Categorieën
portfolio

Paradiso 50 jaar: mijn optreden met MAM in ’93

fotograaf: Conno can Wijk

Paradiso bestaat dit jaar 50 jaar en dat nieuws krijgt terecht flink de aandacht. De kranten duiken in het verleden en rakelen oude verhalen op en VPRO Nooit Meer Slapen maakt er een podcast over: Paradiso 50.

Zelf heb ik ook vele herinneringen aan legendarische optredens, maar bovenal ook aan mijn eigen optreden in die legendarische grote zaal met mijn oude band MAM. Zo speelden we er ergens in de zomer van 1993. De precieze datum heb ik nooit meer kunnen achterhalen maar ik weet dat het rondom mijn verjaardag was (ik moet 24 of 25 jaar oud zijn geweest) en dat de zon scheen. Korte broeken weer.

We speelden in het voorprogramma van The Scene. Dat deden we wel vaker in die tijd. Ze hadden een grote hit met Zuster Zuster en wisten de zaal behoorlijk op z’n kop te zetten. Het nummer ‘Iedereen is van de wereld’ werd massaal meegezongen en bracht de zaal in een soort van trance. Ook kon ik zeer genieten van de straffe funky riffs die Thé Lau uit zijn Gibson SG gitaar perste. En ik herinner me de prettige gesprekken met toetsenist Otto Cooymans.

Het opbouwen voor ons optreden in Paradiso begon laat in de middag. Als voorprogramma moet je altijd wachten tot de hoofdact haar spullen heeft opgebouwd. Maar het contact met The Scene en de crew, de roadies en geluidstechnici was prettig. We speelden in die tijd regelmatig dus het opbouwen en de soundcheck moeten routineus verlopen zijn. Onze geluidstechnicus Conno van Wijk deed de zaalmix en ik vermoed dat de podiummix gedaan is door een crewlid van The Scene en dat het licht verzorgd is door een medewerker van ons boekingskantoor Stagengy.

Voor het optreden zijn we nog een pizaatje gaan eten in een van die zijstraten rondom het Leidseplein. Altijd gezellig, even ontspannen en goeie verhalen met elkaar uitwisselen. In onze band was het wel een voorwaarde dat je goeie verhalen kon vertellen. Minimaal een uur zat je met elkaar in een busje onderweg naar een optreden, dus dan moest je wel verhalen vertellen om de tijd te doden.

Dat is tot op de dag van vandaag niet veranderd. Als ik Pieter Bon, de zanger, spreek dan komen de verhalen vanzelf. Hetzelfde geldt voor Tom America waarmee ik recentelijk nog diverse malen urenlang in de auto heb gezeten. Autoritjes van Tilburg naar Oostende of naar de Belgische Ardennen. Verhalen ophalen breekt de tijd en is gewoon gezellig.

John van Vueren was toendertijd manager van The Scene. Hij was ook de organisator van het Haagse Parkpop festival. Dat schept dan toch een band. John wachtte net zolang totdat de uitverkochte zaal van Paradiso helemaal vol zat en gaf ons toen een seintje om met ons voorprogramma te beginnen. Het optreden verliep zonder problemen, het was wel fokking heet, maar dat hoort erbij. Een ding was mij tijdens het optreden ontgaan. Ik stond met mijn gitaar altijd uiterst rechts (vanuit de zaal gezien) op het podium. Zodoende heb ik niet gezien dat een vage kennis uit Den Haag met ons mee het podium opgelopen was en naast Tom opvallend theatraal heeft lopen dansen op onze muziek. Wellicht dacht het publiek dat het erbij hoorde.

Ik weet dat we het nummer De A2 speelden, een nummer dat nooit op plaat is verschenen. Pieter kon zich niet bedwingen het zinnetje “recht zo die gaat” te veranderen in “recht zo die staat!”

Anyway, het optreden verliep soepeltjes. We speelden alsof ons leven er vanaf hing en kregen goed applaus. Ook Conno onze zaaltechnicus moet ons geluid geheel onder controle hebben gehad want hij is tijdens het optreden naar voren gelopen om een paar mooie foto’s te schieten.

