Aanvulling op podcast regeling Buma/Stemra: er gelden ook andere rechten!

Voor wie denkt dat de podcastregeling van Buma/Stemra een afkoopsom is om muziek in je podcast te gebruiken, helaas dat is niet het geval. Buma/Stemra dekt namelijk slechts het deel van de componisten en tekstschrijvers af. Er gelden ook nog andere rechten op muziek.

Muzikanten en producenten

Wat Buma/Stemra niet vergoedt zijn de rechten van de muzikanten en producenten. Dat regelt de Sena namelijk. Zij hebben ook een podcastregeling, zie sena.nl (PDF). Zij verwoordt het als volgt:

Sena licenceert het gebruik van podcasts, een digitale opname van (een gedeelte van) een radioprogramma die in zijn geheel is te downloaden, tot 100% muziekgebruik. De podcast moet een minimale lengte hebben van één uur. Voor het gebruik van podcasts en overige downloads die 100% muziek bevatten, heeft u toestemming nodig van de betreffende platenmaatschappij. Voor meer informatie hierover verwijzen wij u naar de NVPI, de brancheorganisatie voor platenmaatschappijen.

Opnamerechten

De NVPI is de brachevereniging voor producenten en distributeurs. Wil je toestemming krijgen of je bepaalde muziek in jouw podcast kunt gebruiken dan zul je die toestemming van hen moeten krijgen of bij individuen zoals ondergetekende moeten aankloppen. Tenzij de muzikant met een Creative Commons licentie werkt (zoals ik) die hergebruik bv in een podcast toestaat. Zie creativecommons.nl.

Een andere mogelijk is, is het gebruik van rechtenvrije muziek, ook wel royalty-free music genoemd.

Werken voor een kratje bier in Nieuwspoort

Gisteren was ik aanwezig bij het debat over auteursrechten met politici en makers dat werd georganiseerd door het Platform Makers. Een week voorafgaand aan het Algemeen Overleg Auteursrecht dat voor 4 oktober in de Tweede Kamer gepland staat. Ondermeer Esmé Lammers (regisseur), Will Maas (muzikant), Inge van Mill (fotograaf), Peter Kwint(Tweede Kamerlid SP), Erwin Angad-Gaur (voorzitter Platform Makers) en Paul Solleveld, (voorzitter Platform Creatieve Media Industrie) kwamen aan het woord. Gesprekleider was Frénk van der Linden en de zaal in Nieuwspoort zat vol.

Echt positief werd ik er niet van. Men bleef teveel in het verleden hangen, het ging alleen maar over kranten, televisie en films in bioscopen. Internet werd er heel af en toe bijgehaald maar meestal in negatieve zin.

Makers geven hun auteursrecht weg

Waar de makers tegenaan lopen is dat ze hun copyright moeten afstaan. Een krant vraagt een journalist een artikel te schrijven maar de journalist mag er zelf niets meer mee doen. Of een fotograaf schiet foto’s voor een krant die daarover exclusiviteit opeist en bijvoorbeeld bij herpublicatie geen extra geld verstrekt. De bovengenoemde VPRO maakt zich hier overigens ook schuldig aan en biedt alle makers een contract aan waarin die maker afstand doet van zijn/haar copyright. Dus stel ik maak een audiodocumentaire, dan moet ik mijn rechten afstaan aan de VPRO en mag ik die audiodocumentaire niet op mijn eigen SoundCloud, of welke server dan ook gaan delen. De enige oplossing is: onderhandelen, maar dat durven de meeste makers niet uit angst dat ze dan de opdracht niet krijgen.

Ik snap die last, want het is vaak een spelletje Calimero versus Goliath. Maar het “voor jou helaas een ander”-gevoel is geen goed gevoel, wat mij betreft kun je als maker beter maar niet in zee gaan met opdrachtgevers die jou een waardeloos contract aanbieden. Mede daarom werd ik niet zo vrolijk van die middag. Hoewel ik het gezucht en gesteun van de makers snap, de keuze om hieraan mee te blijven doen, het slaafse gevoel van “het is niet anders” dat trek ik niet. En ik trek het ook niet als men vindt dat de oplossingen van de politiek moet komen middels nieuwe wetten enzo. Daar geloof ik weinig in. Zie bv de krankzinnige wetten die de EU onlangs op dit vlak aangenomen heeft.

