Aja 40 jaar later: Walter Becker op bas en gitaar

Aangezien het dit jaar, 2017, 40 jaar geleden is dat het meesterwerk Aja van Steely Dan uitkwam, voel ik mij geroepen om dit album nummer voor nummer door te nemen op mijn blog. Zodoende schreef ik daarvoor een introductie en een analyse van het nummer Black Cow. Maar door de onverwachtse dood van Walter Becker op 3 september jongstleden wil ik daar een stuk aan toevoegen. Walter Becker vervult als bassist en gitarist op Aja namelijk een bijzonder belangrijke rol die ik wil toelichten.

Aja bestaat uit 7 tracks. Op 5 ervan is Walter te horen.

Aja


Op track 2, Aja, de gelijknamige titeltrack van het album, speelt Walter gitaar. Maar naast Walter spelen ook grootmeesters Larry Carlon en Denny Dias gitaar. Dankzij het geweldige arrangement, de precieze gelaagdheid van de instrumenten klinken die 3 gitaristen tezamen totaal niet als muzikale overdaad.

Deacon Blues


Op track 3, Deacon Blues, speelt Walter bas. Een prachtige partij waarbij hij in de coupletten de bas niet laat doorpompen op de drumpartij van grootmeester Bernard Purdie maar juist gaten laat vallen en de coupletten zodoende heel open houdt. In het refrein speelt hij wel met ‘Pretty’ Purdie mee. Walter speelt daarbij niet zozeer de grondtonen uit de akkoorden maar speelt spannende harmonische lijnen die het nummer op een fraaie manier weet voort te stuwen.

Home at Last


Track 5, Home at Last met opnieuw ‘Pretty’ Purdie die in dit nummer zijn wereldberoemde #purdieshuffle tentoonspreidt. Een onwaarschijnlijke drumpartij, een ware klassieker. ‘Pretty’ Purdie speelt een shuffle op de hihat die samen met de ghost notes die hij op zijn snaredrum speelt een triolen-timing vormen, de kenmerkende purdieshuffle. Het grooved als een gek maar is uiterst subtiel. Let ook even op hoe onwijs lekker zijn snaredrum hier klinkt. Aja klinkt sowieso als een klok.

Tegen deze waarschijnlijke groove speelt allereerst Fagen een geweldige solo op zijn synth en neemt Walter het van hem over met een sublieme gitaarsolo.

I Got The News


Op Aja vervult grootmeester Larry Carlton een belangrijke rol, Walter zegt hierover in een interview in Rolling Stone magazine:

“In the past,” said Becker, “it has been Larry who played most of the guitar solos. We’re probably hardest on guitar players. But we get the best work. I suppose other people go into the studio and jam around and it’s, ‘Let’s get something going,’ until they get a few riffs that they can try and write some words around. We’ve real charts and everything. It’s more productive. The musicians enjoy getting asked to do something that’s challenging. We like working with an overview, too. It’s difficult, but it’s fun. It’s not stupid music.”

Opvallend is dat de rol van Larry Carlton op Aja beperkt blijft tot die van ritme gitarist. Wat hij overigens met verve doet. Op Track 6, I Got The News is opnieuw een gitaarsolo van Walter te horen. Bluesy maar voorzien van diverse spannende noten die de solo het blues idioom doet ontstijgen. Lean and mean, kenmerkend voor Walter.

Josie


Het slotnummer van Aja, Josie, track nummer 7 met het geweldige gitaarintro. De gitaristen Dean Parks, Larry Carlton en Walter Becker vormen een trio maar ook hier ontaard het niet in een overdaad aan gitaargeweld. Met subtiel muzikaal doseren weet mijn favoriete #smaakmakerduo Fagen en Becker namelijk wel raad.

En dan die solo! Becker speelt hier met een heerlijk lekker clean geluid met een “randje” een topsolo van Heb Ik Jou Daar. De noten worden op een heerlijke manier opgedrukt, verbogen, kenmerkend van de blues, maar opnieuw wordt hier het blues idioom volledig ontstegen en bijt de solo van Walter op een heerlijke manier door de mix heen.

