Shit nummers en shit zang

De laatste keer dat ik met een andere gitarist speelde was in 1990. Ik had mijn HEAO studio er voor aan de wilgen gehangen. En nu, 27 jaar later, stond ik in een oefenruimte in Scheveningen ineens hetzelfde te doen. Dat beloofde wat! Alleen maar eigen nummers, zo was besloten. En ik wilde zingen.

Gisteren, vijf repetities later, heeft de andere gitarist er de brui aan gegeven. Het ontbrak hem aan motivatie om toegewijd de tijd op te brengen om met de eigen nummers aan de slag te gaan. Ik zag het met hem heel erg zitten. Pijnlijk jammer dus!

Direct dacht ik dat het aan die shit nummers lag. En aan die shit zang van mij. De gitarist zei dan wel “het is puur persoonlijk en heeft niets met jullie te maken” maar wilde ‘ie ons/mij niet gewoon sparen?

Fuck it! De schaamte bestrijden, daar is het allemaal mee begonnen. Ik weet nog hoe Quintus vlak voor een optreden in De Pater in mijn oor riep: “kijk die mensen staan voor het podium maar wij staan EROP!” Met knikkende knieën op het podium staan, met een klote gevoel het podium verlaten, de twijfel, de angst, het hoort er allemaal bij. Daar is maar 1 antwoord op mogelijk: 

… and we don’t care!

Terug bij af. Alles is mogelijk. Let maar op!

Ineens begreep ik Bono

bono

Bono was de meest arrogante klant van Des Indes. En Herman Brood de leukste. Althans, volgens de oude barkeeper. Dat oordeel deelde ‘ie een paar jaar geleden met mij. Telkens als ik Bono op televisie zie moet ik aan die uitspraak terugdenken.

Bono bemoeit zich tegen de hele wereld aan. Hij staat op gelijke voet met wereldleiders en zet zich in voor goede doelen. Bono is een grotesk figuur, een geboren leider van een band die het grote succes aan de kont heeft hangen. De trots van Ierland.

Gisteren zag ik in de documentaire U2 – Achtung Baby (oorspronkelijke titel: From the sky down) een hele andere Bono. Een Bono die vertelde over het moeizame begin. Over de optredens waar ze zich niet goed genoeg voor voelden. Faalangst, onzekerheid, gebrek aan ervaring. Dingen gingen fout, bij The Edge knapte er een snaar van zijn gitaar, avond na avond na avond. Stress. En ze vroegen zich af waar ze het moesten zoeken, wat U2 moest worden. Welke muziek zij zouden moeten maken. Wanneer zou het nu eens goed gaan voelen?

Rattle and Hum moest een documentaire over de band worden, maar werd een concertregistratie. De band bleek veel te serieus voor een interessante documentaire. Er werd te weinig gelachen en dus werd Rattle and Hum een liveregistratie. Daarna kwam de band in een gigantische dip terecht. Rattle and Hum was een poging om de Amerikaanse sound en het Amerikaanse publiek op te zoeken. Maar het voelde niet goed.

Na een korte stop besloot de band om voor een volgend album de opnames plaats te laten vinden in de Hansa Tonstudio in Berlijn. Een studio die pal naast de Berlijnse muur heeft gestaan. U2 zocht naar een nieuw eigen geluid, een Europees geluid, aangestoken door bands als Kraftwerk en Einstürzende Neubauten. Er werd gezocht naar een sound die gebaseerd was op moderne elektronische ritmes.

Het werkte niet. Ook al zit je dus in de prachtige Hansa Tonstudio, echt helpen doet het niet. Waar David Bowie overigens wel zeer creatief en productief was. De band besloot huiswaarts te keren. Moesten ze U2 dan maar opheffen? Na een korte break besloot de band in Dublin de draad weer op te pakken. En in korte tijd was daar het lied One. Het diende zich plotseling aan. Al vrij snel ging het beter, kwam de muziek terug waar ze zich allen in konden vinden. Wat ja, U2 is een zeer democratische band. Misschien wel de meest democratische band ooit. The Beatles en The Stones verbleken erbij. In U2 zijn alle musici 100% gelijkwaardig en is er 1 niet blij met zijn partij, zijn aandeel in een nummer, dan wordt er net zolang gezocht tot die persoon wel blij is met zijn aandeel.

Bono besloot er een zwarte bril bij op te zetten, trok de broek van Jim Morrison aan en droeg daarbij een jasje van Elvis. Dat nieuwe imago was nodig want het publiek niet zit te wachten op een onzekere zanger en een onzekere band die met knikkende knieën voor een vol stadium optreden. Dat houdt niemand immers vol.

(foto van Anton Corbijn)

99 problemen van de muziekindustrie versus hoop

De muziekindustrie heeft het zwaar. Niet alleen hebben de artiesten het zwaar maar ook de hele industrie er omheen. Zo maakte Digital Music News een lijstje van 99 problemen.

Toch is er misschien geen betere tijd om muziek te maken dan nu. David Byrne schrijft daarover in zijn boek How Music Works. Volgens hem liggen er hele goeie kansen voor artiesten die de gehele distributie zelf doen en het copyright over hun muziek zelf regelen. Door het zelf te doen mis je de marketing van grote labels, maar met name online kun je dat zelfstandig via Facebook en Twitter zeer waarschijnlijk beter dan de grote labels dat kunnen bieden. En op zeker verdien je er dan per verkocht exemplaar het meeste aan want de kosten zijn veel lager dan wanneer er wat tussenhandel tussenzit.

Zelfs Apple via iTunes neemt, net als een label, 30%, van de opbrengsten. Dat is enorm veel geld voor het aanbieden van die muziek in een virtuele shop. Apple werkt alleen samen met labels die ook weer kosten doorberekenen, dus het geld dat overblijft is zeer laag. Door de verkoop zelf via bv Bandcamp te doen (zij nemen 15% van de opbrengsten en 10% als die opbrengsten meer dan $5.000 per jaar zijn) kun je veel meer te verdienen. Er zijn vele voorbeelden van bands die op die manier goed geld kunnen verdienen. In maart 2012 deed Amanda Palmer (verkoopt haar albums via Bandcamp) een oproep via Kickstarter:

Amanda Palmer & The Grand Theft Orchestra are putting out an album. Pre-order it / get more info on the art book & gallery tour, here!

Die teller staat inmiddels ruim boven de 1 miljoen dollar. Geld dat al binnen was voordat het album nog gemaakt moest worden. En dat voor een artiest waarvan iedereen in Nederland zal zeggen “who the fuck is Amanda Palmer?”. Net zoals men dat van YouTube zei voordat het door Google overgenomen werd. Tja…