Of het goed is wat je maakt is niet eens relevant

Als maker vraag je je niet af waarom je het doet. Je doet het gewoon. Het gaat je niet om het stempeltje, schrijver, muzikant, filmmaker, of wat dan ook. Het gaat je om het werk en niets anders dan het werk. Je kunt geen schrijver of muzikant worden. Je kunt het alleen maar doen.

Of je er goed in bent is niet relevant. Als je er net mee begint kun je er wel vanuit gaan dat je niet goed bent. Maar gaandeweg word je ook steeds kritischer op jezelf. Je verlegt je eigen normen waardoor je steeds beter wordt. Je blijft hongerig naar meer en naar beter. En dus blijf je maken.

Dit is niet de behoefte van een ander, dit is jouw behoefte. Een ander kan je er dus niet bij helpen. Die ander doet er ook helemaal niet toe. Die ander bestaat niet eens. Jij maakt dit alleen maar voor jezelf. En dus blijf je maken ook al vindt er niemand ene hol aan, ook al negeert iedereen je. Jij negeert ook iedereen.

De ware maker heeft altijd gelijk. Die zoekt niet naar goedkeuring voor zijn gedrag. Die zoekt niet naar de zin van zijn werk. Hoewel geen maker zo zou moeten lijden als Vincent van Gogh, een maker die het voor het geld of voor de aandacht doet is geen echte maker. Dat is gewoon een handige tante, jongen met geld.

Een echte maker blijft ermee doorgaan totdat ‘ie sterft of het in hem sterft.

Onzekerheid

Psychotherapeut Esther Perel was een wonderbaarlijke Zomergast. Al vroeg in de uitzending van afgelopen zondag liet ze de uitspraak van familietherapeut Salvador Minuchin vallen:

Zekerheid is de vijand van verandering

Zekerheid biedt valse hoop want niets is zeker. We moeten kunnen veranderen, het hele leven door.  Verandering heelt wonden, verandering levert innovatie op, verandering biedt verrassing.

We moeten de onzekerheid accepteren want het biedt ons het nieuwe.

Recentelijk voelde ik me vrij onzeker over de optredens die ik moest gaan doen. Wat nu als faalangst mij zou overvallen? Of wat nu als ik partijen zou vergeten? Wat nu als ik fouten zou maken? Of misschien nog wel de engste gedachte: zou ik ondanks mijn serieuze voorbereidingen wel tevreden zijn over mijn prestaties?

Als zekerheid de vijand is van verandering dan is onzekerheid de vriend van verandering. En de vriend van creativiteit dus.

Zonder dat zou ik niet kunnen spelen zoals ik speel. Never a dull moment…

Een mens is geen aardappel

Neem bijvoorbeeld Kaytranada. Die gast die eigenlijk Louis Kevin Celestin heet, is het creatieve brein achter een hele waaier aan stijlen. Die zit niet vast aan 1 ding. Die zet op 1 album instrumentale tracks, gezongen popliedjes en hiphop naast elkaar.

En hij is echt niet de enige. Het is tegenwoordig juist heel normaal om al die dingen te doen, om juist niet stijlvast te zijn. Thundercat, Frank Ocean, Kanye en ga zo maar door.

Kijk kuch vroeger was het best maf als iemand in een popliedje plotseling ging lopen praten. Maar tegenwoordig niet. Sterker nog: spoken word is tegenwoordig heel populair. En dan heb ik het dus niet over rappen. Je stem door een stemvervormer halen is ook niet raar meer. Of de stem heel elektronisch laten klinken. Het publiek kan dat allemaal prima aan. Die herkent echt wel dat het een kwestie is van De Artiest Die Zijn Ding Moet Doen. En sterker nog: hoe kunstzinniger, hoe weirder, hoe beter. Het publiek snakt naar avontuur tegenwoordig. Men is zo verzadigd door het kopieergedrag uit het verleden dat men snakt naar nieuwe flavours. De oude verzuiling is niet meer. Diversiteit is key.

Vroeger had je op een festival vroeger alleen een frietkraam. Moet je nu eens gaan kijken. Hele foodtrucks met een hele waaier aan gerechten.

En het komt natuurlijk ook door internet en de globalisering. Gewoonten en gebruiken van over de hele wereld beïnvloeden onze eigen gewoonten en gebruiken. Zie je overal in terug. Ook in kleding bijvoorbeeld. Mensen vinden die mashup heel leuk. Kijk maar eens naar wat de jeugd draagt. Maffe combinaties. Grenzeloos en stijlloos.

