Gemanipuleerde zang

Net als een elektrische gitaar, of elk ander instrument eigenlijk, kun je de menselijke stem voorzien van effecten. Je kunt de stem zelfs zo zwaar verbuigen/vervormen dat het nauwelijks als een stem te herkennen is. Sinds een jaar of 10 worden vrijwel alle popsongs loepzuiver gemaakt middels editing software zoals de Auto-Tune. Maar ook andere effecten om de stem te vervormen zijn vandaag de dag populairder dan ooit tevoren.

Voor ondermeer de voorbeelden die ik in onderstaande stuk geef, heb ik een playlist voor Spotify aangemaakt:

John Lennon

Tijdens het maken van het legendarische Beatles album Revolver wordt op verzoek van The Beatles de ADT (Automatic Double-Tracking of Artificial Double-Tracking) techniek uitgevonden door de engineers van de EMI studios. Het is met name John Lennon die zoekt naar een stemgeluid dat afwijkt van zijn natuurlijke klank. Door het geluid van John’s stem via een bandrecorder te vertragen en samen te mixen met de directe stem van John lijkt het alsof er twee zangers zingen inplaats van een. Een effect dat bijvoorbeeld duidelijk te horen is op de track I Want To Tell You en Lennon nadien heel vaak gebruikt. En vele zangers met hem.

Voor de track Tomorrow Never Knows (ook te vinden op Revolver) gaat John nog een stap verder.

Lennon wanted the vocal for this LSD-influenced song to sound like a hundred chanting Tibetan monks

Technicus Geoff Emerick laat tijdens de opnames de zang van Lennon door een Leslie-box met roterende speakers afspelen. Lennon is er bijzonder blij mee.

De talk box

Om te kunnen zingen moet je de lucht vanuit de longen via het strottenhoofd langs de stembanden naar je mond zien te verplaatsen. Met het apparaat de Talk Box doe je zo’n beetje het omgekeerde: het geluid van bijvoorbeeld een synthesizer komt via een slangetje je mond binnen waarna je het door je mond te bewegen fonetisch vervormt.

Het oudste voorbeeld dat ik ken is de song Forever van Pete Drake uit 1963.

Grootmeester op dit vlak is wijlen Roger Troutman die er een Yamaha DX100 synth (heb hem zelf ook!) voor gebruikte. Hiermee haalde hij een hoge mate van verstaanbaarheid.

Peter Frampton maakte de Talk Box wereldberoemd door zijn gitaarsignaal er doorheen te halen. Frampton gebruikte het effect puur voor het geluid, niet voor de verstaanbaarheid.

De Vocoder

De vocoder werd oorspronkelijk ontwikkeld als spraakapparaat voor telecommunicatie in de 30-er jaren van de vorige eeuw. Het werkt op basis van het moduleren van een elektronische klankgenerator via de menselijke stem. Dit apparaat kan net als de Talk Box een hoge mate van verstaanbaarheid opleveren ondanks dat de basis van het signaal toch echt 100% synthetisch is.

The New Yorker maakte een paar jaar geleden een prachtige korte documentaire over de Vocoder.

Pitch-shifting

In Housequake klinkt de stem van Prince hier en daar hoger dan zijn werkelijke stem is. Het album Sign ‘O’ The Times staat vol met dit soort kleine stemtrucjes. Door de bandrecorder tijdens de opname te vertragen klinkt de stem bij weergave op normale snelheid hoger. Het omgekeerde wordt ook vaak toegepast, om bijvoorbeeld een diepe lage stem te creëren.

Tegenwoordig doen we dit in software met bijkomstige voordelen. Op een bandrecorder zal de stem wanneer ‘ie omhoog gaat sneller klinken. En een lage stem trager. Maar in software kunnen we middels Time stretching de lengte, de snelheid dus, onhoorbaar veranderen, los van de toonhoogte verandering. Deze technieken worden vandaag de dag massaal toegepast.

Scatten

In de jazz van de vorige eeuw begonnen jazzzangers woordloos te improviseren. We noemen dit scatten. Ella Fitzgerald is een van  de grootmeesters op dit vlak. En de onlangs overleden Al Jarreau gebruikte het in zijn popsong Roof Garden. Bobby McFerrin gaat nog verder en imiteert instrumenten met zijn stem. Ze hebben geen effecten nodig, de stem is zelf het effect.