Opvallend is dus dat Walter op Aja op de laatste 3 nummers van deze wereldplaat dus de solos voor zijn rekening neemt. Tel daar de geweldige baspartij van Deacon Blues bij op en zijn ritmegitaar op Aja en we moeten toch echt tot de conclusie komen dat Walter een topmuzikant was. Naast dat ongelofelijk compositorische talent van hem. Naast zijn onwaarschijnlijk muzikaal oor voor harmonie en fraai samenspel. En naast zijn literaire topkwaliteiten en groot gevoel voor zwarte humor en cynisme.

Walter was zondermeer one of a kind.

Zo onwaarschijnlijk triest: Walter Becker is overleden!

foto onder CC BY-SA: Arielinson

Door The Nightfly (*), het soloalbum van Donald Fagen, heb ik denk ik Steely Dan ontdekt. Dat was in 1982 en ik was een jaar of 14, speelde gitaar en volgde met de grootst mogelijke toewijding wekelijks de workshop jazzgitaar aan de Stedelijke Muziekschool in Den Haag onder leiding van mijn favoriete docent aller tijden: Ferry Robers (RIP).

Het was dus jazz dat swingend de klok sloeg. Toen ik een paar jaar later in een schoolbandje nummers van de Stones moest spelen speelde ik er modale jazzsolo’s overheen. Dat had ik geleerd van Miles Davis’ Kind of Blue. Toch vroeg ik me af waarom dat in combinatie met de Stones toch zo verkeerd klonk. Tot op de dag van vandaag swing ik liever met een dikke toon dan dat ik hard, fel en gierend van snaar ga. Een echte rocker ga ik nooit worden, ook al hou ik wel van die stijl als luisteraar.

Maar potverdomme nu is Walter Becker dus overleden. Die andere helft van Steely Dan. Via The Nightfly kun je zo een brug slaan met het werk van Steely Dan en lang heb ik in de veronderstelling geleefd dat het harmonische genie van Steely Dan Donald Fagen was. Maar ik kwam erachter dat dat niet klopt. Het duo Fagen en Becker schreef namelijk alle songs samen. Zowel de muziek als de teksten. Schreef de Donald een zin dan vulde Walter hem aan. Het heeft geresulteerd in geniale muziek  die zijn weerga niet kent. Nog altijd staat Steely Dan compleet los van iedere andere band uit de popgeschiedenis. Er is geen band die jazz en rock zo goed verweven heeft als Steely Dan. En is geen band te vinden die aan het literaire niveau van Steely Dan kan tippen.

Steely Dan is enorm sophisticated. Maar het ontbreekt the Dan nooit aan zwarte humor, het bijt altijd. En ook hun nootkeuze, hun gruwelijk complexe harmonie, ook al klinkt het smooth, het is puur een wolf in schaapskleren. Wie de muziek van Steely Dan glad noemt heeft er niet goed naar geluisterd. Glad is veilig en de muziek van Steely Dan is verre van veilig. En je kunt op zachte toon de meest verschrikkelijke dingen bezingen, snap je?

Het is met name dat wat de Steely Dan adepten en coverbandjes vaak niet snappen, ze zijn simpelweg te glad en missen die vuile onderlaag die Steely Dan wel heeft. Dat is het vernuft, de diepgang die het duo Fagen en Becker zo uniek maakt.

Becker leerde ik pas echt goed kennen in 1994 toen zijn geweldige soloalbum 11 Tracks of Whack uitkwam. Ik weet nog hoe ik deze plaat maandenlang als afsluiter van de dag in zijn geheel beluisterde terwijl ik op de bank lag met een hoofdtelefoon op. Hoe laat ik ook thuis was, die plaat was altijd de dagafsluiter. Het is niet een plaat zoals The Nightfly, hij klinkt een stuk minder sophisticated. Maar de songs zijn geweldig, voorzien van onwaarschijnlijk lekkere complexe akkoordstructuren en de stem van Walter Becker klinkt ook heerlijk eigenwijs.

