Luister naar mijn audiojournaal voor 2016

In het kader van Disquiet Junto maakte ik een audiojournaal van 1 minuut voor 2016. 12 maanden van elk 5 seconde voegde ik samen met harde overgangen. Dat leverde het volgende op:

Maand-/tracklist

januari 2016:
interview via Skype met Tom America
februari 2016:
interview met Stijn Meuris in Belgisch Hasselt
maart 2016:
‘Mooi gevoel’ ideetje ingespeeld op iPhone
april 2016:
5 seconden uit de track Dooie Muis (allihoopa.com/s/nJtNfNBp)
mei 2016:
unknown demo
juni 2016:
demotrack voor mijn Rockmen ReFill gitaarpatches (melodiefabriek.com/shop/rockmen/)
juli 2016:
‘NIMBY’ demo
augustus 2016:
‘Disco9’ demo
september 2016:
’Waar naartoe’ ideetje ingespeeld op iPhone
oktober 2016:
experiment met Auto-Tune
november 2016:
‘Droge Fonk’ demo
december 2016:
interview Spinvis in Breda

Meer over dit Disquiet Junto project (nummer 261) – “Audio Journal 2016: Maak een sonisch dagboek van het afgelopen jaar met een twaalf vijf-seconden segmenten” – op: junto-0261

Een zaaier van de waarheid

Ik vertoefde gisteren voor de 3e keer in het Van Goghmuseum. Of was het misschien toch de 4e keer? Hoe dan ook, vandaag zag ik in zijn schilderijen iets nieuws: de geweldige expressie die uit de portretten van Van Gogh spreekt. Het gemoed van de geportretteerde spat van het doek af op een manier die gelijk is aan bijvoorbeeld een Rembrandt.

Echter, Vincent had hiervoor wel een Totaal Eigen Vorm gevonden zodat zijn werk zich totaal onderscheidt van de schilders die hem voor zijn gegaan. Zijn portretten die hij met de techniek van het pointillisme uitvoerde zitten vol expressie en zijn modern, vernieuwend. Van Gogh vond een universe expressie gelijk aan die van Rembrandt, alleen zonder diens realisme na te hoeven bootsen. Hij gebruikte daarvoor de techniek van het schilderen in stipjes en streepjes met complimenterende kleuren in tegenstelling tot het aloude mengen van verf.

Daarbij was de man zo oer-Nederlands, deze bleekneus met rossig haar, dit kind van een predikant, deze ultieme aardappeleter.

Hij begon met schilderen in 1881. Een kleine tien jaar later in 1890 stierf hij. Een kort mensenleven van slechts 37 jaar dat in die korte tijd de schilderkunst compleet op zijn kop heeft weten te zetten. Alleen heeft Vincent daar zelf niets van meegekregen, zoals het zo vaak gaat met kunstenaars. Hij was zijn tijd (te) ver vooruit. Maar we hebben het begrepen. En gezien. Gisteren opnieuw.

een zaaier van de waarheid

Hauntology, het spookt in mijn muziek

free bassel

In de track Music Is Math van de band Boards of Canada komt de gesproken quote “The past inside the present” op herhaling voorbij. Een track waarin nieuwe en oude geluiden gelijkwaardig zijn. Waarin de hihats helder klinken en samengaan met een drumloop op herhaling uit de sampler.  De synths jengelen in toonhoogte door een Laagfrequentie Oscillator (LFO). Het is muziek die wordt aangeduid met de verzamelnaam Hauntology. Een term die ik tot voor kort nog niet kende.

Whitney Mercurio, hoofdredacteur van Reserved Magazine, maakte me 2 jaar geleden een geweldig compliment over mijn muziek:

I have stumbled upon your music and downloaded Free Bassel, which is one of the most hauntingly beautiful songs I have ever heard.

Zodoende viel mijn track maandenlang te beluisteren op deze New Yorkse website. Whitney vertelde me in een email dat de bekende ontwerper uit Los Angeles, Marc Atlan, haar had geappt over mijn muziek:
app Marc Atlan en Whitney Mercurio

Beiden hebben het over de haunting sound die ze in mijn muziek horen. Ik snap wel waar dat ‘m in zit. Het is de diepe melancholie en het samen laten smelten van oude en nieuwe geluiden. Wat ik vaak zelf LoFi/HiFi noem. Het is een dynamische klankopvatting. Niet alles moet dof zijn, of juist helder. Niet alles moet clean zijn, of juist vervormd. Het gaat hem om het mixen van al die elementen want dan pas wordt het leuk en krijg je de gelaagdheid waar ik zo dol op ben. De klank wordt daarmee ook gelijk tijdloos.

