De mythe van de arme kunstenaar

Mythes. De werkelijkheid romantiseren. De werkelijkheid mooier maken. Vaak zijn het verkooppraatjes. Dat zie je nu ook met het begrip Storytelling gebeuren. Ik ben dol op goeie verhalen, maar wie gaan er met het begrip vandoor? Marketeers die dankzij Storytelling hun gebakkenluchtverhalen denken te kunnen aanscherpen.

Een vals verhaal kan toch nooit een geloofwaardig verhaal worden? Jawel want de meeste mensen willen maar wat graag geloven dat iets waar is. Daarom is er zoveel mythevorming en verafgoding.

De realiteit laat zich slecht grijpen en mythevorming gaat daar echt niet bij helpen. Eerder het tegenovergestelde zal het resultaat zijn. Het doet afbreuk aan de realiteit en kan miljarden mensen eeuwen lang in zijn greep houden, zo leert de geschiedenis ons telkens weer.

Ooit schreef ik al eens eerder een blogpost over een belangrijk mythe: ‘Klinken dure spullen echt beter?’

Maar een andere belangrijke mythe is die van de Arme Kunstenaar. Natuurlijk, Vincent van Gogh was zo’n arme kunstenaar die bij leven slechts 1 schilderij verkocht heeft. Zijn broer Theo was gedurende zijn hele leven zijn mecenas. De aanname is dat dankzij het geld van Theo, Vincent zijn kunstenaarschap optimaal heeft kunnen uitoefenen. Maar wat was er gebeurd als Theo dat geld niet aan zijn broer had gegeven en hem had verteld: “Kom op zeg, ga jij eens even je eigen geld verdienen!” Had Vincent zijn doeken dan aan de wilgen gehangen en was hij bijvoorbeeld predikant geworden? We weten het niet, het leven laat zich niet net zoals in de film Lola Rennt in een paar varianten vertellen. Maar grote kans dat Theo en Vincent in de mythe van de Arme Kunstenaar geloofden.

De kunstenaars uit mijn jeugd, Bach, The Beatles, Miles Davis, Steely Dan en ga zo nog maar een eind door, het waren geen Arme Kunstenaars. Toch geloofde ook ik in die mythe. Het verhaal van Van Gogh had immers een bijbelse kracht.

De mythe van de Arme Kunstenaar is handig om creatievelingen mee te ontmoedigen. Het beeld om te sterven zoals Van Gogh, wie wil dat nou? Het is de mythe die ook eeuwenlang (!) rond Michelangelo hing. Pas door toedoen van de Amerikaanse kunstprofessor Rab Hatfield die de bankrekeningen van Michelangelo analyseerde kwam in 2002 de waarheid naar boven dat het tegenovergestelde het geval was: Michelangelo was een multimiljonair die omgerekend naar de huidige maatstaven een vermogen van meer dan 35 miljoen euro zou hebben gehad! De kunstenaar leefde weliswaar spartaans, maar die keuze werd dus absoluut niet ingegeven door het vermogen dat hij bezat.

We moeten af van de mythe van de Arme Kunstenaar. Het is een vals verhaal dat mensen die creatief zijn weinig vertrouwen geeft in de toekomst. Het is heel gevaarlijk om in dat verhaal te geloven. En het is heel jammer om daardoor te kiezen voor iets dat meer voor de hand ligt. Te kiezen voor de veilige weg, een niet-creatieve weg. Om de lat juist niet heel hoog te durven leggen. Niet te kiezen voor iets dat misschien jaren aan toewijding kost. Zoiets als de Sixtijnse Kapel. De geschiedenis leert ons toch echt dat die toewijding vaak juist zeer ruim beloond wordt.

Geloof in jezelf broeders en zusters! Creativiteit for the win!

foto onder CC BY-SA: Antoine Taveneaux

De geboorte van de koelen

Hoe vind je als muzikant eigenheid? Een eigen vorm, een eigen geluid, een eigen taal? Naar mijn idee kan die zoektocht naar eigenheid alleen maar plaatsvinden als je de wortels kent van de plek op de aarde waar je geboren bent.

Van de week sprak ik met Erik de Jong die onder de naam Spinvis in 2002 met een grote klap zijn naam gevestigde in de Nederlandse muziekgeschiedenis. Iemand die een kantelpunt creëerde omdat zijn muzikale vorm, zijn opvatting uitermate Nederlands is.