Beatboxing

Op straat en in de clubs is rap ontstaan. Bij een gebrek aan een beat (want rap staat voor: rapping to a beat) werd die beat met de stem gecreëerd. Het effect raakte zo populair dat het ook op platen gebruikt werd in de plaats van een drumloop of drumcomputer.

Inprikken

Dankzij de meersporen-recorder, een recorder die meerdere kanalen tegelijkertijd kan opnemen en afspelen, werd het mogelijk om stukje bij beetje muziek op te nemen, per instrument, los van elkaar. In de 60er-jaren waren The Beatles een van de eersten die het gingen inzetten voor hun muziek. Ze waren geen uitmuntende musici maar de techniek stelde hen in staat om de muziek naar een hoger niveau te tillen. Maandenlang zaten ze in de studio te pielen.

Het schaven aan het perfecte geluid heeft in de loop van de jaren steeds fijnzinnigere techniek opgeleverd. Zo werd het in de 70er-jaren mogelijk om onhoorbaar “in te prikken” tijdens opnames. Hierdoor kon je bijvoorbeeld een zanglijn perfectioneren door steeds opnieuw een zinnetje, of soms zelfs een woord, in te prikken om zo een vlekkeloos klinkende opname te creëren. Op die manier werd elke valse noot simpelweg verwijderd en opnieuw opgenomen.

Bekend is het verhaal van Henny Vrienten die voor zijn hit Als Je Wint samen met Herman Brood alle trucs op het gebied van editing uit de kast moet halen. Herman was samen met een fles whiskey naar de studio gekomen en zong met dubbele tong. Nu was de dictie van Herman op zijn zachts gezegd al soepel, maar de drank had het alleen maar verergerd. Henny heeft vervolgens met zijn eigen stem alle medeklinkers die bij Herman wegvielen ingedubd.

De Auto-tune

Een gigantische historische omslag kwam met de komst van de Auto-Tune. Een apparaat dat werd uitgevonden in 1997 door de firma Antares als “veiligheidsnet” zodat zelfs een ongeoefend zanger nooit meer vals hoefde te klinken. Het apparaat werd bekend via de hit Believe van Cher.

De Auto-Tune corrigeert de toonhoogte van de zangnoten. Elke valse noot wordt omgebogen naar een zuivere noot. Aan het apparaat valt veel af te stellen, van subtiele repitching tot vrij radicale correcties. Een artiest als Cher, maar ook later T-Pain, waren juist gecharmeerd van het artificiële effect als de toon razendsnel omgebogen wordt naar een zuivere noot, de “klapperende Auto-tune”. Het is een karakteristiek geluid waardoor de stem robotisch strak en loepzuiver klinkt.

Het wordt tegenwoordig in vrijwel alle popsongs gebruikt om de boel glad te strijken en/of als creatief effect. Iemand als Ronnie Flex zingt er ook live mee, zie bijvoorbeeld het recente artikel ‘Over Ronnie Flex, The Voice of Holland en autotune’ van de NOS.

En zelfs Aretha Franklin doet de laatste jaren overduidelijk een beroep op de Auto-tune.

Inmiddels is deze techniek in vrijwel elke opname-software ingebouwd. Ook in het door mij geliefde Propellerhead Reason softwarepakket die naar mijn mening het best klinkende algoritme gebruikt en onhoorbare correcties kan doen.

Het zuiver maken van een valse noot is natuurlijk uitmate handig. Het is als het corrigeren van een typefout in een tekst. Of het quantiseren van de noten in MIDI. En het is aan de muzikant om te bepalen hoever hij of zij wil gaan in het gladstrijken van het geheel.

Ook de oude zanger van mijn band MAM, Pieter Bon gebruikte onlangs het effect voor zijn nieuwe single.

Vervorming

Als je Tremendous Dynamite van Eels hoort of All Stripped Down van Tom Waits dan zal je opvallen dat de zang vervormd klinkt. Het is een techniek die mede populair gemaakt is door de technicus en engineer Tchad Blake in de jaren 80. Maar het is ook een techniek die ook door bijvoorbeeld Justin Bieber of Kanye West ingezet wordt.

Door vervorming toe te passen kun de zang zelfs onherkenbaar maken.

Where Are Ü Now?

In het nummer Where Are Ü Now laat het trio Justin Bieber, Skrillex en Diplo wel zowat alle trucs los op de zang. Het refrein bestaat uit een repeterende melodie die een beetje klinkt als een vervormde fluit. In werkelijkheid is het Justin’s stem die middels sampler en zware vervorming onherkenbaar is gemaakt. The NewYorkTimes hebben het maakproces ervan vastgelegd in een video.