De track Girlfriend van dat 1e soloalbum van Walter is een van de meest geniale songs aller tijden. Het nummer bouwt een enorme overmatige spanning in de coupletten op die vervolgens telkens op een verrassend soepele manier ingelost wordt door het refrein. Ook mijn oude vriend Quintus (RIP) vertelde mij toen ik hem weer eens zag hoe geweldig hij dat nummer vond. Eenzelfde soort spannend-refrein met een oplossend-refrein zit in het nummer Hat Too Flat. Een methodiek die Steely Dan op een soortgelijke manier heeft toegepast in het nummer The Royal Scam van het meesterwerk met de gelijknamige naam. In dat nummer hoor je ook hoe geniaal langdradig de spanning overmatigd wordt opgebouwd om vervolgens ingelost te worden door de regel ‘See the glory of The Royal Scam!’ Uitermate zwart en cynisch.

Naast songschrijver en arrangeur speelde Walter gitaar en bas bij Steely Dan. In de hoedanigheid van gitarist heb ik Walter nog een paar maal live gezien. Een openbaring want ik weet nog hoe ik, toen ik ze de 1e keer live zou gaan zien, me bedacht dat het zeer waarschijnlijk tegen zou vallen. Steely Dan is immers een typische studioband, zo dacht ik. Nee niet dus, Steely Dan klinkt live onwaarschijnlijk te gek! De hemel op aarde! En het is een genot om Donald Fagen achter zijn Fender Rhodes te zien wiebelen als een soortemet Ray Charles. En Walter Becker speelde daar dan relatief bewegingsloos prachtige gitaarpartijen bij. Hij zag er altijd zeer gewoontjes uit. Een merkloze spijkerbroek van een maat of 2 te groot en een paar simpele sneakers eronder. Zonder enige vorm van opsmuk. De muziek moest het hem doen. En dat deed het enorm!

Walter is een prachtige naam om je kind te noemen. Rest in peace buddy!

* = bij nader inzien denk ik toch dat het nummer Hey Nineteen van het album Gaucho mijn eerste kennismaking met de band was.

Moet een kunstenaar zichzelf blijven vernieuwen?

Er zijn kunstenaars die zichzelf blijvend probeerden te vernieuwen en er zijn kunstenaars die stijlvast zijn. Bach, Laurel & Hardy en Monty Python hebben wat ze ooit vonden bij herhaling toegepast. Daar is naar mijn idee niets mis mee.

Bowie veranderde telkens van stijl. En Miles Davis heeft de jazzmuziek een paar maal compleet weten te vernieuwen. Zij werden onrustig als ze te lang hetzelfde deden. Noodgedwongen vernieuwingsdrang. Diversiteit als belangrijkste stijlkenmerk.

Maar als een kunstenaar een andere kunstenaar nadoet vinden we dat niet creatief. Wellicht dat sommigen daarom ook vinden dat de kunstenaar zichzelf niet mag herhalen. Wat ik vreemd vind want als je een mooie eigen stijl ontwikkelt, waarom zou je die stijl dan niet toepassen op heel veel werk? Als Laurel & Hardy slechts 1 kort filmpje gemaakt hadden zou je daar snel op uitgekeken zijn. En dus ben ik dolblij dat er zoveel van die Laurel & Hardy filmpjes zijn. Hetzelfde geldt voor de absurdist Gummbah die zichzelf blijvend herhaald. En waar ik zeer blij mee ben want binnen het format van de tekening/strip, is hij in staat om hilarische grappen te blijven maken, keer op keer.

Of neem Brian Eno, de man die de term Ambient uitvond en voor een groot deel deze muziekstijl bepaalt. Nog altijd maakt Brian Eno dit type muziek en brengt het uit. Zo heel veel verschil tussen het oude werk en het nieuwe werk zit er niet, maar dat hoeft ook niet. Sterker nog: dat kan niet eens. Ambient is Ambient.

Bach schreef op basis van contracten zijn muziek, geheel volgens afspraak en met regelmaat. Men wilde gewoon meer werken van Bach en dus leverde Bach deze. Hetzelfde gold voor Laurel & Hardy, Monty Python, Michelangelo en vele andere kunstenaars die gewoon onder contract de meest prachtige dingen produceerden waar we nog altijd van genieten.

Toewijding

“IJver in de kunst wordt niet beloond.”

