Moderne grootstedelijke muziek

De Tachtigers, een groep Nederlandse impressionistische schilders, verwoordde in schilderijen de verstedelijking eind 19e eeuw. Zij hebben daarmee de verstedelijking vastgelegd op een manier die mij nog altijd aanspreekt. Zoals Breitner de Dam schilderde zo zie ik de Dam nog steeds als de avond allang is gevallen. In de schilderijen van de Tachtigers zie je de overeenkomsten tussen de grote steden terug. Of het nu Amsterdam is, Parijs, of Den Haag waar ik woon.

Het is de grote stad waar dankzij precies uitgekozen straatverlichting de stad sfeer krijgt. Zoals het licht bij een toneel- of dansvoorstelling. In de stad wordt sfeer geschapen dankzij kunstmatig licht. Luxe, elektriciteit, grootstedelijke sfeer.

In moderne muziek wordt het grootstedelijke verklankt, soms in liedvorm zoals The Velvet Underground het deden, Bebop jazz, early HipHop en soms instrumentaal zoals Steve Reich dat doet. De laatste – pak ‘m beet 10 jaar – is dankzij de computertechniek een nieuw soort muziek ontstaan die, voor mij althans, een grootstedelijk geluid tentoonspreidt. Een type muziek dat zich lastig laat omschrijven. Muziek die wezenlijk anders gemaakt wordt en op nieuwe muzikale principes gestoeld is. Vernieuwende muziek die prachtig samengaat met bijvoorbeeld modern dans waar ik ook zeer van hou.

Een toon heeft ritme

Een toon beweegt als een golfbeweging van voren naar achteren. Beweegt tussen een plus en min op en neer met een bepaalde snelheid. De snelheid geeft daarbij de toonhoogte aan. Het is een ritmische beweging. In dat ritme bewegen jouw luidsprekers ook van voren naar achteren.

Als we een ritme nu drastisch in snelheid gaan verhogen dan krijgt het een toonhoogte, het verandert langzaamaan in een muzikale toon. Kijk en luister maar:

Een klank bevat behalve de ritmische frequentie/toonghoogte vaak ook nog andere ritmische elementen. Neem bijvoorbeeld het vibrato in de klank, een lichte zweving in toonhoogte die ook met een vast cadans hoorbaar is. Ook dat is een ritmisch element.

Vrijwel elk geluid wordt muzikaal bruikbaar

Als je een ritme versnelt ontstaat er een toonhoogte. En in klanken zijn vaak ritmes waar te nemen. Dit geldt eigenlijk voor alle geluiden, ook voor bijvoorbeeld straatgeluiden. Door deze te vertragen of juist te versnellen kun je er tonen of ritmes mee creëren, ze meer of minder muzikaal maken en inpassen in de muziek.

De moderne muziek waar ik op doel heeft niet altijd een duidelijk waarneembaar ritme. Of beter gezegd: een vast ritme. Vaak worden de klanken gecombineerd en zorgt de zweving of duidelijke ritmiek in de klanken voor een gelaagd samenspel waarin er niemand de baas is. Er is geen vast tempo waar alle muzikale klanken op gebaseerd zijn. De klanken vallen soms samen of gaan juist tegen elkaar in. Het zijn pulsen die om elkaar heen wentelen. Als een lijnenspel van Mondriaan.

Composition No. 10. 1939-42. – Piet Mondriaan

De toonhoogte erin of eruit filteren

Het gaat te ver om alle moderne technieken te behandelen maar eentje mag in dit stuk niet ontbreken. Een die onze kijk op muziek en manier van muziekmaken wezenlijk op zijn kop heeft gezet. Het is het gebruik van filters.

Het filter vormt een belangrijk onderdeel van elke synthesizer. Het filtert letterlijk het signaal. Je stuurt een klank door het filter en kunt bepaalde frequenties eruit filteren, of juist benadrukken. Een filter is in staat om het karakter van een klank wezenlijk te veranderen en onze digitale filters kennen een detaillering die in het analoge domein niet eerder mogelijk was. Op het vlak van filters innoveert de techniek nog altijd waardoor de mogelijkheden tot het filteren van klanken de komende jaren nog verder uitgebreid zullen worden.

