van het modulatiewiel er wat flageolet-noten bij zou kunnen draaien om zo te kunnen variëren tussen mooi gespeelde noten en de boventoon-varianten ervan. De Upright+Harm patch in Reason is daarvan het resultaat. Deze patch heeft mij vele uren gekost, verspreid over een paar dagen. En de samples zijn verstemd op zo’n manier dat het muzikaal lekker klinkt. Het uitgangspunt is niet loepzuiver, maar het uitgangspunt is een muzikale sound die lekker in Het Geheel, in de mix van andere instrumenten, past.

Dit geldt overigens niet alleen voor gesamplede instrumenten. Ook synthesizersounds hebben mij zeeën van tijd gekost om te bouwen. Gek werd ik er soms van. Urenlang pielen in software en heel intensief luisteren, het gaat je niet in de koude kleren zitten. En let wel: je werkt ook nog eens met apha-versies van software vol bugs, die ook nog een stroperig traag reageert op alles wat je doet. Het koste echt bloed, zweet en tranen. Maar ik beschouw mijn geluiden als klassiekers, als mijn kinderen.

Mike Daliot van Native Instruments

Het boek PRESETS – digital shortcuts to sound van Stefan Goldmann is daarom ook een feest van herkenning. Bijvoorbeeld door het interview met Mike Daliot, sounddesigner voor Native Instruments. Mike programmeerde ondermeer de topsounds voor de NI Reaktor synths zoals Photone en Metaphysical Function. Ook is hij verantwoordelijk voor de geniale sounds die met NI Massive meegeleverd worden. Je kunt betwisten of Massive de veste synth ever is maar het is wel een synth met onwaarschijnlijk vette presets. Om met Mike te spreken:

Presets used to show off what an instrument can do. During my time at Native I recognised that now the presets are the instruments.

Complexity is the death of  all music. Unfortunately, for producing cutting-edge sounds you need this complexity. Otherwise they wouldn’t exist. Complex designs are saved into presets, and people happily use these.

While programming these sounds I recognised I was actually hiding the synthesizer behind the sounds. They helped to obscure what it actually does since hardly any user will have the spare time to programme such deep patches. It just takes too much time.

Ik ben het er 100% mee eens.

Naast geluiden voor Propellerhead heb ik ook voor andere software geluiden gemaakt. Voor de firma FabFilter bijvoorbeeld en diverse Android en iPhone apps.

Thé YEAH!

gibson-sg

Paradiso, 1994

met de rechterhand
wordt de groove hooggehouden
klinkt de oerbeat vanaf een Gibson SG

“YEAH!!!”

het Heilige Vuur
met noodzaak en pijn,
de snaren worden echt heel hard geraakt vandaag

“het moet zwaaien met het lichaam!”

met een oude Charlie versterker
op Hollandse steenkolen
en het doet wat het moet doen

Foto onder CC BY-NC-ND: Steven Tyler PJs

Sounddesign en sound design

regel 12.A
Een in het Nederlands gebruikelijke samenstelling van Engelse woorden schrijven we in één woord.

Woordenlijst Nederlandse Taal

Daar waar mijn vak in het Engels sound design heet, moet je het in het Nederlands als sounddesign schrijven. Da’s niet echt handig in deze online wereld waarin Google zaken indexeert om een match op woorden te kunnen maken. En het is niet handig aangezien wij tags gebruiken op onze blogs, Twitter, Facebook, Instagram, Flickr etc.

Ik vind de Nederlandse schrijfwijze, sounddesign dus, overigens beter want het is 1 woord en dus inzetbaar als enkelvoudige #tag. Net zoals dat andere vak van mij dat componist heet. Een vak dat in het Engels als composer geschreven wordt.

Het zou mooi zijn als we ooit wereldwijd dezelfde woorden kunnen gebruiken bij gelijke beroepen zodat iedereen (wij mensen, computers en programma’s) elkaar “verstaat”. Zodat sounddesign 1 match oplevert in plaats van 2, zoals nu het geval is.