Er zijn natuurlijk nog veel andere effecten die we gebruiken om de zang op te leuken. Wat te denken van galm? Geen zanger zingt bijna zonder. En die galm is vrijwel altijd artificieel en wordt vrijwel altijd door software gecreëerd. En zo kan ik nog wel een poosje doorgaan. Met name dankzij de digitale techniek kunnen we de zanglijn perfectioneren en ombuigen, vervormen, naar iets dat niets met de werkelijkheid van doen heeft. Omdat per slot van rekening muziek zuiver virtueel is. Ongrijpbaar. Tijdelijke luchtdruk.

bieswarboel.nl – de podcast van Wim de Bie

Het is november 2016. De telefoon gaat.

“Je spreekt met Wim de Bie.”

Wim vertelde over zijn plannen om te gaan podcasten. Hiervoor had hij een audiorecorder gekocht en zat verlegen om wat technische hulp. Of ik hem daarbij wilde helpen.

En of ik dat wilde!

Voor ik het wist maakte ik een wandeling met Wim die zijn audiorecorder op een grindpad richtte terwijl iemand verderop de gordijnen wat verder opzij schoof. “Oh jee, we worden bekeken!”

Een maand of wat later zat ik naast een hoge stapel Koot & Bie DVD’s de eerste episode te editen. Het komt dan aan op timing. Heel af en toe hoorde ik een aarzeling in Wim z’n stem. “Ja hoor, haal maar weg”, antwoordde Wim dan. Ik zou liegen als ik zou zeggen dat het geen makkie was.

En er moest natuurlijk ook een website komen. Aan mij de taak om de vormgeving te vertalen naar hi-tech HTML5 en CSS3.

Als host voor de mp3-bestanden en het genereren van de podcast-feed gebruiken we SoundCloud. Daarnaast gebruiken we Feedburner voor extra controle over de feed. En Podtrac gebruiken we voor het analyseren van de luistercijfers. Deze heilige drie-eenheid is naar mijn idee het summum voor de hedendaagse podcaster.

Slechts 4 Haagse personen, inclusief Wim zelf, zijn nodig om deze podcast te realiseren. Zie bieswarboel.nl/colofon.html

Episode 1 staat inmiddels online:

De volgende onvoorspelbare audio-uitingen van de Bie zullen met enige onvoorspelbare regelmaat via Bie’s Warboel Podcast ten gehore worden gebracht.

Met heel veel Haagse trots,

Marco Raaphorst

Geschiedenislesje over de podcast

EenVandaag had gisteren een item op tv over ‘De revival van de podcast’. Het item staat online HIERRRR! EenVandaag laat de geschiedenis van de podcast achterwege, laat ik dat dan maar doen. Het is eigenlijk redelijk simpel uit te leggen in slechts een paar stappen:

Het 1e audioblog ter wereld

Rond de eeuwwisseling is Adam Curry een enthousiast gebruiker van de Radio Userland weblogsoftware van blogger Dave Winer. In 2000 vraagt hij aan Dave om iets toe te voegen zodat hij kan gaan audiobloggen. Dave reageert daarop door aan het RSS protocol het ‘enclosure’ element toe te voegen zodat de url van een mediafile kan worden opgenomen. In 2001 demonstreert Dave dit door een song van de Greatful Dead in een audioblog aan te bieden (zie Scripting News).

De koppeling naar iTunes

Winer roept in 2003 ontwikkelaars van RSS-aggregatoren op om zijn uitvinding de enclosure-tags te gaan ondersteunen. In oktober 2003 demonstreert zodoende ene Kevin Marks een script dat de RSS-enclosures (lees: mp3-bestanden) downloadt en automatisch in iTunes plaatst. Deze bestanden kunnen vervolgens gesynchroniseerd worden met een iPod.

Ben Hammersley verzint de term podcasting

In het stuk Audible revolution (februari 2004) dat tech-journalist Ben Hammersley voor The Guardian schrijft, laat hij als eerste de term podcasting vallen:

Online radio is booming thanks to iPods, cheap audio software and weblogs.

(…)

But what to call it? Audioblogging? Podcasting? GuerillaMedia?

Apple voegt podcasting toe aan iTunes

Apple voegt aan iTunes 4.9 (2005) officiële support voor podcasts toe. Hiermee wordt het voor iTunes-gebruikers mogelijk om zich via iTunes op podcast-feeds te abonneren.