Tijdens het optreden van The Scene ben ik zelf in de zaal gaan staan. Ik herinner me nog hoe gitarist Eus van Someren op de rand van het podium ging zitten en heel theatraal met slechts een paar noten de hele boel wist op te zwepen. The Scene zette toendertijd echt een showtje neer waar ik van kon genieten.

Na afloop hebben we backstage, in de kelder van Paradiso, een lekker biertje gedronken samen met The Scene en al het volk dat er omheen hing. De heren van De Dijk kwamen ons de hand schudden. Ook voor De Dijk hebben we toedertijd een paar maal het voorprogramma verzorgd.

En ik heb nog met een paar hele leuke meiden staan kletsen en wat staan zoenen. Dat zoenen gebeurde vrijwel nooit maar wel in Paradiso! Om vervolgens weer in de bus van de herenclub vol wilde verhalen en met een biertje erbij terug te keren naar Tilburg en Den Haag. De medewerker van Stagengy was de BOB.

Wij tegen de rest van de wereld. Band on the run. Vanavond Paradiso. In the pocket!

Ik wist het zeker: meer, meer, meer, dit voor de rest van mijn leven!

Categorieën
uitgesproken

Stukje bij beetje muziekmaken

Samen met wat vrienden kocht ik ooit – ik moet een jaar of 16, 17 geweest zijn – een 4-sporen recorder om muziek mee op te nemen. Alles wat je ermee opnam klonk als een demo maar je kon er prima liedjes mee opnemen. En door het beperkt aantal sporen bleven de arrangementen overzichtelijk en eenvoudig. Vrijwel alle albums van The Beatles zijn ook op 4-sporen recorders opgenomen. Het geweldige Revolver bijvoorbeeld.

Toch zijn 4-sporen best weinig. Want zet je de drums in stereo dan hou je er nog maar 2 over voor bas, gitaar en zang. En wat als je aanvullende percussie en keyboards wilt opnemen? Diverse tracks zullen dus samen opgenomen moeten worden, of je moet van het ene spoor naar het andere gaan bouncen. Dat laatste deden wij ook, maar daarmee ging de geluidskwaliteit wel achteruit want dat vergat ik nog te zeggen: die 4-sporen recorder nam op een cassettebandje op.

Wat jaren later ben ik met mijn inmiddels overleden vriend Quintus Kessler met een 8-sporen recorder gaan werken die we aan een Atari 1040ST computer koppelden. We gebruikten er ook een groot rack vol synthesizers bij. Toch was er nog steeds een groot verschil tussen het geluid dat uit onze homestudio kwam en het geluid dat we op CD’s hoorden. Helemaal tevreden waren we dus niet. In die tijd waren DDD CD’s, CD’s die van voren naar achteren digitaal opgenomen waren, het summum.

Doordat mijn vriend Conno van Wijk technicus werd in Studio BMG in Voorburg, een studio van Aad Link (manager Nits) en Robert Jan Stips (toetsenist Nits en producer van vele bandjes waaronder Gruppo Sportivo), kon ik daar ook gaan opnemen. We moeten een jaar of 19, 20 zijn geweest toen dat feest begon. De studio was een paradijs waar we uren achtereen zaten te werken aan van alles en nog wat. In Studio BMG stond een 16-sporen recorder en grote analoge mengtafel en veel synths van Robert Jan en Peter Calicher (toetsenist Gruppo Sportivo). Ik mocht dat allemaal gebruiken. Het was een speeltuin.

In die tijd was het heel normaal om de muziek stukje bij beetje op te nemen. Vaak werd eerst de begeleiding van bas en drums (vaak drumcomputer) opgenomen. En speelde de bassist een foutje dan werd er vanaf een bepaald moment “ingeprikt”. Alle fouten werden hersteld en vaak werden bijvoorbeeld gitaarpartijen heel strak gemaakt. We, Conno en ik, waren liefhebbers van het album Cupid & Psyche 85 van Scritti Politti en meer van dat soort mega strakke muziek. Slave to the Rhythm en andersoortige Trevor Horn producties. Quincy Jones’ Back in the Block album en ga zo maar door. Maar je kunt je afvragen: waarom wil je dat zelf ook?

