Een mens is geen aardappel

Neem bijvoorbeeld Kaytranada. Die gast die eigenlijk Louis Kevin Celestin heet, is het creatieve brein achter een hele waaier aan stijlen. Die zit niet vast aan 1 ding. Die zet op 1 album instrumentale tracks, gezongen popliedjes en hiphop naast elkaar.

En hij is echt niet de enige. Het is tegenwoordig juist heel normaal om al die dingen te doen, om juist niet stijlvast te zijn. Thundercat, Frank Ocean, Kanye en ga zo maar door.

Kijk kuch vroeger was het best maf als iemand in een popliedje plotseling ging lopen praten. Maar tegenwoordig niet. Sterker nog: spoken word is tegenwoordig heel populair. En dan heb ik het dus niet over rappen. Je stem door een stemvervormer halen is ook niet raar meer. Of de stem heel elektronisch laten klinken. Het publiek kan dat allemaal prima aan. Die herkent echt wel dat het een kwestie is van De Artiest Die Zijn Ding Moet Doen. En sterker nog: hoe kunstzinniger, hoe weirder, hoe beter. Het publiek snakt naar avontuur tegenwoordig. Men is zo verzadigd door het kopieergedrag uit het verleden dat men snakt naar nieuwe flavours. De oude verzuiling is niet meer. Diversiteit is key.

Vroeger had je op een festival vroeger alleen een frietkraam. Moet je nu eens gaan kijken. Hele foodtrucks met een hele waaier aan gerechten.

En het komt natuurlijk ook door internet en de globalisering. Gewoonten en gebruiken van over de hele wereld beïnvloeden onze eigen gewoonten en gebruiken. Zie je overal in terug. Ook in kleding bijvoorbeeld. Mensen vinden die mashup heel leuk. Kijk maar eens naar wat de jeugd draagt. Maffe combinaties. Grenzeloos en stijlloos.

Was je vroeger punk dan spuugde je (heel stoer natuurlijk… not!) op disco. En Prince in zijn netkousen en tijgerslip (“mietje!”) werd als voorprogramma van The Stones totaal niet gedigged, maar toen ‘ie dood ging huilden diezelfde Prince-haters van vroeger waarschijnlijk even zo hard mee. En wie vroeger onder de tattoos zat moest wel in een heavy band spelen. Maar tegenwoordig wil iedereen een sleeve, of tot in de nek.

Kortom, een mens is geen aardappel. Vreet niet alleen uit je eigen straatje calvinist! YOLO!

(omslagfoto: Bruce foto onder CC BY)

In je hoofd

Gisteren publiceerde ik in mijn nieuwsbrief Podpraat een uiteenzetting over iets dat je enorm kan belemmeren in het leven. Het levert een strijd op waar eigenlijk niemand onderuit komt. Een strijd die meestal verloren wordt tenzij je je er glashelder bewust van bent. Zo niet dan zul je die strijd keer op keer, een leven lang, verliezen.

Belangrijk, vandaar dat ik dat stuk ook hier op mijn blog wil delen.

citaat uit Do the Work van Steven Pressfield

Je kunt alleen maar je best doen. Vol blind vertrouwen werk je aan iets wat je wilt maken, wat je moet maken. Met de nodige twijfels, stemmetjes in je hoofd die zeggen dat je een prutser bent en dat het tot niets zal leiden. Je negeert die stemmetjes. Je negeert elke afleiding. Nee beter: je probeert het te negeren, zo goed en kwaad als het kan. Elke dag voer je de strijd tegen De Afleiding. En De Afleiding leeft niet alleen in je, deze komt ook van buitenaf. De “goedbedoelde” adviezen, Facebook en andere social media, de collega’s waar je teveel tegen opkijkt en je jezelf mee vergelijkt en meer van dat soort Zotte Afleidingen.

Allemaal proberen ze je aandacht te krijgen. Je te vertellen dat je het niet kunt. En iedereen heeft die duiveltjes in zich. Heel gek eigenlijk, denk daar maar eens over na! Diep in ons zitten dus duiveltjes die ons kapot willen maken.

Zappa zong het ooit: “What’s The Ugliest Part Of Your Body?”