Het is een uitspraak die ik weleens gehoord heb. Kunst wordt vaak gekoppeld aan het vinden van een vondst en het zoeken naar eigenheid. Vakmanschap wordt daarbij door sommigen niet als een vaardigheid beschouwd die de kunstenaar vormt.

Ik betwijfel dat ten zeerste.

Het vinden van een vondst is louter toeval. Een kwestie van mazzel hebben. Als kunst niet voorkomt uit iets dat de kunstenaar moet laten groeien, iets dat hij of zij moet ontwikkelen, dan is kunst niet iets dat voorkomt uit zijn of haar kunnen maar zuiver iets is dat hem of haar toeviel. Pure mazzel dus. Net zoals de ene persoon knap is en de ander minder knap. Ook pure mazzel, niet iets waar je zelf ook maar iets voor hebt hoeven doen.

Het punt is dat de kunstenaar kunst maakt. Deze persoon moet er dus iets voor doen.

Ik denk dat het woord toewijding essentieel is en niet mag ontbreken als we het over kunst hebben. Iemand die gewoon mazzel heeft maakt geen kunst. Kunst komt niet toevallig tot stand. Kunst is ook geen kwestie van talent. Talent, een complex woord, is meer op toeval gebaseerd dan op verworvenheden.

Maar indien de kunstenaar toegewijd is kunnen verworvenheden ontwikkeld en verbeterd worden. Dat vraagt om een inspanning. Jarenlang, door toewijding. Waarmee de verworvenheden groeien. Of de kunstenaar nu muziek maakt, literatuur of wat dan ook. Een kunstenaar probeert zijn verworvenheden toegewijd continu te verbeteren. Een reis die pas stopt op het moment dat de kunstenaar het niet langer kan opbrengen ermee door te gaan.

Toegewijd je verworvenheden optimaliseren noem ik vakmanschap. En dat kost tijd, heel veel tijd, soms zelfs een leven lang.

Een toegewijd persoon neemt de tijd. Wat kan resulteren in grote kunstenaars, filosofen, wetenschappers en ga zo maar door.

Vincent van Gogh en stemvervormers in mijn achtertuintje (#nimby17)

Een jaarlijks terugkerend fenomeen is het festival in onze achtertuin: NIMBY, Not In My Backyard. Achtertuin moet je ruim zien want het hofje van de Darwinstraat waar we wonen wordt hiervoor autovrij gemaakt en omgetoverd tot een soortemet Berlijnse biergarten-behaglichkeit waar de moffen nog een puntje aan kunnen zuigen. En dan overdrijf ik niet want vorig jaar hadden we een stel spontane Duitse vrijgezellen te gast. De dames waren in Den Haag en vroegen zich af “wo ist einer Party?” en kregen via Google de instructie om naar NIMBY “zu gehen”. Vervolgens hadden de dames de dag van hun leven. En dan moest er dus nog getrouwd worden…

Toen ik vanmorgen de Filmrol van mijn iPhone opende trof ik het volgende aan:

Vincent van Gogh gereïncarneerd in een barista
Vincent van Gogh gereïncarneerd als barista op #nimby17

Reageerbuiskoffie
Reageerbuiskoffie op #nimby17

Reinier van Delden was overgevloggen uit Meppel en sprak hele volzinnen. Zijn grootste fan bleek ook aanwezig te zijn en rechtop klaar zijn te wezen.
De grootste fan van Reinier van Delden #nimby17

Ook in mijn achtertuin: vette analoge synths!
Analoge synths van EUT op #nimby17

EUT, een lekker bandje met zangeres met stemvervormer:
EUT op #nimby17

Zie ook videootje 1 en videootje 2 die ik van het optreden van EUT maakte.

Ook erg leuk waren de 45ACIDBABIES. Net als de andere bands op NIMBY waren dat een stel vakbekwame poepjonge muziekmakers. Keistrak spel en een mooie geluidsopvatting. Opvallend is dat de hedendaagse bandjes heel vakbekwaam het eindgeluid zelf lopen te besturen vanaf het podium. Effecten worden smaakvol aan- en uitgezet gedurende de nummers om zo een levendig geluid te bewerkstelligen. Het verhoogt de feestvreugde. Het wordt er net ff wat meer gelikt van. Ook de zangeres van de 45ACIDBABIES voorzag zichzelf van wat gave vocale effecten, een lo-fi echootje en een snerpende vervorming om een coupletje ff van wat viezigheid te voorzien.