Instrumentaldream [disquiet0181-instrumentaldream]

De track Instrumentaldream [disquiet0181-instrumentaldream] maakte ik voor Disquiet Junto, een internationale groep van geluidskunstenaars. De opdracht voor deze week was:

Imagine your favorite instrument is dreaming while it sleeps — what does it sound like?
Disquiet Junto

De track bestaat uit 2 partijen, eerste takes, zonder editing, geheel geïmproviseerd. Opgenomen met Propellerhead Reason 8.2. De gitaarsounds zijn gebaseerd op mijn eigen Boutique Amp patches.

Muziek kan niet zonder presets en wel hierom

presets-boek

We leven in een tijd dat veel muzikale aspecten onder te brengen zijn onder de noemer preset. Het woord is niet alleen van toepassing op synthesizers en samplers die voorzien zijn van honderden presets maar het gaat veel verder dan dat.

Het stijlalgoritme

Muzieksoftware is tegenwoordig voorzien van een geluiden-bibliotheek die zo groot is dat wij er moeite mee hebben om alle geluiden te beluisteren. En elk pakketje dat we erbij kopen is telkens voorzien van weer honderden, vaak zelfs duizenden nieuwe sounds. Een overvloed aan presets waaruit we kunnen kiezen. 4547 basgeluiden, 17893 drumsamples, waaronder 3872 bassdrums en ga zo maar door. De keuzestress die het veroorzaakt, je hoort er niemand over. We willen meer, meer, meer!

De uitvinder van een preset kan de uitvinder worden van een nieuwe stroming, een nieuw genre. Clyde Stubblefield bijvoorbeeld die op Funky Drummer drumde is verantwoordelijk voor dé meest invloedrijke HipHop groove/sample aller tijden. En wat te denken van meneer Nakamura en meneer Matsuoka van de firma Roland die het legendarische geluid van de TR-808 drumcomputers ontworpen hebben? De invloed van de TR-808 is evenzo groot als een Jimi Hendrix die een Strat door zijn Marshall versterker liet feedbacken. De preset is een stijlalgoritme, een muzikaal DNA.

Je kunt verder gaan door de blues als stijlalgoritme te beschouwen. 12 maten en 3 akkoorden. Een vaste vorm aan ingrediënten waarbinnen je wat varieert. Het lompe House-ritme van een bassdrum op elke tel van de maat, boom boom boom boom, het is een preset waarbij alleen het geluid van die bassdrum hier en daar wat varieert tussen tracks. Kwestie van kiezen uit 3872 bassdrums die je op je laptop hebt staan en je hebt in een handomdraai een “eigen” house-beat gemaakt.

Het gemak

Heel vroeger, voor de komst van de computer konden we dat niet, maar nu wel. Elk gestructureerd muzikaal patroon kunnen we simpelweg door het een naam te geven en op save te klikken, vastleggen. Sommigen doen dat beroepsmatig, zoals ikzelf. Mijn presets worden meegeleverd met Propellerhead Reason, zitten in apps voor op de iPad en sommige presets verkoop ik online via mijn webshop op Melodiefabriek.

Maar het maken van muziek wordt hiermee ook eenvoudiger. Wie kan er niet met de presets van Garageband iets muzikaals maken? En daar waar je vroeger goed moest kunnen drummen kun je nu met 1 muisklik een drumpatroon oproepen dat gelijk goed klinkt. En daar waar je vroeger een hele goeie gitaarversterker nodig had en een technicus die heel zorgvuldig een microfoon plaatste voor de speaker, kun je nu een wereldgeluid kiezen uit een lijstje presets. En het kost allemaal veel minder geld dan vroeger.