Eenvoudige voorbeelden zijn het Low Pass filter, een filter dat alleen maar diepe klanken doorlaat. Hierdoor kun je bijvoorbeeld een bas uit het geluid filteren waardoor je het bijvoorbeeld kunt combineren met klanken die door een High Pass filter zijn behandeld, klanken die juist geen lage frequenties meer bevatten. Ineens onstaat er een scala aan nieuwe mogelijkheden. Dankzij het High Pass filter kun je muziek gaan filteren die een bas bevat die niet past bij de rest van het stuk, geen probleem, je filtert het simpelweg weg. En dankzij een Low Pass filter kun je er een muziekstuk bij zoeken wat hierdoor wel gaat passen.

Kortom: dankzij filters kunnen klanken passend gemaakt worden. Als een soort digitale mozaïek-kunst die heel fijnmazig is en het mogelijk maakt om in theorie alles met alles te kunnen combineren.

Dankzij filters kun je de toonhoogtes en duidelijk waarneembare noten eruit filteren. Of er juist erin filteren, gaan benadrukken (***). Het zijn zaken die een muzikant met een instrument bepaalt middels het kiezen van specifieke noten. Bij traditionele muziek is de muzikant die de noten kiest zelf Het Filter. Maar middels de filtering techniek doen we het omgekeerde: de opgenomen noten van de muzikant kunnen we filteren waardoor nieuwe toonhoogtes ontstaan.

Om een voorbeeld te geven van deze moderne muziek, luister naar mijn afspeellijst Grootstedelijk op Spotify:

*** = een filter kan ook frequenties benadrukken, laten resoneren, waardoor ze versterkt worden. Hoewel een filter lijkt te slaan op het wegfilteren van frequenties, dit is dus slechts 1 kant van de medaille.

Popmuziek anno nu: “ja, vroeger was het dus wel beter!”

Vanmorgen las ik het interessante stuk ‘Pop, niche en The National’ van Peter Bruyn. Ik kan me er zeer in vinden maar benader de pijnpunten op een wat andere manier. Het zat al een tijdje in mijn hoofd, vandaag moest het eruit.

Popmuziek is een soort klassieke muziek geworden. Het blikt vooral terug en voegt niets toe aan wat er al was. Je ziet het ook bij de opleidingen, de rockacademies en dergelijke, je kunt opgeleid worden tot musicus. Perfecte instrumentbeheersing heeft men, maar eigenheid en de wil alle regels te breken ontbreekt vrijwel volledig. Bowie, Prince en Radiohead worden smachtend aanschouwd op de YouTube.

Nederland, slaap zacht

Men is tegenwoordig aards commercieel. Dat lag vroeger anders. Popmusici waren vroeger kunstenaars en dachten progressief. Die gingen desnoods arm dood. En waren voor de duvel niet bang. Nu streeft men ernaar op een gesponsord lijstje in Spotify te komen. En staat men slaafs die 1 minuut bij De Wereld Draait Fokking Door te doen. Of wil men als reclametune gebruikt te worden. Vroeger weigerde men voor Pepsi of Sun City in Afrika te spelen. Die uitgesprokenheid mis ik tegenwoordig totaal. Hooguit laat men de uitnodiging van een Trump varen om op zijn inhuldings”feestje” te spelen. Maar alleen omdat men anders kritiek krijgt want voor de poen doet men tegenwoordig immers alles. Principes, geen.

Popmuziek was vroeger uitermate rebels. Het was het antwoord op de tuttige jaren 50. Alles moest alles. In Engeland was de kloof tussen arm en rijk groter en was de impact van de sluiting van de mijnen in de 70-er jaren enorm. Er was daarom dus ook meer en harder verzet. Dat hoor je terug in de muziek. Zo kwam met de punk eind jaren 70 weer een stijl terug zoals de oude rock ‘n’ roll, gebaseerd op slechts 3 akkoorden (ala de blues), simpel en rauw. Wij hadden geen Margaret Thatcher, een gestoorde bitch zonder gevoel waar je je echt keihard tegen moest verzetten. Nederlandse muziek wil vooral voor vermaak zorgen. De handjes op elkaar krijgen. Niet vanuit innerlijke noodzaak maar puur om het volk te vermaken. Entertainment. Het gezellig houden. Je ziet het op tv ook. Niets mag meer ontsporen. Alles moet volgens een strak schema voorspelbaar verlopen. Jules Deelder vragen ze niet meer omdat ze bang zijn dat hij zijn mond open doet. Daarom zie je altijd dezelfde gedrilde koppen bij DWDD. Slaafs volk dat braaf doet wat Matthijsje van ze eist.