45acidbabies op #nimby17

Ik maakte ook een kort videootje van deze babies.

Sfeertje #nimby17

Dankzij de Silent Disco konden we zonder fronsende politiemannen de nacht vol dansen totdat alle koelkasten leeg waren.

Hoe die thuisgekomen is... #nimby17

En dat gebeurde dus allemaal in de allerallerallermooiste wijk van Den Haag: Stroom Der Verademing.

Resonanties in de akoestiek (en wat tips om dat te verbeteren)

Onze oren zijn zo gekleurd als wat. Sommige frequenties klinken in onze oren harder dan anderen ook al zijn ze gelijk in geluidssterkte. De waarneming ervan is zeer afhankelijk van de geluidssterkte waarop we ze horen.

Kortom: onze oren zijn niet-lineair.

Een afgesloten ruimte is lineair

Een ruimte is wel lineair. Onafhankelijk van het geluidsvolume blijft de balans tussen de frequenties gelijk. Ook resonanties in frequenties (simpel gezegd: zoemtonen en tonen die rinkelen), bijvoorbeeld veroorzaakt door reflecties in een ruimte en het opstapelen van deze frequenties door de hoeken van een ruimte en de beperkte lengte van een ruimte, zijn gelijk. Die resonanties nemen wij echter niet-lineair waar omdat ons gehoor niet-lineair is. Dus bepaalde zoemtonen/resonanties zullen we dan ook op een hoog geluidsvolume als veel meer irritant waarnemen dan op een laag volume.

De eenvoudigste methode om vervelende resonanties/stapelfrequenties te ontdekken is middels het afspreken van een audiosweep, een beweging in het geluid van lage naar hoge frequenties. Speel dit af over de boxen en je zult al snel ontdekken dat diverse frequenties luider klinken dan anderen. Dit zijn de resonantiefrequenties.

Het is vrijwel onmogelijk om een ruimte helemaal “recht” te krijgen qua frequentiekarakteristiek. En dan nog geldt dat slechts voor 1 bepaalde positie. Met behulp van akoestisch materiaal dat bijvoorbeeld peakfrequenties in het laag kan absorberen (energie van geluid wordt omgezet in warmte), middels de welbekende basstraps, kan de frequentiekarakteristiek wat rechter gemaakt worden. Met name door de enorme draagkracht van lage frequentie gaan deze in een kleine ruimte al snel stapelen/resoneren en zullen ze een probleem vormen.

Het opstapelen van frequenties

Resonanties worden dus veroorzaakt doordat de luchttrillingen op bepaalde plekken samenvallen waardoor ze een versterkend effect hebben. Ze stapelen op. Dit is te voorkomen door te zorgen voor zo min mogelijk reflecties tussen de geluidsbron(nen) en je oren. Vandaag de dag heeft vrijwel iedereen die serieus met muziek en geluid bezig is een beeldscherm of laptop tussen beide luidsprekers instaan. Soms zelfs meerdere beeldschermen. Dit vergroot het aantal resonanties, kamfilters om precies te zijn die de frequenties laten rinkelen op een onaangename manier. Dit effect krijg je ook als je bijvoorbeeld met je mond door een buis spreekt. Door de kleine ruimte die gecreëerd is gaan de frequenties samenvallen, opstapelen, wat resulteert in de welbekende irritante piekfrequenties.

Perspectief is alles

Maar nu komt het: omdat op bepaalde punten in de ruimte die frequenties zich opstapelen, zul je ze niet horen wanneer je je op een andere plek bevindt. Het waarnemen van geluid is namelijk totaal afhankelijk van waar je je in de ruimte bevindt. Zelfs zware zoemtonen in het laag zul je vanaf een andere plek in de ruimte niet waarnemen.

Speel de audiosweep een paar maal af terwijl je vanaf een andere plek in de ruimte luistert en hoor hoe die resonantiefrequenties verschuiven, of wellicht zelfs helemaal wegvallen.