Het was de tijdgeest denk ik. Heel veel tijd ging zitten in het editen op de Atari computer. Toch moet ik zeggen dat de groove vaak vergeten werd. We speelden eerder strak op de tel dan er omheen. HipHop daarentegen lette veel meer op die feel en grooves dan popmuziek. Luister maar naar menige popproductie uit de 80 en 90-er jaren en let op de strakheid. Veel van die muziek klinkt nu super saai in mijn oren.

Alles werd opgenomen met een clicktrack, een metronome. Die voerde de maatverdeling, niet de drummer, en maatversnellingen waren uit den boze. Ringo Starr gebruikte op de albums van de Beatles nooit een metronone. Maar mede daarom klinken ze zo geweldig “losjes”. En als je het mij vraagt klinkt de muziek uit de jaren 60 en 70 lekkerder dan de jaren erna. Uitzonderingen daargelaten, uitzonderingen die wat mij betreft te maken hebben met de groove, met de swing rondom het tempo. Met name HipHop ben ik zeer dankbaar voor het terugvinden van feel in gecomputeriseerde muziek.

Nadat mijn band MAM na de allerlaatste CD Look: Nederlands! uit elkaar was gevallen (in’94 al terwijl de CD pas in ’95 uitkwam) besloot ik me 100% op live spelen te richten. Ik was de computer compleet beu geworden en speelde een paar keer week live. In die tijd leidde ik met wat muzikanten diverse jamsessies, soms 2 per week, een in het Musicon en een in de Paap hier in Den Haag.

Inmiddels heb ik de computer weer hervonden. En natuurlijk zijn de mogelijkheden in de loop der jaren sterk verbeterd. Toch blijft het fenomeen “fouten verbeteren” aan me knagen. De computer leent zich er inmiddels zo goed voor om die foutjes te herstellen. Maar ik moet zeggen dat daarmee veel verloren gaat. De muziek wordt er statischer van. Het is niet voor niets dat HipHop vaak gebruik maakt van sleepende ritmes die achter de tel worden gespeeld. Ook zet HipHop vaak rauw klinkende samples in als kleur die het eendimensionale artificiële karakter van de computer verdoezelt en de boel levendiger maakt. Als een soort weeffout in de muziek.

Tegenwoordig is het in om alle fouten te verwijderen. Zelfs valse noten in de zang kunnen vrijwel onhoorbaar via de Autotune zuiver gemaakt worden. Veel muziek klinkt dan ook vandaag de dag gladder en strakker dan ooit. Geeft niet. Niemand heeft mij gevraagd ervan te gaan houden, maar ik ben inmiddels door schade en schande wijs geworden. Een beetje althans.

Categorieën
uitgesproken

De nieuwe Wisseloord Studios

Op 12 juli 2012, vorig jaar dus, was ik op bezoek bij mijn oude vriend Conno van Wijk die ik al meer dan 30 jaar ken. Hij is de studio-eigenaar van de Gooi & Vecht Studio, een studio voor audio post-productie, video-editing en conversie die onlangs verhuisd is naar Wisseloord, de legendarische studio’s in Hilversum.