Creative Commons

Geen enkele maal viel het woord Creative Commons, de open licenties waar bv Wikipedia gebruik van maakt, de fotografie website Flickr, de videosites YouTube, Vimeo, blogplatform Medium en ga zo maar door. Er zijn meer dan 1.4 miljard werken onder CC gepubliceerd, dus onbekend kun je dit niet noemen. NOS en andere journalistieke sites maken daar dankbaar gebruik van. Ook de TV-reeks Mind of the Universe van de VPRO is in zijn geheel onder een CC licentie uitgebracht. Ik vind niet dat alle makers CC moeten gebruiken (de keuze is aan jou) maar ik vind wel dat hierover tenminste discussie gevoerd moet worden, en met name met makers! Onwijs vreemd en jammer dat het daar gisteren niet over ging. Platform Makers had iemand van Creative Commons Nederland moeten uitnodigen. Een gemiste kans!

Wat ik bepleit is: behoud zelf die rechten en sta ze niet af. Dit kan ook via Alle Rechten Voorbehouden waarbij iedereen die jouw werk wil gebruiken aan jou toestemming moet vragen. Maar zet het werk dan ook niet op internet, en zeker niet op Facebook want dan geef je echt dat bedrijf alle macht over jouw content. Maar veel beter is om een licentie te gebruiken zoals die van Creative Commons. Spreek dat met jouw opdrachtgever af. Jij en je opdrachtgever zullen dan die licentie gebruiken en jij hoeft geen afstand te doen van je rechten. Onwijs win-win! Hierdoor zal het publiek onder bepaalde voorwaarden die volgens de licentie gelden jouw werk mogen delen. Maar dat is juist ook weer een voordeel te noemen want online is immers dé sleutel tot succes dat jouw werk beschikbaar is en gedeeld kan worden. Wie online niet zichtbaar is, bestaat simpelweg niet.

Opvallend vond ik dat gisteren de groep vaak over conflicten sprak met opdrachtgevers maar geen namen durfde te noemen. Laat staan dat een maker hierover ging bloggen (een blog is heel krachtig om dingen aan de kaak te stellen). Het geeft de ernst van de angst goed weer.

Maar nog even terug naar Creative Commons. Dankzij een CC licentie geef je inderdaad een aantal rechten op. Bijvoorbeeld dat het publiek jouw werk mag delen, maar als jij stelt dat niemand er geld aan mag verdienen kies je simpelweg een licentie met het kenmerk NC (niet-commercieel) en ben je bij wet beschermd. Net zo goed als iemand die Alle Rechten Voorbehouden gebruikt, alleen sta je niet-commerciele verspreiding toe. Tja, wie kan daar nu tegen zijn? Jouw eigen fans worden zo immers de ambassadeurs van jouw werk. Alle social media is met dat delen groot geworden. En wat nu als je dat delen ook nog eens transparant maakt door de voorwaarden via een licentie te stellen? Creative Commons geeft totale transparantie over wat je wil toestaan dat er met jouw werk gebeurt.

Alle Rechten Voorbehouden is een soort slot op de deur. Niemand mag iets met het werk doen. Prima, het is een keuze, maar ik snap makers niet die beschermde werken dan wel op Instagram of Facebook zetten. Facebook mag namelijk alles met jouw content doen. En wordt er ook nog eens schathemeltje rijk van. Voor Facebook werk jij als maker zelfs helemaal gratis. Ook daar ging de discussie gisteren helemaal niet over.

Wat is auteursrecht?

Stel dat een wetenschapper, een loodgieter, of een overheidsinstelling dezelfde auteursrechten hanteren als creatieve makers (lees: wat is een creatieve maker? ook leuk voor een discussie) dat doen, zouden we dan niet een vreemde wereld krijgen? De maker roept eigenlijk “dit is van mij en blijft van mij!” Maar stel nou dat een wetenschapper iets ontdekt en de rest van de mensheid wil laten dokken op het moment dat men wil voortborduren op die wetenschap. Of stel dat een loodgieter eist dat iedereen die gebruik maakt van de door hem gerepareerde WC achteraf wat royalties moet betalen. Of stel dat een door de overheid betaald onderzoeksrapport opgesloten wordt in Alle Rechten Voorbehouden. Dan kan niemand er ooit iets mee doen, zelfs niet legaal uploaden en verspreiden zonder toestemming. Is dat wat we willen? Een politiestaat is dan nabij. Op het argument geld kun je dan alles en iedereen bestrijden.

