Andrew Simonet heeft goed nieuws voor de kunstenaar

Andrew Simonet was jarenlang mederegisseur en choreograaf in de danswereld. Tegenwoordig schrijf hij, maakt documentaires en runt het creatieve platform Artist U.

Eerder dit jaar in mei gaf hij een prachtige lezing voor Rowan University’s Department of Performing Arts. Deze is op YouTube te bekijken en te lezen bij Artist U. Zijn lezing heb ik vertaald en kan ik met permissie van Andrew integraal op mijn blog delen. Waarvan akte.

Lees verder

De spagaat van de schrijver

We seem to have lost the target. Writers seem to write to be known as writers. They don’t write because something is driving them toward the edge.

Charles Bukowski

Sommige schrijvers zie je heel vaak terug in de media, op tv, op sociale media. Het lijkt wel of ze meer bekend zijn om hoe ze eruit zien en wat ze in talkshows te vertellen hebben dan om wat ze schrijven.

En dat ligt niet alleen aan de schrijvers zelf want menig talkshow nodigt de schrijvers juist uit omdat ze goed kunnen vertellen en het goed doen op beeld. Dat ze vaak geen reet verstand hebben van de onderwerpen, is bijzaak. Met complete eenzijdigheid tot gevolg, zo concludeerde de Ombudsman onlangs:

De Wereld Draait Door bestaat 48% uit terugkerende gasten. Bij Pauw keert 40% van de gasten terug en bij Jinek is dit percentage 33%. Bij De Wereld Draait Door was Jan Mulder tussen 2005 en 2015 wel 252 keer te gast. Dat houdt in dat hij in 16% van de afleveringen te zien was.

Het belang van diversiteit
Het moge duidelijk zijn dat het met de diversiteit inderdaad niet al te best gesteld is. Dat wekt de vraag op waarom het zo van belang is dat talkshows een afspiegeling van de samenleving kunnen geven.

(…)

Dit begrip houdt in dat de gasten in staat moeten zijn om op een makkelijke, onderhoudende manier te praten over het […] onderwerp, zonder vast te klampen aan […] jargon, maar ook over andere onderwerpen die ter tafel komen. Het betekent ook dat ze een interessante uitstraling moeten hebben en goed kunnen omgaan met spontane, onverwachtse gebeurtenissen. Ze moeten de aandacht van de kijker vast kunnen houden met hun verhaal.

Aan tafel! – onderzoek diversiteit Ombudsman (PDF)

Er is dus sprake van een Talkshowelite. Het gaat niet om kennis van zaken, het gaat erom dat ze een goed verhaal kunnen vertellen, spontaan met een interessante uitstraling. Het draait slechts om de vorm, niet om de inhoud.

Je moet van goede huizen komen wil je er niet aan meedoen. Wie kan aanschuiven bij DWDD wordt blij gemaakt met aandacht en in potentie hogere verkoopcijfers. Uitgevers zullen hierdoor ook grote druk uitoefenen op schrijvers vermoed ik.

De werkelijkheid is echter dat Matthijs van Nieuwkerk je alleen gaat uitnodigen als er een duidelijk verband tussen jou als schrijver en de hoofdpersoon in het boek gelegd kan worden. Zo mocht Griet op de Beeck komen vertellen over het eerste deel van haar trilogie:

Aan tafel bij DWDD zien we Griet zoals we haar niet eerder zagen: ze vertelt uitgebreid over haar persoonlijke betrokkenheid bij het centrale thema van de trilogie: incest. Ze werd zelf door haar vader op jonge leeftijd misbruikt.

Aflevering DWDD (25 september 2017)

De titel van haar boek Het beste wat we hebben wordt niet eens genoemd op de site van DWDD. Het feit dat ze zelf misbruikt is, is belangrijker. Punt is: het boek is niet biografisch. Het is fictie.

Waarom laat de schrijver zich dan toch verleiden tot dit soort gesprekken? Waarom werkte Charlotte Mutsaers mee aan een interview voor DWDD? In haar boek Harnas van Hansaplast schrijft ze dat de politie haar broer dood op zijn bed vinden, in een pyjamajasje, zonder broek, omringd door stapels porno. Kinderporno.