De meesten van ons luisteren zelfs zo goed naar die duiveltjes dat ze nooit de droom die diep in hun leeft waar zullen gaan maken. Puur uit angst. Dat wat die Duivelse Trollen roepen, dat moet toch wel waar zijn toch? Je hebt het talent er toch niet voor? Kijk naar je ouders, die waren ook maar gewone mensen. Denk je nou echt dat je zo goed bent? Slechts een paar kunnen het maken. En kijk eens hoe Vincent van Gogh is gestorven. Het wordt echt een lijdensweg met middelmatige producten, doe het niet! Je kunt er maar beter niet aan beginnen, want dat bespaart je echt een hele hoop ellende.

Maar er is geen andere weg. Je droom onderdrukken is geen optie. Je zult er anders DOODONGELUKKIG van worden.

Beter plan: bestempel die duiveltjes als een stel sukkels. En zie jezelf als schrijver, muzikant, podcaster, you name it. Jij hebt altijd gelijk want jij bent aan het creëren. Of het goed is wat je maakt is een tweede en maakt eigenlijk niet eens zo heel veel uit. Iets niet goed vinden, dat doen die duiveltjes wel voor je. Maar je kunt alleen maar iets als ‘niet goed’ accepteren als het je aanzet om door te gaan en het de volgende keer nog beter te doen. Dan komt de kritiek niet van een van de duiveltjes maar komt de kritiek van je creatieve ziel die zucht naar het steeds maar weer beter scheppen van dat wat gemaakt moet worden, van dat wat diep in je ziel leeft.

Wie creatief is koestert zijn/haar ziel en erkent dat het verstand gepaard gaat met een heel leger aan duiveltjes die roepen om aandacht. Ratio is daar niet tegen opgewassen, maar gevoel wel! Omdat het niet anders kan. Het moet wel.

Voetnoot: een fantastisch boek van gelijke strekking is The War of Art van Steven Pressfield.

Toewijding

“IJver in de kunst wordt niet beloond.”

Het is een uitspraak die ik weleens gehoord heb. Kunst wordt vaak gekoppeld aan het vinden van een vondst en het zoeken naar eigenheid. Vakmanschap wordt daarbij door sommigen niet als een vaardigheid beschouwd die de kunstenaar vormt.

Ik betwijfel dat ten zeerste.

Het vinden van een vondst is louter toeval. Een kwestie van mazzel hebben. Als kunst niet voorkomt uit iets dat de kunstenaar moet laten groeien, iets dat hij of zij moet ontwikkelen, dan is kunst niet iets dat voorkomt uit zijn of haar kunnen maar zuiver iets is dat hem of haar toeviel. Pure mazzel dus. Net zoals de ene persoon knap is en de ander minder knap. Ook pure mazzel, niet iets waar je zelf ook maar iets voor hebt hoeven doen.

Het punt is dat de kunstenaar kunst maakt. Deze persoon moet er dus iets voor doen.

Ik denk dat het woord toewijding essentieel is en niet mag ontbreken als we het over kunst hebben. Iemand die gewoon mazzel heeft maakt geen kunst. Kunst komt niet toevallig tot stand. Kunst is ook geen kwestie van talent. Talent, een complex woord, is meer op toeval gebaseerd dan op verworvenheden.

Maar indien de kunstenaar toegewijd is kunnen verworvenheden ontwikkeld en verbeterd worden. Dat vraagt om een inspanning. Jarenlang, door toewijding. Waarmee de verworvenheden groeien. Of de kunstenaar nu muziek maakt, literatuur of wat dan ook. Een kunstenaar probeert zijn verworvenheden toegewijd continu te verbeteren. Een reis die pas stopt op het moment dat de kunstenaar het niet langer kan opbrengen ermee door te gaan.

Toegewijd je verworvenheden optimaliseren noem ik vakmanschap. En dat kost tijd, heel veel tijd, soms zelfs een leven lang.

Een toegewijd persoon neemt de tijd. Wat kan resulteren in grote kunstenaars, filosofen, wetenschappers en ga zo maar door.