Was je vroeger punk dan spuugde je (heel stoer natuurlijk… not!) op disco. En Prince in zijn netkousen en tijgerslip (“mietje!”) werd als voorprogramma van The Stones totaal niet gedigged, maar toen ‘ie dood ging huilden diezelfde Prince-haters van welleer waarschijnlijk even zo hard mee. En wie vroeger onder de tattoos zat moest wel in een heavy band spelen. Maar tegenwoordig wil iedereen een sleeve, of tot in de nek.

Kortom, een mens is geen aardappel. Vreet niet alleen uit je eigen straatje calvinist! YOLO!

(omslagfoto: Bruce foto onder CC BY)

In je hoofd

Gisteren publiceerde ik in mijn nieuwsbrief Podpraat een uiteenzetting over iets dat je enorm kan belemmeren in het leven. Het levert een strijd op waar eigenlijk niemand onderuit komt. Een strijd die meestal verloren wordt tenzij je je er glashelder bewust van bent. Zo niet dan zul je die strijd keer op keer, een leven lang, verliezen.

Belangrijk, vandaar dat ik dat stuk ook hier op mijn blog wil delen.

citaat uit Do the Work van Steven Pressfield

Je kunt alleen maar je best doen. Vol blind vertrouwen werk je aan iets wat je wilt maken, wat je moet maken. Met de nodige twijfels, stemmetjes in je hoofd die zeggen dat je een prutser bent en dat het tot niets zal leiden. Je negeert die stemmetjes. Je negeert elke afleiding. Nee beter: je probeert het te negeren, zo goed en kwaad als het kan. Elke dag voer je de strijd tegen De Afleiding. En De Afleiding leeft niet alleen in je, deze komt ook van buitenaf. De “goedbedoelde” adviezen, Facebook en andere social media, de collega’s waar je teveel tegen opkijkt en je jezelf mee vergelijkt en meer van dat soort Zotte Afleidingen.

Allemaal proberen ze je aandacht te krijgen. Je te vertellen dat je het niet kunt. En iedereen heeft die duiveltjes in zich. Heel gek eigenlijk, denk daar maar eens over na! Diep in ons zitten dus duiveltjes die ons kapot willen maken.

Zappa zong het ooit: “What’s The Ugliest Part Of Your Body?”

De meesten van ons luisteren zelfs zo goed naar die duiveltjes dat ze nooit de droom die diep in hun leeft waar zullen gaan maken. Puur uit angst. Dat wat die Duivelse Trollen roepen, dat moet toch wel waar zijn toch? Je hebt het talent er toch niet voor? Kijk naar je ouders, die waren ook maar gewone mensen. Denk je nou echt dat je zo goed bent? Slechts een paar kunnen het maken. En kijk eens hoe Vincent van Gogh is gestorven. Het wordt echt een lijdensweg met middelmatige producten, doe het niet! Je kunt er maar beter niet aan beginnen, want dat bespaart je echt een hele hoop ellende.

Maar er is geen andere weg. Je droom onderdrukken is geen optie. Je zult er anders DOODONGELUKKIG van worden.

Beter plan: bestempel die duiveltjes als een stel sukkels. En zie jezelf als schrijver, muzikant, podcaster, you name it. Jij hebt altijd gelijk want jij bent aan het creëren. Of het goed is wat je maakt is een tweede en maakt eigenlijk niet eens zo heel veel uit. Iets niet goed vinden, dat doen die duiveltjes wel voor je. Maar je kunt alleen maar iets als ‘niet goed’ accepteren als het je aanzet om door te gaan en het de volgende keer nog beter te doen. Dan komt de kritiek niet van een van de duiveltjes maar komt de kritiek van je creatieve ziel die zucht naar het steeds maar weer beter scheppen van dat wat gemaakt moet worden, van dat wat diep in je ziel leeft.

Wie creatief is koestert zijn/haar ziel en erkent dat het verstand gepaard gaat met een heel leger aan duiveltjes die roepen om aandacht. Ratio is daar niet tegen opgewassen, maar gevoel wel! Omdat het niet anders kan. Het moet wel.

Voetnoot: een fantastisch boek van gelijke strekking is The War of Art van Steven Pressfield.

Toewijding

“IJver in de kunst wordt niet beloond.”

Het is een uitspraak die ik weleens gehoord heb. Kunst wordt vaak gekoppeld aan het vinden van een vondst en het zoeken naar eigenheid. Vakmanschap wordt daarbij door sommigen niet als een vaardigheid beschouwd die de kunstenaar vormt.