Conno gaf me rondleiding. De laatste keer dat ik een bezoek aan Wisseloord bracht was 17 jaar geleden. Ik was er toen om samen met Sander van der Heide de laatste CD van MAM te masteren. Er kwamen wat leuke herinneringen boven toen ik er weer rondliep. Maar net als de meeste andere studio’s heeft Wisseloord een moeilijke tijd achter de rug. In 2009 ging het zelfs failliet. Gelukkig werden begin 2012 de nieuwe Wisseloord Studios geopend door een geheel nieuw team van creatieve en zakelijke mensen. Veel geld is geïnvesteerd in het verbeteren van de studios terwijl de prachtige opnameruimtes met de bekende interieurs behouden bleven. Ik moet zeggen: het ziet er verbluffend goed uit. Studio 1, met de grootste opnameruimte en een grote controle-kamer, is volledig digitaal en Studio 2 is volledig analoog. Er is ook een studio voor mixage te vinden en een grote mastering suite. De Gooi & Vecht Studio van Conno vind je op de kelderverdieping. Hij betrekt daar diverse ruimtes met editing-sets en opname-ruimtes. Samen vormen de nieuwe Wisseloord Studios een combinatie van allerlei high-end audio-bedrijven in een gebouw.

Natuurlijk is de manier waarop we muziek opnemen ook erg veranderd door de jaren heen. Veel mensen maken tegenwoordig gebruik van een thuisstudio. Ik ook. Toch geloof ik dat er nog een plek is voor studio’s zoals Wisseloord, met name vanwege de grote ruimtes en akoestiek. Dat gaat je thuis niet lukken. Dus als het budget het toelaat…

Categorieën
uitgesproken

Klassieke muziek en een Macintosh II

iiOoit kwam ik regelmatig in Studio BGM in Voorburg. Die studio was opgezet door Robert Jan Stips en Aad Link, respectievelijk de toetsenist en manager van The Nits. Peter Calicher van Gruppo Sportivo trof ik er ook regelmatig aan.

Op een dag stond er een onbekende man in de studio naast een, toen voor mij, onbekende Apple computer. Als ik het goed heb was dat een Macintosh II. De man liet ons een wonderbaarlijk computer programma zien. Hij had verstand van Klassieke Muziek en liet ons weten dat een orkest soms iets te snel of te traag speelt en dat de wens de vader van de gedachte is om dat te corrigeren. Vervolgens wees de man met zijn vinger naar het computer scherm. “Dat ding, kan dat”.

We waren met stomheid geslagen. Conno, de technicus, Aad, Robert Jan en ik.

De man ging verder. Wisten wij niet dat er in klassieke opnames geknipt werd? Wel honderden knips soms bij een langer stuk! “Dus klassieke uitvoeringen op CD bestaan uit meerdere ‘takes’ die aan elkaar gelijmd worden?” De man knikte met een grijns op zijn gezicht. Sterker nog, voegde de man eraan toe: “en soms speelt het orkest wat te traag of te snel in een bepaald deel en wil je dat versnellen of vertragen”.

Het computerprogramma dat de man kwam demonstreren kon dat; de audio vertragen of versnellen. De man stelde het programma in voor een test. Hij selecteerde een muziekstuk van 3 minuten. Na het klikken op het knopje Process begon de computer te ratelen en te ratelen. Na een uurtje gaven we het op. De man ook. We gingen naar huis.

De volgende ochtend ratelde de computer niet meer. Het Appletje had er precies een nacht over gedaan om de boel (lees: ons audiobestand van 3 minuten) ietsiepietsie te vertragen. En het klonk heel goed. Vrijwel zonder duidelijke bijgeluiden. Alsof het orkest echt iets rustiger gespeeld had. Met stomheid waren we verslagen. Door de computer. De computer verbeterde onze fouten. De almachtige computer.

Het voorval bleef aan me knagen. Het voelde als een nieuw soort geloof. In de nieuwe perfectie. In de maakbaarheid van de muziek. Dat het nog strakker, nog beter kon.

In klassieke muziek werd er evenveel gemanipuleerd als in pop muziek. Dat was me duidelijk geworden. Maar ja, wat moest ik ermee? Dat heeft nog jaren geduurd… het antwoord op die vraag.

En ooit, ja ooit dat was zeg maar 22 jaar geleden. Zelfs met een computer van de Aldi kun je tegenwoordig de boel real-time versnellen of vertragen. Maar juist door die toegenomen perfectie laait bij mij de behoefte aan imperfect geluid enorm op. Daarom nu, het antwoord op die vraag, met dank aan Bill Hicks:

Play From Your Fucking Heart!