De beste luisterpositie in een ruimte bevindt zich overigens meestal in het midden van de ruimte. Voor het plaatsen van luidsprekers is het van het grootste belang om zo min mogelijk reflecties te creëren. Plaats ze daarom niet te ver van de muur af. In geluidsstudios worden ze soms zelfs in de muur ingebouwd om zo achterwaartse reflecties geheel uit te sluiten. Het is zaak dat de trillingen die de luidsprekers in de lucht veroorzaken de oren rechtstreeks, dus zonder tussenweg, bereiken.

Het beste is om de luidsprekers en de luisteraar in een driehoekspositie te plaatsen, waarbij de afstand tussen beide luidsprekers even groot is als de afstand tot de luisteraar. De luidsprekers moeten op oorhoogte geplaatst worden.

studio-1

De handel in akoestisch materiaal is big business, maar de goedkoopste en eenvoudigste methode is jezelf in de ruimte verplaatsen om zo op zoek te gaan naar de beste plek. Door de geluidsbron en de luisterpositie in de ruimte nauwkeurig op elkaar af te stemmen kun je het geluid enorm verbeteren.

En zelfs voor wie veel mixt is het vaak zaak om van positie te wisselen. Want hoe goed je ruimte ook geoptimaliseerd is en hoe goed je luidsprekers ook zijn, je zult soms van luisterpositie moeten wisselen. Omdat vanuit een andere positie de geluidswaarneming ook verandert.

Bij het optimaliseren van geluid tasten we behoorlijk in het duister. Het is een compromis in een zoektocht naar het optimale geluid. Het optimale geluid dat dus simpelweg niet bestaat.

Roeping (fuck Ego!)

Mijn oude gitaarleraar, Ferry Robers, vroeg het me ooit: “wil je naar het conservatorium?” Geen twijfel over mogelijk, toch? Uh, nee joh daar ben ik niet goed genoeg voor.

Toch speelde ik in 1987 twee dagen op het North Sea Jazz Festival vlak voordat ik de overstap naar de HEAO maakte. Ik speelde daar met nota bene een bassist die al op het conservatorium zat! Dat jaar ging ik van de Stedelijke Muziekschool af omdat ik daar een grens bereikt had. De volgende stap had het conservatorium kunnen zijn maar ik koos dus voor de HEAO. Een soort veiligheid? Zo voelde dat wel inderdaad.

Mijn pa had me weleens verteld dat je voor het conservatorium “wel zo onwijs goed moest zijn.” En nee, zo onwijs goed vond ik mijzelf niet. Nog altijd niet, hoewel ik inmiddels toch echt ruim 35 jaar gitaar speel!

Dat komt door mijn Ego.

Een paar jaar geleden: ik doe een optreden in een keldertje en zie hoe een vriend met vochtige ogen een opgestoken duim naar mij gebaart. Het raakt mij ook, ware het niet dat het Ego droog nuchter de situatie relativeert: “die ene noot had je beter moeten spelen en de improvisatie in het 4e nummer klonk meer als een worsteling dan als muziek!” Kortom: “ga niet naast je schoenen lopen Raap, zo goed was het niet, ondanks die blije gezichten!”

Mijn eigen Ego is mijn grootste criticaster.

Een vriend van de MAVO ging niet naar de HAVO/MEAO zoals ik, maar koos voor de MTS. We bleven bevriend en zodoende ging ik op zijn stageadres regelmatig langs. En dat was nota bene Studio BMG in Voorburg! Die vriend werd er aangenomen als geluidstechnicus. En dankzij hem kon ik in de studio in de stille avonduurtjes muziek opnemen. Een snoeptuin waar ik niet uit weg te slaan was.

Een muzikant die ik kortstondig op Stedelijke Muziekschool had leren kenen nam na jaren afwezigheid weer contact met mij op. Hij had een paar jaar in het buitenland muziek gemaakt maar was teruggekeerd naar Den Haag. Er was iets met hem en de muziek die hij maakte wat bijzonder veel raakvlakken vertoonde met mijn muzikale ambities. Om een lang verhaal kort te maken: dit was een teken, ik moest met hem muziek gaan maken. Dat gevoel staat me nog glashelder voor de geest. Mijn toekomst lag in de muziek en niet in de HEAO. En dus maakte ik die ommezwaai aan het eind van het 2e jaar. Dit moet zo zijn, ik wist het zeker.