Het is fictie, maar toch liet Charlotte zich verleiden tot het beantwoorden van een stel respectloze vragen in het NRC.

We zitten in Mutsaers’ schrijfappartement in Amsterdam, de hond ronkt in zijn mand, de regen klettert tegen de ramen, we eten een stuk frambozentaart, en zij zegt: „Geen vruchtbare vraag. Voor een schrijver is het altijd fifty-fifty. De helft ervaring en de helft grote duim.”


En uw broer…?
„Komt niet uit mijn duim. Hij was echt mijn broer. Al die aantekeningen die ik van hem gebruik, de lijsten waarop hij precies bijhield wat hij at – geen letter aan veranderd.”


En de porno?
„Allemaal echt.”


Ook de kinderporno?
„Ook.”


En de Charlotte Mutsaers in uw roman, is die echt?
„Dat mag je niet vragen. Dat mag je nooit aan een schrijver vragen.”


Waarom niet?
„Dan wordt die verleid, of gedwongen, om eh…”


…te liegen?
„Ja.”

interview NRC

DWDD ging naar aanleiding daarvan (want: sensatie!) ook in gesprek met Charlotte. Het werd een soort politieverhoor. Ze moest verantwoording afleggen over de kinderporno van haar broer en precies aangeven welke feiten uit haar boek echt gebeurd zijn en wat fictie is.

Welnu, de kunstenaar is aan niemand iets verschuldigd. Het werk is wat het is. Het is aan de ontvanger, de lezer, de luisteraar, de kijker om er iets van te vinden. De kunstenaar schept slechts.

Mijn podcastcollega’s René van Es en Jair Stein doken jaren geleden in het verhaal van Guus Bauer. Zijn boek Vogeljongen beschrijft hoe een persoon in coma ligt terwijl de geest volledig wakker is, het zogenaamde locked-in syndroom. In interviews vertelde de schrijver dat hem dat zelf was overkomen, dat de feiten van de hoofdpersoon in zijn boek dus overeenstemden met zijn persoonlijke ervaringen. Maar hij bleek het geheel verzonnen te hebben, het is fictie. Jair Stein heeft die hele ontmaskering beschreven voor De Correspondent. Waarbij Jair ook inzoomt op die gekke obsessie van de media om pijnlijke, persoonlijke details van het leven van de auteurs naar boven te halen terwijl men tegelijkertijd een duidelijke desinteresse heeft voor de boeken die ze schrijven.

Kortom: het gaat niet over boeken, het gaat om persoonlijke verhalen van de schrijvers. En fictie is daarbij verboden, fictie is bijna een vorm van bedrog geworden, volgens De Media.

Over dit onderwerp heeft Sander Bax het boek De literatuur draait door geschreven. Ik moet het nog lezen maar het interview met hem gisteren in VPRO Boeken prikkelde direct mijn interesse.

In De literatuur draait door laat Sander Bax zien hoe het schrijverschap van de 21ste eeuw sterk beïnvloed wordt door de wetten van deze mediacultuur. 

quote website VPRO Boeken

Ik moest ook denken aan het schotschrift De lezer is niet dood van Alex Boogers. Daarin richt hij zich tot lezers die geheel zelfstandig boeken ontdekken. Niet door ze te dwingen, door hard te roepen “Dit is goede literatuur en dat niet!”, zoals Max Pam onlangs deed. Ook houdt Alex een pleidooi voor de schrijver die zich niet laat afleiden, of beter gezegd: verleiden tot het deelnemen aan die gekke mediacultuur. Alex vindt dat er voor een schrijver slechts een ding opzit: schrijven.

We moeten respect hebben voor kunstenaars, schrijvers die zich niet willen laten verleiden tot het geven van stompzinnige interviews die niet over het werk zelf gaan. Het werk is namelijk het enige waar het om draait. Vervolgens is het aan de lezer en kan de schrijver dus maar beter zwijgen.

Is het boek vernieuwend?

Uitzonderingen daargelaten, maar de meeste boeken zijn niet vernieuwend. De meeste boeken vertellen simpelweg een goed verhaal en dat is voldoende voor een goed boek.