Over Hauntology wordt veel geschreven, met name online. Het is een term die voor het eerst uit de mond van de Franse filosoof Jacques Derrida rolde. Ik laat me echter nooit leiden door genres en formats. Waarom zou ik me beperken door in hokjes te denken? Ik hou me er simpelweg niet mee bezig ook al vind ik het leuk om het Hauntology genre te ontdekken via nota bene mijn eigen muziek! Een geweldig compliment!

Tegenwoordig zijn die hokjes niet meer bij te houden, omdat van elk subgenre binnen een paar maanden alweer een subsubgenre afgeleid wordt. Neem bijvoorbeeld het genre dat 100% online ontstond: Vaporwave. Ook daarvan zijn tegenwoordig alweer zoveel afgeleiden, ik vraag me af wie dat bijhoudt. Het is geen mainstream, duidelijk geen gevalletje top2000. Je zal mijn muziek in die lijst ook niet aantreffen. Neemt niet weg dat mijn muziek miljoenen mensen wereldwijd weet te bereiken en te ontroeren. Wat ik nog meer?

Terug bij het begin

Midden in het proces van het produceren van een podcast zit ik op dit moment. Het moet een serie van 10 afleveringen gaan worden. Een serie over het vinden van eigenheid in de muziek. Het vinden van een artistieke ziel. Ik ben niet de hoofdpersoon in de podcast, toch gaat het ook over mij. Alles wat er gezegd wordt is onderhevig aan zelfreflectie want alles wat ik erin wil hebben en wat niet, het is allemaal aan mij om dat te bepalen.

Elke documentaire is gekleurd. Je kunt maar 1 kant opkijken met de camera en dwing je de kijker echt om ergens naar te kijken. Hij of zij ziet niet wat er naast of achter de camera gebeurt. Met audio heb je dat minder in de hand. Geluid speelt zich tenslotte als een wolk rond de microfoon af en die vangt ook het geluid van opzij en van achteren op. Een camera kan dat niet, tenzij je een moderne 360 graden camera gebruikt…

Maar goeds, waar zit mijn eigûh eigenheid als het aankomt op muziek? Ik heb de afgelopen jaren veel verkend en geëxperimenteerd op muzikaal gebied als componist, sounddesigner en uitvoerend muzikant. Veelzijdigheid is iets wat mij redelijk ligt, maar toch knaagt er iets.

De keuzes die je maakt, ze vormen je.

Ik weet nog hoe ik een jaar of 13 was en op een open dag van de Haagse Stedelijke Muziekschool aanwezig was. Als ik toen de muziek van de jazzgitaar workshop van Ferry Robers niet gehoord had was ik er ook niet aan begonnen. Dan had ik misschien gekozen voor een workshop popmuziek. Maar ik koos voor jazz.

Toen ik op mijn 16e in een schoolbandje terecht kwam begreep ik geen ene donder van de blueslicks die je over Rolling Stones songs behoorde te spelen. Hoe je over complexe jazz akkoorden moest soloren snapte ik wel. Ik speelde modaal over de Stones en het klonk voor geen meter. Que!? Bovendien swingde ik en dat is niet goed voor rock ‘n’ roll. Rock moet je hoekig, rauw en fel spelen. En in een solo moet je met een behoorlijk overstuurd geluid de gitaar laten gillen, met licks die omhoog gaan. Sizzling to the top…

De complexe harmonie van de jazz, ik ben er altijd dol op geweest. Daarom hou ik ook zo van Steely Dan. En daarom raakte ik ook verknocht aan Braziliaanse muziek. Harmonisch, melodisch en ritmisch is die muziek zo verschrikkelijk rijk. En tekstueel zijn de Brazilianen ook nog eens de grootste poëten op aarde. Een werelddeel dat op muzikaal gebied behoorlijk miskend wordt door de rest van de wereld!

Samen met Tom America heb ik de formatie ‘zegzeg’. Dat vraagt om een eenvoudige en droge aanpak wat mij betreft. Een gitaar in al zijn naaktheid, zonder poespas. Gewoon zorgvuldig gekozen noten. Geen episch gegil met veel vervorming. Geen theater en geen stoerdoenerij.