Ik betwijfel dat ten zeerste.

Het vinden van een vondst is louter toeval. Een kwestie van mazzel hebben. Als kunst niet voorkomt uit iets dat de kunstenaar moet laten groeien, iets dat hij of zij moet ontwikkelen, dan is kunst niet iets dat voorkomt uit zijn of haar kunnen maar zuiver iets is dat hem of haar toeviel. Pure mazzel dus. Net zoals de ene persoon knap is en de ander minder knap. Ook pure mazzel, niet iets waar je zelf ook maar iets voor hebt hoeven doen.

Het punt is dat de kunstenaar kunst maakt. Deze persoon moet er dus iets voor doen.

Ik denk dat het woord toewijding essentieel is en niet mag ontbreken als we het over kunst hebben. Iemand die gewoon mazzel heeft maakt geen kunst. Kunst komt niet toevallig tot stand. Kunst is ook geen kwestie van talent. Talent, een complex woord, is meer op toeval gebaseerd dan op verworvenheden.

Maar indien de kunstenaar toegewijd is kunnen verworvenheden ontwikkeld en verbeterd worden. Dat vraagt om een inspanning. Jarenlang, door toewijding. Waarmee de verworvenheden groeien. Of de kunstenaar nu muziek maakt, literatuur of wat dan ook. Een kunstenaar probeert zijn verworvenheden toegewijd continu te verbeteren. Een reis die pas stopt op het moment dat de kunstenaar het niet langer kan opbrengen ermee door te gaan.

Toegewijd je verworvenheden optimaliseren noem ik vakmanschap. En dat kost tijd, heel veel tijd, soms zelfs een leven lang.

Een toegewijd persoon neemt de tijd. Wat kan resulteren in grote kunstenaars, filosofen, wetenschappers en ga zo maar door.

De computer kan componeren dus moet de componist zichzelf opnieuw uitvinden

Het ontstaan van de fotografie heeft de schilderkunst beïnvloed. Daar waar schilderkunst voor een groot deel leunde op het vastleggen van de realiteit beseften schilders tijdens de opkomst van de fotografie dat men daar qua realisme niet tegen opgewassen was. Schilders vonden het vak opnieuw uit. Realisme was passé, impressionisme en abstractie werden key.

In de kunst zie je dit opnieuw gebeuren door de creative computers die steeds beter in staat zijn om creatieve werken te genereren. Vaak als variatie op wat er al is “in de stijl van…”

Het is al een tijdje aan de gang. Ook in de muziek. We luisteren al jaren naar drummachines, basmachines, loopjes en allerlei geautomatiseerde patronen. Daarbij gaat de computer ook steeds meer zelf meespelen als een echte muzikant. Zo zit al jaren een Drummer in Logic, Garageband en Muziekmemo’s (iPhone/iPad) die automatisch, net als een echte drummer, meespeelt met bijvoorbeeld een gitaarpartij. En in Muziekmemo’s dat ik op mijn iPhone gebruik wordt er naast een automatische drumpartij ook automatisch een baspartij bij verzonnen.

Muziek is een kwestie van wiskunde. Rekenwerk met vaste patroontjes .

Nu de computer steeds creatiever wordt zullen we onze eigen creativiteit opnieuw moeten beschouwen en uitvogelen wat onze toegevoegde waarde moet zijn. Misschien verliezen we die wedstrijd. Net zoals we het van de schaakcomputer dus allang verloren hebben. Kijk, wij mensen denken dat we het belangrijkste op deze wereld zijn. Belangrijker dan dieren, belangrijker dan de natuur. Maar ik ben toch bang dat die zelfoverschatting nogal lachwekkend is. Zo belangrijk zijn we namelijk echt niet. We vergallen het milieu en schieten onze medemensen massaal af. We doen dus best gerichte pogingen om het mensenras te laten uitsterven. Wat dat betreft blijven we zoogdieren natuurlijk: uitsterven behoort tot de mogelijkheden.

Maar goeds, laat ik niet te negatief zijn. Die creatieve computers zijn heel interessant. We zullen daardoor realistisch moeten zijn. Het confronteert ons met een realiteit die vergelijkbaar is toen de fotografie ontstond. En dus zullen we moeten zoeken naar nieuwe manieren die ons doen opwinden. En wellicht zullen we dat samen met de computer moeten doen want de concurrentie aangaan met de computer is bij voorbaat een verloren strijd.