De realiteit is dat Creative Commons licenties tegenwoordig heel veel gebruikt worden voor publicaties die met publieksgeld tot stand gekomen zijn. En dat Creative Commons heel veel gebruikt worden door erfgoedinstellingen, waar ook meestal publieksgeld achterzit. Ik vind dan ook dat makers die met publieksgeld dingen maken hun content ook onder CC moeten publiceren zodat zij die werken toegankelijke kunnen houden voor het publiek dat ervoor betaald heeft. Helaas is veel historisch materiaal van de publieke omroep vanwege de rechten niet langer beschikbaar voor het publiek, het ligt opgeslagen bijvoorbeeld bij Beeld en Geluid. Terwijl het met onze belastingcenten betaald is. Maar ook dit instituut zet tegenwoordig hard in om zoveel mogelijk werken ter beschikking te stellen onder een Creative Commons licentie zodat die werken  publiekelijk bekeken, beluisterd èn hergebruikt kunnen worden, bijvoorbeeld voor educatieve doeleinden. Nogmaals: het is allemaal van onze belastingcenten betaald, dus wij, de commons, moeten er toegang toe hebben, vind ik.

Op basis van Alle Rechten Voorbehouden had Wikipedia nooit kunnen bestaan. Ik hoop dat hedendaagse makers (creatief of niet) daar ook eens over nadenken. Laten we voortaan een inhoudelijk betere discussie voeren over wat het is om maker te zijn en welke rol auteursrecht daarbij speelt. Om mee te beginnen: waar dient dat auteursrecht nou precies voor? Die vraag bleef gisteren totaal onbeantwoord. Een gemiste kans.

P.S. Platform Makers had een boekje laten drukken voor de bijeenkomst. Daarin trof ik een interessante uitspraak aan van Will Maas, toetsenist en docent Rock Academie:

Tja commerciële tv....

Alles voor de poen, zoals we het willen, of niet dan?

Een nieuwe fase voor Creative Commons Nederland

Op 14 september 2018 werd de Nederlandse Chapter van Creative Commons opgericht. Tegelijkertijd is ook de vereniging Open Nederland opgericht, die de chapter zal ondersteunen. Ik ben al jaren een enthousiast gebruiker van Creative Commons licenties en ben er trots op en bijzonder blij mee dat ik me nu op persoonlijke titel kan uitgeven als officieel lid van deze internationale organisatie en als lid van de vereniging Open Nederland.

De vereniging heeft als voornaamste doel om Creative Commons in Nederland te vertegenwoordigen en te fungeren als de Nederlandse Creative Commons chapter volgens de regels en richtlijnen van het Creative Commons Global Network. Ook is het mogelijk dat de vereniging soortgelijke open source bewegingen in de toekomst zal gaan ondersteunen wanneer de verenging dit gepast acht.

Open licenties zijn heel belangrijk. Om een simpel voorbeeld te noemen: zonder dat geen Wikipedia. Zonder open protocollen geen internet. En zonder open source geen WordPress, Firefox, Github, Linux en ga zo maar door.

Ik hoop dat het bewustzijn hiervoor bij de burgers zal toenemen komende jaren zodat men niet zomaar de rechten uit handen geeft aan clubs die hier slordig mee omspringen. De Creative Commons licenties zijn glashelder, hip en 100% ready for the internet anno 2018.

Er zijn al meer dan 1,4 miljard werken onder Creative Commons gelicenseerd. En in tijden dat er meer en meer uploadfilters gaan komen en zelfs het linken naar commerciele bronnen geld gaat kosten in de toekomst zal de behoefte naar de betere oplossing van Creative Commons alleen maar toenemen, zo voorspel ik.

De kracht ligt bij het volk. De commons.