We etaleren helemaal niets behalve waar de muziek zelf om vraagt. Zoals het was op die open dag van de Stedelijke Muziekschool. Het was de muziek die me toen raakte. De rest doet er namelijk helemaal niet toe.

Vreemde Kostgangers met rook om hun hoofd

Op het eind van het concert van de Vreemde Kostgangers (Henny Vrienten, Boudewijn de Groot en George Kooymans), gisteren in Breda, leidde Boudewijn zijn legendarische hit ‘Als de rook om je hoofd is verdwenen’ in. Hij schreef het toen hij nog een hippie was, weet je wel? En zoals toen normaal was, schreef ‘ie regelmatig teksten onder het genot van een joint. De volgende ochtend kwam dan vaak de ontnuchtering wanneer het wederom een waardeloze tekst bleek te hebben opgeleverd. Zo leek het ook met ‘rook om je hoofd’ te zijn gegaan. Boudewijn heeft nog altijd geen idee waarom hij het nummer geschreven heeft en wat hij ermee bedoelt te zeggen. De tekst bleek toch een blijvertje en leverde zelfs een hit op.

Spinvis vertelde me een week of wat geleden dat hij ‘ rook om je hoofd’ echt een fantastische tekst vindt. Na afloop van het concert heb ik het Boudewijn verteld. Hij reageerde koeltjes met: “dat snap ik wel want Erik houdt van abstracte teksten.”

En ik ook. Hoe meer fantasie er voor nodig is, des te leuker! Verberg die boodschap! Stop het onder een steen en laat het een geheim zijn!

Voor het concert interviewde ik Henny voor de audiodocumentaire die ik aan het maken ben. In die audiodocumentaire komt dus ook Spinvis / Erik de Jong aan het woord. Maar heb nog even geduld… ik stoof mijn documentaire volgens de welbekende Haags-Indische traditie heel langzaam gaar…

Vernieuwd Utrecht CS geopend met mijn muziek

Vandaag werd het vernieuwde Utrecht CS officieel geopend. Mijn muziek maakte daar een onderdeel van uit en daar ben ik als Hagenees natuurlijk erg trots op! De time-lapse film Portrait of Lotte van filmmaker Frans Hofmeester waarvoor ik de muziek componeerde werd in een blok van een half uur op repeat vertoond. Mijn muziek viel op de gratis verstrekte hoofdtelefoon te beluisteren als je plaatsnam ik de een van overheerlijke bioscoopstoelen. Kreeg je er bovendien een bak zoete of zoute popcorn bij aangeboden.

P.S. Alle OV-chipkaartpalen op Utrecht CS bleken bij de terugreis een storing te hebben. Dus kon ik gratis terug naar Den Haag reizen. De mensen die bij Gouda eruit moesten hadden wel een probleem vanwege de poortjes voor het uitchecken. Kortom: niet alleen geeft de OV-chipkaart nog altijd veel gedoe, vanwege die poortjes kun je niet eens makkelijk en veilig het station verlaten!

De geboorte van de koelen

Hoe vind je als muzikant eigenheid? Een eigen vorm, een eigen geluid, een eigen taal? Naar mijn idee kan die zoektocht naar eigenheid alleen maar plaatsvinden als je de wortels kent van de plek op de aarde waar je geboren bent.

Van de week sprak ik met Erik de Jong die onder de naam Spinvis in 2002 met een grote klap zijn naam gevestigde in de Nederlandse muziekgeschiedenis. Iemand die een kantelpunt creëerde omdat zijn muzikale vorm, zijn opvatting uitermate Nederlands is.

Maar eerst iets anders.

Expressie

Rock ‘n’ Roll stamt af van de Blues, net als Jazz. Muziek waarin de emotie letterlijk bezongen wordt. Wat je hoort en ziet is wat je krijgt. Ook in andere afgeleiden van de Blues, zoals de Gospel, hoor je dat overduidelijk terug. De emotie ligt er dik bovenop en wordt theatraal bezongen. “Jesus, he lifts me up!” En de jammerende klaagzang in de blues “woke up this morning” wordt op gitaar geïmiteerd middels het buigen van de noten.