Je krijgt steeds meer presets. Voor werkelijk alles. Zelfs met 1 klik kun je nu een mix goed laten klinken. De mastering die vroeger uitbesteed werd voor veel geld wordt nu door een preset afgehandeld. Hele orkesten liggen opgeslagen onder slechts een paar presets. Het is slechts een kwestie van kiezen geworden. Even een lijstje van een paar honderd presets doorworstelen, that’s all!

Herkenbare patronen

Zo oud als er muziek is, is de basis ervan dat het een schakel van herkenbare patronen is. Een schakel aan presets. Of het nu om de arpeggios gaat die in klassieke muziek toegepast worden of een kenmerkend ritmepatroon zoals reggae. Het stijlalgoritme, de preset wordt door het publiek herkend omdat het veel gebruikt wordt. En herhaling van de preset is precies waar de preset voor bedoeld is. De wobble bass is de preset van Dubstep en zonder die preset noemen we Dubstep geen Dubstep.

En wat te denken van de licks? Alle jazzmuzikanten spelen deze bekende patronen en herhalen ze steevast. Gitaarsolo’s werken net zo. Het zijn de presets waaruit de muzikant kiest en ze (liefst) razendsnel voor de luisteraar ophoest.

In die ene preset kan de essentie van muziek opgeslagen liggen. Even een Clyde Stubblefieldje doen? Een Hendrixje? Je mix laten klinken als Happy van Pharrell? Zelfs een zanglijn die vals is kan via 1 preset uit het lijstje presets dat bij het programma van Autotune hoort, rechtgetrokken worden.

Muziek voor videomakers gaat ook een kwestie van kiezen worden. Daar ben ik al jaren overtuigd van. Omdat het zich er zo goed voor leent. Zoekt u opwinding? Kies voor een uptempo preset. Zoekt u drama? Kies voor de presets met strijkers in mineur, of met spaarzame pianonoten, ook in mineur. Een kwestie van kiezen om zo de muziek samen te stellen.

Ons brein is een soort harde schijf waarin presets opgeslagen worden. Patronen die wij nauwkeurig in de gaten houden op zoek naar herkenning, naar een match. Daarom zijn wij dol op het herhalen van die stijlelementen. Of het nu die 4 bassdrums van de House zijn, het accent op de derde tel bij Reggae, of op de 1e tel bij Funk, of de wobbly bass in Dubstep, of de Strat en Marshall, de arpeggios van violisten, de licks van muzikanten, het is de herhaling van het bekende patroon dat het verschil maakt tussen niet mooi en wel mooi. Tussen chaos en muziek. Het brengt vorm aan geluid, orde in de chaos, patroontjes voor de hersenen, een feest der herkenning.

Een aanrader op dit vlak is het boek Presets – Digital Shortcuts to Sound. Ik ben er nog maar net aan begonnen. Wellicht dat ik er binnenkort nog eens wat over blog want ik vind deze materie bere interessant, dat moge duidelijk zijn.

Vandaag 30 jaar geleden: Cupid & Psyche 85 kwam uit

Cupid & Psyche 85Het is 10 juni 1985 en ik ben nog net geen 17 jaar oud. Een liefdevol en suikerzoet album overvalt mijn gevoelens: Cupid & Psyche 85 van de band Scritti Politti. Het tikt de tijdgeest op de middenstip aan. Mijn pubertijd.

Zelf had ik nog niet eens een 4-sporenrecorder. Laat staan een drumcomputer en een synthesizer. Ik woonde nog bij mijn ouders thuis, speelde gitaar vanaf mijn bed en verzon weleens een liedje.

Vandaag is het 30 jaar geleden dat Cupid & Psyche 85 uitkwam. Een album van zanger Green Gartside en songwriter/toetsenist David Gamson die samen met drummer Fred Maher in 1985 de bandnaam Scritti Politti definitief op de kaart zetten. En wel hierom:

De nieuwe techniek

In deze beginjaren 80 ontwikkelen Green en David een obsessie voor moderne techniek; synthesizers en drumcomputers in het bijzonder. Ze besluiten zich voor lange tijd in de studio op te sluiten om er met een geheel nieuw geluid uit te komen. Cupid & Psyche 85 is daarvan het resultaat.