Over het vervolg kan ik nog veel meer vertellen. Maar dat is misschien iets voor een andere keer…

P.S. Bovenstaande foto stamt uit 2006. Ik deed toen een interview met Vicky Taylor van de BBC:

Voor mijn podcast gebruik ik SoundCloud, FeedBurner, Podtrac en iTunes

podcaster-grafix

Zoals ik al eerder meldde, ben ik bezig een podcast-reeks op te zetten. Nu het vervolg, over de paar technische stappen die ik heb gezet.

Introductie

Er zijn veel  plugins voor podcasting met WordPress die interessant kunnen zijn. Er kleven ook een paar grote nadelen aan. Al snel zijn de kosten onvoorspelbaar, helemaal als je mp3-bestanden zelf gaat hosten. En zelfs als je alleen de feed zelf gaat hosten dan kan het je nog een berg geld kosten want die feeds worden namelijk door podcast-apps de hele dag door megavaak opgevraagd. Dat kan in korte tijd hoog oplopen. En qua statistieken is het aanbod via de WordPress plugins wel wat beperkt. Al snel zul je een beroep moeten doen op een service die betere statistieken levert.

Als je zelf plugins in WordPress gebruikt voor podcasting dan klinkt dat al snel als ‘ik doe het allemaal zelf’, maar het is natuurlijk klinkklare onzin. Tenzij jij in staat bent om die plugins zelf aan te passen. Zo niet, dan ben je geheel afhankelijk van de bouwer van de plugin(s). Kortom: afhankelijk van aanvullende partijen ben je altijd.

Ik heb vooral goed naar mijn respectabele voorbeelden gekeken, zoals Love+Radio en 99% Invisible. Zodoende ben ik tot een combinatie van services gekomen die ik in onderstaand verhaal wil bespreken. Als ik ergens onduidelijk ben, of als je vragen hebt, laat gerust een reactie achter onderaan dit blog!

Hosting: SoundCloud

Al jaren ben ik fan van SoundCloud voor al mijn muziek en sounddesign. SoundCloud is niet alleen een goeie host voor audio het kan ook een podcast-feed genereren op basis van de content die je daarvoor beschikbaar wilt stellen. Bij elke upload (of Edit) vind je die keuze daarvoor onder het kopje ‘Permissions:

Ik gebruik SoundCloud Pro Unlimited voor ongelimiteerde opslag/dataverkeer. Het genereert ook goeie statistieken over de luisteraars, met uitzondering van de podcast-luisteraars want de stats hiervan ogen spaarzaam. Gelukkig biedt SoundCloud een prima oplossing om bijvoorbeeld de Stats-service Podtrac toe te voegen aan de SoundCloud feed. Super! Daarover later meer.

De player van SoundCloud is natuurlijk ook fantastisch om te embedden op mijn blog of te delen via Twitter of Facebook. Het delen via Twitter is bijzonder fraai omdat het rechtstreeks in de stream van Twitter afgespeeld kan worden. Op deze manier wordt het potentiële bereik van een podcast enorm groot. Vroeger bestond een podcast slechts uit een RSS-feed waarop men zich kon abonneren. Dat was voor velen veel te complex in het gebruik. Inmiddels is het gelukkig gebruiksvriendelijker geworden.

FeedBurner

Over FeedBurner kun je twisten of het echt noodzakelijk is. Met name in combinatie met een analyse-tool zoals Podtrac. This American Life gebruikt het niet. Maar Love+Radio en 99% Invisible bijvoorbeeld weer wel.

FeedBurner is een soort feed om je feed heen. Het is een service die al een lange tijd in hand van Google is maar waar weinig meer aan veranderd of toegevoegd wordt. Het is een beetje een stoffig geval, handig voor een paar aanvullende statistische zaken (hoewel de kritiek van gebruikers is dat die statistieken juist niet erg betrouwbaar zijn) en met wel één echt opvallende functionaliteit:  het biedt de mogelijkheid om de feed te koppelen aan een subdomein van een site (via CNAME mapping). Dit heb  ik gedaan. En dus is mijn officiële feed vanaf nu: podcast.marcoraaphorst.nl/rechtvoorzijnraaphorst

Deze feed verwijst op de achtergrond naar die van SoundCloud. Het is dus een eenvoudige verwijzing die, stel dat ik mijn Podcast-feed wil wijzigen (omdat ik bv overstap op een ander SoundCloud-account, of toch gebruik ga maken van WordPress als feed), van de eindgebruiker dan geen verdere aanpassingen vraagt. Een klein voordeeltje met name vroeger omdat de feed wijzigen in iTunes toen niet mogelijk was. Inmiddels wel, waarover hieronder straks meer.