Deze expressie hoor en zie je terug in vrijwel alle muziekstijlen. Neem Opera bijvoorbeeld waar onze Jordanese op gebaseerd is. De pijn wordt met de grootst mogelijk dramatische expressie bezongen.

Zonder opsmuk

Erik de Jong doet precies het tegenovergestelde. Hij vindt die overduidelijke expressie niet zo interessant. Zo vertelde hij me: “Een tekst moet zo droog mogelijk worden gebracht.” Erik blijft zodoende  extreem dicht bij zijn eigen beperkingen en wortels. En juist hierdoor ontstaat die eigenheid, omdat je niet iemand nadoet maar puur je eigen eigenheid accepteert. Eigenheid die voortkomt uit het calvinisme. Nederland is geen swingend land. Nederlanders storten zich niet huilend ter aarde. Nederlanders zijn over het algemeen ingetogen mensen die hun emoties een beetje binnenhouden.

Birth of the Cool

Miles Davis is een van de muzikanten wiens muziek mij enorm gevormd heeft. Ik vertelde Erik erover en ook over mijn vader, kerkorganist, en hoe ik door hem de muzikale opvattingen van Bach meekreeg. Nog altijd tot op de dag van vandaag, mijn pa is 82, kan ik met hem discussiëren over de klassieke muziektheorie die gebaseerd is op het 12-toons stelsel en gelijkzwevende stemming.

Ik beaam volledig de opvatting van Erik over het droog brengen van een tekst. Een vorm waarin je de emotie vooral vrij laat ontstaan bij de luisteraar. Het sluit naadloos aan op de benadering van Bach. En ook op die van Miles Davis. Want als er iemand in Amerika was die afstand nam van de grote gebaren en de cliches dan was het Miles wel. Hij koos voor een stijl die je in alle opzichten cool kunt noemen. Spaarzame noten gespeeld op een trompet met een demper. En zonder enige vorm van vibrato. Miles heeft daar zeer veel kritiek op gehad, zijn toon zou te kil en te koud zijn. Zijn droge ingetogen geluid heeft de jazzmuziek juist radicaal veranderd. Een benadering die riekt naar een calvinistische muzikale opvatting. Alsof een Hollander de Blues speelt.

Humor

Laat ik een bruggetje slaan naar humor. Ik ben dol op John Cleese. Zijn humor is tong in cheek, hij houdt zich in, drukt zijn tong tegen zijn wang en brengt de grap sec. Humor wordt door Cleese in een zuivere vorm gebracht, zonder opsmuk. Zou Cleese er zelf bij gaan lachen dan zou het elan missen. Cleese brengt zijn humor koeltjes.

Het is precies wat Miles Davis deed. En Erik de Jong ook. En Bach. Zij spelen/zingen de noten sec, naakt, droog, zonder ze zwaar aan te zetten.

Neem Blue in Green van Miles Davis. Ik ken geen intro dat mooier is. Pianist Bill Evans speelt de wonderschone harmonie heel overzichtelijk en duidelijk. Klassiek. En Miles speelt met ijle toon er een partij onwaarschijnlijke topnoten overheen.

Zonder enige vorm van opsmuk gebracht.

De Stones rollen terug

Met hun vandaag uitgekomen Blue & Lonesome keren The Rolling Stones terug naar waar ze ooit mee zijn begonnen. De blues, een muziekstijl die ondermeer door de Stones naar de UK geïmporteerd werd. Want de blues komt tenslotte uit de USA. Of nee, eigenlijk is het de muziek van tot het christendom bekeerde slaven die uit Afrika naar Amerika zijn gehaald. Daarom klinkt Malinese muziek precies als de blues, omdat daar de roots van de blues liggen, pal naast de Niger.

De Stones hebben de blues mede populair gemaakt. Ze ontlenen hun naam zelfs aan het nummer Rollin’ Stone van Muddy Waters.

Muddy vond het een enorm compliment en heeft gezegd dat hij zijn populariteit voor een groot deel aan de Stones te danken heeft.

En nu zijn ze weer terug bij af. Blue & Lonesome had een album uit de sixties kunnen zijn. Maar daar waar The Beatles creatieve innovators werden die hun eigen inspiratiebronnen overstegen, vallen de Rolling Stones gewoon geheel samen met hun oude helden zoals Muddy Walters en Howlin’ Wolf. Een stel schatrijke Engelsen dat nog altijd probeert te klinken als arme slaven die hun pijn bezingen.