Omslagfoto: Sebastiaan ter Burg / CC BY

Het Nederlandse Creative Commons Global Network in wording

Gisteren in Amsterdam in het Spring House was ik aanwezig bij de tweede bijeenkomst over de nieuwe organisatiestructuur die Creative Commons wereldwijd aan het uitrollen is. Ik ben vanaf het begin bij CC Nederland betrokken geweest als professioneel maker omdat ik zeer geloof in de flexibele licenties die Creative Commons biedt. Ze bieden een verruiming op het te rigide eeuwenoude ‘alle rechten voorbehouden’ copyright dat in veel gevallen niet langer voldoet vandaag de dag.

Hoewel ik door de jaren heen betrokken was bij de organisatie Creative Commons ik maakte er nooit onderdeel van uit. Die eer bleef voorbehouden aan Kennisland, het IViR en Waag Society. Zij waren 12 jaar lang de officiële partners en hadden het alleenrecht op het voeren van de naam Creative Commons.

Creative Commons zet nu wereldwijd een innovatieve stap en brengt een moderne nieuwe manier van samenwerken tot stand. Zodoende zal voor Nederland het Nederlandse Creative Commons Global Network worden opgericht met leden en partners. Waarmee ikzelf lid kan worden en middels mijn bedrijf Melodiefabriek me als partner kan gaan aanmelden.

De bijeenkomst van gisteren bestond uit een groep geïnteresseerde mensen, waaronder makers en vertegenwoordigers van archieven zoals Beeld en Geluid en het Netwerk Oorlogsbronnen, Wikipedia en het IViR.

Ik ben ervan overtuigd dat dankzij deze nieuwe netwerkvorm een nieuwe manier van samenwerken zal ontstaan die het mogelijk maakt om het sterke merk Creative Commons nog meer op de kaart te zetten en de missie in de praktijk te brengen.

Wat als de computer de melodieën componeert?

Bob van Luijt twitterde in een discussie over copyright iets belangrijks:

De computer als bedenker

Het document Importance of Being Digital (gratis PDF) beschrijft hoe door de digitale techniek het ongelofelijk eenvoudig is om muziek op te wekken en daar afgeleiden van te maken. Ik geloof dat werkelijk geen enkele politicus, rechter of advocaat op de hoogte is van hoe moderne tools de creaties van vandaag de dag bepalen. Nog altijd blijft men volhouden aan copyrightsysteem voor creaties waarin een duidelijk melodie waarneembaar moet zijn die vervolgens wordt geregistreerd door een persoon of bedrijf. Daarin wordt de melodie heilig verklaard.

Maar wat nu als de bedenker, de componist, een computer blijkt te zijn?

In het document Importance of Being Digital worden diverse zinvolle voorbeelden gegeven hoe je met behulp van moderne tools muziek kunt creëren. Weet ik alles van, is mijn vakgebied. Bijvoorbeeld door peak frequenties om te zetten naar andere muzikale elementen. Zo kun je bijvoorbeeld een fragment waarin iemand spreekt de noten van viool-samples laten triggeren, om maar wat te noemen. Het klinkt als muziek in de oren terwijl de bron bijvoorbeeld juist a-muzikaal is. De computer kun je tenslotte met van alles voeden.

Witte ruis en andere random algoritmes

Witte Ruis bestaat al zolang als de weg naar Rome. Het is de perfecte Random Generator. En op basis van zo’n random algoritme, witte ruis of iets soortgelijks kun je melodieën At Random laten genereren door de computer. Brian Eno doet dit al jaren.

Je kunt juist ook beperkingen gaan verzinnen waardoor het ineens “muzikaler” gaat klinken, want te random klinkt vaak te abstract. Grappig dat, des te meer we de computer beperken, des te meer deze muzikaler klinkt. Een leuke mind-fuck niet waar? Muziek = random noise beperken.

Een van die muzikale beperkingen is bv de toonsoort en de manier hoe harmonieën gecreëerd moeten worden. Sommigen zullen het als Artificiële Muzikale Intelligentie bestempelen. Komende jaren zal in dit gebied enorm veel ontwikkeld worden. We gaan de computer steeds meer voeden met muzikale presets, stijlidiomen en patronen. De computer kan zodoende op basis van historische muzikale ideeën nieuwe creëren.

Generieke muziek

In een van mijn eigen tracks gebruikte ik een poos geleden deze generieke techniek. Het vertoont overeenkomsten met het werk van Brian Eno.

