The Beatles nu stromend af te spelen: Beep Beep YEAH!

Sinds vandaag is de muziek van The Beatles via alle streamingdiensten te beluisteren.

“Waarom hebben ze zo lang gewacht met het streamen van hun muziek?”, vroeg de NOS aan popjournalist Atze de Vrieze.

“Dat komt denk ik doordat ze inkomsten van streaming niet echt nodig hadden”

De grote graaier Michael Jackson

Nu vraag ik me toch af wie Atze met “ze” bedoelt. John Lennon en George Harrison zijn dood en Ringo Starr en Paul McCartney hebben nog altijd te dealen met de overdracht van de uitgeefrechten op naam van de grote graaier Michael Jackson zo’n 30 jaar geleden. De man kaapte in die ene historische deal 50% van de inkomsten voor hun neuzen weg. Wat tot gevolg heeft dat wanneer Paul een van zijn eigen liedjes uitvoert hij geld moet afdragen aan Michael. Michael heeft bij leven 50% van die 50% (volgt u het nog? een kwart dus) weer moeten afgestaan omdat hij er een te dure leefstijl op nahield en het geld dus hard nodig had. En opnieuw dacht hij niet aan Ringo, Paul en de erfgenamen, maar verkocht hij de boel koelbloedig aan Sony Music.

Ik kom het overal in de berichtgeving tegen die verwarring. Er wordt over The Beatles gesproken alsof ze alle 4 nog in leven zijn en de touwtjes in handen hebben.

Popvernieuwers

Maar goeds, even wat positievers. The Beatles waren echte vernieuwers. Omdat ze rijkere harmonieën aan het popidioom toevoegden, waarmee ze uit de 3-akkoorden structuur van de rock & roll (voorgekomen uit de blues, Little Richard, Elvis etc.) braken. Al in 1966 stopten ze met live optredens en werden een studioband. In die studio vonden ze vernieuwende geluiden die dankzij het gelaagd opnemen via de 4-sporen recorder tot stand konden komen. Zo was John Lennon een van de allereersten die experimenteerde door zijn zang niet in de opnameruimte maar in de controleruimte naast het mengpaneel op te nemen, gewoon omdat het daar in die ruimte lekker klonk. En ook Paul sloot zijn bas rechtstreeks op het mengpaneel aan. De aanwezige technici keken elkaar vragend aan: “vervorming op de bas, mag dat wel van de baas?”

Ja natuurlijk, alles kan. Excuse me, while I kiss the sky!

The sound of the studio

The Beatles werkten maandenlang aan dezelfde liedjes. Perfectionisten als ze waren. En vaak namen ze verschillende versies op van hun nummers. Soms lijmden ze twee verschillende versies aan elkaar. Met een scheermesje werd dan de opnametape doormidden gesneden en met een stukje tape werden de 2 verschillende delen aan elkaar gelijmd. Ze gebruikte soms opnames van anderen en verwerkte dat in hun eigen muziek. Tomorrow Never Knows van hun album uit ’66 kun je beschouwen als muziek gebaseerd op, wat we vandaag de dag, samples van derden zouden noemen.

Ze zijn de uitvinders van het concept De Studio Als Een Grote Speeltuin. Een speeltuin die je pas verlaat als de plaat helemaal klaar is. The Beatles waren niet vies van het inzetten van extra instrumenten. En dankzij hun producer en arrangeur George Martin (geschoold musicus die in staat was voor orkesten te arrangeren) wisten The Beatles hun songs te voorzien van verrassende arrangementen waardoor hun songs naar een hoger niveau getild werden. Hun slimme harmonieën met ijzersterke melodielijnen in verrassende arrangementen vormt nog altijd als voorbeeld voor hedendaagse popbands.

Nieuwe instrumenten

The Beatles pionierden met de Mellotron, een soort analoge sampler die op basis van tapes werkte waardoor je via een toetsenbord het geluid van violen of fluiten (gebruikt op Strawberry Fields Forever) kon produceren. George Harrison gebruikte op Abbey Road voor het eerst een Moog synthesizer. Een synth waarmee hij overigens ook in ’69 het zeer experimentele soloalbum Electronic Sound maakte.

Maar goeds er zijn genoeg verhalen over The Beatles te vertellen. Voor nu laat ik het hier even bij want het punt dat ik vooral wil maken is dat het te gek is dat we The Beatles nu stromend kunnen beluisteren. Ook al verdienen ze er zelf helemaal niets aan.