Het is alweer een paar jaar na 1985 als in een interview met David gevraagd wordt naar de synths en drumcomputers die hij en Green voor het album gebruikten. Dat levert een lollig lijstje aan klassiekers op:

  • Roland TR-808
  • Linndrum
  • Roland Jupiter 8
  • PPG
  • Fender Rhodes
  • Minimoog
  • Yamaha DX-7
  • Roland MSQ-700 sequencer
  • Oberheim system (DMX/OBX/DSX)
  • Fairlight
  • Roland JX 8P

Hij zegt er wel bij: “those are the ones I can remember”

Tja, dat geheugen… Het confronteert mij met mijn eigen herinneringen aan die tijd. Toen de samplers in opkomst waren. Toen de geleidelijke overgang van analoog naar digitaal plaatsvond. De tijd voor internet. Voor de komst van de mobiele telefoon.

En wat te denken van de uitvinding van MIDI? De connector die het mogelijk maakte drumcomputers en synthesizers met elkaar te verbinden. Hiermee was het niet langer nodig om alle partijen met de hand in te spelen maar konden drumcomputers en sequencers synths triggeren en volautomatisch muziek produceren.

Ook Scritti maakt dankbaar gebruik van deze nieuwe techniek op Cupid & Psyche 85. Het is met name deze nieuwe techniek die in combinatie met de sterke songs het album tot een zo geslaagd geheel maken.

Het nieuwe Rete Strak

Opvallend is trouwens dat de hitsingles van het album zoals Wood Beez en Absolute nog gewoon zonder MIDI met de hand ingespeeld worden. De partijen worden met de tape-machine weliswaar op halve snelheid opgenomen zodat de partijen wanneer ze op normale snelheid worden afgespeeld een stuk strakker klinken. Een ouwe truc.

Het synchroniseren van de sequencers en drummachines met de tape-machine verloopt in die tijd nog uiterst primitief, via MIDI Clock:

That meant that if you had a small keyboard part that appeared in the last 10 seconds of the song you needed to start the song from bar 1 and wait 3 minutes and 30 seconds until the part showed up. Invariably you’d have accidentally counted wrong and the part would play a bar too early, or late, and everyone would groan, roll the tape back and try it again.

Een ander nadeel van MIDI waar David zich aan ergert is de slechte timing van MIDI:

However, MIDI did introduce a whole set of new problems. For those of us that had gotten used to the accurate timing of CV/Gate sequencers switching to the sloppy inconsistent timing of MIDI could be very frustrating.

Scritti Politti laat met Cupid & Psyche 85 een gelikte sound op rete strakke beats horen. Beats die overigens niet zo heel ver van hip hop lijken af te staan. Logisch want zanger Green Gartside is een hip hop fan van het 1e uur.

Het is deze Green die mij een aantal jaren geleden na afloop van Scritti Politti concert in Paradiso een zelfgebrandde CD van DJ Shadow in mijn handen drukt met de vraag of ik aan de DJ wil vragen om deze te draaien. Wat dan ook gebeurt. Daarna beland ik met Green, zijn kersverse echtgenoot en een paar fans in een restaurant in Amsterdam. Green vertelt me daar over zijn vriendschap met Miles Davis en over het programma Propellerhead Reason dat hij tegenwoordig gebruikt voor zijn muziek. Ik vertel Green op mijn beurt dat ik honderden presets voor Reason ontwikkeld heb en we dus feitelijk slechts een muisklik van elkaar verwijderd zijn.

Suiker

Via complexe gelaagde arrangementen van drumpatronen, synthbassen, gitaren en aanvullende synths weet Scritti Politti op Cupid & Psyche 85 een nieuwe toon te zetten. Green doet hier geen enkele poging tot stoerdoenerij. Zijn stem klinkt zijdezacht en suikerzoet.

