Belpop versus de Nederlandse toppers

foto onder CC-BY: Marco Raaphorst

Steeds als we hier uidtenken dat de Belgische popscene een beetje dreigt in te zakken en de Nederlandse pop daar wellicht wat ruimte krijgt, komen de grote Belgische acts weer in optocht de grens over.

Zo klopte de Volkskrant onlangs. En gelijk voelden sommige Hollanders zich aangesproken.

Ik voelde me helemaal niet aangesproken want ik vind onze Zuiderburen over het algemeen interessanter. Rauwer en kunstzinniger. En zeker ook op muzikaal vlak.

Hollanders hebben een grote bek. Wij zijn verkopers, handelaars. Het draait bij ons maar om 1 ding: de economie. We zijn grote gladjakkers. Dat zie je al als je met de trein of per auto naar België reist. In Nederland is alles voorbeeldig geregeld, perfect wegdek, voorgevels van de gebouwen staan goed in de verf. In België laat men de verf afbladderen. In België laat men de hekken roesten. In België lijken andere zaken dan de buitenkant prioriteit te hebben.

Als ik ergens in België een spreekbeurt kom geven voel ik mij al snel de bijdehante Hollander. Zo ook toen ik in opdracht van Toerisme Vlaanderen in Brussel 2 jaar geleden vlak na de aanslagen aldaar een lezing moest geven. Mij werd geadviseerd rekening te houden met de houding van de wantrouwende Belg.

En terecht. Want wij Hollanders, wij zijn verkopers. Wij zijn zendelingen. Wij denken het altijd beter te weten.

Op het ritme van de taal

Om het Volkskrant-artikel kracht bij te zetten maakte men een afspeellijst. Deze fantastische lijst:

Daar had evenzogoed iets van Arno Hintjens tussen kunnen staan. Of Luc De Vos van Gorki. Of Stijn Meuris van Noordkaap. In België is het aanbod kwaliteitsmuziek vanzelfsprekend. Zo vanzelfsprekend als dat de garnalenkroketten op het menu staan.

Natuurlijk, Nederland heeft ook geweldige bands. En met name de bands die ook warm onthaald worden in België. Toch kijkt Nederland veel af van Belgische bands. Bijvoorbeeld toen in 1980 Arno Hintjes met zijn TC Matic zijn mosselpot in drie talen, het Engels, Frans en Hollands op tafel zette. Maar we kunnen nog veel verder teruggaan. Jacques Brel trok immers eigenhandig het moderne Chanson naar een hoger niveau. Natuurlijk, de Belgen hebben mazzel met hun tweetaligheid. Het maakt dat het Franstalige lied voor de volle 100% van hen is. En Europeser dan dat gaat het niet worden. Of wacht, Duits zei u?

Bierdrinken en hossen

Onze muziektraditie staat haaks op de poëtische Franstalige muziek. De bekendste Nederlandse liedvorm is het Levenslied. Voorzien van sentimentele, eenvoudige teksten. Voor en door het volk. Zoals de Duitse Schlager maar dan in het Nederlands.

Muzikaal leunen deze genres op de walstraditie, bestaande uit een driekwartsmaat die je vandaag de dag nog maar weinig hoort. De wals wordt in de Chansons ook gebruikt maar veel subtieler dan in het Levenslied. Het ritme van de oude Nederlandse volksmuziek wordt vaak aangeduid als HoemPaPa een term die de lompheid van het ritme al aangeeft: Hoem (sterke 1e tel), Pa (2e tel) en Pa (3e tel).

Nederlandse volksmuziek is veelal amusementsmuziek. Ter vermaak. Om op te hossen en bier bij te drinken. Net zoals de Duitsers dat doen. Feestelijk en carnavalesk. Soms maakt men gebruik van dweilorkesten. En de verhalende teksten begrijpt iedereen direct.

Toch doe ik het Levenslied tekort door het weg te zetten als slechts amusement. Het geldt zeker niet voor alle Levensliederen. Vaak behandelen de teksten pijnlijke episodes uit het leven. De directe teksten laten weliswaar niets aan fantasie over, de rauwheid ervan is ongekend fel. In het Levenslied probeert men vaak juist niet te behagen maar wordt de rauwe pijn bezongen. Als een soort Nederlandse blues.

Het Chanson kenmerkt een totaal andere stijl. Chanson betekent in het Frans letterlijk “lied”. En kenmerkend daaraan zijn juist de poëtische teksten. Nederlandse artiesten zoals Ramses Shaffy of een Boudewijn de Groot leunen op het Chanson en niet op het Levenslied. En dat zit ‘m in de teksten. En ook een artiest als Spinvis leunt op die andere omgang met, en kijk op, taal. Teksten die een geheim in zich dragen, vol beeldend taalgebruik en waarin letterlijke betekenis soms zelfs afwezig lijkt. Of wat te denken van Stromae? De poëtische geest van Brel heeft zich genesteld in de genen.