Popmuziek leunt op specifieke instrumenten en opnametechnieken

Er zijn bands geweest die van enorme invloed zijn geweest, die de muziek voor altijd hebben veranderd. Het loopt parallel aan de ontwikkelingen van muziekinstrumenten waar popmuziek door heeft kunnen ontstaan en kunnen groeien.

Popmuziek is precies ontstaan toen men de contrabas inruilde voor een elektrische bas. De contrabas was het instrument van de rock ’n’ roll. Precies daarom zijn Paul McCartney en Brian Wilson grote vernieuwers op dat vlak, zij herkenden de melodische waarde van de elektrische bas. Die waarde had een bas nog nooit gehad. Een contrabas heeft een doffig dreunend geluid, een elektrische bas kun je perfect horen. Is dus melodisch in te zetten. Het is een van de fundamentele kenmerken van popmuziek. De bas is zeer aanwezig samen met de drums. En om dat laatste nog even te verduidelijken: het drumstel is afkomstig uit de jazzmuziek. En de opstelling ervan is ongewijzigd.

Zo kun je verder gaan. De opkomst van de mulittrackrecorder (voor het eerst echt goed gebruikt bij de Beatles), de synthesizer, de POLYphone synthesizer, de drummachine, de sampler, MIDI, de computer, de autotune en toen? Toen niets dus. Er zijn geen instrumenten meer aan toegevoegd. Men gebruikt veelal software tegenwoordig en ook daar is het retro dat de klok slaat. Men probeert in software de klanken van Bowie en dergelijke na te bootsen. De oude Linndrum van Prince als een stel samples. Hip Hip en classic house samples. Alles is een preset geworden. Even oproepen en je klinkt precies als die of die.

Men vernieuwt niet maar kijkt terug. Elke moderne rockband is tegenwoordig schatplichtig aan Radiohead of bands die ouder zijn dan zij. En je ziet het ook terug in de apparatuur die ze gebruiken. Sommigen gebruiken de analoge synths van ruim 35 jaar geleden!!! En nemen weer op middels analoge bandopnames!!! Dat is terugblikken terwijl je zachtjes fluistert: “ja, vroeger was het dus wel beter!”

Een maand lang zonder “sociale” media?

Wat nu als ik volgende maand me een maand lang afzonder? Dan zal de documentairereeks waar ik al bijna 2 jaar aan werk lekker opschieten. Heerlijk doorwerken aan de editing zonder afgeleid te worden door “sociale” media die op basis van een algoritme denkt te weten wat ik leuk vind. Dat bepaal ik ZELF wel! Fuck you Twitter, YouTube, Facebook, Instagram met jullie ranzige algoritmes!

Ik zal nogal wat appjes moeten weggooien van mijn telefoon. Hoewel dat mij een tof gevoel zal geven. Met zo min mogelijk meuk leef je simpelweg lichter. Ik ken dat gevoel en ben sowieso redelijk minimalistisch ingesteld en weet me te beperken. Ik word er productiever en creatiever van.

Geen Twitter, Facebook, YouTube, Instagram en ga zo maar door. Ik kan nog wel een blogje tikken als ik daar zin in heb. Maar dat ga ik dus niet roeptoeteren op “sociale” media. Ik stuur hem gewoon het universum in. Voor wie mijn blog volgt en voor wie mij googlet. Zo niet, ook goed.

Ik. Wil. Het. Zelf. Doen.

En dat ga ik doen. 1 november 2017 trek ik me een maand lang terug. Die ervaring zal ik delen hier op mijn blog. En misschien gaat het me bijzonder goed bevallen en ga ik voor een verlenging voor onbepaalde tijd.

Het gevecht om de aandacht en het kweken van behoefte door Facebook

Bij De Correspondent las in een aanklacht tegen Facebook:
https://decorrespondent.nl/7483/wat-je-terugkrijgt-als-je-van-facebook-gaat/

Facebook wil zolang mogelijk onze aandacht vasthouden door ons continu berichten voor te schotelen die wij leuk vinden. Sommigen beklagen zich erover maar blijven Facebook wel gebruiken. Heeft Facebook ons verslaafd gemaakt en wij zijn echt zo willoos?

Tja, over de Vrije Wil wordt al eeuwenlang een flinke boom opgezet. Het vragen om aandacht is wat iedereen doet. Elk bedrijf, elke omroep, elk nieuwsplatform, elk mens.