Het stempel vernieuwing geldt wel voor andere kunstvormen waarin het bijna verplicht lijkt dat de vernieuwing wordt opgezocht. Je ziet het in dans, in de beeldende kunst, video art, sound art en in de muziek. Het wordt vaak veroorzaakt door innovatie op technisch gebied waardoor de kunstvorm zelf ook weet te innoveren.

Maar waarom is literatuur wat het altijd al was, terwijl de andere kunstvormen zichzelf lijken te moeten vernieuwen?

Ik denk dat het met vorm te maken heeft. Een verhaal wordt opgediend volgens een bekend recept: het boek. En dat boek gaat al eeuwen op dezelfde manier mee. Dat is dus een vaste vorm. Daar valt weinig meer aan te vernieuwen.

Die andere kunstvormen daarentegen kunnen dat wel, want juist de vorm waarin ze worden opgediend is variabel. Een nieuw muziekinstrument zorgt voor nieuwe klanken. Technische ontwikkelingen om beeld en geluid te manipuleren zorgen voor nieuwe vormen.

Voor een boek geldt dat niet. Het gaat daarbij slechts om één ding: de inhoud, het verhaal. Okay, er is een aantrekkelijke kaft voor nodig en je kunt een paar keuzes maken voor wat betreft het lettertype en opmaak van de tekst, maar de lezer zal dit nooit kenmerken als een vernieuwende vorm, het is slechts een functionele vorm.

De schrijver is niet rusteloos op zoek naar vernieuwing maar doet gewoon wat ‘ie altijd al deed: een verhaal schrijven dat de lezer gretig wil lezen.

The artist’s life

Are you a born writer? Were you put on earth to be a painter, a scientist, an apostle of peace? In the end the question can only be answered by action.

Do it or don’t do it.

It may help to think of it this way. If you were meant to cure cancer or write a symphony or crack cold fusion and you don’t do it, you not only hurt yourself, even destroy yourself. You hurt your children. You hurt me. You hurt the planet.

You shame the angels who watch over you and you spite the Almighty, who created you and only you with your unique gifts, for the sole purpose of nudging the human race one millimeter farther along its path back to God.

Creative work is not a selfish act or a bid for attention on the part of the actor. It’s a gift to the world and every being in it. Don’t cheat us of your contribution. Give us what you’ve got.

Uit het fantastische boek The War of Art van Steven Pressfield.

De helse klus van het maken van presets

reason-credits

Factory Soundbank

Mijn vaste lezers weten dat ik honderden geluiden voor het muzieksoftware Propellerhead Reason gemaakt heb. Deze presets worden meegeleverd met het pakket en bevinden zich in de Factory Soundbank. Het is alweer een paar jaar geleden dat ik dat voor het Zweedse Propellerhead gedaan heb. Nu komt het zelden nog voor dat zij mij of een andere professionele sounddesigner inhuren voor aanvullende geluiden. De Reason-gebruikers zelf helpen tegenwoordig graag gratis mee. Hoewel ik niet in de portemonnaie  van de Zweedse firma kan kijken, het zal een grote rol spelen. Toch jammer want presets kunnen een product namelijk maken of breken. Sterker nog: presets ZIJN het product.

Ik ken veel mensen die niet snappen hoe ze een geluid zelf moeten programmeren op een synthesizer. Laat staan dat ze in staat zijn om multi-samples te maken. En toegegeven: het is ook heel complex. Mijn mazzel is dat ik engelengeduld heb, volhardend ben en op jonge leeftijd begonnen ben met de meest complexe vorm van geluidssynthese: FM.

En toen ik jaren later versie 1 van Reason kocht keerde ik het pakket binnenste buiten. Elke dag was ik bezig met het programmeren van geluiden. Hierdoor ging ik steeds beter aanvoelen waartoe het pakket in staat was. Later is daar het geweldige pakket Ableton Live ook nog bijgekomen. Beide pakketen beheers ik tot in de puntjes. En nog altijd kan ik me compleet in het sounddesign verliezen als ik met een laptop op de bank zit…

Ik gebruik ze zelf ook

Maar natuurlijk gebruik ikzelf ook presets. Simpelweg omdat als ik muziek aan het maken ben (en wat toch mijn eerste liefste is) ik absoluut geen tijd hebt om een preset van scratch af aan op te bouwen. Wat ik dus meestal doe is een preset optimaliseren voor mijn track. Tegenwoordig moet je razendsnel muziek kunnen leveren die ook nog eens topklasse klinkt. Dus zul je niet alleen over een grote voorraad toppresets moeten beschikken, je zult die bibliotheek met presets ook op je duimpje moeten kennen zodat je ze desgewenst razendsnel te voorschijn kunt toveren.