De computer kan componeren dus moet de componist zichzelf opnieuw uitvinden

Het ontstaan van de fotografie heeft de schilderkunst beïnvloed. Daar waar schilderkunst voor een groot deel leunde op het vastleggen van de realiteit beseften schilders tijdens de opkomst van de fotografie dat men daar qua realisme niet tegen opgewassen was. Schilders vonden het vak opnieuw uit. Realisme was passé, impressionisme en abstractie werden key.

In de kunst zie je dit opnieuw gebeuren door de creative computers die steeds beter in staat zijn om creatieve werken te genereren. Vaak als variatie op wat er al is “in de stijl van…”

Het is al een tijdje aan de gang. Ook in de muziek. We luisteren al jaren naar drummachines, basmachines, loopjes en allerlei geautomatiseerde patronen. Daarbij gaat de computer ook steeds meer zelf meespelen als een echte muzikant. Zo zit al jaren een Drummer in Logic, Garageband en Muziekmemo’s (iPhone/iPad) die automatisch, net als een echte drummer, meespeelt met bijvoorbeeld een gitaarpartij. En in Muziekmemo’s dat ik op mijn iPhone gebruik wordt er naast een automatische drumpartij ook automatisch een baspartij bij verzonnen.

Muziek is een kwestie van wiskunde. Rekenwerk met vaste patroontjes .

Nu de computer steeds creatiever wordt zullen we onze eigen creativiteit opnieuw moeten beschouwen en uitvogelen wat onze toegevoegde waarde moet zijn. Misschien verliezen we die wedstrijd. Net zoals we het van de schaakcomputer dus allang verloren hebben. Kijk, wij mensen denken dat we het belangrijkste op deze wereld zijn. Belangrijker dan dieren, belangrijker dan de natuur. Maar ik ben toch bang dat die zelfoverschatting nogal lachwekkend is. Zo belangrijk zijn we namelijk echt niet. We vergallen het milieu en schieten onze medemensen massaal af. We doen dus best gerichte pogingen om het mensenras te laten uitsterven. Wat dat betreft blijven we zoogdieren natuurlijk: uitsterven behoort tot de mogelijkheden.

Maar goeds, laat ik niet te negatief zijn. Die creatieve computers zijn heel interessant. We zullen daardoor realistisch moeten zijn. Het confronteert ons met een realiteit die vergelijkbaar is toen de fotografie ontstond. En dus zullen we moeten zoeken naar nieuwe manieren die ons doen opwinden. En wellicht zullen we dat samen met de computer moeten doen want de concurrentie aangaan met de computer is bij voorbaat een verloren strijd.

Wat als de computer de melodieën componeert?

Bob van Luijt twitterde in een discussie over copyright iets belangrijks:

De computer als bedenker

Het document Importance of Being Digital (gratis PDF) beschrijft hoe door de digitale techniek het ongelofelijk eenvoudig is om muziek op te wekken en daar afgeleiden van te maken. Ik geloof dat werkelijk geen enkele politicus, rechter of advocaat op de hoogte is van hoe moderne tools de creaties van vandaag de dag bepalen. Nog altijd blijft men volhouden aan copyrightsysteem voor creaties waarin een duidelijk melodie waarneembaar moet zijn die vervolgens wordt geregistreerd door een persoon of bedrijf. Daarin wordt de melodie heilig verklaard.

Maar wat nu als de bedenker, de componist, een computer blijkt te zijn?

In het document Importance of Being Digital worden diverse zinvolle voorbeelden gegeven hoe je met behulp van moderne tools muziek kunt creëren. Weet ik alles van, is mijn vakgebied. Bijvoorbeeld door peak frequenties om te zetten naar andere muzikale elementen. Zo kun je bijvoorbeeld een fragment waarin iemand spreekt de noten van viool-samples laten triggeren, om maar wat te noemen. Het klinkt als muziek in de oren terwijl de bron bijvoorbeeld juist a-muzikaal is. De computer kun je tenslotte met van alles voeden.

Witte ruis en andere random algoritmes

Witte Ruis bestaat al zolang als de weg naar Rome. Het is de perfecte Random Generator. En op basis van zo’n random algoritme, witte ruis of iets soortgelijks kun je melodieën At Random laten genereren door de computer. Brian Eno doet dit al jaren.