Dus als je het mij eerlijk vraagt wat het echte voordeel van FeedBurner is, ik zie het (nog) niet. Maar goeds, als het toch overbodig blijkt te zijn ben ik de eerste die het er tussenuit zal rossen. En dan zul je het hier op mijn blog kunnen lezen waarom ik dat gedaan heb.

Update: aangezien FeedBurner jouw feed slechts een paar maal per dag opvraagt, kan FeedBurner je aanzienlijk veel geld schelen ten opzichte van het zelf hosten van de feed. In mijn geval gaat dat niet op omdat ik de feed van SoundCloud gebruik (lees: dataverkeer loopt geheel via SoundCloud). Maar als je de feed zelf host, bv in WordPress, dus zonder FeedBurner dan zul je er al snel genoeg achterkomen dan die feed massaal opgevraagd wordt door podcast-apps. De hele dag door willen die dingen namelijk weten of je een nieuwe episode aan je podcast toegevoegd hebt.

Podtrac

Het lastige met podcast is de enorme voorsprong die Amerika heeft. Ik heb gezien hoe This American Life als oorspronkelijk radioprogramma veel meer potentie in het podcasten zag en juist daardoor megagroot groeide en zich uiteindelijk helaas losmaakte van radio. Ik zag hoe Love+Radio in een paar jaar tijd een naam wist te veroveren en ga zo maar door. Wij lopen in Nederland nog altijd enorm achter. En ook op het gebied van aanvullende services.

Zo hebben we in Nederland Stichting Nationaal Luister Onderzoek. Zij had naar mijn gevoel allang een technische service moeten aanbieden voor het meten van podcasts. En Beeld en Geluid had allang een host moeten zijn voor audio/radio-content afkomstig van nieuwe makers. Ik host met liefde samen met al mijn collega’s op de Duitse servers van SoundCloud, maar het zorgt er misschien wel voor dat Beeld en Geluid straks niet langer nodig is omdat we alle services in het buitenland huren (hallo globalisering!). En de innovatieve voorsprong is dan niet meer in te lopen door die organisaties.

Een zo’n moderne aanvullende podcast-service is Podtrac. Het meet de downloads via de mp3-bestanden van een feed. Om het te gebruiken zul je alle mp3-links in de feed moeten voorzien van een voorvoegsel/prefix die verwijst naar de server van Podtrac. Via SoundCloud is het een kwestie van het ‘Stats-service URL prefix’-tekstveldje in de podcast-settings voorzien van de voorvoegsel/prefix-instelling. Doodeenvoudig:

iTunes

Een van de manieren om een podcast te volgen is middels het abonneren op een podcast via bijvoorbeeld iTunes. Deze applicatie staat standaard op elke Mac computer. En elke iPad en iPhone wordt geleverd met de app Podcasts die hetzelfde doet als de iTunes. Ook is het eenvoudig mogelijk om de abonnementen tussen een Mac en een iPad/iPhone synchroon te houden.

Op iTunes zul je vrijwel alle podcasts vinden die er wereldwijd zijn. Het kost niets, behalve dat Apple wel eerst ter goedkeuring de podcast-feed handmatig wil goedkeuren. Dat kan een paar dagen duren, zeker als er een weekend tussenzit!

Een Apple-ID is een vereiste. Verder geeft de website van Apple je alle informatie die je nodig hebt om je podcast toe te kunnen voegen aan iTunes: itunespartner.apple.com/en/podcasts/overview

De laatste keer dat ik een podcast liet goedkeuren door Apple was een paar jaar geleden. Er is vrijwel niets veranderd, behalve de eisen voor wat betreft het artwork/coverart van de podcast dat inmiddels een verplichtte grootte moet hebben van minimaal 1400 bij 1400 pixels met een maximum van 3000 bij 3000 pixels.

Mijn podcast is inmiddels beschikbaar in iTunes. Zoek op ‘Recht voor zijn Raaphorst’ en je zult hem tegenkomen. Je vindt er wat oudere producties van mij. Mijn Oostende Healing radiodocumentaire en wat andere dingen waar ik tevreden over ben. Hopelijk kan ik deze podcast binnenkort gaan aanvullen met waar het me nu om te doen is: een reeks van 10 splinternieuwe podcast episodes. Iets waar ik al een jaar aan bezig ben…