De televisie wordt vaak gezien als een domme doos die om aandacht vraagt. Je zit zinloos op de bank te kijken en wordt automatisch een avond lang vermaakt. Alsof er geen verzet tegen mogelijk is.

Steeds meer mensen doen de tv weg en gaan vervolgens Netflixen. Waar het woordje binge watching op van toepassing is. Weerloos zit men in plaats van 1 aflevering de hele serie in een klap te bekijken.

Weerloos zonder Vrije Wil?

In 1999 maakte Frans Bromet een documentaire over de mobiele telefoon:

De geïnterviewden zijn stellig: ze hebben geen enkele behoefte aan zo’n ding. Inmiddels zullen zij ook allemaal een mobiel hebben en vast en zeker inclusief mobiel internet. Zo gaat het altijd. Behoefte wordt gekweekt. Zelfs software updates verlopen zo. Je doet het maar, terwijl je er soms ook op achteruit gaat. Soms raakt de computer op hol en moet de slimme broer of buurman weer gebeld worden om de ellende op te lossen. En voor wat eigenlijk? Voor die ene feature extra waar geen mens op zit te wachten?

Een schreeuw om aandacht.

Kijk als ik in een roze tangaslip de straat op loop word ik uitgelachen maar mensen die eerst beweren dat ze iets echt niet willen en vervolgens een paar jaar later beweren er niet zonder te kunnen worden als heel normaal gezien.

Zo heb ik de plotselinge adoratie voor Pim Fortuyn – “onze Pim” – altijd apart gevonden. Lui die in voetbalstadions de hele wedstrijd “homo” riepen raakten helemaal in de ban van Pimmetje. Zelfs straatarme mensen raakten verknocht aan de dandy die zijn danderiaans niet eens onder stoelen of banken schoof.

Een gevalletje American Beauty?

Maar goeds, zijn wij allen zo weerloos en moeten we daartegen beschermd worden?

Ja dus, dat we weerloos zijn mag duidelijk zijn. Mensen die zelfs Facebook haten zitten zelfs op Facebook omdat ze anders zoveel moeten missen. Zijn ze eraan verslaafd geraakt net als aan de tv?

De Correspondent doet een oproep om van Facebook af te gaan maar adverteert wel op dit medium. Nogal hypocriet dus want men zorgt zelfs voor geldstromen richting Facebook. Wees dan principieel en weiger daaraan mee te doen. In het stuk van De Correspondent staat “Zet je automatische betaling aan Mark Zuckerberg stop”, maar men adverteert toch echt op Facebook. Of is De Correspondent weerloos? Men wil wel, maar men kan het niet weerstaan?

We raken verslaafd aan de middelen die onze verveling kan doorbreken. Die onze stemming even kan opkrikken. Daarom kijken we tv en vingeren we die socialstream van Facebook de hele dag door. En alles vraagt onze aandacht, maar dat is altijd zo geweest. Op straat zelfs word ik geconfronteerd met reclame. De hele tijd door. Mijn aandacht moet daar naartoe geleid worden en mijn behoefte moet gekweekt worden, ook al roep ik dat ik er geen behoefte aan heb. Weerloos heb ik daar niets over te zeggen.

Voor de Vrije Wil moet je wel iets doen.

Persoonlijk denk ik dat er tot op zekere hoogte een Vrije Wil bestaat. Wees je ervan bewust dat je zelf ook dingen kunt doen en maken. Dat het wereldnieuws geen prioriteit hoeft te zijn. Dat de Vrije Wil er alleen maar kan zijn op het moment dat jij je realiseert dat zolang jij gezond bent en je niet in een levensbedreigende situatie verkeert er helemaal niets aan de hand is. Niets hoeft dan je aandacht te vragen met de grootste prioriteit, maar je kunt zelf beslissen. Je werkt gewoon je werklijstje af, of je lummelt wat. Jouw keuze, koester het!

De Vrije Wil kan ook alleen maar ontstaan op het moment dat je beseft dat je kunt kiezen. Dat er geen enkele reden tot paniek is. De meeste mensen, ondanks de uitstekende situatie waaronder ze verkeren, stellen zichzelf de vraag “maar wat nu als dat niet zo blijft?” Die hebben een baan maar zijn bang dat ze die baan verliezen. Ze zijn bang voor de toekomst. En dat maakt ze weerloos. Maar het is een verkeerde gedachte die ingegeven is door angst. Iedereen gaat uiteindelijk dood, maar zolang dat juist NIET het geval is, zit er maar 1 ding op: LEVEN!