Maar eerst iets anders.

Expressie

Rock ‘n’ Roll stamt af van de Blues, net als Jazz. Muziek waarin de emotie letterlijk bezongen wordt. Wat je hoort en ziet is wat je krijgt. Ook in andere afgeleiden van de Blues, zoals de Gospel, hoor je dat overduidelijk terug. De emotie ligt er dik bovenop en wordt theatraal bezongen. “Jesus, he lifts me up!” En de jammerende klaagzang in de blues “woke up this morning” wordt op gitaar geïmiteerd middels het buigen van de noten.

Deze expressie hoor en zie je terug in vrijwel alle muziekstijlen. Neem Opera bijvoorbeeld waar onze Jordanese op gebaseerd is. De pijn wordt met de grootst mogelijk dramatische expressie bezongen.

Zonder opsmuk

Erik de Jong doet precies het tegenovergestelde. Hij vindt die overduidelijke expressie niet zo interessant. Zo vertelde hij me: “Een tekst moet zo droog mogelijk worden gebracht.” Erik blijft zodoende  extreem dicht bij zijn eigen beperkingen en wortels. En juist hierdoor ontstaat die eigenheid, omdat je niet iemand nadoet maar puur je eigen eigenheid accepteert. Eigenheid die voortkomt uit het calvinisme. Nederland is geen swingend land. Nederlanders storten zich niet huilend ter aarde. Nederlanders zijn over het algemeen ingetogen mensen die hun emoties een beetje binnenhouden.

Birth of the Cool

Miles Davis is een van de muzikanten wiens muziek mij enorm gevormd heeft. Ik vertelde Erik erover en ook over mijn vader, kerkorganist, en hoe ik door hem de muzikale opvattingen van Bach meekreeg. Nog altijd tot op de dag van vandaag, mijn pa is 82, kan ik met hem discussiëren over de klassieke muziektheorie die gebaseerd is op het 12-toons stelsel en gelijkzwevende stemming.

Ik beaam volledig de opvatting van Erik over het droog brengen van een tekst. Een vorm waarin je de emotie vooral vrij laat ontstaan bij de luisteraar. Het sluit naadloos aan op de benadering van Bach. En ook op die van Miles Davis. Want als er iemand in Amerika was die afstand nam van de grote gebaren en de cliches dan was het Miles wel. Hij koos voor een stijl die je in alle opzichten cool kunt noemen. Spaarzame noten gespeeld op een trompet met een demper. En zonder enige vorm van vibrato. Miles heeft daar zeer veel kritiek op gehad, zijn toon zou te kil en te koud zijn. Zijn droge ingetogen geluid heeft de jazzmuziek juist radicaal veranderd. Een benadering die riekt naar een calvinistische muzikale opvatting. Alsof een Hollander de Blues speelt.

Humor

Laat ik een bruggetje slaan naar humor. Ik ben dol op John Cleese. Zijn humor is tong in cheek, hij houdt zich in, drukt zijn tong tegen zijn wang en brengt de grap sec. Humor wordt door Cleese in een zuivere vorm gebracht, zonder opsmuk. Zou Cleese er zelf bij gaan lachen dan zou het elan missen. Cleese brengt zijn humor koeltjes.

Het is precies wat Miles Davis deed. En Erik de Jong ook. En Bach. Zij spelen/zingen de noten sec, naakt, droog, zonder ze zwaar aan te zetten.

Neem Blue in Green van Miles Davis. Ik ken geen intro dat mooier is. Pianist Bill Evans speelt de wonderschone harmonie heel overzichtelijk en duidelijk. Klassiek. En Miles speelt met ijle toon er een partij onwaarschijnlijke topnoten overheen.

Zonder enige vorm van opsmuk gebracht.

Bachdag

Als kind werd ik doodgegooid met Bach. Ik hoorde het niet alleen in de kerk maar ook thuis. Mijn pa had een harmonium en speelde daar, je raadt het al, Bach op. Mijn vader vindt eigenlijk alleen Bach mooi. De rest is bacher bagger.