Je kunt juist ook beperkingen gaan verzinnen waardoor het ineens “muzikaler” gaat klinken, want te random klinkt vaak te abstract. Grappig dat, des te meer we de computer beperken, des te meer deze muzikaler klinkt. Een leuke mind-fuck niet waar? Muziek = random noise beperken.

Een van die muzikale beperkingen is bv de toonsoort en de manier hoe harmonieën gecreëerd moeten worden. Sommigen zullen het als Artificiële Muzikale Intelligentie bestempelen. Komende jaren zal in dit gebied enorm veel ontwikkeld worden. We gaan de computer steeds meer voeden met muzikale presets, stijlidiomen en patronen. De computer kan zodoende op basis van historische muzikale ideeën nieuwe creëren.

Generieke muziek

In een van mijn eigen tracks gebruikte ik een poos geleden deze generieke techniek. Het vertoont overeenkomsten met het werk van Brian Eno.

Deze generieke muziek wordt al massaal ingezet maar zal in de toekomst een vlucht nemen. Met name de computer “leren” hoe te reageren op beelden zal de wereld van de filmmuziek komende jaren totaal op z’n kop gaan zetten. Ik voorspel generieke muziek die klinkt als bijvoorbeeld oude funk of klassieke muziek.

Een aardig voorbeeld, een blik in de toekomst, is track Daddy’s Car die geheel door de computer gecomponeerd werd op basis van “45 songs of The Beatles”:

Wie claimt het copyright?

Wie geven we hiervoor het copyright? De computer? Het computerprogramma? De persoon die wat instellingen deed? De persoon die de export maakte? Is er al een jurist die hier iets zinvols over geroepen heeft?

Een ding dat zeker is: het zet copyright VOLLEDIG op z’n kop.

De mogelijkheden van het hergebruiken van muzikaal materiaal is dankzij de computer oneindig. Maar moeten we dit vanuit copyright bezien beschouwen als een inbreuk?

Paul Lansky werd de bron van Radiohead

Paul Lansky bouwde in het midden van de jaren 70 zijn allereerste stuk op de computer. Het stuk Mild und Leise bijvoorbeeld:

Radiohead gebruikte een stukje uit dit stuk in haar song Idoteque op het album Kid A. Het oorspronkelijk stuk van Paul klinkt behoorlijk abstract, het is een computer die at random klanken opwekt. Toch hoorde Radiohead er dus duidelijk muziek in.

Conclusie: ons copyright systeem loopt achter

Copyright loopt achter op de techniek. Toch is het niet zo moeilijk om een toekomst te voorspellen die gelijk is aan open source. Een toekomst waarin we we de bronnen zullen moeten respecteren (plagiaat is wat ik haat!), maar hergebruik zal altijd moeten mogen en niet langer een inbreuk op iemands rechten zijn. Want hergebruik is precies wat de computer tot een computer maakt. Het is het perfecte kopieerapparaat dat alles voor ons kan maken. En geheel autonoom. Als een zelfsturende auto. Als een chatbot.

Kortom: de computer als componist is een feit.

P.S. Net nadat ik op publish had gedrukt schoot de herinnering aan een uitzending van Podium Witteman naar boven. Hoe we inmiddels zelfs de componist der componisten Bach uit de computer kunnen halen.

Kunstenaar versus Zakenman

love-op-ruit

Kan de Kunstenaar ook een goeie Zakenman zijn? Een Kunstenaar die met zijn werk veel geld verdient maakt hem nog niet direct een groot Zakenman. Veel musici verdienen soms in een bepaalde periode veel geld, om in een andere periode weer straatarm te zijn. Veel beroemde fotografen moeten modefotografie erbij doen om de kost te kunnen verdienen. Hun echte werk hangt in musea. Hoewel je kunt betwisten of dat wat er in musea hangt altijd wel zo goed is. Tegenwoordig vind je de beste kunst vaak gewoon op straat en op internet. Los van de poen, recht uit het hart van de kunstenaar.

Bob Lefsetz ging er helemaal op los vanmorgen. De vlammende blogpost die hij schreef ga ik dus niet overdoen. Even een korte quote en daarna de link naar zijn post daar moet je het maar mee doen. Niets meer aan toe te voegen.