En voor diegenen die dat niet snappen of willen snappen is er vermaak. De hele dag door. Here we are now entertain us.

*gitaar pakken doet*

Cockney is een soort Haags

Het Cockney-accent van de Londenaars heb ik altijd prachtig gevonden. Het is verwant aan het Haags met name door de platte ‘âh’ in plaats van een volle A. In plaats van mother spreekt men van ‘mâdâh’. De Hagenees spreekt van moedâh. Bovendien verwijderen beide accenten dus de R want die is immers volkomen voor ovâhbodàg.

Hoewel er veel over taal geouwehoerd en geschreven wordt, over de verwantschap tussen Cockney en het Haags heb ik nog niemand gehoord. Toch gek want wat mij betreft is het volkomen logisch omdat Londen en Den Haag in een rechte lijn liggen. Schepen tussen beide steden hebben eeuwenlang zo lopûh te pingpongûh. Dan steek je mekaar aan omdat je met mekaar mot kennen communiceren. Ja tòg?

Voor wie mij ff niet helemaal ken volgen, hier een goed lesje Cockney:

Ik ben altijd dol geweest op die uiige accenten in films en in muziek. Toch maf want als ikzelf ga zingen betrap ik me er toch op dat ik overstap op een soort kleurloos ABN. Onlangs raakte ik op het muzikale spoor van de zoon van Ian Dury, Baxter Dury die net als zijn vadàh een mooi staaltje Cockney langs zijn huig laat waaien. Vandaar eigenlijk dit stukje. Met een soort opdracht aan mezelf.

Sommige mensen vinden het verdacht als een Hagenees ook ABN lult, zo van: “zie je nou wel, dat Haags van hem is gewoon een trucje.” Terwijl elke Hagenees in elke groengele-vezel voelt dat het omgekeerde het geval is. Vraag het anders Wim de Bie of Kees van Kooten maar eens…

Jan Vollaard was zeker ongesteld of moest het worden

Jan Vollaard pende voor de NRC ondermeer het volgende:

Al te vaak klonk Keiths gitaarspel alsof er een mortiergranaat boven het samenspel van de anderen werd losgelaten.

Tuurlijk, ze zijn stokoud en niet meer zo fris en scherp als ze ooit waren. De magische dynamiek tussen Ronnie en Keith vindt zich tegenwoordig waarschijnlijk alleen nog buiten het podium af. Al jaren aait Keith de snaren als ie Gimme Shelter struikelend speelt. En af en toe slaat ie het verkeerde akkoord aan. Zoals bv hier duidelijk te horen en te zien is:

So fucking what!

De Stones hebben nooit perfectie nagestreefd. Wat dat betreft zijn het de The Beatles niet. De Stones stammen uit de blues. En ze gaan met de dag meer met hun helden samenvallen. Ze hebben eenzelfde soort slordigheid en rauwheid. En ze lachen iedereen uit. Keith al helemaal. Zo herinner ik me nog een interview van Jip Golsteijn dat ik in een jubileumuitgave van muziekkrant OOR ooit las. Het stamde uit de begin jaren 70 en Jip gaf Keith nog een paar jaar. Niet dus want Keith heeft iedereen overleefd, ook Jip.

Ronnie, de virtuoos van de 2 gitaristen, en onlangs medisch gezien ook weer helemaal in shape weten te krijgen, speelt trouwens nog best een paar puntige zeer gedoseerde solos. Ik heb de YouTube videos van het concert van gisteren hier en daar wat kunnen bekijken en het viel niet tegen. Ik heb heel veel respect voor het feit dat ze nog gewoon spelen en er lol in hebben. Het is hun leven. Een stijl die ze zelf gecreëerd hebben. En dat Keith wanneer ie een fout maakt een kop opzet van “I don’t fucking care!” Man, dat siert de man. Die houding vind ik te gek. Op zo’n leeftijd niet luisteren naar de azijnpisser die zich meneer de muziekjournalist noemt. De muzikant heeft namelijk Altijd gelijk.