Deze generieke muziek wordt al massaal ingezet maar zal in de toekomst een vlucht nemen. Met name de computer “leren” hoe te reageren op beelden zal de wereld van de filmmuziek komende jaren totaal op z’n kop gaan zetten. Ik voorspel generieke muziek die klinkt als bijvoorbeeld oude funk of klassieke muziek.

Een aardig voorbeeld, een blik in de toekomst, is track Daddy’s Car die geheel door de computer gecomponeerd werd op basis van “45 songs of The Beatles”:

Wie claimt het copyright?

Wie geven we hiervoor het copyright? De computer? Het computerprogramma? De persoon die wat instellingen deed? De persoon die de export maakte? Is er al een jurist die hier iets zinvols over geroepen heeft?

Een ding dat zeker is: het zet copyright VOLLEDIG op z’n kop.

De mogelijkheden van het hergebruiken van muzikaal materiaal is dankzij de computer oneindig. Maar moeten we dit vanuit copyright bezien beschouwen als een inbreuk?

Paul Lansky werd de bron van Radiohead

Paul Lansky bouwde in het midden van de jaren 70 zijn allereerste stuk op de computer. Het stuk Mild und Leise bijvoorbeeld:

Radiohead gebruikte een stukje uit dit stuk in haar song Idoteque op het album Kid A. Het oorspronkelijk stuk van Paul klinkt behoorlijk abstract, het is een computer die at random klanken opwekt. Toch hoorde Radiohead er dus duidelijk muziek in.

Conclusie: ons copyright systeem loopt achter

Copyright loopt achter op de techniek. Toch is het niet zo moeilijk om een toekomst te voorspellen die gelijk is aan open source. Een toekomst waarin we we de bronnen zullen moeten respecteren (plagiaat is wat ik haat!), maar hergebruik zal altijd moeten mogen en niet langer een inbreuk op iemands rechten zijn. Want hergebruik is precies wat de computer tot een computer maakt. Het is het perfecte kopieerapparaat dat alles voor ons kan maken. En geheel autonoom. Als een zelfsturende auto. Als een chatbot.

Kortom: de computer als componist is een feit.

P.S. Net nadat ik op publish had gedrukt schoot de herinnering aan een uitzending van Podium Witteman naar boven. Hoe we inmiddels zelfs de componist der componisten Bach uit de computer kunnen halen.

BUMA kan muziek in podcasts beter stimuleren

UPDATE: lees in ieder geval ook mijn blogpost ‘Wat je altijd al had willen weten: muziekgebruik in podcasts op SoundCloud’.

Sommige podcasters gebruiken muziek om de stilte te doorbreken, als een muzikaal behangetje. Punt is: dat gaat niet zomaar. De wet rondom copyright beschouwt een podcast namelijk als een Recording (zie deze recente blog).

Dure regeling Buma/Stemra

In Nederland ligt de situatie wat anders. Het Nederlandse Buma/Stemra dat de rechten van componisten, tekstdichters en muziekuitgevers beheert, heeft een regeling voor podcasting (zie PDF-link). Het komt erop neer dat als je niet meer dan 6500 euro per jaar met je podcast verdient en deze niet meer dan 13.000 keer wordt gedownload (ook per jaar!) je verplicht bent 130 euro aan de BUMA te betalen. Kom je hier boven dan wil Buma/Stemra 10% van je inkomsten hebben en vraagt daar nog bovenop 1 eurocent per download (of meer).

De Man Met De Microfoon haalt minstens 20.000 downloads per episode. In zijn geval zou dat resulteren in minimaal 200 euro per episode + 10% van zijn inkomsten als aanvullende kosten. Dat gaat hij natuurlijk nooit doen.

