Todd Rundgren gisteren in Paradiso

Todd Rundgren was geweldig gisteravond in Paradiso. Helaas keek ik in de pauze op mijn telefoon en constateerde problemen met de NS als ik me niet ging haasten… dus heb de tweede helft van het concert moeten missen helaas!

Ik heb Todd misschien wel een keer of 5 gezien in Paradiso. Eigenlijk altijd goed, juist vanwege die zeldzaam goeie songs. Hoewel zijn electronisch materiaal van een paar jaar terug wel minder sterk is, alsof Todd zichzelf geforceerd probeerde opnieuw uit te vinden. Todd is op zijn best wanneer hij een goeie melodie toelaat bovenop een stel karakteristieke Todd-akkoordwisselingen. En voorziet van een gevoelige introspectieve tekst.

Je zou het op het eerste gezicht niet zeggen als je hem ziet maar diep in hem moet een bijzonder zacht en gevoelig mens schuilhouden. Anders kun je deze muziek niet maken. Er is niets stoers aan en dat is precies waarom het mij zo raakt. Ik voel zielsverwantschap.

Ariel Pink is een ontroerende weirdo

Paradiso gisteravond, grote zaal: Ariel Pink.

Gebogen liep ‘ie over het podium, oogcontact vermijdend. Ze speelden zonder setlist, na elk nummer keken zijn bandleden hem vragend aan.

Ariel Pink is nogal een ongeleid projectiel. Weird Art is een titel waar je hem een plezier mee doet. Maar hiermee doe je hem te kort want hij is ook een briljant liedschrijver. Van zijn generatie is er vrijwel niemand die zulke goeie melodieën en harmonieën kan schrijven. Hij verpakt ze in gelaagde arrangementen die hij voorziet van een heerlijk lo-fi geluid. De man is dol op 4-sporen cassetterecorders, ruis en vervorming.

En het zijn niet de eenvoudigste nummers om te spelen. De nummers moeten ook nog eens precies zoals op de plaat gespeeld worden, aldus Herr Pink. Het geluid gisteravond vlak voor het podium klonk behoorlijk als een brei maar dat paste wel bij onze muzikale anarchist. Het hoeft zeker niet perfect. Hoewel? Ariel zoekt perfectie in het niet-perfecte. De bandleden bleken dan ook gedienstige volgelingen te zijn.

Hij speelde gelukkig een flink aantal van zijn geweldige popsongs, zoals Fright Night (Nevermore)Feels Like Heaven en Lipstick, maar ook heerlijk weird spul zoals White Freckles. Muzikaal was er weinig op het optreden aan te merken, behalve dat het vrij tam bleef, een echt showtje werd het niet. En ik denk dat dat nooit het geval zal zijn bij Ariel Pink. Optreden is een noodzakelijk kwaad, zo oogde het.

Don Bolles die niet langer de drums maar de 2e stem voor zijn rekening neemt, was wel vermakelijk. De man is inmiddels 62 en daar is ogenschijnlijk een hoop LSD, art rock, glam rock en punk in gaan zitten. Met zwarte priemende ogen en androgyne bewegingen deed hij nog zo zijn best er wel een feestje van te maken. Tevergeefs. Ariel had drie kwartier op het podium gestaan en besloot alweer de benen te nemen. Bij het weglopen gebaarde meneer Bolles via armgebaren ons om vooral door te blijven klappen, je weet het niet immers nooit met Herr Ariel …

Dat doorklappen duurde veeeeel langer dan ik gewend ben. Normaliter staat elke band weer binnen een minuut of wat de toegiften te doen, maar voor deze heren moest het publiek zich behoorlijk blauwklappen voordat Ariel een poging tot terugkomen in overweging nam. En toen de band weer eenmaal terug op het podium stond voor de toegiften bleek gitarist gitarist Jorge Elbrecht ook nog eens zoek te zijn! Ariel besloot hem te gaan zoeken en verdween weer achter het gordijn.

Na een toegift van een drietal punky nummers dacht gitarist Jorge dat het erop zat en vloog achter het gordijn weg. Dit keer toverde de roadie hem weer tevoorschijn maar Ariel had er geen zin meer in en brak het laatste nummer halverwege abrupt af. “That’s it”, en verdween definitief achter het gordijn. Don Bolles riep nog iets van “I’m sorry…” maar zijn microfoon was inmiddels ook al op mute gezet.

Je snapt het: ik heb me prima vermaakt.

Vreemde Kostgangers met rook om hun hoofd

Op het eind van het concert van de Vreemde Kostgangers (Henny Vrienten, Boudewijn de Groot en George Kooymans), gisteren in Breda, leidde Boudewijn zijn legendarische hit ‘Als de rook om je hoofd is verdwenen’ in. Hij schreef het toen hij nog een hippie was, weet je wel? En zoals toen normaal was, schreef ‘ie regelmatig teksten onder het genot van een joint. De volgende ochtend kwam dan vaak de ontnuchtering wanneer het wederom een waardeloze tekst bleek te hebben opgeleverd. Zo leek het ook met ‘rook om je hoofd’ te zijn gegaan. Boudewijn heeft nog altijd geen idee waarom hij het nummer geschreven heeft en wat hij ermee bedoelt te zeggen. De tekst bleek toch een blijvertje en leverde zelfs een hit op.

Spinvis vertelde me een week of wat geleden dat hij ‘ rook om je hoofd’ echt een fantastische tekst vindt. Na afloop van het concert heb ik het Boudewijn verteld. Hij reageerde koeltjes met: “dat snap ik wel want Erik houdt van abstracte teksten.”

En ik ook. Hoe meer fantasie er voor nodig is, des te leuker! Verberg die boodschap! Stop het onder een steen en laat het een geheim zijn!

Voor het concert interviewde ik Henny voor de audiodocumentaire die ik aan het maken ben. In die audiodocumentaire komt dus ook Spinvis / Erik de Jong aan het woord. Maar heb nog even geduld… ik stoof mijn documentaire volgens de welbekende Haags-Indische traditie heel langzaam gaar…