Dat gevoel kwam niet van mijn Ego. Nee, mijn Ego vertelde mij eerder dingen als “dat lukt je nooit!” of “denk je nou echt dat je daar goed genoeg voor bent?” Het Ego beschouwt het “domme” Zelf en biedt weerstand. Het Ego kent andere, veel betere musici. Het Ego weet wat goed is, wat kwaliteit is. En wat geld oplevert.

Het Ego haat gevoel. Het Ego haat het onbewuste. Het Ego lachte me erover uit. Die stomme Raap, hij laat zijn HEAO schieten voor de muziek! Wie denkt ‘ie wel dat ‘ie is?

Ooit, tussen 91-95 zat ik bij de band MAM. Ik heb me er volledig in vastgebeten. Ik was altijd op zoek naar de beste gitaarpartijen en het beste geluid. Zodoende kocht ik in die tijd veel nieuwe gitaren, versterkers en randapparatuur. En samen met liedjesschrijver Tom America zat ik vrijwel elk weekend in zijn huisstudio in Tilburg te werken aan arrangementen voor de nieuwe songs.

We speelden in de clubs, waaronder Paradiso en ik was dolblij. De band maakte niet de meest voor de hand liggende muziek. MAM werd als experimenteel en niet stoer beschouwd. Het Ego is daar blij mee: “zie je nou wel, stelletje sukkels!”

Weliswaar kwam ik pas bij de band toen het optreden in pyjama was afgeschaft (bijzonder effectief, goedkoop en opvallend!), ik had zo’n pyjama met alle liefde aangetrokken. Wie op een podium staat moet namelijk een beetje gek willen doen. Je staat toch niet voor niets op dat podium?

Zelfs uit onze directe omgeving kregen we kritiek. Mensen die niet al te veel vertrouwen hadden in de band. Maar ik ging er nooit in mee. Ik had vol-le-dig het vertrouwen in deze band en gaf alles om een mooie laatste CD te maken en mooie optredens te doen. Als ik er nu op terugkijk is die laatste CD geen meesterwerk geworden. En dat wist ik toen ook al. Het zat er gewoon niet in. Ook al hebben we er keihard voor gewerkt.

Spijt? Geen! Een groot artistiek succes werd die band niet. Financieel ben ik er ook niet echt wijzer van geworden. Maar voor mij als persoon was het super belangrijk. Omdat er niets mooiers is dan om alles te geven. Er alles proberen uit te halen. Compleet bevlogen vol blind vertrouwen.

Mijn Ego is het daar nog altijd niet mee eens. Zo jammer om alles te geven en dat daar dan geen groot succes uit voortvloeit. Dat is eerder zielig te noemen!

Het Zelf geeft daar geen donder om. Het Zelf weet wat ‘ie moet doen en doet dat. Welk resultaat het ook mag hebben. Het Zelf weet: dit MOET. Ook al verdien je er geen zak mee. Ook al zegt de hele wereld: wat een amateur. Het Zelf wil iets dolgraag. Iets dat moet. Het Zelf roept.

Dus daarom: fuck Ego. Pis erop. Begraaf het onder een steen. En luister alleen naar het Zelf. Het gevoel dat zichzelf niet hoeft te beschouwen. Omdat het 100% zeker is.

The artist’s life

Are you a born writer? Were you put on earth to be a painter, a scientist, an apostle of peace? In the end the question can only be answered by action.

Do it or don’t do it.

It may help to think of it this way. If you were meant to cure cancer or write a symphony or crack cold fusion and you don’t do it, you not only hurt yourself, even destroy yourself. You hurt your children. You hurt me. You hurt the planet.

You shame the angels who watch over you and you spite the Almighty, who created you and only you with your unique gifts, for the sole purpose of nudging the human race one millimeter farther along its path back to God.

Creative work is not a selfish act or a bid for attention on the part of the actor. It’s a gift to the world and every being in it. Don’t cheat us of your contribution. Give us what you’ve got.

Uit het fantastische boek The War of Art van Steven Pressfield.