Vragen voor Buma/Stemra

Behalve dat de Buma/Stemra zich dus mis lijkt te rekenen (duidelijk geen slimme balans tussen vraag en aanbod!) zijn er nog een paar andere vragen die daarbij stel:

  • Podcasters kunnen helaas (nog) niet over goeie statistieken beschikken. Er zijn wel wat tools beschikbaar maar zuivere statistieke zijn niet mogelijk. Zo levert Apple nog geen statistische gegevens over de luisteraars die via iTunes of de Podcasts app downloaden. Apple is dit wel van plan, maar tot nu toe kan geen enkele podcaster over deze gegevens beschikken. Men tast in het duister. En let wel: Apple iTunes/Podcasts is de meeste gebruikte podcast app. Kortom: hoe kan Buma/Stemra nu verwachten dat deze podcasters cijfers verstrekken als deze gegevens voor geen enkele podcaster beschikbaar zijn? Hoe kun je een podcaster op basis van vage cijfers er op afrekenen? Lees voor meer informatie over de statistieken die Apple voornemens is op termijn wel te gaan leveren dit artikel. Daarin de mooie quote: “It’s kinda fun to experiment in the dark. But we eventually need some light to see what we’re doing.” Alle podcasters tasten nu nog in het duister als het gaat om luistercijfers, zoveel is duidelijk.
  • Hoe gaat Buma/Stemra die inkomsten verdelen? Willen ze weten welke muziek je in je podcast precies draait? Moet je daar een lijstje van maken? Of gaan ze het geld, net als wat ze via de horeca verdienen, verdelen over de artiesten die bekend zijn van radio en tv? Want juist daarvan hebben ze wel de kijk- en luistercijfers. Gebruik je muziek van Spinvis in jouw podcast dan wil je natuurlijk niet dat die poen zo de zak van Jantje Smit terechtkomt…
  • In Amerika werkt het systeem niet op deze manier. Dus wat gebeurt er op het moment dat je bv Amerikaanse muziek in je Nederlandse podcast draait? Heeft de Buma/Stemra hier afspraken over gemaakt met haar dochterorganisties in het buitenland? En als dat zo is waarom stellen die dochterorganisaties dan niet dezelfde voorwaarden in eigen land?

Dankzij podcasting is er een nieuwe markt bijgekomen. Maar Buma/Stemra ziet die kansen misschien wel maar pakt het slecht aan want de huidige regeling is precies wat de podcasters juist niet willen. En dus draaien die podcasters de muziek van de bij Buma/Stemra aangesloten auteurs juist niet omdat het simpelweg veel teveel geld kost.

In Amerika gebeurt hetzelfde

Hetzelfde zie je in Amerika gebeuren. Veel van de grote podcasts in de States doen een beroep op het inhuren van componisten voor muziek en het maken van leadertunes omdat de copyrightregels roet in het eten gooien. De wat kleinere podcasts gebruiken de muziek van onafhankelijke artiesten (zonder label en niet aangesloten bij auteursorganisities). In beide gevallen worden de “gevestigde” artiesten en labels, noem het maar gerust de mainstream, vermeden.

Al ruim 15 jaar discussier ik over dit soort rechtenkwesties online aangezien ik zelf ook muzikant ben . Ik bekijk het vanuit het standpunt van moderne makers anno nu. Het internet en de digitale techniek dwingt ons namelijk om anders na te denken over copyright in het kader van het hergebruiken van content. De bestaande organisaties zoals Buma/Stemra zijn naar mijn mening vaak te log en onvoldoende creatief in het bedenken van goede oplossingen.

538 verklaarde  “‘de oorlog’ aan muziekrechtenorganisatie Buma Stemra” en haalde de populaire dance-podcasts ‘538 Dance Department’ en ‘Powermix’ van alle websites aangezien zij ook die 1 eurocent per download niet willen betalen.

Vooralsnog lijkt Buma/Stemra de boot te hebben gemist. Podcasters gebruiken over het algemeen geen muziek van de bij Buma/Stemra aangesloten artiesten. Een gemiste kans!

Mijn foto gebruikt als voorblad Fietsnota Gemeente Hoorn

Mijn foto gebruikt als voorblad voor Fietsnota van Gemeente Hoorn

In het document Fietsnota Gemeente Hoorn – Fietsend Verder naar 2020 – werd mijn foto als voorblad gebruikt. De PDF is gratis te downloaden.

Hier het origineel van mijn foto:

fietst

De foto maakte ik in 2008 en valt onder een Creative Commons Naamsvermelding licentie (CC BY).

P.S. Het document stamt al uit 2009 maar aangezien online heel veel werk van van mij gebruikt wordt ben ik niet in staat om alles echt bij te houden. Misschien moet ik daar toch eens iets op verzinnen…