Toppers

In Nederland wil men de handjes snel op elkaar zien te krijgen. En alleen wat succes heeft krijgt in Nederland aandacht. De Toppers trekken volle zalen en krijgen alle aandacht van de pers maar een band die weinig publiek trekt krijgt dat niet.

Sla de artikelen er maar op na die op Nederlandse muzieksites en in magazines te lezen zijn. Ze gaan vrijwel alleen nog maar over succesvolle artiesten. Taylor Swift hoeft maar te roepen “ik release mijn album niet op Spotify” of mevrouw krijgt van de Nederlandse pers volledig de aandacht.

Het gaat alleen nog maar over het aantal fans, geld, marketing. Het is godsgeklaagd want ik wil juist dat het over de artistieke prestaties gaat. Welke journalist kan dat nog duiden anno 2017? Waarom meneer of mevrouw de journalist van mening is dat een bepaalde band beter is, dat juist wil ik weten! Populariteit kan nooit als argument voor kwaliteit gebruikt worden. Populariteit slaat immers op kwantiteit. En is hooguit het gevolg van kwaliteit, maar duid deze dan!

Kwaliteit uitleggen is natuurlijk veel lastiger dan het simpelweg roeptoeteren van wat cijfertjes. Daarom zijn er ook zo weinig echt goeie journalisten omdat het met name gaat over de dingen die juist niet cijfermatig te onderbouwen zijn.

En ook de Nederlandse muzikant is vaak gemakzuchtig. Hij jat de muziek en de stijlidiomen inclusief slecht Engels maar wat graag uit het buitenland zonder zich te verdiepen in de vaderlandse muziekgeschiedenis. Je kunt afgeven op de weinig fantasievolle straattaal van de Levensliederen, authentiek Nederlands is hij zeker wel!

Ik vermoed dat wij in Nederland niet eens meer weten wat een artistieke prestatie is. Kwaliteit en kwantiteit halen we door elkaar. En zelfs schrijvers hebben we jarenlang ingedeeld in De Grote Drie. Alsof er maar 3 echt goeie schrijvers zijn. Wat alles zegt over ons taalgevoel. Je hebt de Bijbel en 3 Grote Schrijvers. De rest doet niet mee.

Kunst een linkse hobby noemen, dat kan alleen in Nederland.

Radio?

En natuurlijk speelt de Nederlandse radio ook een rol in de België versus Nederland discussie. Een uitzondering daargelaten, maar de Nederlandse radio is het toonbeeld van wansmaak. Radio 1 van België kent zijn weerga in Nederland niet. En dat is altijd zo geweest.

Liever verbroederen dan narcistisch te zijn

De Nederlandse HipHop doet het goed maar vlak de Belgische HipHop ook zeker niet uit. Daar waar de Nederlandse HipHop zich laat bedwelmen middels Drank & Drugs zorgt de Brusselse HipHop voor daadwerkelijke verbroedering. Juist vanwege de terroristische aanslagen, juist vanwege de tegenstellingen die er in Brussel zijn, slaat de Brusselse HipHop een brug tussen culturen. Tot in Parijs, het epicentrum van de Europese HipHop. Als dat het effect van taal en van popmuziek is, fantastisch toch?

Maar denken dat je de beste bent, het is een gevaarlijk narcistisch trekje en het verbroedert niet. Zo worden we nooit 1 Europa en blijft het slechts amusementsmuziek.

Keynote speaker Storytelling voor Tourisme Vlaanderen ( Innoguide Tourism)

storytelling-brussel-1

foto gemaakt door: Innoguide Tourism

Op 18 mei 2016 gaf ik op uitnodiging van Tourisme Vlaanderen op de zolderverdieping van De Markten in Brussel een lezing Storytelling voor een groep gidsen. Tourisme Vlaanderen ondersteunt gidsorganisaties, gidsopleiders en gidsen in het bereiken van een hoge kwaliteit op dit gebied. Ik werd als keynote speaker voor de middag aangekondigd. Een hele eer als enige Nederlander tussen al die gidsende Vlamingen.

Lees verder

Column: Remember Marvin Gaye, de publiciteits documentaire

Vanuit het café van Hotel Du Parc in Oostende kijk ik de straat in waar begin jaren 80 Marvin Gaye elke dag rond het avonduur een familiepension binnenloopt om er wat te eten. Dit gezellige pension behoorde ooit toe aan Liliane Cousaert en haar man Freddy Cousaert. Zanger Arno Hintjes was er toendertijd kok.

Tegenover mij zitten de inmiddels volwassen dochters van Freddy en Liliane: Pascale en Michèle. Ik herken ze van een foto met Marvin en zijn zoontje Bubby. Omarmd zitten ze op de bank in Marvin’s appartement aan de Albert I-Promenade. Het is 1981 en Marvin Gaye is in Oostende aan het ‘herbronnen’.