P.S. Toch nog een kleine toevoeging: ik ben geboren op 3 juli 1968 en heb The Beatles als baby op zeker meegekregen, alleen niet bewust. Wat ik wel bewust heb meegekregen is de CD-uitgave van Sgt. Pepper’s Lonely Hearts Club Band. Gekocht in Plato, Den Haag, op de dag van uitgave. Toen ik hem draaide kwam die hele summer of love in me los.

2015 was voor mij een topjaar!

Kan niet anders zeggen dan dat 2015 een topjaar voor mij en mijn eigen bedrijf Melodiefabriek was. Qua klasse-A-opdrachten en qua schoorsteen-moet-ook-roken. In 2015 vielen beiden samen wat voor een regelmatig terugkerende indianengrijns zorgde. Mijn ambachtelijk perfectionisme van de afgelopen jaren bleek zijn vruchten te hebben afgeworpen.

Online

Afgelopen jaren ben ik steeds meer mijn geld gaan verdienen met online werk. Offline, dus radio, televisie en papier spelen tegenwoordig een zeer kleine rol in mijn bestaan. Natuurlijk, ik geef weleens een interview voor de radio of voor een krant of een magazine. Maar goed betaalde opdrachten voor radio of tv, ik had ze afgelopen jaar niet. En ik heb ze niet gemist ook. Online verdien ik mijn geld.

Internationaal werkterrein

Wie online werkt heeft de potentie om de hele wereld te bereiken. In potentie een enorme markt die vele malen groter dan Nederland is. Mijn muziek en geluiden gaan dan ook letterlijk de hele wereld over. En mijn muziek werd dit jaar door miljoenen mensen gehoord.

Hieronder, mijn showcase-projecten van het jaar 2015:

Muziek voor Motherson branddocu

Voor de speciale Branddoc film van de firma Samvardhana Motherson Group (SMG) componeerde ik de muziek en verzorgde ik het sounddesign. De film werd door een team van ervaren Nederlandse documentairemakers geproduceerd, met ondermeer filmmaker Mark Bakker.

Voor meer over dit project, zie Melodiefabriek/Projects.

Muziek voor theaterstuk Blonde Dolly van Sjaak Bral

Dit jaar werkte ik voor het eerst samen met de Haagse theatermaker Sjaak Bral. Mijn muziek aangevuld met uniek sound design zal binnenkort in theaters te horen zijn.

Samenwerking met Tom America in de formatie ‘zegzeg’

Nadat we samengewerkt hadden voor mijn audiodocumentaire Oostende Healing vroeg Tom America mij om na te denken over een nieuwe formatie. Daar is ‘zegzeg’ uit voortgekomen, een formatie die inmiddels klaar is om optredens in Nederland en het buitenland  (dankzij de beamer zijn we meertalig) te gaan geven. Hopelijk meer nieuws daarover binnenkort!

Boutique Amp (presets/patches)

Voor muzikanten die met Propellerhead Reason muzieksoftware werken, ontwierp ik een set presets/patches van gitaarsounds onder de noemer Boutique Amp. Mijn Melodiefabriek website heb ik daarom voorzien van een webshop. In een maand tijd resulteerde dat in tientallen nieuwe klanten. En nu, maanden later, kan ik het jaar afsluiten met een klantenaantal van een paar honderd muzikanten wereldwijd. Meegeholpen aan dit succes heeft de verkoop die via de Propellerhead shop verloopt en de 5-sterren rating door gebruikers die ik daar kreeg. Het plan is om mijn webshop volgend jaar uit te breiden met nieuwe producten.

Muziek voor time-lapse ‘Portrait of Lotte 0 to 16 years in 4 ½ minutes’

Aangenaam verrast was ik toen Frans Hofmeester mij vroeg om de muziek te componeren voor de nieuwste time-lapse film van zijn dochter Lotte. Aangezien Frans geld verdient via YouTube kon hij mij inhuren voor het creëren van een speciale track voor de time-lapse. Deze film is inmiddels meer dan 3,3 miljoen keer bekeken en gaat de hele wereld over, en kreeg ondermeer aandacht van websites zoals The Huffington Post, Reddit en dergelijke. Uitermate vet dus!

