Mijn debuutalbum: thuis opgenomen

De term bedroom pop valt tegenwoordig vaak als het gaat om het beschrijven van indie artiesten die het allemaal zelf doen, thuis zonder studio. Met een laptop of soms slechts een iPhone (lees: Steve Lacy van de band The Internet die oa meewerkte aan Kendrick Lamar’s album Damn).

Steve Lacy vertelde in een TED talk dat zijn manager een studio voor hem huurde. Waar hij vervolgens met zijn iPhone alles opnam zonder gebruik te maken van de aanwezige apparatuur. De man is op eigen titel goed voor een kleine 2 miljoen luisteraars per maand op Spotify.

Vroeger nam ik letterlijk mijn eigen songs vanaf mijn bed op met mijn 4-sporen cassetterecorder. Ooit een stel vrienden gekocht bij Stuut & Bruin in Den Haag. Ik gebruikte er soms een Boss DR-220a Dr. Rhythm drumcomputer bij die ik van een vriend leende. Mijn gitaar plugde ik rechtstreeks in. En voor basjes en aanvullende geluiden gebruikte ik mijn Yamaha DX100 synthesizer. Bedroom pop avant la lettre, gewoon omdat het niet anders kon.

Tegenwoordig zijn er veel artiesten die opnieuw zo’n 4-sporen cassetterecorder gebruiken vanwege het imperfecte lo-fi geluid. Artiesten zoals Mac DeMarco en Ariel Pink. Ik snap dat wel, ik wordt tegenwoordig ook helemaal niet warm meer van een prachtig uitgebalanceerd studiogeluid. Het is mij te netjes, het klinkt te vlak.

Ik maak heel veel notities van wat ik doe en wil gaan doen nu ik mijn debuutalbum aan het maken ben. Zodoende noteerde ik dit:

Laat het niet te perfect klinken.

Het thuis opnemen nam een vlucht dankzij de uitvinding van de 4-sporen cassetterecorder maar is natuurlijk nog veel ouder. De Esher demo’s die aan de speciale editie van het White Album van The Beatles zijn toegevoegd, werden in 1968 in George Harrisons bungalow in het Engelse dorpje Esher opgenomen. John Lennon als Paul McCartney hadden thuis ook opname-apparatuur staan. Een paar jaar eerder nam Brian Wilson van The Beach Boys thuis op. De man was een kluizenaar. Het leverde ondermeer het album Smiley Smile op.

Todd Rundgren is ook iemand die diverse solo albums heeft gemaakt waarbij hij zelf alle instrumenten inspeelde. Hij bouwde ook altijd zijn eigen studios thuis. En werkt met dezelfde software als ik, Propellerhead Reason.

De popgeschiedenis staat bol van de zelfdoeners en thuisproducties. Soms lukt er iets thuis wel wat in de studio niet lukt. Zo kreeg Bruce Springsteen de songs van zijn album Nebraska in de studio niet goed. De opnames met de E-Street Band waren minder dan de demos die hij thuis met zijn 4-sporen cassetterecorder opgenomen had.

Tegenwoordig wordt de laptop gebruikt voor het opnemen van muziek. Al sinds 2003 gebruik ik geen logge desktopcomputers meer. De laptop maakt me mobiel. En ook ’s avonds vanaf de bank kan ik nog wat rommelen aan de liedjes.

Ik kan het allemaal zelf. En heb ook geen label nodig, ik zet het zelf wel op Spotify en Apple Music enzo. De promotie kan ik ook prima zelf doen. Wat is er nou leuker dan dat de maker zelf je een berichtje stuurt?

Dat berichtje laat nog even op zich wachten. Pas over een paar maanden is mijn debuutalbum klaar. Ja dat wordt wat!

Ariel Pink is een ontroerende weirdo

Paradiso gisteravond, grote zaal: Ariel Pink.

Gebogen liep ‘ie over het podium, oogcontact vermijdend. Ze speelden zonder setlist, na elk nummer keken zijn bandleden hem vragend aan.

Ariel Pink is nogal een ongeleid projectiel. Weird Art is een titel waar je hem een plezier mee doet. Maar hiermee doe je hem te kort want hij is ook een briljant liedschrijver. Van zijn generatie is er vrijwel niemand die zulke goeie melodieën en harmonieën kan schrijven. Hij verpakt ze in gelaagde arrangementen die hij voorziet van een heerlijk lo-fi geluid. De man is dol op 4-sporen cassetterecorders, ruis en vervorming.

En het zijn niet de eenvoudigste nummers om te spelen. De nummers moeten ook nog eens precies zoals op de plaat gespeeld worden, aldus Herr Pink. Het geluid gisteravond vlak voor het podium klonk behoorlijk als een brei maar dat paste wel bij onze muzikale anarchist. Het hoeft zeker niet perfect. Hoewel? Ariel zoekt perfectie in het niet-perfecte. De bandleden bleken dan ook gedienstige volgelingen te zijn.

Hij speelde gelukkig een flink aantal van zijn geweldige popsongs, zoals Fright Night (Nevermore)Feels Like Heaven en Lipstick, maar ook heerlijk weird spul zoals White Freckles. Muzikaal was er weinig op het optreden aan te merken, behalve dat het vrij tam bleef, een echt showtje werd het niet. En ik denk dat dat nooit het geval zal zijn bij Ariel Pink. Optreden is een noodzakelijk kwaad, zo oogde het.

Don Bolles die niet langer de drums maar de 2e stem voor zijn rekening neemt, was wel vermakelijk. De man is inmiddels 62 en daar is ogenschijnlijk een hoop LSD, art rock, glam rock en punk in gaan zitten. Met zwarte priemende ogen en androgyne bewegingen deed hij nog zo zijn best er wel een feestje van te maken. Tevergeefs. Ariel had drie kwartier op het podium gestaan en besloot alweer de benen te nemen. Bij het weglopen gebaarde meneer Bolles via armgebaren ons om vooral door te blijven klappen, je weet het niet immers nooit met Herr Ariel …

Dat doorklappen duurde veeeeel langer dan ik gewend ben. Normaliter staat elke band weer binnen een minuut of wat de toegiften te doen, maar voor deze heren moest het publiek zich behoorlijk blauwklappen voordat Ariel een poging tot terugkomen in overweging nam. En toen de band weer eenmaal terug op het podium stond voor de toegiften bleek gitarist gitarist Jorge Elbrecht ook nog eens zoek te zijn! Ariel besloot hem te gaan zoeken en verdween weer achter het gordijn.

Na een toegift van een drietal punky nummers dacht gitarist Jorge dat het erop zat en vloog achter het gordijn weg. Dit keer toverde de roadie hem weer tevoorschijn maar Ariel had er geen zin meer in en brak het laatste nummer halverwege abrupt af. “That’s it”, en verdween definitief achter het gordijn. Don Bolles riep nog iets van “I’m sorry…” maar zijn microfoon was inmiddels ook al op mute gezet.

Je snapt het: ik heb me prima vermaakt.