Ik vond die christelijke muziek nogal zwaar op de hand. Op het weemoedige af. Zodoende wilde ik mij al gauw loskoppelen van de kerk. Ik moet een jaar of 13 zijn geweest. Maar het neemt niet weg dat die Bach mij toch wel geraakt heeft. Ondanks de overdadige aanwezigheid van die mof dus tijdens mijn jeugd.

Zo herinner ik mij nog een orgelconcert met Feike Asma in de Grote Kerk van Den Haag. Dat was wel een soortemet rock ‘n’ roll. Ook het bekende stuk Toccata Con Fuga in D moll (BWV 565) voerde hij toen uit, waarin de diepste noot die het orgel kon produceren, klonk. Mijn pa glimlachte erbij omdat het orgel eindelijk weer eens goed gemasseerd werd. Het stof weer eens uit de pijpen geblazen werd.

Lees verder

Bach “Toccata & Fugue”

Geproduceerd door Walter Carlos (die later zou kiezen voor een geslachts- en naamsverandering in Wendy) op een monofone modulaire Moog synthesizer. Voor de polyfonie moesten er meerdere kanalen stuk voor stuk opgenomen worden. Kortom: een heidense klus voor deze goddelijke muziek.

Zie ook Switched-On Bach (Wikipedia.nl)

Baroque.me: Bach Cello Suites No. 1, Prelude gevisualiseerd

Er zijn mensen die niets met muziektheorie te maken willen hebben. Vooral popjournalisten hebben hier een handje van. Sla deze post dan maar over.

Chen Alexander, werkzaam bij Google Creative Lab, maakt interactieve muzikale javascript toepassingen die in een moderne browser te gebruiken zijn. Zo ook Baroque.me een website die de 1e prelude uit Bach’s Cello Suites visualiseert. Wiskundigheden vallen hieruit op te maken:

  • de cirkels zijn even groot
  • in beide cirkels staan beide balletjes precies in 180 graden tot elkaar
  • de cirkels draaien in hetzelfde tempo

Bovenstaande video is de statische variant van Baroque.me maar probeer deze laatste ook vooral uit omdat je de balletjes beet kunt pakken en ergens anders naartoe kunt slepen. Hierdoor zal er andere muziek klinken om vervolgens na een poosje zich geheel weer te resetten naar de Prelude van Bach.

Het mag duidelijk zijn dat de lange snaren een lagere toon vertegenwoordigen dan de korte snaren. Net zoals dat bij muziekinstrumenten het geval is; groot/lang staat voor diep, klein/kort staat voor hoog.

Zie ook het volledige verhaal van Chan over zijn geweldige muzikale toepassing op zijn eigen blog →

(via Create Digital Music)

Update: qua visualisaties van deze Prelude, hier is er nog een:

Beethoven lijkt op Mozart lijkt op Emily Howell software programma

Beethoven (YouTube video) lijkt op Mozart (YouTube video) .

Cope has been writing software to help him compose music for 30 years, and he long ago reached the point where most people can’t tell the difference between real Bach and the Bach-like compositions his computer can produce. Audiences have been moved to tears by melodies created by algorithms. And yet, it’s not exactly that Cope has created a computer than can write music like a human. The way he sees it, it’s that humans compose like computers.

I’ll be Bach

Muziek A-Z: J

Elke zaterdagavond een letter uit mijn muzikale ABC.

Tja de J.

Jimi Hendrix – een zwarte Engelsman die Amerika gek wist te maken met eigenzinnige rock. Zijn hele houding en benadering heeft mij altijd aangesproken.

Johann Sebastian Bach – juist ook vanwege mijn vader, Johannus, roepnaam Hans. Als ik hem vroeger niet achter zijn orgel had zien zitten was ik zelf misschien nooit muziek gaan maken. Ik zag en hoorde passie. Hij speelt nog steeds op zijn 76e en liefst op een echt pijporgel. En liefst ook een beetje hard.

Japan – als land altijd erg belangrijk geweest voor muziek. Met name door firma’s zoals Roland en Korg die vernieuwende muziekinstrumenten bouwen. Ook in het produceren van betaalbare opname-apparatuur speelt Japan een belangrijke rol.

Heerlijk eenvoudig: Jimi, Johann Sebastian en Japan. Samen omvatten ze mijn muzikale basis.

Voor de rest is de J een nogal onbeduidende lettertje in het muzikale alfabet als je het mij vraagt.