Zie ook mijn blog over deze film.

Contentmanagement voor Filedier.nl

In opdracht van de Verkeersonderneming draag ik zorg voor de website Filedier.nl, het bijbehorende Twitter-account en de Facebook-page om mobiliteitsissues en oplossingen in de regio Rotterdam aan de orde te stellen. Een doorlopende klus op het gebied van contentmanagement voor 14 uur per week voor mij als ZZP-er.

KORTOM: online content, en muziek en geluid in het bijzonder, is zeg maar echt mijn ding!

“Uhm, ja sorry hoor voor de rommel!”

Wat zullen ze wel niet van mij denken?

Vanmorgen had ik een fotograaf op bezoek voor een interview dat ik voor Den Haag Centraal heb gegeven vanwege mijn muziek voor de time lapse ‘Portrait Of Lotte 0 to 16 years’. Ik had hem voor zijn bezoek even goed voorbereid op wat hij zou aantreffen. Kijk, als mensen het woord studio noemen dan verwachten ze natuurlijk ook een studio. En hoewel ik mijn studio ook echt als mijn studio beschouw, je kunt er met gemak ook een opslagplek voor gitaren en verhuisdozen in zien. In het inspreekhok, dat ik zelf gebouwd heb met mijn buurman van een paar huizen verderop, staat een mega grote doos vol geluidsisolatie materiaal. Al maanden. Als ik er iets wil opnemen, een stukje zang, een voice-over of een akoestische gitaar, dan moet ik eerst die doos ergens anders parkeren. Mij boeit dat niet, maar die fotograaf, die zal wel denken. Toch?

Geen hobby, dat lijkt alleen maar zo

Eigenlijk had ik de wanden al maanden geleden met geluidsisolatie materiaal moeten beplakken. Ziet het er gelijk een stuk professioneler uit. Ik had ook een mannetje kunnen inhuren in plaats van het zelf te moeten doen. Zo’n mannetje die de ruimte helemaal opmeet en precies de juiste akoestische materialen ophangt om een prachtig mooi uitgebalanceerd geluid te krijgen. Maar ik heb er de poen niet voor over. Dan koop ik liever een lekkere gitaar of pot ik het op voor tijden dat ik de broekriem moet aantrekken.

Maar goeds toen de fotograaf vanmorgen op de stoep stond ging ik toch gelijk weer in de verdediging en maakte ik hem excuses voor de wat onhandige opstelling van mijn gitaren, de synthesizer in de hoek, de controllers op de stapel verhuisdozen, het losgekoppelde Nakamichi cassettedeck (lees: die Raap gebruikt hem dus vrijwel nooit meer!) en meer van dat soort spul dat doet vermoeden dat de man een hobby heeft. Maar het is geen hobby, het is mijn professie!

Het is te zot voor woorden om je te schamen voor je spullen, hoewel dat natuurlijk in mijn geval wel degelijk het geval is. Sterker nog: ik schiet telkens weer spontaan in de verdediging!

Meer dan 2 kanalen is pure overkill

Een grote imposante mengtafel heb ik niet. Nergens voor nodig ook want ik neem altijd in mijn uppie op. Slechts heel af en toe moet ik de microfoon bedienen voor iemand die in mijn inspreekhok plaatsneemt (“oh wacht, ik zet even die grote doos voor je weg, ja, sorry hoor!”)  om een voice-over in te spreken. Kortom: een mengtafel met meer dan 2 kanalen is in mijn geval pure overkill. Die 2 kanalen zitten namelijk ook op mijn geluidsinterface en dat is dik voldoende. Ik kan er mijn geweldige Joemeek condensator microfoon op aansluiten of ik plug mijn gitaartje er ook direct op in. Heerlijk toch die moderne minimale spullen?

Sinds 2003 werk ik voor de volle 100% vanuit de laptop. Hoewel veel van mijn collega mediacomponisten met hele zware computers en externe drives zitten voor de opslag van hun gigantische geluidsbibliotheken vol violen en ander strijkwerk, ik geef daar niets om. Ik wil de mogelijkheid hebben om vanaf de bank aan tracks te werken als ik dat wil.

