Het probleem met afluistering, Dolby 5.1 en stereo

Er viel bij mij een kwartje tijdens de Processing Found Sound workshop van Robert Henke. Het weergeven van geluid en muziek via luidsprekers is behoorlijk complex en de keuze voor stereo is niet langer de beste.

Ik heb er wel vaker over geschreven, over de problemen die je ondervindt om geluid zo af te stellen dat het op alle speakers en hoofdtelefoons goed klinkt. Menig hoofdtelefoon klinkt beroerd en ook al doe je nog zo je best, goed zal het daarop natuurlijk nooit klinken. Natuurlijk zijn er meerdere factoren van invloed, bijvoorbeeld de versterker. En de geluidskaart, bij gebruik van een computer, iPad of iets dergelijks. Robert Henke gebruikte tijdens zijn workshop voornamelijk een externe geluidsunit, maar toen hij na de lunchbreak het plugje rechtstreeks in zijn MacBook Pro stopte trokken vrijwel alle aanwezigen een vies gezicht, inclusief Robert zelf. Apple is blijkbaar nog steeds niet in staat om een goed audio-interface in die peperdure laptops te stoppen.

Terug naar de luidsprekers. Het eerste probleem heb ik al genoemd, die van de wisselende kwaliteit ervan. Probleem nummer twee is dat je er twee nodig hebt om stereo te kunnen weergeven en dat je precies in het midden van die twee speakers moet zitten om het stereo-effect te kunnen waarnemen. In onze werkruimte tijdens de workshop lukte dat al niet, een deel zat teveel bij de linker-speaker en een ander deel teveel bij de rechter-speaker.

Bij concerten is dat dus ook een heel groot probleem. Ja, je leest het goed: een heel groot probleem. Zo was ik laatst aanwezig in Paradiso voor een uitvoering van Todd Rundgren met het Metropole Orkest. In plaatst van dat ik het ruimtelijke geluid van het Metropole Orkest hoorde heerlijk hoorde galmen in die oude kerk van Paradiso, kwam het geluid – net iets te hard – uit een tweetal speakersets. Het bovengenoemde probleem trad op: de helft van de zaal stond teveel naar links terwijl de andere helft teveel naar rechts stond. Alleen de mensen die pal voor het podium in het midden stonden hoorden waarschijnlijk het beste geluid.

Robert vertelde dat hij helemaal geen voorstander is van opvolger van stereo: Dolby 5.1. Ik deel zijn mening. Dolby 5.1 bestaat uit 6 speakers waarbij je net als bij stereo het probleem hebt dat er slechts één echt goeie positie is om het effect waar te kunnen nemen. Dolby 5.1 bestaat uit 4 speakers die in een vierkant of rechthoek opgesteld zijn. Speaker 5 is de basspeaker die vrijwel niet richtingsgevoelig is qua geluid (lage frequenties hebben vrijwel geen richtingsgevoel) en daardoor vrijwel overal te plaatsen is. Speaker 6 is de monospeaker voor spraak en zang die precies op oorhoogte geplaatst dient te worden. Laat nu juist die speaker idealiter op de plek komen waar al een televisie staat. Daarom plaatst men de monospeaker voor spraak en zang vaak onder de tv. Of soms wordt deze speaker boven de tv geplaatst. Kortom: vaag, vooral als je daar serieuze audio-mixages op wilt doen. Audioprofessionals zijn het al jaren oneens over hoe je voor Dolby 5.1 moet mixen. Het merendeel heeft besloten de monospeaker maar helemaal te vergeten, volgens Robert.

Robert werkt zelf vrijwel nooit met stereo of Dolby 5.1 maar maakt gebruik van bijvoorbeeld quadrofonische opstellingen via een vierkant of rechthoek. Ook werkt hij vaak met nog meer speakers. Daarbij probeert hij de ruimte en speakers en luisteraars op elkaar af te stellen. Zijn muziek leent zich bijzonder voor om zich door de speakers ‘te verplaatsen’. Met deze opzet krijgt de ene groep mensen soms iets anders te horen dan de andere groep maar dat is geen probleem aangezien Robert geen liedjes maakt waarbij je de tekst moet kunnen horen maar electronische muziek. Op die manier wordt geluid en muziek een echte ervaring die in een ruimte plaatsvindt.

Het bracht me op een idee. Aangezien ik veel met spraak werk zou ik wel eens willen experimenteren met een opzet waarbij 1 speaker alleen maar de spraak weergeef en wat andere speakers de overige auditievezaken voor hun rekening nemen. Het is zaak om de weergave van geluid en muziek zo goed mogelijk op de omgeving af te stemmen. Omdat geluid, in tegenstelling tot beeld (doe het licht uit en je hebt alle aandacht voor je film en video), enorm goed afgestemd moet zijn op haar omgeving wil zij volledig tot haar recht kunnen komen. Want geluid kan alleen maar klinken als er letterlijk een ruimte voor gecreëerd wordt.

 

De laptop als referentie

Om muziek te kunnen mixen heb je referentiespeakers nodig, speakers waarop de muziek klinkt zoals ‘ie klinken moet, zonder kleuring. En da’s lastig want het is niet even een kwestie van wat frequenties kalibreren. Voor beeld is dat een heel stuk eenvoudiger, je stelt helderheid, contrast, blauw, groen en rood in en je bent klaar. Het zorgt ervoor dat mensen met een goed instelde display vrijwel exact hetzelfde zien als wat de maker ervan ziet. Toegegeven: elk scherm en elk programma heeft zo zijn eigen beperkingen en afwijkingen op dit vlak. Er is dus altijd een lichte afwijking, maar de meeste gebruikers zijn zich daar niet bewust van, hooguit is hun scherm wat donkerder, of is het rood wat rooier.

Lees verder