Kort ervoor in Londen ging het mis. De jarenlange cokeverslaving van Marvin had hem de das om gedaan. Van het laatste geld worden tickets voor de band gekocht terwijl Marvin zelf achterblijft met zijn zoontje Bubby en zijn Nederlandse vriendin Eugenie Vis.

En dan in december 1980 ontmoet Freddy Cousaert die in Londen op zoek is naar nieuwe muziek, Marvin Gaye. Wat volgt is een legendarisch gesprek met een handreiking van Freddy: “Marvin, please come to Ostend!”

In Hotel Du Parc hoor ik het ware verhaal achter de documentaire Transit Ostend die over deze interessant periode gemaakt is. Het is een documentaire van Richard Olivier die 20 jaar later een re-edit krijgt onder de noemer: Remember Marvin Gaye. We zien beelden van Marvin Gaye die een pintje drinkt in café Zeemansverlangen. We zien hem joggen in de duinen. En we horen hoe Marvin liggend op de bank een dampende uitvoering van Heard It Through the Grapevine doet.

De film wil ons laten zien dat het goed met Marvin gaat. Logisch want het geheel werd gefinancierd door Freddy en is compleet in scene gezet. Maar ook al moeten we Remember Marvin Gaye als een publiciteitsfilm beschouwen de beelden staan op mijn netvlies gebrand. Want niemand had toendertijd namelijk door wat er in Oostende gebeurde. Met slechts één halfzachte “documentaire” over deze fascinerende periode als resultaat. Een periode waarin Marvin zichzelf herpakt en de wereld uit het niets verrast met zijn meest succesvolle album Midnight Love met daarop zijn grootste hit: Sexual Healing.

Als eerder dit jaar de 1e vrouw van Marvin Gaye, Anna Gordy overlijdt en ik erachter kom dat dit jaar Marvin Gaye 75 jaar zou zijn geworden, weet ik wat ik moet gaan doen. En ik doe het, ik maak die documentaire, mijn eerste documentaire: Oostende Healing.

(omslagfoto, copyright: Pascale Cousaert)

Update: dankzij deze column kreeg ik gratis kaartjes van de VPRO voor de NFF Documentaire Previewdag.

Cement

Ed Templeton "the cemetary of reason"Ed Templeton heeft een fascinatie voor het cement dat voor zijn voordeur ligt. Het cement brengt hem overal. En vanuit de auto, vanaf het cement neemt Ed vaak foto’s. Zonder ooit uit te hoeven stappen. Deze foto’s vormen samen zijn expositie “cemetery of reason”. Ik zag deze een jaar geleden in het S.M.A.K., Gent, Belgie en moest vandaag ineens aan hem denken. Het zal door mijn A13 project komen.

Het cement is er voor ons neergelegd om overheen te rijden. Om ons naar bestemmingen te brengen. Het cement houdt nergens op, desnoods leidt het ons naar een weg terug. En het is alleen toegestaan om over het cement te rijden. Je mag niet over gras rijden. Dat willen we ook helemaal niet. We willen cement. Een goeie weg die ons ergens naartoe rijdt.

Het cement kent de routes die wij mensen willen maken. De steden die wij mensen willen bezoeken. De steden waar wij mensen willen wonen. En plekken waar geen cement ligt, daar wil niemand zijn. Daarom is het ook zo druk op het cement. Het cement weet waar we naartoe willen. Als een uitgestippeld levenspad waar je niet vanaf mag wijken. Cement denkt met ons mee.

Soms is er gewoon meer cement nodig. En dan komt er ook meer cement. En ineens worden er plekken bezocht die voordat het cement er lag zelden bezocht werden. Cement is de rode loper van een bestemming.

Vanaf het cement kun je genieten van wat je ziet. Maar de meeste mensen kunnen dat niet. Zij hebben alleen oog voor hun bestemming. Ed Templeton ziet dat anders. Hij kijkt juist opzij en maakt foto’s van wat ‘ie ziet. Foto’s van winkels, huizen en mensen. Maar altijd met cement onder de wielen. Nooit wijkt hij er vanaf. Overal ligt er immers cement. De vloerbedekking van de aarde waar wij in cirkels overheen mogen rijden.

Wat is creativiteit? (4)

“Hello,

I’m Sacha. I am a student in robotics, this means, I am learning to be a robot. Now, Marco Raaphorst, asked me what i think about creativity. Well, it is not my cup of tea, but i will try.

Oink boom tsjack Oink boom tsjack Oink boom tsjack Oink boom tsjack
Takatakatakatakataka ta.

Is this ok?

Thank you very much. Auf weedersehen!”

Een bijdrage van Embe van het Belgische radioprogramma/weblog Netwaves.