Man, ik heb Miles Davis nog zien spelen toen hij zowat doodging van de pijn. Pijn in zijn heup en teveel medisch gedoe gewoon. Maar man, man, man wat een genot om Miles over dat podium te zien sjokken. Hoefde voor mij niet eens een noot te spelen. Kind of Blue all over the place. Alleen al uit zijn houding sprak een belangrijke les: trek je geen REET aan van wat ze van je zeggen. Ga door. Spelen!

Het was rock and roll die ons calvinisme eruit sloeg. Het werd fucking tijd! Opendraaien die versterker en hard aanslaan. Desnoods als je boven de 70 bent. Al zit je haar niet. Who cares?

Het neutrale geluid manipuleren

waveform

Met de komst van de opnametechniek in de vorige eeuw probeerde men muziek in haar meest perfecte vorm vast te leggen. In plaats van een enkele liveopname voor publiek kon men hierdoor in de studio zoveel takes doen als men nodig had voor het vastleggen van de “perfecte” uitvoering.

Les Paul vond eind jaren 40 uit dat je met twee recorders stukje bij beetje een soort orkestje van gitaren en stemmen kon opnemen door de ene recorder op afspelen te zetten terwijl de andere recorder opneemt terwijl je er een andere partij bij speelt. Een soort audiopingpong. En Les verzon nog een revolutionaire truc, door op halve snelheid zijn partijen op te nemen klonken deze bij weergave op normale snelheid als razendsnel virtuoos spel:

De klassieke pianist Glenn Gould raakte in de 60-er jaren gefrustreerd van het geven van concerten. Nooit was de uitvoering naar zijn idee perfect terwijl hij die perfecte uitvoering wel in zijn hoofd hoorde. Hij stopte daarom geheel met het geven van concerten en was alleen nog maar in de studio te vinden. In de studio koos Glenn de beste delen uit en plakte de audiotapes daarvan aan elkaar om zo zijn perfecte uitvoering te creëren.

Met de komst van de multitrack-recorder midden jaren 50 werd het mogelijk om instrumenten spoor voor spoor verspreid over meerdere kanalen op te nemen. Hierdoor kreeg men nog meer controle over de muziek en klank. The Beatles met name waren ware pioniers op dit vlak. Hun muziek klonk niet meer als een live uitvoering maar als muziek die je alleen in een studio kunt maken. The Beatles stopten in dezelfde periode als Glenn Gould met het geven van liveoptredens vanwege eenzelfde argument. Het vormt een opvallend parallel tussen deze pioniers.

Vervolgens kwamen achtereenvolgend de drumcomputers, de polyfone (meerstemmige) synthesizers en de samplers op de markt en werden de partijen steeds vaker geprogrammeerd in plaats van door muzikanten ingespeeld. Hiermee werd de controle over het geluid ook steeds preciezer. Inmiddels is met behulp van de computer en de digitale techniek het spel van muzikanten totaal elastisch geworden. Zodoende kan de klankkeur achteraf, na opname, aangepast worden, kan de timing verbeterd worden en kan de toonhoogte onhoorbaar aangepast. Zelfs zanglijnen die behoorlijk vals klonken tijdens opname kunnen perfect in tune gemaakt worden zonder dat het publiek hoort dat de stem slechts een klankbron vormt voor een melodie die door de engineer geboetseerd is.

We kunnen stellen dat tegenwoordig elk geluid een bron kan zijn voor het maken van klanken die als muziek klinkt. Zo maakte ik een keer in opdracht van Disquiet Junto een muziekstuk dat als basis 1 sample had: een opname die ik maakte van een uitklontje in een glas. Dankzij de sampler en uitgebreide manipulatie tools kon ik uit die ene sample van slechts een paar seconden een heel muziekstuk persen:

Dankzij de complete controle over geluid kunnen we elk geluid produceren. Het levert een ongekende vrijheid op. We zijn hooguit afhankelijk van onze fantasie, kennis van geluid en de kunde om het te manipuleren. De kennis over hoe we geluid kunnen manipuleren neemt nog altijd toe. En daarmee ook de mogelijkheden en de tools die ons daarbij helpen. We kunnen als het ware steeds dieper inzoomen in het geluid en het aanpassen.

Het manipuleren van geluid lijkt grenzeloos. Het is niet gebonden aan een bepaalde stijl. Niet gebonden aan een bepaalde vorm. Het is neutraal van karakter, blanco. Als een wit scherm waar de schrijver in staart. Het daagt me uit.