En nu dus 30 jaar later nog steeds. Ik ben het niet vergeten.

Roger Linn z’n Shuffle

Linn_LM-1

Een jaar geleden maakte ik de documentaire Oostende Healing over het Midnight Love album van Marvin Gaye dat hij in België opnam. Wat het album zo speciaal maakt is dat op het hele album geen echte drummer valt te horen maar een drumcomputer, de Roland TR-808. Het apparaat wordt nu beschouwd als een klassieker maar Roland promote het toentertijd zelf als een handig budget apparaat voor het maken van demo’s.

Een belangrijk aspekt dat aan de TR-808 ontbreekt: de shuffle mode. Het ding swingt niet! Roger Linn is de uitvinder van deze shuffle mode die hij voor het eerst heeft toegevoegd aan zijn legendarische Linn LM-1 Drum Computer. Dezelfde shuffle modi vind je ook op Akai MPC samplers (die overigens ook werden ontworpen door Roger Linn).

J Dilla zou niet hetzelfde hebben geklonken zonder deze prachtige uitvinding van Roger Linn. Het is het fundament van veel moderne muziek tot aan de dag van vandaag en niet alleen voor de hiphop.

Roger legt uit hoe shuffle-modus werkt:

My implementation of swing has always been very simple: I merely delay the second 16th note within each 8th note. In other words, I delay all the even-numbered 16th notes within the beat (2, 4, 6, 8, etc.) In my products I describe the swing amount in terms of the ratio of time duration between the first and second 16th notes within each 8th note. For example, 50% is no swing, meaning that both 16th notes within each 8th note are given equal timing. And 66% means perfect triplet swing, meaning that the first 16th note of each pair gets 2/3 of the time, and the second 16th note gets 1/3, so the second 16th note falls on a perfect 8th note triplet. The fun comes in the in-between settings. For example, a 90 BPM swing groove will feel looser at 62% than at a perfect swing setting of 66%. And for straight 16th-note beats (no swing), a swing setting of 54% will loosen up the feel without it sounding like swing. Between 50% and around 70% are lots of wonderful little settings that, for a particular beat and tempo, can change a rigid beat into something that makes people move.

Zowel Propellerhead Reason en Ableton Live software is voorzien van een groove editor met een reeks van shuffle presets die werden overgenomen van de beroemde LM-1 / MPC-serie. In Live kun je een groove toepassen op elke clip (MIDI en audio) die is voorzien van Warp-locators. In Reason is dit beperkt tot instrument-clips/tracks. Je kunt groove niet toepassen op audio tracks. Wel kan groove toegepast worden wanneer je het Reason DrOctoRex apparaat gebruikt, maar dat kost veel stappen in vergelijking met Live.

Roger, out.

Adoratie tot het zaallicht aanschiet: Story of The Streets

the_story_of-the_streets

Waarom ga je eigenlijk op een podium staan? Je bent geheel overgeleverd aan wie er voor je neus staat. Laat je daar je geluk van afhangen? Waarom heb je die goedkeuring nodig?

De meeste artiesten hebben het applaus nodig anders gaan ze niet op dat podium staan. Maar de meesten schrikken zich de pleuris als het zaallicht aanschiet. “Is DIT mijn publiek?!?!” Ja dus.

En voor wie maak je die muziek? Als je het puur voor jezelf doet, zou je het voor jezelf houden, toch? Dus heb je dat publiek heel hard nodig.

Ik lees het geweldige boek “The Story of the Streets” van Mike Skinner. Die schok zich na het eerste album van The Streets ‘Original Pirate Material’ flink de pleuris. Hij werd omarmt door de hipsters uit Londen en Berlijn maar wilde omarmd worden door zijn maten uit Birmingham. Vice magazine nam hem op de schouders. Vond ‘ie niet leuk. 5 albums later was ‘ie er klaar mee. Hij had precies gedaan wat zijn contract hem voorgeschreven had.