Sommige presets die ik voor Reason maakte hebben enorm veel tijd en moeite gekost om te maken. Denk hierbij bijvoorbeeld aan de akoestische bassen of akoestische gitaren. Zo bedacht ik me bij het maken van presets voor Reason 3 dat het voor een akoestische bas wel tof zou zijn als je met behulp van het modulatiewiel er wat flageolet-noten bij zou kunnen draaien om zo te kunnen variëren tussen mooi gespeelde noten en de boventoon-varianten ervan. De Upright+Harm patch in Reason is daarvan het resultaat. Deze patch heeft mij vele uren gekost, verspreid over een paar dagen. En de samples zijn verstemd op zo’n manier dat het muzikaal lekker klinkt. Het uitgangspunt is niet loepzuiver, maar het uitgangspunt is een muzikale sound die lekker in Het Geheel, in de mix van andere instrumenten, past.

Dit geldt overigens niet alleen voor gesamplede instrumenten. Ook synthesizersounds hebben mij zeeën van tijd gekost om te bouwen. Gek werd ik er soms van. Urenlang pielen in software en heel intensief luisteren, het gaat je niet in de koude kleren zitten. En let wel: je werkt ook nog eens met apha-versies van software vol bugs, die ook nog een stroperig traag reageert op alles wat je doet. Het koste echt bloed, zweet en tranen. Maar ik beschouw mijn geluiden als klassiekers, als mijn kinderen.

Mike Daliot van Native Instruments

Het boek PRESETS – digital shortcuts to sound van Stefan Goldmann is daarom ook een feest van herkenning. Bijvoorbeeld door het interview met Mike Daliot, sounddesigner voor Native Instruments. Mike programmeerde ondermeer de topsounds voor de NI Reaktor synths zoals Photone en Metaphysical Function. Ook is hij verantwoordelijk voor de geniale sounds die met NI Massive meegeleverd worden. Je kunt betwisten of Massive de veste synth ever is maar het is wel een synth met onwaarschijnlijk vette presets. Om met Mike te spreken:

Presets used to show off what an instrument can do. During my time at Native I recognised that now the presets are the instruments.

Complexity is the death of  all music. Unfortunately, for producing cutting-edge sounds you need this complexity. Otherwise they wouldn’t exist. Complex designs are saved into presets, and people happily use these.

While programming these sounds I recognised I was actually hiding the synthesizer behind the sounds. They helped to obscure what it actually does since hardly any user will have the spare time to programme such deep patches. It just takes too much time.

Ik ben het er 100% mee eens.

Naast geluiden voor Propellerhead heb ik ook voor andere software geluiden gemaakt. Voor de firma FabFilter bijvoorbeeld en diverse Android en iPhone apps.

Adoratie tot het zaallicht aanschiet: Story of The Streets

the_story_of-the_streets

Waarom ga je eigenlijk op een podium staan? Je bent geheel overgeleverd aan wie er voor je neus staat. Laat je daar je geluk van afhangen? Waarom heb je die goedkeuring nodig?

De meeste artiesten hebben het applaus nodig anders gaan ze niet op dat podium staan. Maar de meesten schrikken zich de pleuris als het zaallicht aanschiet. “Is DIT mijn publiek?!?!” Ja dus.

En voor wie maak je die muziek? Als je het puur voor jezelf doet, zou je het voor jezelf houden, toch? Dus heb je dat publiek heel hard nodig.

Ik lees het geweldige boek “The Story of the Streets” van Mike Skinner. Die schok zich na het eerste album van The Streets ‘Original Pirate Material’ flink de pleuris. Hij werd omarmt door de hipsters uit Londen en Berlijn maar wilde omarmd worden door zijn maten uit Birmingham. Vice magazine nam hem op de schouders. Vond ‘ie niet leuk. 5 albums later was ‘ie er klaar mee. Hij had precies gedaan wat zijn contract hem voorgeschreven had.