Godsgruwelijk zaligmakend topgeluid

Let wel, het is een zeer bewuste keuze wat en wanneer ik iets koop. Want ik koop niet zoveel, dus als ik iets koop heb ik daar eerst grondig onderzoek naar gedaan. Mijn geluidsprekers heb ik dan ook zeer zorgvuldig uitgekozen. En mijn laptop is van het type De Duurste MacBook Pro Die Je Kunt Kopen. Ook wat er op die computer qua software en plugins geïnstalleerd is, is uitermate zorgvuldig uitgekozen. Ik kan dan ook mijn software, Propellerhead Reason en Ableton Live dromen. Zonder schroom durf ik het te zeggen: ik ben een mega expert op het gebied van die pakketen. Je zult mij dus niet zo snel iets extra’s zien aanschaffen. Ik heb geen tienduizend compressors nodig, maar kan een godsgruwelijk zaligmakend topgeluid bereiken met de paar compressors die ik wel heb.

Menig hobby muzikant heeft meer spullen dan ik, maar ik hoef die spullen niet. Ik wil eerder minder dan meer spullen bezitten. Met gemak koop je zo 15 microfoons maar wat heb je eraan als je er toch maar 1, of hooguit 2 voor de opname zult gebruiken? Met 15 van die apparaten wordt de keuze lastiger en zullen er steevast 13 of 14 stof liggen te happen. Welke zou ik nu eens gebruiken? Keuzestress, doe normaal zeg! Met een beetje EQ kun je overigens de karakteristiek van elke microfoon compleet aanpassen. Digitale editing stelt je in staat om het geluid naadloos te Designen vandaag de dag. Daar ben ik dus een grootmeester in. Misschien steek ik in dit stukkie iets te opzichtig een paar veren in mijn kont, maar ik zou liegen als het niet waar is. Ik heb TOTALE controle over mijn eigen topgeluid. En ik ken mijn spullen door en door. Zit er echt uren mee te experimenteren en te knoeien. Ik ben daar heel analytisch in. Op het neurotische af. Deze levenslange obsessie gekoppeld aan een grote dosis perfectionisme heeft ervoor gezorgd dat ik mijzelf inmiddels als mijn grootste fan ben gaan beschouwen. Trots dus, wel degelijk!

Mijn studiootje ziet er misschien niet uit maar vergis je niet, ik ken mijn spullen zo goed, dat valt niet uit te leggen, dat moet je gewoon horen. De rest, is bijzaak.

Ik hou er dus maar over op.

Hoe de Casio MT-40 de reggae beïnvloedde

Casio is een merk dat vooral bekend staat om haar simpele en goedkope keyboards. Bedoeld voor thuisgebruik. Keyboards die voorzien zijn van een begeleidingsautomaat die je met slechts 1 vinger kunt bedienen. Typisch zo’n apparaat waar menig toetsenist niet dood mee gevonden wil worden.

Toch was het de reggaezanger Wayne Smith (vorig jaar overleden, zie dit mooie stuk van The Guardian) die zo’n budgetapparaat gebruikte op zijn hit uit 1985, Under Mi Sleng Teng. Het fundament van de track wordt gevormd door de eenvoudige drum- en baspreset die afkomstig is uit een Casio MT-40 keyboard:

Het patroontje is geïnspireerd op een Britse rocksong uit 70-er jaren, maar welke precies dat wil de ontwerper Hiroko Okuda zelfs na al die jaren niet vertellen:

“You would immediately notice it once you hear the song.”

Het verhaal gaat dat het patroontje dat inmiddels bekend staat als het Sleng Teng Riddim op meer dan 250 tracks te horen is. Check bijvoorbeeld deze playlist van anderhalf uur:

Het patroontje is overigens heel simpel na te maken met een synthesizer. Gewoon een kwestie van het patroontje programmeren en de oscillator van de synth op een blokgolf instellen. Hier een voorbeeld dat ik vanmorgen met behulp van Propellerhead Reason programmeerde:

Het blijft opvallend hoe budgetapparaten de muziekgeschiedenis bepalen. Dat gold bijvoorbeeld voor de Roland TR-808 drummachine van Marvin “Sexual Healing” Gaye (zie mijn audiodocumentaire Oostende Healing). En het geldt dus ook voor de Casio MT-40. Met dank aan de eerder genoemde Wayne Smith die volgens de overlevering geen geld had om een Yamaha DX7 te kopen waardoor hij genoodzaakt was om zijn goedkope homekeyboard te gebruiken.