A businessman plays by the rules, an artist breaks them.

A businessman puts money first, an artist sees money as a byproduct.

A businessman has a plan, an artist flies by the seat of his pants.

A businessman is looking to sell out, an artist is looking to continue, forever.

A businessman is all about domination, an artist does not believe in competition.

An artist believes in inspiration, a businessman believes in calculation.

A businessman is a team player, an artist is an individual, a party of one.

Art, Not Business →

Iets afmaken

Hoe zou ik kunnen bepalen wanneer iets goed is dat ik maak? Moet ik mijn werk gaan vergelijken met het werk van anderen? Moet mijn werk aan bepaalde criteria voldoen om het als goed te bestempelen?

Ik vraag me liever af: is het af?

Heel vaak begin ik aan iets vanuit een klein ruw idee. En van daaruit sla ik een pad in en kom ik op andere zijpaden terecht. Dat maakproces start ik vanuit het gevoel dat ik het ooit als af zal kunnen beschouwen. Dat is het streven. Ik begin iets en maak het af.

Het werk is af als ik niet langer het gevoel heb dat ik er iets aan kan veranderen. Het is af als ik moe geworden ben en er nooit meer iets aan zal willen veranderen. Ik heb wel iets beters te doen! En het is af als de opdrachtgever met de hamer slaat en mij een zak met geld toeschuift.

Of het daarmee ook goed is? JAZEKER! Goeier dan het goeiste van de allergoeisten. Affer dan af!

P.S. Er zijn mensen die nooit iets afkrijgen. Die denken niet in af. Die denken alleen maar. Maar voor af moet je iets maken. Iets afmaken.

Het beste werk

scriptum

Een week of wat terug zat ik in de prachtige tuin van uitgeverij Scriptum. Mijn vriendin was uitgenodigd voor de jaarlijkse barbecue en de aanhang mocht ook weer meekomen. Met de verkoper van Scriptum, Ruud Binkhorst en zijn vrouw had ik een leuk gesprek over mijn bezigheden. Over muziek dus.

Ik probeerde te ontkrachten dat het maken van muziek gemakkelijk en alleen maar lollig was. Dat dacht Ruud ook zeker niet. Een vriend van hem was ook componist en Ruud vond het een wonder telkens als hij die vriend in zijn studio aan het werk zag. Dat klopt, met muziek is het altijd maar afwachten of je iets moois weet te maken. En afwachten of die ander het ook mooi vindt. En als dat dan ontstaat, ja dat kun je best een wonder noemen.

Ik vertelde over mijn pa, mijn jeugd, meer dan 30 jaar gitaarspelen en dat ik ben grootgebracht met de muziek van Bach. Ruud kon er niet naar luisteren, naar die Bach. Ik wel. Apart toch want dan heb je het over die Grote Bach waarvan velen zich niet kunnen voorstellen iemand die muziek niet mooi zou vinden. Zelfs al zou ik Bach zijn dan lijkt het me toch nog knap lastig om dat te moeten accepten. Dat niet iedereen van het hetzelfde houdt. Ook al ben je Bach.

Het ligt zo gevoelig allemaal en eigenlijk ben je nooit 100% tevreden. “Dat moet je ook zijn”, vond Ruud. Nooit tevreden zijn. Altijd denken dat het beter kan. “Je hebt geluk, je bent nog zo jong. Je beste werk maak je waarschijnlijk pas als je stokoud bent”, aldus Ruud.

Ik herinner me een uitzending van ’24 uur met’ met Willem Nijholt. Wilfried de Jong vroeg hem of ‘ie weleens helemaal tevreden was. Dat was Willem eigenlijk nooit. Het zei het met een blik op zijn gezicht die mij verdomd bekend voorkwam. Da’s ook mijn blik. Ik ervaar alleen tevredenheid dankzij mijn relativeringsvermogen. Dat ik mijn best heb gedaan. Dat ik alles heb gegeven. Dat de inner mountain flame heeft gewoekerd. Maar dat is wat anders dan helemaal tevreden zijn.

Ach wat zit ik nou te zeuren, het is immers nog lang niet zover.